Donderdag 03/12/2020
Hans Vandeweghe.Beeld DM

ColumnHans Vandeweghe

2020 is met afstand het vreemdste wielerjaar ooit

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Eind vorige week lag een dik boek in de brievenbus. Ik had het al per pdf gekregen, maar pdf’s halen de sfeer uit verhalende boeken, lezen bovendien lastig op de iPad en alle beloftes ten spijt was ik er nog niet aan toegekomen. Dit weekend, met een half oog op de Vuelta en anderhalf op de stemmentelling in Pennsylvania, ben ik beginnen te lezen in de papieren Solo, het boek over en met Thomas De Gendt.

De auteur is Jonas Heyerick, een van de bezielers van het onvolprezen tijdschrift Bahamontes en de initiatiefnemer achter de Groote Sluitingsprijs, nu al twee jaar op rij een groot succes in de mooiste kleine schouwburg van de wereld, de Gentse Minard. Jammer genoeg viel de derde editie in het water en dus heeft Jonas maar een boek geschreven over Thomas De Gendt.

Zo ging het helemaal niet: hier is het eeuwige verschil tussen correlatie en oorzaak/gevolg in het spel. Heyerick was een beetje tot zijn eigen verbazing gevraagd door De Gendt om zijn carrière te boek te stellen. Het resultaat is een chronologische opsomming van jaar na jaar na jaar, van ontsnapping naar ontsnapping, of poging daartoe, van miniconflict naar miniconflict, van ergernis naar blijdschap, van euforie naar depressie en terug naar euforie, van verlies naar winst, vintage Thomas De Gendt.

Solo biedt een mooie inkijk in het hoofd van een al bij al mysterieuze atleet die door de ene helft van het peloton ooit weleens is uitgelachen (en enkele uren en kilometers verder bewonderd) en door de andere helft van het peloton wordt gevreesd. Ik ben één keer, in de lente van 2018, bij hem aan huis geweest voor een gesprek. Het werd een interessant gesprek, maar hij antwoordde keurig monotoon en keek mij nooit aan. Ik dacht: die moet mij niet. Dat overkomt mij wel meer en ik heb daar leren mee leven, maar tegelijk groef ik in mijn herinneringen naar momenten waarop ik op deze plek Thomas De Gendt onder de zoden had gestopt.

Niets schoot mij te binnen. Oké, iets spottends over de Belgen in de Tour had hij zich kunnen aantrekken (als hij het al had gelezen) maar ik heb zelf genoeg kilometers met de fiets, alleen en met zere benen, om geen respect te betonen voor wat deze moedige aanvaller al die kilometers vooraan moet verduren.

Aanvalskoning Thomas De Gendt in de Giro-etappe naar Madonna di Campiglio.Beeld Photo News

Omdat ik een boek altijd helemaal lees tot de allerlaatste bladzijden – desnoods sla ik passages die ik (her)ken over – ben ik toch een beetje wijzer geworden. De Gendt doet op de allerlaatste pagina’s aan zelfanalyse: ik ben een autist, contactarm, kan niemand aankijken die ik niet ken, ik kan een Rubik-kubus oplossen in dertig seconden, dat vat het zo ongeveer samen. Hij heeft tientallen algoritmes met draaibewegingen in zijn hoofd geperst, maar basic Frans erbij proppen lukt hem niet. Als iemand Frans tegen hem spreekt, snapt hij hem nog steeds niet, wel wat raar voor iemand die zo vaak alleen op pad is in Frankrijk. Solo door Thomas De Gendt heeft mij gerustgesteld, die ene keer lag het niet aan mij.

Dat het levensverhaal van een vreemde renner verschijnt aan het einde van dat vreemde wielerjaar kan geen toeval zijn. 2020 is zelfs met afstand – de oorlogsjaren niet meegerekend – het vreemdste wielerjaar ooit. Dat het buiten alle verwachtingen ook een mooi wielerjaar werd, is de verdienste van de renners. Geen beroepsgroep in de sport schept zoveel plezier in het uitoefenen van haar vak dat in zijn ruwe essentie teruggaat op het verdragen van pijn.

Professor Daam Van Reeth wees op Twitter op het unieke van het wielerjaar 2020: voor het eerst in de geschiedenis is het tijdsverschil tussen de winnaar en de tweede in de drie grote rondes minder dan een minuut. Het was 59 seconden in de Tour, beslist op de voorlaatste dag; 39 seconden in de Giro, beslist op de laatste dag; en 24 seconden in de Vuelta, beslist op de voorlaatste dag.

Zaterdag was ik bij de laatste pagina’s van Solo aanbeland toen de allerlaatste klim van de Vuelta werd aangevat. De Vuelta wordt normaal gereden onder een loden, late zomerzon, maar nu, in covidjaar 2020, dat beeld van die late herfstzon op die klimmende, haast kruipende renners, als ware het een zomeravondetappe, hoe surreëel. Richard Carapaz als tweede in de stand zien demarreren op drie kilometer van de allerlaatste aankomst op een col, in de hoop nog driekwart minuut goed te maken op de eerste, Primoz Roglic. Waarna die er al zijn verbetenheid tegenaan gooit en erin slaagt het verlies binnen de perken te houden, dit was weer topsport van de bovenste plank. En dan na de streep, de wederzijdse gelukwensen, later gevolgd door een hoffelijke tweet van de verliezer. Wat een mooi wielerjaar. Tot over 110 dagen voor de Omloop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234