Zondag 21/07/2019

Column Hilde Van Mieghem

Als een volleerde struisvogel steek ik mijn kop in het zand en droom verder in Provençaalse kleuren

Hilde Van Mieghem voor online. Beeld rv

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Sinds ik terug ben uit Zuid-Frankrijk, is er nog geen seconde rust geweest. Pas nu, vandaag, terwijl ik babysit van dienst ben voor mijn kleindochter

Gloria, die haar middagdutje doet, vind ik eindelijk tijd om te schrijven. Het goeie aan columns is dat je ze tussen alle drukte door in je hoofd kunt schrijven om ze dan in een gestolen moment door je vingers op het toetsenbord neer te laten ratelen als een hagelbui.

Al een hele week doe ik mijn best om de kleuren en geuren van de Languedoc in me mee te dragen. Het beeld van twaalf loslopende paarden in een weide, het vurige rood van klaprozen, de vele tinten groen, het stralende zonlicht, de klaterende bosriviertjes, mijn grote teen in het nog veel te koude zwembad.

Om nog te zwijgen van de schoonheid tussen de twee mensen die mijn gast­heren waren. Het subtiele samenspel van hun ‘één zijn’. De halve woorden die ze tot elkaar spraken, waarna elk van hen zich door keuken en eetkamer bewoog in een vloeiende choreografie, tot in het kleinste detail op elkaar afgestemd.

Hij kookte elke dag alsof zijn leven ervan afhing, zij toverde kristallen glazen op tafel, kleurige servetjes, kaarsen en mooi servies. Maar voor de maaltijd werden er eerst nog kleine aperitief­hapjes met een glas gekoelde wijn geserveerd op het terras dat door de onder­gaande zon in lichterlaaie werd gezet.

Hun stemmen dwarrelden door het huis en vormden hun a-capella­liefdeslied.

Ik hield me doodstil en genoot van zoveel harmonie. Ik wenste dat het eeuwig zou blijven duren, zijn brommende stem op de achtergrond, haar klaterlach, de innige intimiteit van mensen die tientallen jaren samen zijn en dezelfde taal spreken.

Dat alles houd ik krampachtig vast in mezelf, maar het lukt me lang niet altijd. Het huis stond bij mijn thuiskomst nog steeds in de steigers, verpakt in zeildoek, ondanks de plechtige belofte dat alles klaar zou zijn en er weer licht zou binnen schijnen. Niets is minder waar. Aan de vloer op het gelijkvloers is nog steeds niet begonnen, ik moet weer de kelder in.

Op mijn tafel lagen een paar van die beruchte bruine enveloppes met een vensterraampje op me te wachten, griezelbrieven noem ik ze. Belastingen, aanmaningen, boetes, god mag weten wat er aan ellende tevoorschijn komt als ik ze openmaak. Ik weet dat elke herinnering aan die magische week vliegensvlug zou verdampen bij het lezen van het eerste woord van zo’n brief. Als een volleerde struisvogel steek ik mijn kop in het zand en droom verder in Provençaalse kleuren. Ik wil het niet weten.

“Moemie, ik ben wakker”, hoor ik het mooiste Tinkelbel-stemmetje ter wereld roepen. “Wie hoor ik daar? Glorissima?”, roep ik terug. Nee, antwoordt ze, ik ben Gloriaaa!

Ik til haar uit haar bedje, ze slaat haar mollige armpjes om me heen, drukt haar warme lijfje tegen me aan, legt haar nog slaperige hoofdje op mijn schouder en fluistert: “En jij bent mijn liefste Moemie.”

Daar kom ik de volgende week wel weer mee door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden