Maandag 21/10/2019

Meningen

America First is een slogan met een antisemitische geschiedenis

Mensen plaatsen bloemen en steunbetuigingen op een kruispunt naast de synagoge van Chabad of Poway, waar een schutter op 27 april het vuur opende en één persoon doodde in Poway, Californië, VS. Beeld EPA

Frans Verhagen is journalist en Amerika-kenner. Hij publiceerde o.a. De Kennedy’s, Amerika’s First Family.

Het Amerikaanse antisemitisme dat zaterdag leidde tot de tweede aanslag op een Amerikaanse synagoge in een half jaar is het topje van een ijsberg. Twee zomers terug was het te zien bij de fakkeloptocht in Charlottesville waar neonazi’s en blanke nationalisten riepen “Jews are not going to replace us”. Regelmatig worden begraafplaatsen beklad en in alt-rightkringen is Jodenhaat heel normaal.

We denken vaak over Amerika als een paradijs voor joodse burgers, in werkelijkheid heeft Amerika een lange geschiedenis van antisemitisme. Die gaat terug tot rond 1850 toen Duitse immigranten als Lehman, Goldman en Seligman in New York prominente bankiers werden. Ondanks en deels wegens hun succes werden ze sociaal op afstand gehouden. Het grootste hotel in Saratoga Springs weigerde de bankier Joseph Seligman onderdak onder het motto ‘No Jews Allowed’.

Het werd erger toen na 1890 miljoenen straatarme Oost-Europese en Russische Joden arriveerden, verjaagd door discriminatie en pogroms. Nu ging het om arme, Jiddisch sprekende vluchtelingen die in de grote steden aan de onderkant van de samenleving terechtkwamen. Ook de gevestigde joodse Amerikanen hadden weinig compassie met hen.

Toen president Wilson in 1916 Louis Brandeis, de eerste joodse rechter, benoemde in het supreme court, weigerden sommige van zijn collega’s naast hem te zitten of met hem te praten. De autoproducent Henry Ford was een luidruchtige antisemiet die beweerde dat een grote joodse samenzwering Amerika kapotmaakte. Volgens Ford waren Joden verantwoordelijk voor de Eerste Wereldoorlog, voor alle misdaad in het land, voor de slechte kwaliteit van de Amerikaanse marine en uiteraard voor stakingen en anarchisme.

 Onaangename onderbuik

De Grote Depressie maakte anti-elitegevoelens los die zich maar al te gemakkelijk vertaalden in antisemitisme. Volgens peilingen zag de helft van de Amerikanen Joden als hebzuchtig en oneerlijk, 40 procent vond dat ze te veel macht hadden in Amerika. Tegenstanders van Franklin Roosevelts New Deal hadden het over de ‘Jew Deal’. Synagogen werden beklad met swastika’s. De populaire katholieke radiopredikant Father Coughlin was antisemitisch en dat gold ook voor het America First Committee van de vliegenier Charles Lindberg, een bewonderaar van Hitlers Duitsland. America First is een slogan met een antisemitische geschiedenis.

Schuldgevoel over het niet opnemen van vluchtelingen en het negeren van de vernietigingskampen leidden tot een overdreven reactie: voor Amerikanen is de Tweede Wereldoorlog in Europa teruggebracht tot de Holocaust. Toch verhinderde dit bewustzijn niet dat ook na de oorlog zakenclubs en golfbanen zwarten, vrouwen en Joden buiten de deur hielden. Alan Greenspan, de latere directeur van de Federal Reserve Board, ondervond begin jaren 50 anti-joodse sentimenten op Wall Street.

President Richard Nixon laat in zijn bandopnames een diepgeworteld clichématig denken over Joden horen, op en over het randje van antisemitisme. De opmerkingen vielen in het gezelschap van Henry Kissinger, zijn als kind uit Duitsland gevluchte joodse veiligheidsadviseur. Dat wijst erop dat het voor Nixon dagelijkse kost was. Voor Kissinger was het nooit reden om zich van de president af te keren of er iets over te zeggen.

Ook in zwarte kringen, vooral bij de Nation of Islam en diens leider Louis Farrakhan, maar ook onder establishmenttypes als Jesse Jackson, heerst een afkeer van joodse Amerikanen. In zijn presidentscampagne noemde Jackson New York ‘Hymietown’. Jackson ontkende eerst en noemde het toen een joodse samenzwering om hem te ondermijnen. Onlangs was Farrakahns antisemitisme nog een splijtzwam in anti-Trump-organisaties.

Het levert een paradox op: op het oog is Amerika een bijzonder vriendelijk land voor joodse burgers. Vaak wordt juist naar West-Europa gewezen als broedplaats van groeiend antisemitisme. Amerikaanse joden weten wel beter en de recente uitingen laten zien hoe het werkelijk zit.

De onnozele president in het Witte Huis denkt dat hij gevrijwaard is van kritiek omdat zijn schoonzoon en dochter joods zijn en zijn beleid pro-Israël. In werkelijkheid hebben Trump en zijn omgeving een klimaat geschapen waarin het aantal incidenten sterk is gestegen en een onaangename onderbuik van Amerika zichtbaar wordt. Er is niet zozeer sprake van groeiend antisemitisme als wel een groei van de bereidheid om onder de vlag van afkeer van politieke correctheid er ongefilterd over te babbelen. Geen wonder dat de meest extreme activisten er ook naar handelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234