Woensdag 29/01/2020
Halina Reijn. Beeld Geert Joostens

Column

Als het zaallicht dooft, zijn er geen rode of groene lampjes die je kunnen redden

Halina Reijn is actrice bij Toneelgroep Amsterdam en schrijft wekelijks over wat haar bezighoudt.

Het is halfnegen in de ochtend, diep onder de grond staan mensen letterlijk tegen elkaar aangeplakt. In plaats van zweet ruik ik deodorant, fris gewassen haren en pas opgespoten parfums. Als de deuren openschuiven, stappen mensen die de uitgang blokkeren netjes uit om de reizigers die hun eindbestemming hebben bereikt, door te laten. 

Op de enorme, bizar steile roltrappen staan diegenen die de klim niet willen wagen aan de rechterkant en de sportievelingen klauteren aan de ­linker. Als een tot in de details geregisseerde school vissen beweegt de massa zich voort, metro uit, roltrap op, rustig achter elkaar in rijen door de poortjes.

“We are very good in queuing”, vertrouwt een Brit me tijdens de lunchpauze toe.

Alles is anders in Londen. 

Normaal zijn wij een half uurtje vroeger dan de ­regisseur op de repetitie, in Londen ben ik volgepland vanaf 9.30 uur. Make-up, microfoons plakken, kostuumfitting, tekstcorrecties, alles maar dan ook alles wordt van tevoren gepland en netjes ingeroosterd. Onderling iets regelen, een spontane tekstrepetitie, dat is er allemaal niet bij. Niemand gilt door de intercom dat ik op het toneel moet verschijnen. Nee, het is miss Reijn en mister Scholten van Aschat en “could you”, en “would you please”. Als ik vraag naar de formele aanpak, dan ­zeggen ze: “They have to address you like that.”

“Says who?”

“Says the law.”

Ik vind het allemaal prachtig en voel me gekoesterd en beschermd, maar denk met zorg terug aan de twee weken die we in Amsterdam hebben gewerkt en vraag me ten zeerste af wat deze Britten vonden van onze lekker nuchtere boerse no-nonsense­aanpak. 

Er is een verplichte lunchpauze van een uur, en een tea-break en elke keer als je het theater binnenkomt of buitengaat, moet je je handtekening achter je naam zetten. ‘In’ en ‘out’, het wordt exact bijgehouden. De eerste dag begonnen we niet met een repetitie maar met een brandoefening.

Als je in de coulissen staat, hoef je niet zelf op te letten wanneer je precies op moet lopen, nee er hangen lampjes die van rood (stand-by) op groen (go!) springen. Een stuk vlees dat ik in de keuken van mijn fictieve restaurant bereid op het toneel, wordt door de mensen van het theater benaderd als een moordwapen. Direct nadat ik in de buurt ben geweest van de verse biefstuk, moet ik mijn handen desinfecteren met antibacteriële zeep. Ik denk terug aan de voorstelling Lulu, die we deels onder water speelden en waar de gebraden kippen rond­dreven in hetzelfde bad waar ik even later naakt in ronddartelde wanneer ik werd ­vermoord. De Britten hadden het niet toegestaan.

Ondanks alle beleefdheden gelden er op het toneel andere wetten. Als het zaallicht dooft, zijn er geen rode of groene lampjes die je kunnen redden. Dan biedt de antibacteriële zeep geen bescherming meer. Ogen dicht en springen, geen kopje thee kan helpen tegen deze angst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234