Zaterdag 19/10/2019
Mark Elchardus. Beeld RV

Column

Als België splitst, bouw dan een nieuw Brussel

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen.

In The Revenge of Geography beschrijft Robert Kaplan hoe zijn chauffeur hem door de woestijn van Noord-Irak loodst. De man, een Koerd, kijkt misprijzend in de achteruitkijkspiegel, “Arabistan”, hij spuwt het uit, kijkt dan naar de heuvels die voor hen liggen en zucht: “Koerdistan”.

In 1932 tekenden de Britse en Franse overheden de contouren van wat het onafhankelijke Irak zou worden. Zij verenigden binnen de nieuwe staat Koerden, Assyriërs, soennitische moslims, sjiitische moslims en andere etnische groepen. Superdiversiteit. De soennieten hadden de bovenhand en hielden de boel met bloed en gifgas samen. In 2005 wilden de Amerikanen er een democratie van maken. Dat leidde tot een moordende burgeroorlog waaruit het IS-kalifaat werd geboren. We zijn nog steeds doende met de kinderen van IS-strijders. Geschiedenis is als een muis, zet kleine stapjes en heeft een lange staart.

België als uitzondering

Toen de Fransen Syrië in 1946 onafhankelijkheid gunden, moesten alawieten, druzen, Koerden, Assyrische christenen en soennieten gaan samenleven. Over die staart struikelden we toen tussen 2014 en 2016 Syrische vluchtelingen Turkije, Jordanië en Libanon verlieten om naar Europa te komen. Dat het einde van het Frans Mandaat uiteindelijk zou leiden tot de populariteit van Theo Francken (N-VA), kon niemand in 1946 voorspellen.

Wat wel werd voorspeld, was dat het arbitrair in staten opdelen van Afrika en het Midden-Oosten, zonder rekening te houden met religie, etnie of taal, tot post-koloniale verscheurdheid, conflict en stagnatie zou leiden. Landen die vrij homogeen starten of erin slagen een gevoel van gedeelde identiteit te scheppen, doen het doorgaans beter. België leek een uitzondering: de etnolinguïstische verdeeldheid kleurt hier nagenoeg alles, maar er vallen geen doden. Tot voor kort stagneerde het land zelfs niet. Verschillende auteurs omschreven dat als het Belgisch wonder.

Assepoester 

Ex-wonder inmiddels. België staat steeds meer tussen de Europese landen als Assepoester na middernacht. De opeenvolgende staatshervormingen hebben het land vreedzaam maar onherroepelijk mentaal uit elkaar gedreven. Inmiddels vraagt nagenoeg iedereen zich af of het nog wel zin heeft twee economieën, twee politieke regimes en twee gemeenschappen samen te houden in één land?

Nooit eerder werd, aan beide zijde van de taalgrens, zo druk over confederalisme gesproken. Tegen het model van de N-VA wordt door onder meer Frank Vandenbroucke (sp.a) ingebracht dat het niet werkbaar is in Brussel. Men kan mensen die in eenzelfde straat wonen, niet laten leven in verschillende sociale zekerheidsstelsels en arbeidswetgevingen. Terechte kritiek. Daarom pleiten anderen, zoals Philippe Van Parijs, voor het opdelen van België in drie of vier entiteiten, waarbij Brussel een natiestaat wordt, of dan toch iets van die aard. Hoe dan ook, de debatten draaien vaak rond Brussel, steevast omschreven als “hét probleem”.

Aangesproken

Als Nederlandstalige inwoner van Brussel voel ik me daardoor aangesproken. Ik voel me nogal thuis in deze stad, woon er al ruim 60 jaar, hou daarenboven van Franse cultuur en zelfs van Franse populaire cultuur. Heb me ingespannen om zoveel mogelijk ontmoetingsplaatsen te scheppen waar Frans- en Nederlandstaligen jonge mensen samenkwamen rond gedeelde projecten. Maar, van Franse populaire cultuur gesproken, tijd om even te luisteren naar Aznavour: ‘Il faut savoir quitter la table, lorsque l’amour est desservi’ (Best de tafel verlaten als de liefde werd afgeserveerd).

Brussel is geen Vlaamse stad. Ze als dusdanig beschouwen is een giftig symbool. Het is een stad waarin de Vlamingen een kleine en overbeschermde minderheid vormen. Mensen te klein voor een schepenambt worden hier minister. Kunstenaars te klein voor een zolderkamer krijgen hier een cultuurpaleis. Deze stad spreekt Frans, stemt als Wallonië, hoort bij Wallonië. Brussel zou geen rol mogen spelen in discussies over de toekomst van België. In de balans van voor- en nadelen van federalisme en confederalisme – die dringend en kalm dient opgesteld – blijft Brussel best achterwege.

Vergroeid met deze stad

Indien België ophoudt te bestaan, stelt er zich enkel een probleem voor een deel van het kleine aantal Nederlandstalige Brusselaars; een oplosbaar probleem. Sommigen van hen zijn zodanig vergroeid met deze stad dat zij haar wel en wee willen delen, ook als hoofdstad van Wallonië. Anderen willen in een gesplitst land niet in Brussel, maar in Vlaanderen wonen. Zij dienen financieel gesteund om die keuze te kunnen maken.

Waarom, in het geval van een splitsing, trouwens niet eens een grootse ambitie: een Nieuw-Brussel. Een stad van de toekomst, gebouwd in het Kapucijnenbos en het Marnixbos, tussen Tervuren en Overijse, waar de Nieuw-Brusselaars en hun bedrijven tonen wat duurzaam wonen en werken is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234