Maandag 16/09/2019
Hilde Van Mieghem. Beeld rv

Column Hilde Van Mieghem

Als kind hield ik al van die bijzondere, bijna magische sfeer van de wake

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven

Het zachte fluisteren, de vochtige ogen, de handen die verstrooid het hoofdje van een spelende peuter strelen, de geur van koffie of thee, het zachte gerinkel en getinkel van kopjes en schoteltjes die voorzichtig op tafel worden gezet, het borreltje of glas wijn later op de dag, de bloemen overal, het druppelen van de regen buiten of het zonlicht dat over het geheel een laagje goud legt, het omhelzen en kussen, het elkaar vasthouden en het ontroerd glimlachen door de tranen heen, de gebarsten stemmen bij het ophalen van herinneringen aan hem of haar die er niet meer is. Er niet meer bij is.

Nooit eerder waren ze zo aanwezig als nu. De doden.

Als kind hield ik er al van, van die bijzondere, bijna magische sfeer van de wake. Ik begreep toen niet wat er aan de hand was maar dat deed er niet toe. Vijf was ik. Aan mijn vaders hand liep ik mee door de verduisterde kamers van het huis. Langs de vele familieleden die er zaten en je nu, in tegenstelling tot bij andere gelegenheden, lang aankeken, alsof ze je voor het eerst zagen. Je in hun armen namen of op schoot, hun neuzen in je haren drukten als was je een pluizige speelgoedbeer waarbij ze troost vonden. “Ja schatje, ja, nu is hij er niet meer, ga nu maar afscheid nemen”, fluisterden ze in je oor. En dan naar de kamer waar oud­oom André opgebaard lag in een kist op schragen.

Het gedempte licht en de brandende kaarsen, de paternoster in zijn gevouwen handen, de bloemen op het kussen naast zijn hoofd. Ik moest de dode oom kussen en vond het niet eng. Ik weet nog precies hoe zijn koude voorhoofd aanvoelde en hoe hij met een mysterieuze glimlach lag te slapen in glanzend, wit satijn.

Aandoenlijk kinderlijk

Iedereen was lief en teder. De gezichten kwetsbaar en op een vreemde manier aandoenlijk kinderlijk. Ik kon met moeite de grimmige volwassenen bespeuren aan wie ik gewend was. Dit was wel een heel bijzonder feest.

Elf jaar later. Mijn grootmoeder ligt te stralen in haar kist, mijn moeder steunt op mij en vraagt me of ik denk dat ze gelukkig is. Mama, zeg ik, kijk dan toch hoe jong ze er ineens uitziet, er is geen rimpel meer te bespeuren en ze bloost, ze is nog nooit zo gelukkig geweest. En met een kus nam ik ook van haar afscheid. Dan pas zag ik de laag make-up op haar oude gezicht en schrok. Wat werd er verhuld?

De voorbije week was de betovering van de dood ook hier voelbaar. Eli, mijn buurman, bereidde de begrafenis van zijn moeder voor. En ook al worden de doden nu buitenshuis opgebaard, toch is ze erbij, bijna voelbaar. Starend laat hij foto na foto door zijn handen gaan. Ondanks zijn verdriet schiet hij in de lach: “Moet je kijken hoe ze kon swingen, die moeder van mij”, zegt hij. “Het was haar vijftigste verjaardag!” Ik zie haar bezig, wild dansend bovenop een biljarttafel.

De wake. Beeld Jenna Arts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234