Zaterdag 20/07/2019

Column Hilde Van Mieghem

Alles is nu verwoest in Mozambique, maar hier in België is het doodstil. Waarom?

Hilde Van Mieghem. Beeld Bob Van Mol

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Het moet een jaar of tien geleden zijn dat ik met mijn broer naar Mozambique op reis ging. Hij woont al 30 jaar in Zuid-Afrika en voor zijn werk reist hij het hele continent door. Hij kent het op zijn duimpje en verraste me elke keer omdat hij werkelijk van iedere zwarte medemens in Johannesburg kon zeggen waar die oorspronkelijk vandaan kwam.

Ik begreep niet waaruit dat af te leiden viel en lachte zijn gepoch weg. Maar nadat hij me uitdaagde om het na te vragen, bleek hij elke keer gelijk te hebben.

Zijn vrienden noemen hem niet voor niets ‘King of the Blacks’.

Hij wilde me per se Mozambique leren kennen. Op de 1.000 kilometer lange rit van zijn huis naar het Mozambikaanse stadje Inhambane, een van de oudste aan de Afrikaanse oostkust, vertelde hij honderduit. Over hoe Mozambique in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg maar in totale armoede belandde nadat de burgeroorlog was uitgebroken. Hoe de bevolking toen van pure ellende alle wilde dieren opat, geen leeuw, olifant of giraffe was meer veilig. Er is vandaag geen wild beest meer te vinden.

Aan de grenspost manoeuvreerde mijn broer handig langs de kilometers lange rijen van mensen die stonden aan te schuiven. Hij parkeerde vlak bij het douanegebouw, stak 150 dollar op zak en zei: “Watch me!” Hij wenkte een man, stak hem onze paspoorten en de helft van het bedrag toe en brabbelde iets wat ik niet verstond.

Beeld Jenna Arts

De man liep er op een drafje vandoor, kwam terug met twee ‘prego rolls met piri-pri’ (lokale broodjes) en holde er weer vandoor. Mijn broer en ik installeerden ons onder een boom en keken naar het hectische gedoe van al die mensen en auto’s die de grens over wilden.

Nog geen twintig minuten later reden wij het prachtige Mozambique binnen.

Eerst langs het vervallen Maputo om het station te zien, ontworpen door Mr. Eiffel. Daarna landinwaarts. Ik keek mijn ogen uit, zag kleine dorpjes met ronde hutten met strooien daken, net zoals het koloniale clichébeeld dat ik kende van toen ik klein was. Mooi aangestampte aarde met bloemenperkjes rond elke hut. Geitjes, kippen en kleine, zo goed als naakte, kinderen renden tussen de hutten. De kinderen lachten hun parelwitte tanden bloot als ze ons zagen.

Mijn King of the Blacks nam me mee naar plekken waar een toerist nooit zou komen en praatte met iedereen die hij tegenkwam. Op het prachtige strand aan de bulderende Indische Oceaan waar ons hotelletje lag, kocht ik me blauw aan de schelpenarmbandjes die kinderen maakten en verkochten, wetende dat hun dorp daar wel een week van kon leven.

Alles is nu verwoest daar, sinds de cycloon Idai op 18 maart een gruwelijke ravage aanrichtte. Mijn hart bloedt als ik eraan denk.

Vlaanderen doet steeds minder qua ontwikkelingshulp, maar Mozambique is een van de drie partnerlanden die steun ontvangen. En toch is het hier doodstil. Op radio en tv valt geen campagne te bespeuren. Waarom?

Die kinderen moeten nu een jaar of 18 zijn. Misschien zijn ze wel dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden