Woensdag 23/10/2019
Paul De Grauwe. Beeld Bob Van Mol

Column

Als het voorstel van Ocasio-Cortez communistisch is, hebben de VS gedurende 40 jaren een communistisch regime gekend

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt wekelijks.

Alexandria Ocasio-Cortez is een nieuwe ster aan het Amerikaanse politieke firmament. Deze 29-jarige vrouw van Puerto-Ricaanse origine won een zetel in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden bij de verkiezingen van november 2018 en is nu het jongste vrouwelijke lid van deze illustere instelling. Ze laat van zich horen niet alleen door het feit dat ze dansend haar bureau betreedt, maar ook door de voorstellen die ze heeft geformuleerd.

Zo heeft ze een plan op tafel gelegd om het belastingtarief op inkomens boven 10 miljoen dollar op te trekken van het huidige 40 naar 70 procent. De reactie van velen, niet alleen van de Republikeinen, is er een van afschuw en ontzetting. Dat is je reinste communisme.

Een eerste vaststelling is dat de VS tot in de jaren zestig een belastingtarief op de hoogste inkomens hadden van 90 procent, jawel 90; bijna een volledige confiscatie. Dat tarief werd dan verlaagd tot 70 procent en bleef zo hoog tot in het begin van de jaren tachtig toen president Reagan de hoogste belastingtarieven naar 40 procent duwde. Als het voorstel van Alexandria Ocasio-Cortez communistisch is, dan hebben de VS gedurende ongeveer 40 jaren in de naoorlogse periode een communistisch regime gekend.

Nadenken over de vraag hoe hoog het belastingtarief op de hoogste inkomens moet zijn, kan, zonder beticht te worden van communisme. De economen hebben daar al heel lang over nagedacht. Hier is een samenvatting van hun denken.

Er is ten eerste het fenomeen van het dalende marginaal nut van het inkomen. Vreselijk jargon van de economen, zal je zeggen. Het idee is nochtans eenvoudig. Wanneer iemand die 2.000 euro per maand verdient, 1.000 euro per maand extra krijgt, dan verandert zijn of haar leven ingrijpend. Hij of zij kan ineens dingen kopen waarvan hij/zij voordien slechts kon dromen. Geef 1.000 euro extra aan iemand die 1 miljoen euro per maand verdient, en er gebeurt essentieel niets in het leven van die miljonair. Hij/zij zal het waarschijnlijk niet eens merken dat hij nu 1.000 euro extra verdient. 

Dit leidt tot de conclusie dat je die 1.000 euro gerust kunt afnemen van de miljonair en het kunt geven aan de persoon die slechts 2.000 euro per maand verdient. De miljonair zal er nauwelijks iets van voelen en je maakt de andere persoon dolgelukkig. Conclusie: het optimaal belastingtarief op de hoogste inkomens is 100 procent.

Momentje, zal de wakkere lezer die wat economie heeft gestudeerd, nu zeggen. Die miljonair werkt hard en draagt bij tot de productie van goederen en diensten. Als je een tarief heft dat te hoog is, zal hij zich minder inspannen en dat komt de economie (en de overheidsfinanciën) niet ten goede. Dat klopt. Vandaar dat economen besluiten dat 100 procent te hoog is. Het optimale tarief is lager. Maar hoe laag dan?

Trickle-down

Toen in de jaren tachtig in Amerika, en bijna overal elders, de belastingtarieven op de hoogste inkomens op dramatische wijze werden verlaagd, leefde de overtuiging bij vele economen (en niet alleen economen) dat een verlaging van de topbelastingtarieven de miljonairs ertoe zou brengen grote extra productieve inspanningen te doen. Dat zou leiden tot meer economische groei. Iedereen zou er wel bij varen. Dat werd toen het ‘trickle down’-effect genoemd.

De empirische evidentie die we vandaag hebben is dat dit effect heel zwak is. De economische groei is gedaald in de VS en in Europa vanaf het moment dat de hoogste belastingtarieven werden verminderd. Daarmee leg ik geen causaal verband. Wel wijst het erop dat ‘trickle-down’ nauwelijks bestaat, en dat de daling van de belastingtarieven op het inkomen van de miljonairs te ver is gegaan. Het zou gerust kunnen opgetrokken worden tot, bijvoorbeeld 70 procent, zonder noemenswaardig verlies aan productiviteit. En we zouden de mensen met een inkomen van 2.000 euro per maand (of minder) gelukkiger kunnen maken.

Ik krijg dikwijls de kritiek dat de miljonairs dan naar een ander land zullen trekken. Denk aan wat er gebeurd is met Hollandes belasting op de rijke Fransen. Mijn antwoord is altijd: laten we eerst over het principe nadenken. Als we akkoord kunnen gaan over het principe, dan kunnen we ook denken over de vraag hoe we dit principe internationaal kunnen toepassen.

Er is een periode geweest dat de meeste industriële landen heel hoge belastingtarieven toepasten op de hoogste inkomens. Dat werd mogelijk gemaakt door de toen heersende overtuiging dat de rijken niet veel bijdragen aan de economie. Die overtuiging is omgeslagen vanaf de jaren tachtig. Niets zegt ons dat het niet opnieuw kan omslaan. Als dat gebeurt, krijgen we hier en in andere landen opnieuw een maatschappelijk draagvlak voor een verhoging van de belastingtarieven op de hoogste inkomens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234