Vrijdag 22/11/2019

Opinie Vincent Stuer

Als er meer voormalige dan potentiële toppers op de parlementsbanken zitten, hebben we een probleem

demorgen politiekherhaling Beeld brecht vandenbroucke

Vincent Stuer is theaterauteur, ex-speechwriter bij de Europese Commissie, persvoorlichter van D66 in het Europees Parlement en politiek actief bij Open Vld. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Leest u gerust mee terwijl ik mijn adresboekje in brand steek, maar dit moet nu eenmaal gezegd.

Sinds mei breek ik me het hoofd over de vraag of en hoe het politieke midden zich kan herstellen. Het meest evidente element daarvan is meteen ook het meest onuitspreekbare: al te veel van onze politici overleven zichzelf, en daardoor is elke doorstart van hun partij bij voorbaat ten dode opgeschreven.

Democratie is een manier om telkens opnieuw te beginnen, met een schone lei. Dat gaat niet, als je als partij het verleden niet durft los te laten.

J’y suis, j’y reste

Neem nu Bruno Tobback, die zich deze zomer in zijn nopjes voelde, alsof de nederlaag van zijn opvolger zijn eigen falen destijds ongedaan heeft gemaakt. “Een klucht”, noemde hij zijn partij in deze krant (DM 3/8), maar vooral de manier waarop de interviewer hem aankondigde, is veelzeggend: “ex-partijvoorzitter, ex-minister en ex-Kamerlid. Het enige wat hij nooit zal worden, is ex-politicus: ‘Daar moet niemand op hopen’.”

Ook in andere partijen komen de harde woorden van mensen met een uitgebreid ex-leven. De meest uitgesproken stemmen binnen Open Vld en CD&V behoren tien jaar of langer tot de partijtop. Zij hebben minstens de verdienste zich openlijk uit te spreken. Cynischer nog is het stilzwijgen van hun collega’s, die geruisloos hopen door te schuiven naar hun volgende mandaat. Alsof er in mei niks gebeurd is, of minstens niks waar zij mee verantwoordelijk voor zijn.

Vincent Stuer. Beeld Stefaan Temmerman

Los van hun verdiensten en argumenten: het zegt iets over de malaise in onze partijpolitiek als de gevestigde orde vooral bestormd wordt door de gewezen orde. Dat alle drie de centrumpartijen hun toekomst nu zien op te bouwen met mensen uit het verleden, stemt tot wanhoop, en het druist in tegen het wezen van de partijdemocratie.

Up or out

In Nederland is politiek geen beroep, maar een opdracht. Mensen als Jan-Peter Balkenende en Maxime Verhagen waren niet zo lang geleden alomtegenwoordig in de Haagse politiek en onaantastbaar binnen hun partij, het CDA; nu zijn ze in geen velden of wegen te bespeuren. Wouter Bos was ooit de hoop van de Nederlandse sociaaldemocraten (PvdA), daarna was Amsterdams burgemeester Job Cohen hun troefkaart; toen ze de belofte niet helemaal waar maakten, vertrokken ze. Vorig jaar stapte D66-leider Alexander Pechtold van het podium, vrijwillig en onverwacht, nadat hij zijn partij gedurende twaalf lange jaren vanuit het dal tot ongeziene hoogte bracht. “Het juiste moment om te gaan bestaat niet”, zei Pechtold in zijn afscheidsspeech, maar de juiste reden wel: “Ik heb alles gegeven, we hebben er alles uitgehaald, het is tijd voor nieuw leiderschap.”

Impliciet hanteert men in Den Haag het principe dat in veel topbedrijven geldt: up or out. Als je niet evident deel uitmaakt van de toekomst, ben je history. Hoe pijnlijk dat op persoonlijk vlak ook is, er is niks oneerbaars aan. Want je bent liever een gewaardeerd stuk van het verleden dan een sta-in-de-weg voor een organisatie die keihard vooruit moet.

Bij ons schuiven gesjeesde politici hooguit zijwaarts. De niet-herbenoemde minister wordt fractieleider, de voormalige partijvoorzitter wordt burgemeester en wie nergens nog naartoe kan, wordt (nog altijd!) senator. Daar wacht men geduldig op het juiste moment om weer in te schuiven, zodra de kiezer en/of de partij zijn/haar ongelijk heeft ingezien.

In gewone tijden is het hen misschien gegund, maar onze krimpende centrumpartijen kunnen zich die luxe niet meer veroorloven. Want zonder uitstroom is er geen instroom. Alle drie de partijen hebben steeds minder mandaten te verdelen, tegenover een steeds grotere nood aan nieuw bloed.

Een van de paradoxen van onze partijpolitiek is: politiek is een van de weinige sectoren waar het personeel ook het product is, the management is the message, en toch is het de enige sector waar een echt vooruitziend personeelsbeleid zo goed als onmogelijk geworden is. Als er meer voormalige toppers op de parlementsbanken zitten dan potentiële toppers, hebben we allemaal een probleem.

“Former prime ministers”, zei de legendarische Britse premier Gladstone (1806-98), “are like untethered rafts drifting along harbours – a menace to shipping.” Hij wist iets over langdurigheid in de politiek: Gladstone vormde zijn laatste regering toen hij 85 was, 58 jaar na zijn eerste post als staatssecretaris.

Het waren andere tijden, maar Gladstone had op zijn 85ste in overvloed de kwaliteiten waarover elk politicus ook vandaag moet beschikken: inzicht, overtuigingskracht en een verschroeiende energie, waarmee hij tegenstanders én medestanders van alle leeftijden ver achter zich liet.

Er zijn geen Gladstones meer. Nu wij het met gewone stervelingen moeten stellen in de politiek, is de vraag: hoeveel nieuwe inzichten kan je verwachten van mensen die de top al eens bereikt en daarna weer verlaten hebben? Zelfs al zouden ze wijzer geworden zijn met de jaren, hoeveel overtuigingskracht gaat er uit van iemand die eerder al door de kiezer werd afgewezen? En hoeveel energie wordt opgewekt als het nieuwe partijverhaal belichaamd wordt door dezelfde mensen?

Het lijkt een wetmatigheid dat grote politici zichzelf één keer heruitvinden – meestal: de rebel wordt staatsman; soms ook omgekeerd – en de allergrootsten zelfs twee keer, bijvoorbeeld op het internationale toneel. Maar méér is onhaalbaar, en de meesten zijn sneller op dan ze zelf denken. Politici die een keer te veel proberen te vervellen, verliezen meteen ook hun meest aantrekkelijke eigenschap: eerlijkheid, standvastigheid, karakter.

Seriële monogamie

Partijen kunnen wél blijven vervellen. Meer nog: de kracht van de democratie ligt er net in een nieuwe start te maken. Niemand moet er perfect zijn, zoals de Grote Leider in een dictatuur of de Partij in een autocratie. Het verleden is er vergetelijk, alleen de toekomst telt. De democratie is een manier om telkens opnieuw met een schone lei te kunnen beginnen.

In ons systeem van complexe coalities gaat het om een soort seriële monogamie: we zijn loyaal aan de partners van het moment, tot de liefde van de kiezer over is en de politieke verhoudingen veranderen. Alleen is dat onmogelijk met al die exen die in huis blijven wonen.

Dat is de hele bedoeling van politieke partijen: ze belichamen een ideologie die het persoonlijke overstijgt, en die telkens aangepast wordt aan plaats en tijd. De mensen veranderen, de omstandigheden wijzigen, alleen de waarden blijven overeind.

Kiezers begrijpen maar al te goed dat het socialistische, christendemocratische of liberale verhaal anders is als ze een tijd over links dan wel over rechts regeren, soms enthousiast en soms noodgedwongen, of als ze in de oppositie zitten en helemaal zichzelf kunnen zijn. Wat ze niet begrijpen, is als dat bijgestuurde verhaal verwoord wordt door steeds dezelfde mensen – die het achteraf dan ook nog eens afvallen als dat hen zo uitkomt. Een politicus staat voor een project, of hij staat nergens voor.

Dat mag een harde boodschap zijn – ik heb niet de indruk dat ik hier veel vrienden aan het maken ben – maar vriendelijkheid is in deze een slechte raadgever.

De malaise in het politieke centrum overstijgt ruimschoots het persoonlijke en het partijniveau, en bedreigt de weerbaarheid van onze democratie in haar geheel. De drie middenpartijen – die ooit de ‘staatsdragende’ partijen genoemd werden – overtuigen samen nog maar vier op de tien Vlamingen, en dat is vanuit democratisch oogpunt ondraaglijk.

De kiezer heeft steeds minder geduld; ook politiek is de norm stilaan swipe links of swipe rechts. De energie zit bij de extremen, waar Tom en Theo het tempo bepalen. Na mei 2019 hebben alle drie de middenpartijen een nieuw project nodig. De vraag die ons allemaal aangaat is: wie herstelt het politieke centrum?

Aan zij die daar manifest niet toe in staat gebleken zijn, hoewel ze daartoe al jaren de kans gekregen hebben, moeten we als democraat durven zeggen: ‘Je hebt alles gegeven, je hebt er alles uitgehaald. Bedankt, maar het is tijd voor nieuw leiderschap.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234