Woensdag 29/01/2020

Opinie Anne Provoost

Als zij ons sneeuwvlokjes noemen, noemen wij hen dorsvlegels

Beeld AFP

Anne Provoost schrijft romans, essays en korte verhalen. Haar werk is in twintig talen vertaald.

Nu intussen al een paar jaar geleden stuurde ik een mailtje aan mijn ooms en tantes, allen ouder dan 75 jaar. Ik gebruikte als aanhef ‘Beste tantetjes en nonkeltjes’, sprak hen in de verkleinvorm aan naar het voorbeeld van de voorgaande generatie: mijn ouders spraken over hun eigen ooms en tantes ook in het diminutief. Ik kreeg nog diezelfde dag een antwoord, afkomstig van de jongste zus van mijn moeder, of ik het wilde laten haar ‘tantetje’ te noemen, zo neerbuigend, ze was toch niet kinds?

Oh my god, I find that offensive! Mogen we dat nu ook al niet meer zeggen? Je mag tegenwoordig niks meer. Iedereen is zo gevoelig vandaag de dag, aangevallen, tekortgedaan, zeurpiet naast zwartepiet, iedereen woke van ’s ochtends tot ’s avonds.

We zijn mondig geworden. We geven aan wat ons kwaad maakt of verdrietig. Mensen die in vroegere tijden nooit de pen zouden hebben opgepakt, tikken nu lange mails, vullen tekstballonnen op hun smartphone.

Anne Provoost. Beeld Sophie Kandaouroff

Om niet de hele dag op ons gelijk te moeten staan, zoeken we gelijkgestemden, ontvolgen en ontvrienden we wie raar doet, vertonen we een schildpadreflex. Ons hele lijf is een aaneenschakeling van gevoelige plekjes.

Is dit een ramp? Worden we mietjes? We zijn zacht en teder, emotioneel. Er is voor ons een naam: we zijn sneeuwvlokjes. Bedoeld wordt dat we smelten bij de minste aanraking.

Ik luisterde inderdaad naar mijn tante. Ik ben een schrijver met name, ik verplaatste me in haar. Ik aanvaardde haar bezwaar. Ik zei nooit meer ‘tantetjes’, nooit meer ‘nonkeltjes’, nooit meer ‘madammeke’. Het ging me goed af, het kostte me geen inspanning, ik voelde me niet bestolen, mijn vocabularium was nog ruim genoeg.

Hoe onderscheidt zich mijn tante van die anderen die me vragen me aan de nieuwe tijden aan te passen? Mensen die zeggen dat ik mezelf niet meer met ‘blank’ aanduiden mag, het n-woord niet mag gebruiken, ‘halfbloed’ moet laten vallen, die vinden dat bij een aanspreking je je niet enkel kunt richten tot de ‘dames en heren’ omdat je dan personen achterlaat die zich niet identificeren op de binaire schaal?

De individuen die hun verzoeken plaatsen hebben iets meegemaakt. Ze hebben een verhaal, een problematiek, vaak zelfs een drama. Ze lijden aan wat de Britten chandelier pain noemen, dat is pijn op een plaats die, als je hem aanraakt, zo veel zeer doet dat een patiënt onwillekeurig opveert en in de luster gaat hangen. Het zijn mensen met een nauwkeurig gevoel voor wat mis kan gaan. Ze leggen iets bloot, ze herinneren ons aan een waarheid: we doen altijd aan profiling, we hanteren impliciete en onbewuste rankings, in het voordeel van sommige mensen, en in het nadeel van anderen.

Er zijn mensen die zeggen dat het gevaarlijk is om in woordverbiedingen mee te gaan, die waarschuwen dat als je ze een vinger geeft ze een hand pakken, die vinden dat het van belang is dat iedereen gewoon wordt gemaakt aan de verregaande vrijheid van meningsuiting die hier bestaat.

De vrijheid van meningsuiting is altijd al begrensd, overal: laster, smaad, aanzetten tot haat, in ons land een wet op Holocaust-ontkenning, een antiracismewet en een wetgeving omtrent discriminatoir gedrag, sinds nog niet zo lang een seksismewet.

Er zijn nog altijd mensen die de wet op negationisme een aberratie vinden, die vinden dat spreken helemaal moet vrij zijn, te allen tijde, dat het vrije woord in geen enkele omstandigheid kan worden beknot. Ze noemen zichzelf graag ‘liberaal’.

Een filosoof met een belangrijke leerstoel in Gent organiseerde een studiedag met als onderwerp: ‘Durf krenken’, een variatie op het adagio van de universiteit ‘Durf denken’. Eigenlijk bedoelde hij: leer gekrenkt te worden, leer om te gaan met het affront, word sterker door te worden geschoffeerd. De opinie van anderen in je gezicht worden gegooid is als je wassen met koud water, het is gewenning, op het eind doet het deugd, iedereen heeft namelijk de vrijheid van koudwatergooien.

De mensen die zich liberaal noemen, zijn de ‘zuiveren’. Ze zijn als een Grieks koor: ze geven commentaar, ze komen niet op de planken, ze houden hun handen proper. Een Grieks koor heeft principes: het zal uit den treuren herhalen wat Voltaire zou hebben gezegd, “Ik keur af wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen”, maar het overschat het menselijke vermogen om met woorden weer goed te maken wat woorden kunnen aanrichten. En het ónderschat de capaciteit van woorden als gif.

De wereld is veranderd sinds de tijd van Voltaire. Informatie verspreidt zich niet meer via publieke zenders met shared facts. Kennis loopt volgens individuele algoritmes, afgestemd op geregistreerd koop- en surfgedrag. De boodschap die relevant is, is de boodschap die aankomt. Hoe groter de echokamer, hoe meer mensen op hetzelfde moment praten, hoe meer hoaxes, Cambridge Analytica, gedragsmicrotargetting,  deepfakevideo’s, technieken voor manipuleren van aandacht met bij elk aanklikken een beloning voor onze hersenschors. En elke waarheid, uit iedere mond, is ineens evenwaardig. De emancipatie is, zou je kunnen zeggen, volkomen geslaagd: tot en met Trump mag vandaag een FBI-agente bespotten door haar orgasmerend na te doen. Freedom of speech is vandaag freedom of reach, het ongelimiteerd elkaar kunnen bereiken met de snelheid van 4G.

We moeten een naam hebben voor de hatemongers, de mensen met antisociale en toxische intenties, agitatoren wier doelstelling het is het maatschappelijk debat naar het kookpunt te brengen, zoals zij ons sneeuwvlokjes hebben genoemd. Laten we hen dorsvlegels noemen, in het Engels: threshing flails.

Mensen die altijd maar herhalen dat de vrijheid van meningsuiting absoluut is, gedragen zich als leerling-tovenaars. Een vrijheid is altijd een kostbaar leeuwenjong dat kan veranderen in een leeuw die gevaarlijk is. Goede regels zijn overal noodzakelijk. Goede regels vragen overleg en tijd. Goede regels komen dikwijls te laat. Zoals bij drugsbestrijding zal de distributie moeten worden aangepakt, zullen megabedrijven die platformen aanbieden waarop boodschappen worden verspreid die vals zijn en gelogen, die aanzetten tot misprijzen en haat, moeten worden aangepakt. 

Het verschil moet worden aangeleerd tussen het schelden en plagen van hogere autoriteiten en een systematisch gejen van groepen mensen waarvan de geschiedenis heeft bewezen dat ze kwetsbaar zijn voor uitsluiting. En in plaats van Voltaire te blijven herhalen, moet burgers worden bijgebracht dat het recht op het vrije spreken altijd gepaard gaat met de plicht, minstens het engagement, tot sociale pacificatie.

De dorsvlegels wekken de indruk dat als ik inga op het verzoek van mijn tante mijn vrijheid van meningsuiting is beknot. Maar word ik opgejaagd? Moet ik naar de gevangenis als ik ‘tantetje’ blijf zeggen?

De tactiek van de dorsvlegels is de volgende: ze noemen elk verzoek om zelfs maar een woord te veranderen het inperken van hun vrijheid. Ze roepen bij de eerste aanzet van een debat al ‘Censuur!’ Ze gebruiken de methodieken van alt-right, en ze krijgen daarbij de steun van zij die zich liberaal noemen. De reactie van platformen is dan vanzelf dat iedereen wil bewijzen dat niemand wordt weerhouden vanwege zijn gedachten. Zo veroveren ze weer een plaats aan de tafel, om opnieuw te slaan als vlegels op aren (en valt het u op dat in geen tweeduizend jaar de vrijheid van spreken ooit absoluut was, en dat nu de vrouwen en de zwarten beginnen te praten ze ineens met grote urgentie absoluut moet worden?)

Er kunnen redenen zijn om tijdelijk regels te maken die een heilig principe afbakenen, beperkingen eigen aan een tijd. De belangrijke vraag daarbij is of er partijen zijn die bescherming nodig hebben in het debat, en of het onderwerp wel geschikt is om in handen te blijven van de witte geprivilegieerden. Het is nooit goed voor een maatschappij als mensen who can’t stand the heat systematisch out of the kitchen blijven. Absolute vrijheid is niet een begin maar een doel aan de einder. Absolute vrijheid is meer dan koudwatergooien. Absolute vrijheid moet je verdienen.

Dit is een ingekorte versie van de keynote die Anne Provoost gaf voor het jaarlijkse werkcongres van de Vlaamse Auteursvereniging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234