Woensdag 20/11/2019

Column

Al 40 jaar lang moeten hardrockers - vermomd als schooljongens - professioneel lawaai maken. Dat hakt erin

De inmiddels haast potdove Brian Johnson (68). 'AC/DC blijft eeuwig bestaan en zal ook het verlies van Bompa Lawijt overleven', voorspelt Didden. Beeld photo_news

Marc Didden is columnist voor De Morgen.

Het stond in de krant dus zal het wel waar zijn. Brian Johnson, de gevierde voorzanger van het Australische echokamermuziekensemble AC/DC, moet het op bevel van zijn huisdokter wat kalmer aan doen, voortaan. Anders wordt hij nog voor de bladeren weer aan de bomen groeien helemaal en voor altijd potdoof.

Moeten we dat erg vinden ?

Misschien niet. Of misschien wel.

Hardrockmuzikanten zijn tenslotte toch ook een soort van metaalarbeiders die ons mededogen evenzeer verdienen als alle andere vormen van mens en dier.

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

En beroepshalve moeten ze, al méér dan veertig jaar lang, avond na avond, de hort op om daar tussen acht en halfelf, vermomd als schooljongens, professioneel lawaai te maken. Dat hakt erin. Maar steeds tot groot jolijt van hun zich altijd maar weer uitbreidende kring bewonderaars die zich, vooraf al flink ingepilst, met graagte laten meedrijven naar de zevende hemel op de toon van AC/DC's sleutelnummer 'Highway to Hell'.

De song gaat over hoe heerlijk het is om jong te zijn en zorgeloos te mogen wallebakken en is aan niemand anders dan de Duivel zelf opgedragen, die overigens ook rechtstreeks wordt aangesproken in de zinsnede "Hey Satan/Payed my dues/Playing in a rockin band".

Niet iedereen is daar gelukkig om, maar neem het gerust van mij aan: 'Highway to Hell' is een dijk van een rocksong. Zowel Bob Dylan als Björn & Benny van ABBA zijn het daarover eens en als ik u zeg dat het nummer ook de ringtone is van een notoir fuifbeest als Johan Vande Lanotte, dan weet u genoeg: AC/DC deugt.

Toch had ik de dag nadat ik een concert van AC/DC bijgewoond had telkens barstende hoofdpijn. Waarom? Daarom.

En omdat ze altijd zo buitengewoon fucking loud speelden dat het met de mij beschikbare zesentwintig letters van het alfabet geenszins te beschrijven is.

Wat ik overigens een kwaliteit vond. De beste momenten van mijn concertgangersleven heb ik beleefd terwijl ik met mijn hoofd tussen de geluidstorens van Neil Young & Crazy Horse hing, of die van The Who, Bad Company of Iggy Pop. Of nog dichter bij huis: die van Gorki, De Mens en Black Box Revelation.

Want laat ons wel wezen. Rock moet luid zijn. Anders is het folk.

Maar de vraag van de dag luidt niet 'Wat is luid?', maar wel 'Wat is té luid?'.

Als AC/DC het antwoord op die laatste vraag gekend had, dan zouden ze eerder deze week hun toch al 68-jarige leadzanger wellicht niet met brugpensioen gestuurd hebben. Al zijn ze bij die muziekvereniging wel wat gewoon qua personeelszaken. Hun vorige leadzanger Bon Scott stierf op 33-jarige leeftijd aan acute alcoholvergiftiging, hun ritmegitarist Malcolm Young werd anderhalf jaar geleden uit de groep gezet vanwege vroegtijdige dementie. En kort daarop viel er ook een ontslagbrief in de bus van drummer Phil Rudd, die beschuldigd werd van moordpoging en illegaal bezit van verdovende middelen en dus niet op de zoveelste wereldtour van AC/DC mee kon, maar acht maanden lang in een Australische nor mocht brommen.

Conclusie: AC/DC blijft eeuwig bestaan en zal ook het verlies van deze Bompa Lawijt overleven. Straks staan ze gewoon weer kortgebroekt te swingen in Werchter. Ze zoeken alleen nog snel een vervanger voor hun dove voorman.

Op het internet suggereert iemand: Sergio. Geen slecht idee, vind ik. Als het maar niet Piet Goddaer wordt!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234