Vrijdag 03/02/2023

OpinieJan Rosier en Gert Van Hecken

Applaus voor samenwerking tussen universiteit en ‘big corp’ is – mild gezegd – misplaatst

Een booreiland naar schalie. Rosier en Van Hecken: ‘Tijd om de samenwerking tussen academie en industrie onder de loep te leggen.’ Beeld Bloomberg via Getty Images
Een booreiland naar schalie. Rosier en Van Hecken: ‘Tijd om de samenwerking tussen academie en industrie onder de loep te leggen.’Beeld Bloomberg via Getty Images

Jan Rosier is hoogleraar management aan de UCD Dublin en gasthoogleraar aan Trinity College en de KULeuven. Gert Van Hecken is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen.

Redactie

Bij het begin van dit academiejaar is het nuttig om stil te staan bij de samenwerking tussen universiteit en industrie. Die samenwerking zou het wetenschappelijk onderzoek bevorderen en bijdragen aan oplossingen voor sociaal-economische uitdagingen. Maar er kunnen kritische kanttekeningen bij geplaatst worden.

Aan de universiteit van Cambridge vindt men alvast dat de tijd is aangebroken om de samenwerking tussen academie en (fossiele) industrie onder de loep te leggen. Professoren en senior medewerkers vinden dat de universiteit moet stoppen met het aanvaarden van financiële middelen van bedrijven zoals BP en Shell. Want geen van die bedrijven heeft zijn activiteiten afgestemd op de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Ze gaven vorig jaar naar schatting 750 miljoen dollar uit om een ​​klimaatvriendelijk imago te promoten.

Maar het is niet alleen ‘big oil’: zo is er aan de Harvard Business School een Novartis-leerstoel in management waar het muisstil blijft over de prijszetting van geneesmiddelen. En de Pennsylvania State University heeft een researchcontract met 3M, een onderneming die de omgeving vervuilt met pfos − en die om dezelfde reden ook bij ons in het nieuws is gekomen. De universiteit van Nottingham werkt dan weer samen met Rio Tinto dat vorig jaar een voor de Aboriginals heilige site de lucht inblies op zoek naar ertsen, een jaar nadat het publiekelijk had beloofd zich in te zetten voor duurzaam bodemonderzoek. Een aantal universiteiten ziet ook geen graten in de samenwerking met McKinsey, een adviesbureau dat mee aan de basis ligt van de Amerikaanse opioïdencrisis.

Academisch kapitalisme

Dichter bij huis bestaan ook samenwerkingsverbanden waarbij kritische vragen kunnen worden gesteld. Wordt er aan de door Janssen Pharmaceutica aan de UGent gesponsorde leerstoel gedebatteerd over het misbruik van patenten door ‘big pharma’ bij de ontwikkeling van geneesmiddelen? En zou de sponsoring door Exxon Mobile, TotalEnergies, BASF en INEOS van een lezingencyclus aan de UAntwerpen rond duurzaamheid geen greenwashing van die ondernemingen zijn? Een terechte vraag als men weet dat een van hen daarvoor in Nederland voor de rechter werd gesleept en een ander door haar eigen vakblad werd bekritiseerd.

Onze vraag is de volgende: stellen universiteitsbesturen zich dan geen – ethische, kritische – vragen over de samenwerking met industriële partners? Niet voor niets stelde wijlen Lawrence Busch, emeritus socioloog aan de Michigan State University, dat universiteiten de spil zijn geworden van wat men “academisch kapitalisme” noemt, een theorie die probeert te verklaren hoe en waarom hogescholen, universiteiten en hun besturen veranderen onder economische druk.

Sheila Slaughter en Gary Rhoades van de universiteiten van Georgia en Arizona merken in hun boek Academic Capitalism and the New Economy op dat het doel van een academische instelling volgens de industrie niet kennisverwerving is, maar de productie van economisch verhandelbare kennis. Dat verklaart de waarneming van Ashish Arora (Duke University School of Business) dat ‘big corp’ haar research meer en meer laat uitvoeren door universiteiten. Zo twittert The Guild, een associatie van Europese researchuniversiteiten, waarvan UGent deel uitmaakt, dat universiteiten nauw samenwerken met de industrie “om het concurrentievermogen van ondernemingen te helpen versterken”. Maar ... sinds wanneer is dat de taak van universiteiten? En zijn de grote verliezers niet de humane wetenschappen?

Onafhankelijkheid

Het weerkerende argument luidt dat samenwerking met de industrie gunstig is voor de wetenschap én om sociaal-economische uitdagingen aan te gaan. Het zou wel sterk zijn mocht die samenwerking de wetenschap níét bevorderen. Maar toch wringt het schoentje. In 2016 rapporteerden Benjamin Kasenda van de universiteit van Basel en 26 academici dat overeenkomsten die de onafhankelijkheid van academische auteurs beperken, eerder regel dan uitzondering zijn.

Uber betaalde economen van de universiteit van Toulouse 100.000 euro voor het schrijven van een artikel dat zijn bedrijfsmodel maatschappelijk en politiek aanvaardbaar moest maken. Vrijwaart de samenwerking dan misschien de sociaal-economische belangen? Het klassieke antwoord is dat ze onrechtstreeks werkgelegenheid en economische groei bevordert. Maar dat argument is hopeloos achterhaald.

Want in hoeveel contracten tussen universiteit en industrie staan er afspraken die bijvoorbeeld human trafficking verhinderen? Staan er clausules in die ‘big pharma’ verplichten om sociaal aanvaardbare prijzen te hanteren? Zijn er verbintenissen die ‘big oil’ verplichten om mee te werken aan de akkoorden van Parijs? Wat wordt er in die contracten van die ondernemingen geëist qua duurzaamheid, sociale verantwoordelijkheid en ethisch gedrag? Kan iemand ons vertellen wat de toegevoegde sociaal-economische waarde is van de samenwerking van sommige Europese universiteiten met (onder andere Chinese) wapenfabrikanten?

Het is hoog tijd voor een debat over de kerntaken van academische instellingen en hun verhouding tot de industrie. Het applaus voor de samenwerking met ‘big corp’ dat in de wandelgangen van universiteiten soms weerklinkt is – mild gezegd- misplaatst. Derek Bok, voormalig president van Harvard, merkte reeds in 2003 op: “Er zal zeer sterk leiderschap nodig zijn om de uitholling van de waarden waarvan het welzijn en de reputatie van universiteiten afhangen, te voorkomen.” Indien samenwerking nuttig en nodig is, waarom zouden hogescholen en universiteiten hun contracten met de industrie niet openbaar maken én ze onderwerpen aan een democratisch debat binnen de academische gemeenschap?

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234