Zondag 25/08/2019

Column

Altijd wilde ik vriendin worden met de meisjes die me het meest pestten

Hilde Van Mieghem. Beeld Eric de Mildt

Hilde Van Mieghem (°1958), acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld.

1966. Ik was 8 en ging naar een nieuwe school. Het Imelda Instituut te Linkeroever Antwerpen.

Ik heb op vele scholen gezeten. Eerst door toedoen van mijn ouders, wegens verhuizen of ontevredenheid over school en prestaties van hun dochter. Later omdat ik er zelf voor zorgde dat ik van school werd getrapt.

Op het Sint-Lutgardis gebeurde dat omdat ik rondbazuinde dat ik een zigeunerin was die geadopteerd was – het idee dat mijn ouders echt mijn ouders waren, vond ik toen onaanvaardbaar. Omdat ik vol overtuiging vertelde dat de Mercator-boot in Oostende van mijn vader was, wat hij elke keer als we daar waren ook daadwerkelijk beweerde. Uiteindelijk omdat ik, dat was de druppel die de emmer deed overlopen, tot in detail uitlegde hoe mijn nieuwe broertje met een keizer­snede op de wereld gekomen was. Dat kon niet, kinderen komen van God.

Een school later: het Onze-Lieve-Vrouwe­college. Daar mocht ik opkrassen omdat ik in al mijn blijdschap op rolschaatsen, die ik van de Sint gekregen had, naar school bolde en dat doen meisjes in een Onze-Lieve-Vrouwe-uniform niet. Ik was een schandvlek.

Maar, een paar jaar eerder op het Imelda Instituut te Linkeroever Antwerpen dus. Voor ik rebels werd. Om een reden die ik nooit begrepen heb, werd ik altijd pas na het eerste trimester van de ene school naar de andere verplaatst. Na de kerstvakantie. Nog steeds staat dat eerste uur op een nieuwe school in mijn geheugen gegrift. Daar stond ik dan met mijn haar in twee staartjes, in een nieuw school­uniform, op het verhoogje vooraan in de klas naast de nieuwe juf. En ik had geen schijn van kans – 24 paar meisjes­ogen keken me aan en ik hoorde ze denken: jij komt er niet in. Vriendinnengroepjes waren al lang gevormd en wat ik ook probeerde, ze bleven me haten.

Altijd wilde ik vriendin worden met de meisjes die me het meest pestten. En in die klas zaten er zo drie die samen onafscheidelijk waren. De twee jaar op die school waren een marteling, met als absolute hoogtepunt de dag dat ze me zeiden dat ik eindelijk tot hun groepje toegelaten zou worden op voorwaarde dat ik me als een deurmat aan hun voeten zou leggen. Wat ik DEED! Eén voor één stapten ze op me, veegden langdurig hun voeten en stapten weer van me af.

Hun belofte hielden ze niet. Soms voelde ik, in al die jaren die erop volgden, nog het gewicht van hun lichamen.

Vijftig jaar later. Ik zat in volle voorbereiding van de film Sprakeloos. Een vrouw die las dat we amateur­acteurs zochten, benaderde me, zei dat ze Marina heette en dat ze met mij in de klas gezeten had, op Linkeroever. Ze wilde graag meespelen in de film.

Op de set, tussen twee takes door, stonden Marina en ik even te praten. Weet je nog, vroeg ze, hoe vaak wij uit de klas werden gegooid wegens te veel kletsen en hoe we samen uren stonden te lachen op de gang?

Wat vreemd, dacht ik, dat ik me zo glashelder de pijnlijke gruwel herinner van die jaren waarin ik alles deed om in de gunst te komen van drie meisjes die me behandelden als ‘een emmer vol snot’ – een uitdrukking van die tijd – terwijl ik me geen seconde herinner van de ontelbare, ongetwijfeld gezellige uren met Marina op de gang.

Ik keek in haar ogen: een wonderlijk blauw. Dat ik me daar niet aan vastgeklampt heb? Dat ik die warmte toen niet gezien heb? Ik bleef in dat hemelse blauw kijken en dacht: dank je, je neemt het gewicht van hun lijven weg. Alles samen zo’n 75 kilo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden