Zondag 19/09/2021
Jana Antonissen. Beeld DM/Bart Hebben
Jana Antonissen.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnJana Antonissen

Beangstigend en onbegrijpelijk vind ik de dood, en toch ben ik er nieuwsgierig naar

Jana Antonissen is journalist. Haar column verschijnt wekelijks.

De dood fascineert mij. Beangstigend en onbegrijpelijk vind ik haar, en toch ben ik er nieuwsgierig naar. Ik verdiep me in onze vergankelijkheid via podcasts van spiritueel leider Eckhart Tolle, wetenschappelijke studies, of de prachtige verhalenreeks over afscheid nemen, ‘Je kunt het maar één keer doen’, uit de Volkskrant.

De voorbije weken viel mij op dat ik duidelijk niet alleen ben met deze fascinatie. Laten we even de actualiteit erbij nemen.

Eerst was er het hartfalen van voetballer Christian Eriksen, quasi live uitgezonden. Er kwam dan ook veel kritiek op de EK-televisieregie: de camera zou te lang te dichtbij gebleven zijn.

“Het had fijnzinniger gekund”, schreef Filip Joos in De Standaard. “Maar ik had de reactie van zijn ploegmaats niet willen missen, want die was bloedmooi.”

Dat de Denen meteen een ring vormden om de reanimatie aan het begerige oog van de buitenwereld te onttrekken “terwijl plaatsvervangende doodsangst door hun aller lichamen gierde”, vond Joos “pakkend”.

Niet veel later lieten vijf bouwvakkers het leven bij de instorting van de school op het Antwerpse Nieuw-Zuid. De plaats van de ramp trekt nog steeds nieuwsgierigen, buitenstaanders die de sfeer van deze noodlottige plek komen opsnuiven.

“Ja, ik ben een ramptoerist”, gaf er eentje vanop zijn mountainbike toe aan een reporter van Het Nieuwsblad, terwijl hij kiekjes van het opengereten gebouw maakte.

Als klap op de vuurpijl was er vervolgens de vondst van het lijk van de voortvluchtige militair Jürgen Conings. Een volle milliseconde overwoog ik om de beruchte video daarvan, door een Duits medium online gegooid, aan te klikken. Gelukkig riep mijn bange verstand me snel tot de orde. Gedegouteerd klapte ik mijn laptop toe.

Hoewel in eigen land niemand het in zijn hoofd haalde dergelijke mensonterende beelden te publiceren, ontstond alsnog ophef over een schijnbaar neutrale foto van de vindplek van het lichaam die in De Standaard verscheen.

“Een overweging om soms ook minder aangename beelden te tonen is dat de krant de wereld moet tonen zoals ze is”, verdedigde ombudsvrouw Karin De Ruyter die keuze. “Door de soms rauwe realiteit weg te gommen, bewijst ze de lezer geen dienst.”

De vraag of hiermee maatschappelijke dan wel kapitalistische belangen gediend worden, laat ik even in het midden. Feit is dat we het normaal vinden, zelfs verwachten, om de plaats delict; of het nu van een (zelf)moord, hartaanval, ramp of ongeval is, te zien te krijgen. Waarom?

Ligt die aantrekking tot het gruwelijk ondenkbare in onze genen verankerd? Versterkt onze verbanning van de dood naar de taboesfeer haar misschien enkel?

Vermoedelijk is het een oeroude, paradoxale drift die ons die zogezegd rauwe realiteit als bloedmooi laat ervaren. Dat samengaan van pijn en verrukking in één ervaring noemen filosofen overigens het sublieme. Ten gronde komt die sublieme ervaring voort uit onze angst voor de dood.

De dood is de enige zekerheid in ons leven, maar we zullen haar niet zelf beleven. Dus zijn we aangewezen op die van een ander.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234