Donderdag 26/11/2020
Vincent Stuer.Beeld DM

OpinieVincent Stuer

Als de politiek tekortschiet, neemt de kunst het over

Vincent Stuer is schrijver en theatermaker. Hij werkt als woordvoerder in het Europees Parlement. Hij schrijft tweewekelijks voor deze krant, afwisselend met Mark Elchardus.

‘Elke beweging die ooit iets bereikt heeft, had liederen.’ De Amerikaanse gitarist Marc Ribot had al snel genoeg gezien van anti-Trumpbetogingen om hun zwakte te erkennen: mensen waren boos, bang, verontwaardigd, luid – en allemaal terecht – maar het swingde voor geen meter. Politiek moet mensen mobiliseren en verenigen, hen een gezamelijk schrikbeeld en droombeeld voorhouden. Dat mag je niet aan politici overlaten. Alleen kunstenaars kunnen dat. ‘Songs of Resistance 1942-2018' was zijn bijdrage, een plaat vol verzetsliederen die teruggrijpen naar de Amerikaanse antislavernijbewegingen, burgerrechtenprotesten en historische aanklachten tegen onderdrukking en fascisme. Het partizanenlied Bella Ciao, gezongen door Tom Waits, is genoeg om iedereen wiens bloed nog kan koken uit zijn zetel te krijgen.

Soms denk ik dat de zwakte van de liberale democratie louter esthetisch is. Er is heel veel te zeggen over de onderliggende drijfveren waarom mensen voor populisten, racisten en allerhande extremen stemmen, maar een deel van de reden is heel eenvoudig: ze zijn gewoon onderhoudend. Ze spelen in op emoties, woede en gevoel voor humor. Ze kennen de regels van het campagnevoeren en hebben schijt aan de spelregels van het democratische debat. Ze spreken tot de verbeelding, ze vervelen nooit. Het verschil met de communicatie van middenpartijen is vreselijk: blanke mannen in blauw hemd – ernstig kijkend als ze rechts zijn, vriendelijk indien links – die ons trachten te overtuigen dat maatregel x of y in ons belang is. Boodschap en vormgeving zijn ergens in de jaren ‘90 blijven hangen. Voor sociale media is het ondeelbaar. Voor wie in het politieke spel gelooft, ondraaglijk.

Geen wonder dat de meest aantrekkelijke politieke campagnes van de voorbije jaren niet vanuit de partijpolitiek zelf komen.

In Engeland slaagden een paar anonieme dertigjarigen er op eigen houtje en zonder budget in een guerillacampagne tegen Brexit op te zetten, die meer beklijfde dan wat de honderden goedbetaalde politici konden verzinnen. Led by Donkeys bestond uitsluitend uit tweets van pro-Brexit boegbeelden, uitvergroot en wild geplakt op de plaatsen waar Brexit het zwaarst huis zou houden. Een arme wijk in de West-Midlands werd er via billboard op gewezen dat de mensen waarin ze vertrouwden lak hadden aan de gevolgen van Brexit, met de woorden van Nigel Farage: ‘Als Brexit een ramp wordt, verhuis ik naar het buitenland. Dan ga ik ergens anders wonen.’ De eerlijkheid en eenvoud ervan, opgeblazen tot twintig vierkante meter, was stuitend.

In Zwitserland was het Operation Libero dat de strijd aanging met het populisme. Ook daar, een handvol jongeren die vanuit hun studentenkamer de tegenstrijdigheden van de rechts-populistische agenda ontmaskerden en de energie opwekten die politieke partijen misten. Eerst wonnen ze het referendum tegen het automatisch uitzetten van buitenlanders bij een veroordeling, daarna werd de kortzichtigheid van rechts over het homohuwelijk, asiel en naturalisatie aangekaart als onhaalbaar, onmenselijk, on-Zwitsers.

En in de VS doet het Lincoln Project sinds kort wat de Republikeinse partij al jaren weigert: de republikeinse waarden en instellingen verdedigen tegen Trump, niet met het vage en droge taalgebruik van Washington maar met verhalen die mensen raken en overtuigen. Als de politiek tekortschiet, nemen creatievelingen het over.

Nieuw is dat natuurlijk niet. De Spaanse burgeroorlog leefde vooral via Guernica en Orwell, de depressie dankzij de Dust Bowl ballads van Woody Guthrie, de boeken van Steinbeck en de foto’s van Dorothea Lange. Er loopt een lijn doorheen de kunstgeschiedenis – van Goya tot de ‘Q: And Babies?’-affiches tegen de Vietnamoorlog en de hartverscheurende foto van Aylan; van de Eroica en Free Nelson Mandela tot Voor Europa van Ellen Schoenaerts – die altijd in dezelfde richting wijst: de drang naar verandering en vooruitgang heeft woorden en beelden nodig en een soundtrack. Die worden zelden vanuit de politiek zelf ontwikkeld, maar bedacht door geëngageerde denkers, kunstenaars en creatievelingen.

Percy Bysshe Shelley beschreef al in 1821 waarom dichters doen wat doorsnee politici nooit zullen kunnen: zij zien ‘de schaduw die de toekomst over het heden werpt; de woorden die uitdrukken wat we nog niet begrijpen; de trompetten die tot de strijd oproepen, zonder te voelen wat ze aanblazen. Poets are the unacknowledged legislators of the world.’

De officiële wetgevers zouden eruit moeten leren. Ondanks de zogezegde professionalisering van de politiek en de ruime financiële middelen, slagen ze er steeds minder in mensen te bereiken – mensen te ráken. Het ontbreekt ze aan lef, intuïtie en verbeeldingskracht. Het verzet zal van elders moeten komen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234