Dinsdag 18/06/2019

Column

Aretha Franklin schreef bijna geen nummer zelf, maar liet de songs wel klinken alsof ze van haar waren

Marc Didden Beeld Bob Van Mol

Marc Didden houdt niet van de zomer en schrijft hem dan maar van zich af.

Warm eten is een mooie uitvinding. Ik weet niet hoe dat met u zit, maar ik heb er de afgelopen negenenzestig jaren toch met grote regelmaat van genoten. Zo’n vijfentwintigduizend­honderd­vijfen­tachtig keren zelfs, als ik dat aantal voorzichtig mag berekenen.

Soms had het schransen gewoon met dagelijkse kost te maken, soms zelfs met verdriet, maar in de regel is eten toch vooral samen zijn. Met je partner, je vrienden, en de vrienden van je vrienden. Zo’n ideale maaltijd – voor mij is dat een luie, lange lunch – mag op zondagen weleens uitlopen tot het tijd is voor het avondeten.

Eens in een blauwe maan wordt zo’n etentje ook waarlijk iets mythisch. Dat was voor mij zo op een dag in het begin van de jaren 90, toen ik naar aanleiding van een nooit voltrokken project voor een documentaire­film samen met de illustere songschrijvers Jerry Leiber & Mike Stoller mocht aanzitten voor een godenmaaltijd in een restaurant dat Toscana heette en duur Italiaans boeren­eten serveerde in de poep­chique hoek van Los Angeles die Brentwood heet.

Mijn fijne gastheren van die dag waren helden van mij, en voordat ik ze ooit in levenden lijve ontmoette op een Gents filmgebeuren, waren hun namen alleen maar kleine zilveren lettertjes geweest op de zwarte RCA-labels van de singles waarop de genaamde Elvis Presley zijn songs uitbracht.

Ze hadden ‘Jailhouse Rock’ geschreven, alsook ‘Don’t’ en ‘Hound Dog’ en ‘Trouble’ en ‘Treat Me Nice’ voor hem gecomponeerd en ‘(You’re So Square) I Don’t Care’ en ‘King Creole’ en nog een stuk of wat songs van veel karaat. Allemaal petits chefs-d’oeuvre die mijn leven en dat van veel anderen beslist beter gemaakt hebben. Kunstige dingen die ik nog wekelijks op de draaitafel leg omdat ze zestig jaar na hun schepping nog staan als een blok rijhuizen en swingen als de wiedeweerga.

Tijdens die maaltijd in Brentwood ging het op mijn verzoek iets te veel over Elvis, denk ik nu, want het was duidelijk dat The King niet langer Jerry & Mikes favoriete gespreksonderwerp was. Ze hadden het liever over de Brunello di Montalcino die in onze glazen walste, over een stuk glasraam van Frank Lloyd Wright dat Jerry zich net aangeschaft had ter verfraaiing van zijn strandhuis in Venice, over wat een lastige buurvrouw Madonna wel was, die toen net naast Mike was komen wonen.

Elvis was voor hen oude koek, op de welkome zesmaandelijkse royalty-cheques na. Toen ik tussen de pappardelle ai funghi en de pollo al mattone in liet vallen hoeveel ik ook van ‘Spanish Harlem’ hield, en wel zoals die song van Leiber en Phil Spector door Aretha Franklin werd gezongen, gingen Jerry’s ogen pas echt blinken.

Hij vertelde hoezeer hij toch van Aretha hield. Hoe absoluut zij een song van hem of van een van zijn talentrijke vrienden of vriendinnen helemaal van haarzelf kon laten worden. Hoe zij de woorden altijd zong alsof ze die écht zelf geschreven had, wat ze natuurlijk nooit had gedaan. Hoe zij keer op keer tastbaar bewees wat zingen echt is. Veel meer dan techniek natuurlijk, veel meer dan woorden. “De plicht van de zanger is de gevoelens opgraven die door de schrijver onder die woorden verstopt werden”, zei Jerry. En: “Als je niet begrijpt wat je zingt, dan zing je vals, ook wanneer je juist zingt.”

“Dank”, zei ik. Omdat ik vond dat ik nu voorgoed wist wat zingen was. Toen was het tijd voor espresso. En de rekening. Terwijl ik bij de Valet Parking wachtte, zette ik een eigen versie in van ‘Spanish Harlem’. In de verte begon een hond te blaffen. Ongetwijfeld die van Madonna.

Aretha Franklin in de late jaren 60. Beeld Chris Pizzello/Invision/AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden