Vrijdag 24/05/2019

Column

Alleen imbecielen twijfelen nog dat drastische maatregelen zich opdringen om de planeet te redden. Maar wie zal de rekening betalen?

Paul De Grauwe. Beeld Bob Van Mol

Paul De Grauwe  is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt wekelijks.

Wie zal de kosten van een noodzakelijk milieubeleid dragen? Dit is de vraag die vandaag centraal staat en die door de gelehesjesbeweging op de politieke agenda is geplaatst. Weinigen, behalve imbecielen, twijfelen nog dat drastische maatregelen zich opdringen om de planeet te vrijwaren van milieucatastrofes. Maar wie zal de rekening betalen van dat beleid? Velen willen wel het milieu redden maar willen daar zelf niet voor betalen. Anderen moeten dat doen. En zo verloedert het milieu verder.

Het probleem stelt zich op twee niveaus. Er is de vraag op welke schouders van de huidige generatie de grootste lasten zullen gelegd worden. Er is ook de vraag hoe de kosten zullen gespreid worden tussen de huidige en de toekomstige generaties.

Op de eerste vraag zullen velen antwoorden dat de breedste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Gemakkelijk gezegd, maar moeilijk in de praktijk om te zetten. Eén mogelijke aanpak bestaat erin de noodzakelijke belastingen op het gebruik van fossiele brandstoffen (diesel, benzine, stookolie) te compenseren door de opbrengst van die belastingen te transfereren naar mensen met lage inkomens.

Ik zou het hier vooral willen hebben over de tweede vraag: hoe de kosten van het milieubeleid spreiden over de huidige en de toekomstige generaties? Want die vraag is ook van centraal belang. Wanneer we vandaag extra belastingen opleggen aan huishoudens en bedrijven dan vragen we hen eigenlijk om de volle pot te betalen voor een beleid dat voornamelijk de toekomstige generaties zal ten goede komen. Velen bedanken en verstoppen zich dan achter argumenten dat het allemaal niet zo erg zal zijn. En zo geraken we niet vooruit.

Het is daarom van belang een beleid uit te stippelen dat ervoor zorgt dat de kosten gespreid worden tussen de huidige en de toekomstige generaties, zodanig dat de verdeling van die kosten ook de verdeling van de baten over de tijd weerspiegelt.

Hoe kunnen we zoiets doen? Er is één domein waar we dat wel kunnen: overheidsinvesteringen. Die laatste zijn, samen met private investeringen, van essentieel belang om de economie om te schakelen van het gebruik van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen. Er moet geïnvesteerd worden in nieuwe energie-infrastructuur, in publiek transport, in onderzoek en ontwikkeling.

Stokken in de wielen

De formule die het doet, bestaat erin de overheidsinvesteringen te financieren door de uitgifte van overheidsobligaties; door overheidsschuld dus. Zo’n financiering spreidt de kosten in de tijd. De overheid ontleent immers het geld vandaag en betaalt dan jaar in jaar uit interesten. De kosten worden dus in de tijd gespreid. De toekomstige generaties die zullen genieten van de baten van die investeringen zullen ook bijdragen in de kosten ervan. Zo’n financiering maakt het ook mogelijk dat de huidige generatie gedeeltelijk ontlast wordt van de kosten van die investeringen. Dat doet de weerstand tegen een duur milieubeleid verminderen.

Helaas. De Europese instanties hebben stokken in de wielen gestoken. De budgettaire regels die vandaag door de Europese Commissie worden opgelegd, maken zo’n spreiding van de kosten van publieke investeringen onmogelijk. De regel die wil dat de overheidsbegroting (structureel) in evenwicht moet zijn, maakt het onmogelijk dat overheidsinvesteringen gefinancierd worden door de uitgifte van obligaties. Want dat creëert een structureel tekort in de begroting en dat is ‘verboten’.

Het gevolg is dat wanneer de Belgische overheid publieke milieu-investeringen zou willen doen, ze verplicht is de belastingen te verhogen en/of andere overheidsuitgaven (bijvoorbeeld sociale zekerheid) te verminderen. Met andere woorden: ze wordt verplicht om de kosten van die investeringen voor 100 procent te laten betalen door de gezinnen en de bedrijven van vandaag. En die verzetten zich natuurlijk, en terecht.

De oplossing is eigenlijk heel eenvoudig. De Europese instanties zouden moeten toelaten dat overheidsinvesteringen in een ‘kapitaalbegroting’ terechtkomen. Die mogen gefinancierd worden door de uitgifte van obligaties. De Europese regel van structureel evenwicht zou dan enkel gelden voor de gewone begroting. En daarin zit meer dan 95 procent van uitgaven en belastingen.

Toekomstige milieucatastrofes

Het enige wat in de weg staat van deze oplossing, is een dogma. Het dogma dat overheidsschuld altijd slecht is. Overheidsschuld is slecht als het dient om consumptie te financieren. Overheidsschuld is goed als het dient om productieve investeringen te doen die ertoe bijdragen dat de planeet gevrijwaard blijft van toekomstige milieucatastrofes. Onze kleinkinderen zullen het ons niet vergeven dat we die investeringen vandaag niet hebben gedaan, verblind als we zijn door dwaze dogma’s.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.