Vrijdag 15/11/2019

Opinie

Als je echt nieuws aantrekkelijk maakt, heb je geen nepnieuws meer nodig

Een krantenkiosk in Brussel. Betto van Waarden: ‘Goede journalistiek is essentieel voor de democratie, maar mag het kwalitatief infotainment zijn?’ Beeld Photo News

Betto van Waarden is doctorandus politieke mediageschiedenis aan de KU Leuven en auteur van College Life: Leven als student in Amerika (Gent: Academia Press).

Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een bureau tegen nepnieuws opgezet. Er verschijnen te veel artikelen met foutieve informatie en daarom kunnen journalisten een factcheck laten doen door overheidsfunctionarissen. Al snel komen journalisten niet meer, omdat veel sensationele verhalen niet blijken te kloppen en ze liever die verhalen publiceren dan de saaie overheidswaarheid.

Dit is geen nieuws uit 2018, maar een geheim verslag van de Britse ambassadeur in Rusland uit 1902.

Contra-intuïtief? In het debat over Russische trollen en komende verkiezingen in Brazilië, België en de VS lijkt Rusland wel het laatste land met interesse voor factchecks, maar het voorbeeld illustreert hoe de politiek voor het eerst geconfronteerd werd met massamedia. Bovendien herinnert het ons eraan dat het niet alleen gaat om het herkennen van nepnieuws, maar ook om de aantrekkingskracht ervan.

Reactieve en proactieve beïnvloeding

Eind 19de eeuw werd de pers een massafenomeen en kregen burgers tegelijk meer inspraak, bijvoorbeeld door de uitbreiding van het stemrecht in verschillende westerse landen. Overheden hadden altijd een elite gediend, maar moesten zich nu legitimeren voor een massapubliek. Zelfs de autoritaire Duitse regering kon het zich niet meer veroorloven de ‘publieke opinie’, vlak voor de eeuwwisseling al vertegenwoordigd door meer dan drieduizend Duitse kranten, te negeren.

Om deze publieke opinie te beïnvloeden, gebruikten overheden in de decennia rond 1900 twee traditionele methoden die faalden bij de nieuwe massamedia. ‘Reactief’ censureerden ze onwelkom nieuws, maar de rechtszaken tegen gecensureerde journalisten leidden juist tot meer media-aandacht. ‘Proactief’ subsidieerden ze in het geheim overheidsgezinde kranten, kochten journalisten om en plantten artikelen in verschillende kranten. De bedragen die verschillende mogendheden besteedden aan zulke persmanipulatie in elkaars landen zijn terug te vinden in de geheime rapporten van Duitse diplomaten.

Kritischer publiek

Zelfs de Britten, zo trots op hun principe van persvrijheid, schuwden betalingen ter beïnvloeding van buitenlandse media niet. Het beperkte aantal overheidsgezinde kranten had echter steeds minder impact in de zee aan publicaties die de groeiende massapers dagelijks produceerde, en met de gelimiteerde geheime overheidsbudgetten kon men steeds minder invloed kopen in de nieuwe massamarkt.

Bovendien werd de massapers competitiever en publiceerden uitgevers steeds meer sensatienieuws dat een breed publiek aansprak in plaats van publiek relevante maar onaantrekkelijke informatie. Ten slotte werd het steeds kritischere publiek wantrouwiger tegenover nieuws afkomstig van de overheid. 

Die ontwikkelingen begonnen in de meer liberale Angelsaksische landen, maar volgden gaandeweg in de meer corporatistische en verzuilde Continentaal-Europese landen.

Lessen voor vandaag? Nieuwe vormen van overheidscensuur – zoals het Duitse Netzwerk­durch­setzungsgesetz, maar ook EU vs Disinfo – kunnen averechts werken door gecensureerd nieuws juist uit te vergroten. Informatie van overheden zelf wordt vaak juist gewantrouwd: onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek is betrouwbaarder. En ten slotte: er is niet enkel een gevaar dat waarheid wordt gezien als relatief, maar als relatief oninteressant.

Clickbait

Emotie beïnvloedt onze interpretatie van de waarheid. Als die waarheid niet leuk is verpakt, zijn we überhaupt niet geïnteresseerd. De Russen snappen die medialogica tegenwoordig wel: nu beïnvloeden ze opinies door middel van attractieve clickbait, dat socialemediagebruikers vanwege de sensationele inhoud zelf delen met anderen.

De oplossing? Niet klagen over de teloorgang van een ‘gouden tijd’ van rationeel publiek debat, maar accepteren dat emotie en simplificatie burgers helpen bij het begrijpen van complexe politiek. Personalisering van de politiek, zoals een focus op lijsttrekkers of presidentiële kandidaten tijdens verkiezingen, is niet per se triviaal, maar biedt journalisten de mogelijkheid een verhaal te vertellen over hun partijprogramma’s en burgers zo te informeren en betrekken. Goede journalistiek is essentieel voor de democratie, maar mag het kwalitatief infotainment zijn?

De eerste ‘moderne’ politici, begin 20ste eeuw, begrepen de boodschap. In een context van afnemende journalistieke interesse in politiek, gingen ze zich mediagenieker gedragen. Toen zagen zelfs Britse lezers de excentrieke Amerikaanse president Roosevelt, die een stoomschepmachine bediende in Panama, pronken in hun geïllustreerde tijdschriften. Als je echt nieuws over de geopolitiek van het Panama-kanaal zo aantrekkelijk maakt, heb je geen nepnieuws meer nodig.

Dit is een voor De Morgen bewerkte versie van een bijdrage die eerder in de Volkskrant verscheen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234