Woensdag 23/10/2019
Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Column

Als je overal snorretjes op loopt te tekenen, verslapt mogelijk je aandacht voor échte problemen

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond verscheen bij Pottwal Publishers.

Kijk, iemand heeft een hitlersnor op Theo Francken getekend, zei mijn vrouw.

Ik heb er ook al van hem met een feldgrau uniform aan gezien, zei ik.

Waarom zou iemand dat doen? zei mijn vrouw. Het is wat belachelijk en onnodig om eender wie met Hitler te vergelijken. Stalin en Leopold II: tot daar aan toe, dan héb je het ergens over. Zo’n malle staatssecretaris: dat is pervers.

Wat zou Hitler ervan vinden dat hij met Theo Francken wordt vergeleken? zei ik.

Foute vraagstelling, zei mijn vrouw.

Hitler had vermoedelijk geen humor, zei ik, maar ik probeer me voor te stellen dat hij, gesteld dat hij wist dat zijn snorretje zo iconisch zou worden, voor de grap een complexe Pruisische knevel en een weelderige baard zou hebben laten staan – dan was je nu een uur zoet met het verhitleriëren van Theo. En dan had je er nog behoorlijk wat talent voor nodig ook.

Ik geloof wel dat als je overal snorretjes op loopt te tekenen, je aandacht voor échte problemen mogelijk verslapt, zei mijn vrouw. Armoede en zo. En je zou toch willen dat, in plaats van in dat snorretjes­discours te trappen, politici van alle gezindten en strekkingen nu eens een verstandig gesprek met elkaar zouden proberen te voeren over pakweg de transit­migranten. Een echte werk­tank oprichten, in plaats van electoraal en communautair granaten te gooien. Daar wordt geen mens beter van – zeker de transit­migrant niet. We zijn een volwassen samenleving, we moeten perfect in staat zijn om te verdragen dat we van mening verschillen.

Je hoort ook geen mensen van universiteiten te trappen, zei ik. Universiteiten moeten feesten van tegenspraak zijn, tempels van overtuigingen, broeihaarden van meningen – ook weerspannige, zelfs bedorven. Die bleke bier­smoeltjes van Schild & Vrienden liepen dertig jaar geleden ook al overal ‘rat!’ te roepen en gouw­spraak te spreken. Laat ze. Net zo met de kieslijsten: je moet toch de mogelijkheid hebben om te stemmen voor een ijzervreter die zegt:
ik mot die buitenlanders hier niet – net zoals je iemand moet kunnen verkiezen die zegt: we laten iedereen binnen en we feesten tot de zon opkomt.

Doe afbreuk aan dat pluralisme en je maakt mensen grommelig en boos – mensen zijn niet dom, en als ze wel dom zijn hebben ze hun intuïtie nog. Als sommigen gehoopt hadden met die Pano-reportage de rechtse partijen stokken in de wielen te steken, dan hebben ze mogelijk verkeerd gehoopt. Mensen zeggen: dat zijn dezelfde bleke bier­smoeltjes die vroeger al overal ‘rat!’ liepen te roepen – waarom moeten die plots zwijgen?

Zie die kleuren aan de horizon, zei mijn vrouw, die aan het raam stond. De herfst. Het is al laat. Het wordt vroeg donker. De laatste trekvogels zijn weg. De avond valt.

Aye aye, captain, zei ik, en ik trok naar de keuken, waar een mooi stuk Schotse zalm lag te wachten om bereid te worden met sjalot, verse gember en grof­gesneden San Marzano-tomaten, wat heerlijk moest gaan passen bij de gekoelde Bin 65 Chardonnay van Lindemans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234