Maandag 28/11/2022

ColumnJana Antonissen

‘Amper een uur nadat ik anderen erop betrap, maak ik me zelf schuldig aan ethnic profiling’

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Journalist Jana Antonissen en auteur/theatermaker Julie Cafmeyer vertellen beurtelings over het leven.

Jana Antonissen

Kort nadat de trein de Italiaans-Franse grens heeft overgestoken, denderen drie spierbundels in kogelvrije vesten de wagon binnen. Met spiedende blik patrouilleren de douaniers door de coupé, voeren willekeurige paspoortcontroles uit. Alleen wordt snel duidelijk dat ze er enkel niet-witte passagiers uitpikken.

“Wat heb je dan in Italië gedaan?”, vraagt een grenswacht aan een man met Noord-Afrikaans uiterlijk. Haar ogen samengeknepen, stem streng. Alsof een zomers verblijf in het land van la dolce vita uiterst verdacht is. De man blijkt er te wonen.

Het is een van die momenten waarop ik me ongemakkelijk bewust ben van de onzin die me dankzij mijn huidskleur bespaard blijft. Desalniettemin bezondig ik me amper een uur later zelf aan ethnic profiling. Schuin voor mij zitten namelijk twee mannen aan zware rugzakken te frunniken. Op fluistertoon overleggen ze haastig met elkaar in een taal die ik niet herken. Een van de twee checkt elke tien seconden zijn telefoon. Mijn kaak spant zich aan, mijn hartslag gaat de hoogte in. Ik moet hier weg, nu. Enkele coupés verder kom ik weer tot mezelf. Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

Het reptielenbrein, het oudste hersendeeltje waarin ons instinct huist, laat zich echter niet zomaar door onze ratio commanderen. Bij al dan niet reëel gevaar laat het ons vechten, vluchten of bevriezen, nog voor we tijd hebben om na te denken.

Na de terroristische aanslagen in Parijs, Brussel en Berlijn sloop een venijnig gif mijn onderbewustzijn binnen om aldaar gretig mijn reptielenbrein aan te vuren. Nu de kranten vol artikels over het proces tegen de Brusselse aanslagplegers staan, betrap ik mezelf erop metro- en treinstellen opnieuw af te speuren naar mogelijke daders. Achteraf schaam ik me altijd rot, maar op het moment zelf ben ik zo overtuigd dat mijn laatste uur geslagen heeft dat het me worst zal wezen of mijn angst al dan niet racistisch is.

Volgens de Afrikaans-Amerikaanse traumatherapeut Resmaa Menakem helpen schaamte en schuld sowieso niemand verder. Het antiracismedebat verloopt volgens hem nog te verstandelijk. Om racisme écht te ontmantelen, betoogt hij, moeten we in het lichaam beginnen.

In My Grandmother’s Hands: Racialized Trauma and the Mending of Our Bodies and Hearts legt Menakem uit dat in álle lichamen, ongeacht hun huidskleur, raciaal trauma schuilt. Dit is het gevolg van eeuwen van wat hij white body supremacy noemt. Onbewust werken onderdrukkende systemen als segregatie, slavernij en kolonialisme nog steeds in onze lijven, zwarte én witte, verder. Zolang we niet met dat raciale trauma aan de slag gaan, zullen we die sluimerende gevoelens blijven doorgeven aan de volgende generatie.

In plaats van te vluchten – letterlijk, zoals ik in de trein deed, maar ook in bredere zin, uit schaamte gevoelens onderdrukken – moeten we volgens de therapeut op angstige momenten juist aandachtig blijven voor wat er in ons lichaam gebeurt, het bewust bewonen.

Want je, al dan niet ongemakkelijk, bewust zijn van je privileges volstaat niet.

``

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234