Zondag 17/11/2019

Column

Als de makelaar de ramen opent, komt er voor het eerst in een decennium zonlicht binnen

Bregje Hofstede. Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven.

Een Frans gehucht, een nazomerdag. Mijn vriend en ik staan op de makelaar te wachten als aan de overkant van de weg een raam opengaat, en het hoofd van een hele oude man verschijnt, omringd door een donslaag van haar. Met een ragfijn stemmetje vraagt hij of wij hier komen wonen. “We komen eerst even kijken”, antwoord ik. Hij verstaat me niet, of verkiest iets anders te verstaan, want hij tsjilpt monter: “Nieuwe buren! Dat werd tijd!”

Als we kort daarop binnenstappen in het huis dat te koop staat, begrijp ik wat hij bedoelt. Een dikke laag stof bedekt de vensterbanken en de meubels. Op de tafel: de zaterdagkrant van een decennium geleden, naast een bord dat door de schimmel leeggegeten is.

De woning heeft enorm veel potentieel. “Hier zou je een raam kunnen plaatsen”, zegt de makelaar. De nokbalken zijn bros, de tuin is een jungle, en “als je het dak repareert, kun je het meteen isoleren”. Voor elk manco een mogelijkheid. Maar uiteindelijk maakt dat niet uit. Mensen die juist een huis hebben gekocht, praten over ‘dat ene gevoel’: ‘Je komt binnen en je weet het gewoon.’

Wat is dan dat ene gevoel? De Britse filosoof Alain de Botton schreef in The Architecture of Happiness over wat een huis aantrekkelijk maakt. Volgens hem voelen we ons prettig bij een plek die ons herinnert aan onze principes. Grote, lichte kamers en kale, berkenhouten meubels fluisteren ons toe: denk aan balans, bescheidenheid en eenvoud. Rococo gaat juist over rijkdom, opulentie, uitbundigheid, en spreekt tot mensen die dát belangrijk vinden. Het doel van design, aldus De Botton, is dan ook om ons voor ogen te houden wat we dreigen te vergeten. Een geslaagd huis is een morele post-it. Het houdt je leven op koers.

In dit huis gaan de muren schuil achter kleurrijk behang en afgeladen boekenkasten. Aan de voet van een onopgemaakt eenpersoonsbed ligt een stapeltje vuile ­kleding, op het kussen een gele wollen muts. Aan de muur daarboven: uitgeknipte foto’s van potelige vrouwen in bikini.

Terwijl we door de kamers dwalen, vertelt de ­makelaar iets over de vorige bewoner, een alleenstaande, oudere man. Op een dag werd hij onwel en moest hij per ambulance worden opgehaald. Zijn huis heeft hij nooit meer gezien. Nadat hij gestorven was, duurde het nog jaren voor de notaris een erfgenaam gevonden had.

Als de makelaar de luiken voor ons opent, valt er voor het eerst in een decennium zonlicht door de kamers. Het strijkt over weckpotten vol wollige asperges en geduldige, grijsgroene boontjes.

Misschien is er in de inrichting van dit huis ook ooit een ideaalbeeld nagestreefd en een koers bepaald. Maar wat het ontwerp ook was, het raakte beetje bij beetje ­verborgen onder rondzwervend serviesgoed, reparaties, vuile was, half gelezen boeken naast het bed. De ­bovenverdieping raakte verlaten, het bed werd beneden gezet. Steunbeugels woekerden op de muren.

Ik vraag me af of die ingemaakte boontjes nog ergens naar smaken, en probeer een briefje te lezen dat op de keukentafel is blijven liggen. Het oudemensenhandschrift is nauwelijks ­ontcijferbaar.

Niet vergeten dat het leven je gebeurt, schat ik dat er staat. 

Bregje Hofstede

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234