Maandag 09/12/2019
Annelies De Rouck. Beeld Tim Coppens

Back in Belgium

Amerika opende me de ogen voor het plezier van het kleine gebaar

Annelies De Rouck herontdekt haar vaderland.

Als mensen me vragen wat het allerbelangrijkste is dat ik heb overgehouden aan een decennium in Amerika, dan zeg ik: mijn gevoel van verbondenheid. Wat ik hiermee bedoel? Amerikanen zijn kapitalisten en individualisten, net zoals wij, maar ze zijn ook heel erg gericht op familie en community. Tot een groep gelijk­gezinden behoren is erg belangrijk voor Amerikanen. Ervaringen zijn er om gedeeld te worden, en rijk of slim worden just for the sake of it, dat geeft geen voldoening.

Teruggeven aan je gemeenschap is essentieel. Mijn tante Ingeborg en nonkel Dirk verhuisden vijf jaar geleden naar Atlanta. Mijn tante, die nog nooit buiten Zele had gewoond, vond daar onwaarschijnlijk snel haar draai. Ook al miste ze haar drie dochters en kleinkinderen, de keren dat ik haar in Atlanta zag, leek ze echt in haar element. “Om in Amerika aanvaard te worden, moet je vrijwilligerswerk doen”, had ze mijn moeder eens verteld, dus gaat ze elk weekend wandelpaden onder­houden in het lokale natuurgebied en geeft ze kookles aan vriendinnen.

Amerika opende me de ogen voor het plezier van het kleine gebaar. Ga je ergens nieuw wonen, dan komen de buren eens langs met een zelfgebakken cake. Als er iemand een baby krijgt, wordt er een maaltijdenplan opgesteld onder vrienden en collega’s, zodat de kersverse ouders de eerste weken niet zelf hoeven te koken. Dat is vrij standaard en daar hoef je niet om te vragen.

Enkele jaren geleden waren Belgische kennissen in de ban van een vriendin die mentale problemen leek te hebben. Ik hoorde gênante ­anekdotes over haar steeds vreemder wordende gedrag, maar niemand die een plan klaar had of eens dacht aan een interventie. Boos werd ik daarvan, al dat geroddel, maar geen uitgereikte hand. In Amerika veeg je niet enkel voor je eigen deur, maar ook voor die van de buren.

Er speelde zich vorig jaar een interessante discussie af in mijn coffee­shop, toen Franse klanten vertelden aan Amerikaanse vrienden dat hun onderburen in Manhattan vaak tegen hun (eigen) kinderen schreeuwden en dat ze daar hartzeer van hadden. “Heb je de kinderbescherming al gebeld?”, was de eerste vraag van de Amerikanen. Dat vonden de Fransen toch wat ver gaan. Bij de Amerikanen was er nul twijfel. De kinderbescherming bellen en geen risico nemen, was de boodschap.

Mijn theorie is dat we in West-Europa zulke goeie sociale vangnetten hebben, allemaal geregeld door de overheid, waardoor je je minder ­zorgen gaat maken om het welzijn van de mensen in je directe omgeving. Gisteren vertelde een collega mij over een vzw van Afrikanen in Brussel die gezelschapsspelletjes uit Afrika naar hier brengt. Iets met gemeenschapswaarden, omdat die mensen ons individualisme hier stuitend ­vinden en vinden dat we wat Afrikaanse warmte kunnen gebruiken. I’m into it.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234