Maandag 17/02/2020

ColumnHugo Camps

Arno is een cultuurproduct. Gelukkig niet in de Vlaamse traditie, eerder dooraderd met sloeries en gokkers

Hugo Camps.Beeld DM

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps op donderdag.

Bloedrocker Arno Hintjens gaf in concertzaal Le Trianon in Parijs zijn voorlopig laatste concert in afwachting van zijn operatie voor pancreaskanker. Ondanks een chemokuur was er op het podium geen spoor van zijn ziekte. Mister 100.000 volt was in oude doen. Met liedjes als gebeeldhouwde brokstukken. Met een schreeuw en oergeluiden. De zaal ging helemaal mee in de zielsverhuizing van de rockster. Ja, Arno is een ster, zeker in Frankrijk.

In geen enkel interview of commentaar verschuilt hij zich achter lamento’s over de hold-up die zijn lichaam is overkomen. Behoefte aan compassie wordt niet afgerekend aan de kassa van sentiment. Arno blijft Arno: poëtisch ruig en onpeilbaar in zijn diepste emoties. Un homme seul.

Arno heeft geen canon nodig, hij is zijn eigen eeuwigheid. Al heel lang. Het Santeboutique-testament is even onderbroken, maar blijft nagalmen in de harten van vrienden en bewonderaars. Ik hoor tot de laatste categorie. Vriendschap was te hoog gegrepen, stelde ik vast na een interview. Er zijn grenzen aan de toegankelijkheid van de zanger. Zelf heeft hij van zijn leven ook geen bloemlezing gemaakt, tenzij in flarden zwarte humor en scherpe grappen.

“Qué pasa, godverdomme.”

Kind van Oostende en later van Brussel. Oh la la la: het Oostende van Einstein en James Ensor. Het gevoel thuis te zijn in een culturele binnenstad. Arno is niet alleen instinct en koketterie, hij is ook een cultuurproduct. Gelukkig niet in de Vlaamse traditie, eerder dooraderd met sloeries en gokkers. “Putain putain.” Liefde zonder vlinders, geborgenheid in het dialect. Hij kende ze wel, Camus en Sartre, maar gebruikte ze niet om te leven. Zijn rijmelarij van de ziel kwam en gaat over steedse klinkers.

Huiveringwekkend mooi is zijn vertolking van het lied ‘Les yeux de ma mère’. Hij zong het laatst in de Ancienne Belgique en nu in Le Trianon. Bijna vloekend duikt hij de liefde in, bang om emotioneel te verstikken. Maar het is van een tederheid die teruggaat tot de Franse chansonnier Léo Ferré. “Ma mère elle m’écoute toujours quand je suis dans la merde. Elle sait quand je suis con et faible.”

Arno tijdens zijn voorlopig laatste concert, in Le Trianon in Parijs.Beeld AFP

Zijn leven lang is Arno zuinig geweest met getuigenissen over de liefde. Alleen zijn twee kinderen kregen af en toe een streling. Verder heeft hij een geslotenheid die Hugo Claus ook had.

Arno is cult. Generaties hebben zich opgetrokken aan zijn non-conformisme en prikkelende chansons. Aan de alledaagsheid van zijn realisme en menselijk tekort. Aan zijn James Dean-look. Hij was en is in het zompige Vlaanderen een ongetemde vrijbuiter die iedereen inspireert in de vlucht uit het juk van obscurantisme en kneuterigheid.

Un grand merci.

Het begon met een mondharmonica in een achterafzaaltje in Oostende. Vijftig jaar later is Arno de ambassadeur van een belgitude. Van een paradijs zonder hiërarchie.

In april wil hij weer op het podium in Le Trianon staan. Hij wil nog muziek en albums maken en in een film spelen.

Ik heb goede hoop: Arno spartelt zich wel weer het volle leven in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234