Donderdag 28/05/2020

Place du samedi

Als mijn stad zo nodig bulldozers wil laten aanrukken, dan stel ik voor dat ze die door de Beenhouwersstraat jaagt

Beeld RV

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

Bestaat er iets beters dan zo'n lentedag die al de kop opsteekt midden in een week vol wakke sneeuw, ijsregen, snijdende wind en een grauwe hemel die zo laag scheert dat je het hem dat, zoals Brel zong in 'Le plat pays', wel moét vergeven?

Zo'n zonnige doodgewone weekdag waarop de lucht zo dun is dat je er zelf in vervliegt, zo'n dag waarop het weer aankondigt dat het straks gewoon goed komt met de wereld, na die winter vol moord en doodslag.

Zo'n dag was het een donderdag of twee geleden, en daarom beslisten mijn geliefde en ik om nog eens een citytrip te maken naar de Marollen. Eerst een wandeling door de Blaesstraat, ooit de slagader van het koopjesparadijs der arme Brusselaars, en een straat die nog altijd een sterke, eigen smoel heeft, ook al verliest ze gestaag het gevecht tegen de 'sablonisering'. Dat is een duur woord dat wil zeggen dat de volkse uitdragers en rommelmarchands van weleer daar zoetjesaan plaats moeten ruimen voor de chiquere antiquairs die vanuit de Zavelwijk de lager gelegen Marollen gestaag economisch koloniseren.

Vanuit de Blaesstraat bereik je moeiteloos het Vossenplein, ook wel genaamd La Place du Jeu de Balle, ofwel het Kaatsspelplein, ofwel Den Aa Mèt. Ik mag er graag rondhangen, al ben ik niet het type dat urenlang in gebukte houding zit te graaien naar objecten die andermans miserie overleefd hebben.

Ik ben meer van de soort die denkt dat iets wat je niet zoekt zich wel vanzelf aan je zal aanbieden met het vriendelijke verzoek gevonden te worden.

Beeld Karoly Effenberger

En kijk, zo trapte ik die donderdag bij het betreden van de markt al meteen op twee goede boeken van Patrick Modiano en John Osborne. Meester- werken die zomaar op de keien lagen omdat ze klaarblijkelijk uit een te vol geladen plastic vuilniszak waren gebarsten. Naast mij stond een mijnheer die vier mooie blauwe boekjes vasthield met daarin alle essentiële toneelstukken van Harold Pinter. Ik had ze in de jaren '60 al eens willen kopen maar had daar toen het geld niet voor. Die mijnheer, een gentleman, zag de lichte afgunst in mijn ogen en schonk mij spontaan de Methuen-pockets The Homecoming, The Birthday Party, The Collection/The Lover, The Room/The Dumb Waiter, allemaal in ongeschonden versies uit 1966.

Ik laat zelf nooit ergens een boek liggen van een schrijver van wie ik hou. Ik wil dat zo'n boek een rustige oude dag mag slijten in mijn bibliotheek en niet moet rotten op de straatstenen of vermolmen in een stoffig rek bij het Leger des Heils of in de Wereldwinkel.

Om wat na te genieten van mijn boekenbuit ging ik die mooie ochtend ook even op een rieten stoel zitten in de onopvallende kerk die al mijn hele leven lang op het Vossenplein staat en die, moet ik zeggen, van binnen een stuk interessanter oogt dan van buitenaf gezien. Ik las wat in The Lover en kreeg een goedkeurende knik mee van een passerende pastoor die zeker dacht dat ik aan het brevieren was. Ofwel was hij een Pinter-kenner.

Tijd voor soep met brood dan bij Chez Tony, maar onderweg daar naartoe toch ook nog wat gezigzagd langs de Rattestroet, een korte straat die in twee van onze andere landstalen te boek staat als Rue de l'Economie en Spaarzaamheidstraat maar van haar eigen de Zuinigheidstraat heet. Het is een straat naar mijn hart, wellicht omdat er strikt gesproken niets te beleven valt, wat altijd een goed teken is.

Even later sta ik aan de andere kant van het plein en heb ik een bevoorrecht zicht op het hele va-et-vient dat hier van een gewone donderdagochtend ook al een feest maakt. Uit de aanpalende cafés klinkt bedenkelijke muziek, de koffie die ik drink op een wat shabby terras is niet volledig volgens de regels van de kunst gezet, het schilderij dat ik wilde kopen (La famille belge) is terwijl ik in die kerk zat aan iemand anders verpatst maar toch denk ik: wat is het hier mooi en goed zoals het is!

Zelfs Steven Spielberg besefte dat, toen hij er de openingssequentie van zijn Kuifje-film situeerde. En ik herhaal met hem: het is hier goed.

Een troostende gedachte, die tot eergisteren verstoord werd door de wetenschap dat rode en blauwe stadspolitici het waanzinnige plan opgevat hadden om dit plein voor een periode van tenminste drie jaar vakkundig om zeep te helpen. Maar die ondergrondse parking, die komt er dus niet.

Ik vroeg me al een tijd af hoe weinig empathie je als politicus eigenlijk moet hebben met een stad en haar bevolking, als je niet beseft wat nu precies de geest is van die stad? Hoe kun je nu niet zien dat wat hier draait goed draait en dat het goede leven hier werkelijk geen enkele inmenging nodig heeft van betweterige stadskernvernieuwers of gewetenloze betonboeren? Hoe oneerlijk waren de pogingen van het Brusselse stadsbestuur niet om het doorvoelde en breed gedragen protest tegen de aanleg van vier nieuwe ondergrondse parkings in hartje Brussel af te doen als een folkloristische strijd van een paar behoudsgezinde marginalen?

Als mijn stad, ook de uwe, zo nodig bulldozers wil laten aanrukken, dan stel ik voor dat ze die eens door de Beenhouwersstraat en de Kleine Beenhouwersstraat jaagt om daar alle malafide horecazaken weg te zwiepen die door de jaren heen deze voormalige bloeiende artiestenwijk tot een ware schandvlek gemaakt hebben. Een voor echte Brusselaars en hun gasten absolute no go-zone waar jaar in, jaar uit letterlijk honderdduizenden toeristen bestolen, bedrogen en in vele gevallen ook bijna vergiftigd worden door de minderwaardige dranken en dito voedsel die er door een ware restaurantmaffia aan achteloze bezoekers worden toegediend.

Ik verneem uit goede bron gelukkig wel dat Brussel van plan is hier eindelijk iets aan te doen en dat juich ik uiteraard toe. Maar ik hoop innig dat die opruimactie snel en grondig zal gebeuren, want dat zogenaamde Ilôt Sacré besmeurt dagelijks de reputatie van la capitale, en draagt er ongetwijfeld toe bij dat vele bezoekers uit de hele wereld een zure herinnering overhouden aan diezelfde stad.

Ach, misschien moet die hele Beenhouwersstraat maar als curiosum overgeheveld worden naar de op komst zijnde wonderstad Uplace (of Uplakee, zoals ze bij 'De ideale wereld' zeggen), zodat ik tijdens dit leven nog eens rustig door de Brusselse straatjes kan struinen die mij vijftig jaar geleden deden dromen van Saint-Germain des Près en Greenwich Village.

Als Uplakee er uiteindelijk niet komt, stel ik voor om de wildernis die daar nu woekert tussen Vilvoorde, Machelen en Zaventem genereus ter beschikking te stellen van de tv-zender Vier. Lijkt me een ideale plek om kandidaten te kweken voor ongetwijfeld nog vele voze afleveringen van het rariteitenkabinet dat 'Komen eten' heet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234