Zaterdag 25/01/2020

Opinie

Als de eindejaarsdrukte toeslaat, wil ik kijken naar iets dat nauwelijks beweegt. Een landschap. De zee. Schilderijen

Mark Elchardus. Beeld Bob Van Mol

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt op zaterdag.

Als de eindejaarsdrukte toeslaat, voel ik de behoefte te kijken naar iets dat niet of nauwelijks beweegt. Een landschap. De zee. Schilderijen. Het liefst van al schilderijen.

Tegen een drukke stroom van cadeautjes kopende mensen in, baan ik mij een weg naar het museum voor schone kunsten, de Bellas Artes van Sevilla. Veel indrukwekkende Spaanse meesters hier. Veel Vlamingen ook, die hun lief teder als madonna vereeuwigden. 

Ik slenter door de zalen, samen met andere mensen die de koopjesdrukte ontvluchten. Genietend van het zachte licht van dit gebouw, op zoek naar schilderijen die net als ik naar verstilling snakken.

Als een verwijt

Het stilste schilderij in dit museum is van Francisco de Zurbaran. Het stelt het bezoek voor van Bruno van Keulen aan zijn oud-leerling Urbanus II, paus van 1088 tot 1099. Het werd geschilderd rond het midden van de 17de eeuw. Bruno en Urbanus zitten tegenover elkaar, beiden met de rechtervoet licht vooruit. Gescheiden door een tafel, met daarop een paar boeken. 

Ze kijken niet naar elkaar. Urbanus kijkt me aan, bezorgd, met donkere blik. Bruno staart blijkbaar naar zijn ziel. Zij ontwijken elkaars blik. Verzwijgen woorden waarmee zij elkaar zouden kwetsen.

De handen van Bruno zijn onzichtbaar, verborgen onder zijn monnikenpij. Het is duidelijk dat hij zijn handen niet vuil gaat maken aan de wereld. Hij zit daar als een verwijt, ascetisch zwart en wit, tegenover het glanzend lichtpaars van de pauselijke cape, te midden van het rood en het goud van tapijt, draperie en baldakijn. 

De aandacht wordt getrokken door de handen van Urbanus II en de halo rond het hoofd van Bruno (die nochtans nooit heilig werd verklaard). Zowel de handen als de halo bevinden zich op de diagonaal die van links onder naar rechts boven het schilderij loopt. 

Ik weet niet wat kenners over dit schilderij schrijven, maar voor mij ligt daar de sleutel, in het contrast tussen de handen en de heiligenschijn. Men voelt een haast mystieke verbondenheid tussen de schilder en Bruno. Afwisselend starend naar Urbanus II en Bruno van Keulen, besef ik dat ik de sympathie van Zurbaran voor die laatste niet deel.

Macht en waarheid

Bruno van Keulen (1032-1101) gaf les aan de kathedraalschool van Reims, was voorbestemd voor een briljante kerkelijke carrière. Werd bisschop en aartsbisschop. Maar trok zich uit dat leven terug om eenzaamheid en stilte op te zoeken. Met een paar gelijkgezinden stichtte hij een klooster, La Grande Chartreuse, waaruit de strenge kartuizerorde groeide. Hij eindigde zijn leven als kluizenaar, ergens tussen de ruïnes van het oude Rome.

Urbanus II werd paus, bemoeide zich intens met de politiek. Zette de keizer een hak. Predikte de eerste kruistocht. Hij leefde nog toen Jeruzalem werd ingenomen. Het toen nog trage nieuws bereikte het Vaticaan pas na zijn dood. Zijn handen hangen van de leuning van zijn stoel alsof hij ze heeft vuilgemaakt. Terwijl Bruno, in zichzelf gekeerd, wordt opgelicht door zijn halo, leest men donkere gedachten op het voorhoofd van Urbanus. Mijn gok: hij vraagt zich af waarom hij die kwast in godsnaam op audiëntie heeft gevraagd.

Gaat het om een vroege, indrukwekkende maar uiteindelijk eenvoudige voorstelling van het contrast tussen wat Max Weber omschreef als een buitenwereldlijke en een wereldlijke ethiek. De eerste gericht op ascese en spiritualiteit, met de rug naar de wereld gekeerd, de blik op oneindig. 

Weber omschreef dat smalend als “religieuze virtuositeit”. Volgens hem vond men die houding bij de hindoes en stond ze in de weg van modernisering. Omdat zij volgens hem ook meer voorkwam bij katholieken dan bij protestanten, zag Weber in die laatsten, en niet in de eersten, de pioniers van het moderne kapitalisme, van ondernemerschap en de industriële omwenteling. In het werk van Weber kwam ik nooit een verwijzing naar Zurbaran tegen. Hij zou in het mysticisme van die geniale schilder waarschijnlijk een oorzaak van Spanjes achterstand hebben gelezen.

Academici

Oude verhalen allemaal. Zij verklaren niet waarom ik, kijkend naar dit overweldigend mooie schilderij, toch meteen antipathie voel voor Bruno van Keulen. Misschien heeft dat iets te maken met een essay van Mark Lilla dat ik onlangs las (The Once and Future Liberal). Over hoezeer de academische menswetenschappers zich van de wereld afkeren. De handen als het ware onder de pij verbergen, om ze toch zeker niet vuil te maken aan de politiek. 

Zij verlaten het universitaire kluizenaarsbestaan nog enkel om macht moraliserend toe te spreken. “To speak truth to power”, schrijft Lilla. Volgens hem zou iedereen er beter aan doen te streven naar macht om de waarheid een kans te geven. 

Dat was de weg die Urbanus II koos. Misschien is het schilderij zo oorverdovend stil omdat men nooit weet of men wel de juiste waarheid een kans geeft.

Niet zo rustgevend als ik had gehoopt, dit museum. Misschien ga ik toch ook maar wat cadeautjes kopen. Tot volgend jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234