Donderdag 12/12/2019

Een jaar na 22 maart

11 opiniemakers herdenken 22 maart: "Het ruikt hier één jaar later nog steeds naar verpulverde dromen"

Beeld Nina Vandeweghe

Een jaar geleden sloeg in Brussel en Zaventem de gruwel toe. Bij de dubbelaanslag lieten 35 mensen het leven en vielen 324 gewonden. Een elftal columnisten en opiniemakers herdenkt 22/3 kort, bondig en persoonlijk. "Laten we vandaag vooral genereus zijn in het herdenken en steunen van de slachtoffers."

Marc Didden: "Boem"

Marc Didden is filmmaker en columnist.

Eén blik op mijn handige zakagenda van het befaamde maar desondanks degelijke merk Moleskine leert me dat ik de afgelopen twaalf maanden niet meer op Zaventem ben geweest. Niet dat ik niet meer wil vliegen. Alleen niet in de lucht. Als u begrijpt wat ik bedoel. En waar zou ik trouwens naartoe gaan ? Ik ben eindelijk oud genoeg geworden om te beseffen dat de wereld zo ontworpen is dat-ie eigenlijk overal hetzelfde is. Dat mensen overal geluk zoeken en dat bij navraag meestal niet kunnen vinden.

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

En wanneer ze geen honger of kou hebben, sluiten ze dan maar een compromis met het bestaan : ze kopen één hond, of volgen pilates. Ze werken zich krom in een monter volkstuintje of ze bekwamen zich in de kunst van het klaverjassen.

Of ze sluiten zich aan bij de carnavalsvereniging IS en denken dat ze de Allerhoogste dienen door andere mensen van hun geliefden, van hun waardigheid of van hun beider benen te beroven. Dat deden ze op Zaventem en dat deden ze even daarna ook in Maalbeek, een plek waar ik vrij regelmatig kom en waar de lucht één jaar na de fatale dag nog steeds naar verbrand vlees en vooral verpulverde dromen ruikt. En ik denk dan, om aan iets te denken, maar aan Paul van Ostaijen en prevel zacht: “Boem, paukeslag. Daar ligt alles plat.”

Lize Spit: "Nog steeds ver weg, niet?"

Lize Spit is schrijver en columniste voor De Morgen.

Na televisieopnames bij Van Gils en gasten kaart ik nog even na met de hoofdredacteur. Rond ons worden alle meubels weggeruimd, ter voorbereiding van een extra lange uitzending op 22 maart, voor de herdenking van de aanslagen. Er moet veel volk in de studio passen, er zijn zoveel slachtoffers en hulpverleners die er op verschillende manieren bij betrokken waren.

Lize Spit. Beeld Karoly Effenberger

"Jij woont in Brussel. Is er voor jou sinds 22 maart iets veranderd in de stad?", polst de man. "Heeft het een impact op je dagelijkse leven?"

"Goh, ik heb het gevoel dat we ondertussen wel van het trauma hersteld zijn", zeg ik nogal prompt. "Maar ik heb geen vrienden of kennissen die erbij betrokken waren. Zelfs geen kennissen van kennissen. Het lijkt nog steeds ver weg en onvatbaar."

"Nou, dat is goed om te horen", zegt hij.

"Het zijn eigenlijk vooral de militairen in de stations die me er dagelijks aan herinneren."

"Ja", zegt hij.

"Soms paraderen die koortsachtig door de straten, alsof zij iets weten dat wij, de burgers, niet weten. Dan voel ik me onrustig."

"Begrijpelijk."

"Ik heb een vriendin die eens uit een bus is gestapt omdat een meisje in het zitje voor haar een onthoofdingsvideo keek", zeg ik, zachter.

"Echt?"

"Uhu. En misschien, nu ik er zo over nadenk, word ik in de metro een geladenheid gewaar. Maar misschien is dat vooral projectie. Ik kijk, als ik een metrostel instap, goed om me heen, om zeker te zijn dat er geen verdacht iemand met grote rugzak in mijn buurt staat."

"Oei."

"Ja. Bij petards of vuurwerk maakt mijn hart telkens een sprong", zeg ik, steeds voorzichtiger. "En als ik een Thalys neem of een drukke ruimte bezoek, bedenk ik meestal snel-snel een overlevingsplan. Ik lokaliseer de kortste weg naar de nooduitgang. Of ik neem me voor, in geval van een schutter, neer te vallen en te doen alsof ik al dood ben."

De hoofdredacteur knippert met zijn ogen. We zwijgen. In de studio is inmiddels veel plaats vrijgekomen. Achter ons wordt het laatste zeteltje opgetild en vakkundig de trap af gesjouwd. 

Ryan Heath: "Belgium, succesful state?"

Ryan Heath is senior EU-correspondent bij Politico.

Een jaar later weet ik niet echt of België de stap naar een successful state heeft gezet.

De regering heeft de noodzaak erkend om de veiligheids- en inlichtingendiensten en de uitwisseling van informatie tussen de vele overheidsdiensten te verbeteren. Maar de problemen die zoveel mensen haar hebben verweten, worden nog niet volledig onder ogen gezien.

Ryan Heath. Beeld Tom Verbruggen

Er is nu wel beveiliging op het openbaar vervoer, maar waar zijn de effectieve permanente systemen om die netten te bewaken? Waarom hebben we nog altijd geen afdoend antwoord op de vraag waarom het net van de MIVB niet voor de aanslag in Maalbeek werd stilgelegd?

Recenter zien we hoe de slachtoffers van de aanslagen worden behandeld. Ze klagen over een slechte communicatie, een gebrek aan actieve inspanning en discriminatie van de buitenlandse slachtoffers.

Eén vrouw, Karen Northshield, mijn vroegere zwemcoach, ligt nog altijd in het ziekenhuis. Nadat de artsen haar hadden opgegeven, heeft ze twintig operaties overleefd, maar ze blijft zich zorgen maken of ze financiële steun zal krijgen als ze ooit naar huis mag.

Cameron Cains echtgenoot werd op de luchthaven vermoord. Ze vertelt me dat ze zich uitgesloten voelt door de manier waarop de niet-Belgen worden behandeld. "Geef alle slachtoffers dezelfde behandeling", vragen zij en haar gezin.

Ik denk dat we op deze trieste dag op die redelijke en positieve boodschap moeten focussen in plaats van schuldigen te zoeken.

België is rijk en genereus. We moeten allemaal genereus zijn in onze herinnering en onze steun aan de slachtoffers.

Yamila Idrissi: "Lef, wijsheid en open geest"

Yamila Idrissi zetelt voor sp.a in het Vlaams Parlement.

Onbevattelijke emoties raasden door mijn lijf en ik vond de woorden niet om ze te benoemen, die 22ste maart. Hoe geef je woorden als je weet dat Brussel in brand staat en je geliefde stad verandert in een war zone? Hoe geef je woorden als de barbaarsheid aan de voordeur staat? Samen met de Brusselaars werd ik toen keihard en ondubbelzinnig met de kwetsbaarheid van het leven geconfronteerd.

Yamila Idrissi. Beeld Bas Bogaerts

Deze tragedie in haar meest essentiële en existentiële vorm is nog steeds moeilijk te vatten. Maar wat mij troost, is dat ook bij deze gruwel ‘grootse’ mensen opstaan die alle recht hebben om te haten, maar ervoor kiezen om dat niet te doen. De Marokkaanse Belg Mohamed El Bachiri uit Molenbeek verloor de liefde van zijn leven bij de explosie in Maalbeek, net als Kristin Verellen. Gruwel maakt geen onderscheid in kleur, religie of ras. Hun verdriet is onmetelijk, maar ze blijven overeind dankzij de liefde en hun geloof in de mensheid.

De taak waar we vandaag voor staan, vergt lef, wijsheid en een open geest. Initiatieven als de wijkacademie in Molenbeek stemmen me hoopvol. Dit project werd uit de grond gestampt door mama’s met verschillende achtergronden die elkaar niet kenden, maar wel dezelfde traumatische ervaringen deelden, veroorzaakt door het heetgebakerde machtsvertoon en de schreeuwerige huiszoekingen die ze vorig jaar vanop de eerste rij meemaakten. In plaats van te wanhopen, besloten ze de handen in mekaar te slaan, bruggen te bouwen en de dialoog met de Molenbekenaars aan te gaan. Zo tonen ze ons hoe het nieuwe samenleven vorm krijgt.

Maar vandaag hul ik mij opnieuw in stilte. Vandaag denk ik aan de slachtoffers en hun naasten, en sta ik stil bij de wonden die zijn geslagen, maar ook bij de hoopvolle woorden van Kristin Verellen: "Een menselijk leven draait om de as van liefde, liefde die licht en schaduw verenigt. Dat is waar het begint, en dat is waar het eindigt." En dat geldt ook voor de Brusselaars.

Joost Vandecasteele: "Brussel als plan C"

Joost Vandecasteele is schrijver en scenarist.

Alle reconstructies van 22/3 bevestigen wat we al lang wisten: dat Brussel het doelwit niet was. Er was sprake van Parijs, zelfs Schiphol, maar niet Brussel. Te dicht bij hun eigen familie, te dicht bij hun onderduikadressen, te dicht bij hun wapenleveranciers. Brussel was maar de backstage, en zoals elke Franstalige acteur zou toegeven: je wordt pas opgemerkt in Frankrijk.

Joost vandecasteele. Beeld Eric de Mildt

Dus Brussel en wat het ook moge symboliseren, is niet aangevallen. Plan C is gewoon in werking getreden, uitgevoerd door opgejaagde criminelen, meer bevreesd voor de gevangenis dan voor de dood.

Dat besef is misschien de reden dat Brussel geen post-22 maart stad is geworden, geen nulpunt heeft gekend, geen grote inzichten heeft verworven. We zijn niet banger, beleefder of bezorgder geworden. We blijven de metropoortjes forceren, maar nu worden we berispt door militairen die dan voor racisten worden uitgescholden. Chauffeurs blijven elkaars grootste vijand, maar hun 'nique ta mère’s' klinken iets lustelozer. We blijven een grootstad bestuurd door dorpspolitici, maar hun standaardsetting van critici meteen te bestempelen als extreemrechts maakt geen indruk meer.

Eigenlijk zijn we bevestigd in wat we al wisten: Brussel is niet belangrijk genoeg, zowel voor machthebbers als voor terroristen.

Yasmien Naciri: "Sarah en Marwan"

Yasmien Naciri is marketeer, student, voorzitter van hulporganisatie Amana en columniste voor De Morgen.

Terwijl mijn vingers mijn toetsenbord raken, neem ik een pauze en herlees ik de brieven van Sarah Opdenacker en Marwan Ejnayah. Hun getuigenissen liggen vandaag op elke tafel in de bibliotheek van de Universiteit van Antwerpen.

Sarah en Marwan: twee overlevenden van de aanslag op 22 maart in Zaventem. Marwan werkte er die dag als jobstudent en Sarah zou met haar beste vriendin naar New York reizen. Ik had me voorbereid op beschrijvingen van het moment van de aanslag en een poging tot het beschrijven van hun gevoelens. Chaos, paniek, machteloosheid en verdriet. Maar de getuigenissen verliepen anders…

Sarah schrijft dat ze een paar dagen na 22/3 meeleefde met een andere aanslag, ditmaal in Irak: “Ik kreeg veel lieve berichtjes van vrienden, familie en zelfs professoren. Op dat moment stond de tv aan. Er was een aanslag gepleegd tijdens een voetbalwedstrijd… Huilende kinderen en wanhopige ouders vulden het scherm. Wie zal hen opbellen en lieve berichtjes sturen?”

Marwan bleek een andere last te dragen op de dag na de aanslagen. In zijn brief vertelt hij hoe hij de nood voelde om interviews te geven en de bevolking te bewijzen dat 22 maart een aanslag was op ons allemaal.

“Het interview dat ik de dag na de aanslagen aan lokale media gaf, was echt vermoeiend. Desondanks vond ik het belangrijk om te doen. Ik wilde immers niet dat de gemiddelde burger dit als een aanslag op de blanke Belgen zou beschouwen. Want dat beeld klopt gewoonweg niet. Dit was een aanslag op ons allen! Of we nu blank, zwart, moslim, jood, christen of atheïst zijn. In de ogen van deze terroristen waren we allemaal ‘ongelovigen’ die niets dan de dood verdienen. En juist die realiteit zou ons tot nadenken moeten aanzetten.”

Sarah en Marwan kennen elkaar niet persoonlijk, maar hebben meer met elkaar gemeen dan de traumatische ervaring die ze hebben opgelopen.

Ze delen de menselijkheid, een groot hart, de moed en de liefde om samen te leven. Laten we ook dat herdenken op een dag als deze.

Sammy Mahdi: "Niet in mijn Brussel"

Sammy Mahdi is voorzitter van Jong CD&V en columnist voor De Morgen.

Niet in mijn Brussel. Nooit. Jamais. Er kunnen op deze aardkloot en zelfs in mijn stad dan nog zoveel gekken rondlopen, ons zullen ze nooit treffen. Tot die fameuze 22 maart van vorig jaar. Bij de eerste berichten die binnenstroomden over een aanslag in Zaventem volgde daarom vooral ongeloof en ontkenning.

Een paar uurtjes later strompelden collega’s van het CD&V-hoofdkwartier naast metrostation Maalbeek binnen op de fractie van het Vlaams Parlement. Ook mijn metrostation was getroffen. Daar waar ik als 16-jarige mijn vriendin voor het eerst kuste. De aanslagen grepen me bij de keel. Met Brusselse nuchterheid en nonchalance kun je veel aan, maar dit niet.

Sammy Mahdi. Beeld Tim Dirven

Ook de Molenbeekse samenleving is wat gewoon en kan wat aan. Altijd al een slecht imago, voor velen altijd al une commune de merde. Een jaartje mediacircus later zijn de chronische ziektes in Molenbeek er nog steeds. Rachid en de bende verkopen bij mij om de hoek nog altijd drugs. De preken gebeuren nog steeds door imams met geen enkele voeling met onze leefwereld, in niet-erkende moskeeën. Een op de twee jongeren is nog steeds werkloos.

Het gevoel dat niemand om een groot deel van de 100.000 inwoners maalt en er sprake is van 'hun' wereld tegen die van 'ons', is alleen maar toegenomen. Molenbeek opkuisen? De kuisploeg heeft nog wat werk voor de boeg. Niet in het minst door de stront aan polariserende communicatie die het wij-zij-denken voedt.

Pascal Kerkhove: "Geluk, 2.000 koffies en een kleindochter later…"

Pascal Kerkhove is directeur redactie bij Krant van West-Vlaanderen. Hij was op 22/3 op Zaventem.

Geluk moet je afdwingen, zegt men.

Zaventem, 22 maart 2016, 7.40 uur: ik zeg neen tegen een koffie en daarmee ja tegen het leven. Waarom wist ik toen niet, en weet ik vandaag niet. Het lot? Waarom kantelt het leven die dag mijn kant op en waarom rolt de dood zoveel anderen tegemoet? Een beslissing, stom toeval, twintig minuten. We worden dezer dagen overspoeld met vreselijke verhalen van mensen die een jaar geleden geen geluk hadden. De vragen zijn identiek, het pijnlijke gebrek aan antwoorden evenzeer. Het noodlot.

Pascal Kerkhove. Beeld kos

Ik heb geluk gehad. Alle geluk.

Ik vergeet die dag, maar nooit meer dat geluk.

Tijdens de collectieve stilte van 23 maart streel ik zachtjes de arm van mijn vrouw.

2.000 koffies later streel ik nog zachter het hoofdje van mijn kleindochter.

Zij was er nog niet toen, vandaag is ze er des te meer.

Ik ben 55, zij 8 maanden. Ik hoop haar later te kunnen vertellen hoe ik O-Pascal werd. Mocht worden. Kon worden. Haar O-Pascal.

Ik vertel haar over geluk en hoe dat te zien door te kijken met haar hart.

Ik vertel haar over de schoonheid, de pijn en de kracht van geluk.

Ik vertel haar hoe elke minuut boosheid gelijk is aan 60 seconden verloren geluk.

Ik vertel haar hoe uniek geluk is, omdat het zich verdubbelt als je het deelt.

Ik weet, maar vertel het haar (nog) niet: geluk moet je ook krijgen.

Luckas Vander Taelen: "Politieke sursaut bleef uit"

Luckas Vander Taelen is opiniemaker. Hij woont in Vorst.

Ik had gehoopt dat er na de aanslagen volop gedebatteerd zou worden door de Brusselse politieke klasse, over wat er fout gelopen was, hoe het mogelijk is geweest dat jonge inwoners van onze stad zo snel geradicaliseerd waren, waarom men bepaalde wijken tot getto's had laten verworden, wat er fout zat met het onderwijs. En vooral : waarom er niet meer gelet was op de tekens aan de wand, die er al jaren op wezen dat er toch wel iets fout liep.

Luckas Vander Taelen. Beeld Photo News

Toen Annalisa Gadaleta (Ecolo-Groen) het vorig jaar aandurfde om het over de minder leuke kanten van haar gemeente Molenbeek te hebben, werd ze meteen door de Franstalige linkse partijen als extreemrechts weggezet. Net zoals Frédéric Deborsu een aantal jaren eerder door burgemeester Moureaux was afgebrand, toen die in een tv-reportage de toenemende radicalisering aanklaagde. Niets nieuws onder de Molenbeekse zon, helaas.

Natuurlijk zijn er aan de basis waardevolle initiatieven genomen, maar een politieke sursaut, zoals de Franstaligen dat graag noemen, bleef uit: politici die boven hun middelmatigheid uitstijgen, zichzelf in vraag stellen en vooruitkijken. Het is alsof ze hopen dat het vanzelf zal overgaan. En alles is eigenlijk bij het oude gebleven: 19 burgemeesters kijken als eigenwijze baronnen elk een andere kant uit en een bekrompen electoralisme is hun enige politieke motivatie…

Joachim Pohlmann: "De werkelijke tragedie"

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA), schrijver en columnist voor De Morgen.

22 maart was een van de meest irreële dagen van mijn leven. Ik was onderweg naar Brussel toen ik het nieuws van de aanslag op de luchthaven vernam en bij aankomst vond in Maalbeek – op geen 2 kilometer van mijn kantoor – de tweede aanslag plaats.

Joachim Pohlmann. Beeld dm

Ik belandde in een soort van overlevingsmodus: alles ging aan mij voorbij. Alsof ik net boven het werkelijkheidsniveau zweefde. Iedereen vreesde een aanslagengolf, ongerust werd ik opgebeld met de vraag of alles in orde was, de tv zond gruwelijke beelden uit, buiten loeiden sirenes en Brussel liep leeg. Ik bleef op mijn bureau en werkte door, zoals steeds.

’s Avonds, op de terugweg, passeerde ik op de Leuvensesteenweg een colonne legervoertuigen – een ongeziene stoet van gepantserde wagens – die de stad binnenreed. Op dat moment sloeg de werkelijkheid mij in het gezicht: wij waren aangevallen. ’s Nachts spookten de afgrijselijke taferelen door mijn hoofd. En tegen de ochtend bereikten mij berichten van vrienden die familie onder de slachtoffers hadden.

Dat is de werkelijke tragedie. Voor vele mensen begon het drama na 22/3, met de revalidatie of de rouw. Voor hen zal de impact blijvend zijn. Het is mijn machteloosheid daartegen die nu het meest wringt. 

Michael De Cock: "Een man om mateloos lief te hebben"

Michael De Cock is artistiek leider van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel.

Ik kende Johan Van Steen niet. Had zelfs nooit van hem gehoord, voor hij omkwam in Maalbeek. Ik ken zijn vader. Van ver. Ik loop hem weleens tegen het lijf in het theater. Vorige zondag leerde ik, samen met duizenden andere luisteraars, Johans echtgenote kennen. Ik zat verstild te luisteren naar haar stem die even hees, breekbaar als bedachtzaam klonk. In het zoekende tasten, het serene niet-weten klonk zoveel wijsheid.

Michael De Cock. Beeld Jef Boes

Ze had het over de boosheid die er nog hangt, een jaar later. Ze sprak over verbondenheid en over de liefde waar ze zelf van overliep. "Hij moet geweten hebben dat er iets te gebeuren stond", meende ze, want hij was erg gevoelig. Je hoopte vurig met haar dat het zo gelopen is. Ze vertelde over haar verloren geliefde en over zichzelf als waren ze personages in het mooiste liefdesverhaal. Hoe hij haar voor zich had gewonnen met een briefje en één woord. En hoe hij haar nog bedankt had, de ochtend van het drama. Zin voor zin, stilte na stilte leerde ik Johan beter kennen.

22 maart is haar verjaardag. De dag dat ze het leven kreeg, verloor ze er één. Leven en dood zijn nu onherroepelijk verbonden. Uit het diepste verdriet herrijst nu en dan de grootste waardigheid. Zo fantaseerde ze over een ontmoeting met de man die zich net voor de aanslag bedacht had, weer naar huis was gekeerd om zijn bom te ontmantelen, en nu in de gevangenis zit. Ze wilde hem niets vertellen, ze zou naar hem luisteren. Vanuit de stilte kon er misschien een gesprek ontstaan dat hem weer in contact zou brengen met zijn hart.

Wij zijn in de ogen van de ander. Dat is de essentie van ons bestaan. In de liefdevolle ogen van mevrouw Kristin Verellen werd de weifelende vijand weer mens, en werd Johan Van Steen een man om mateloos lief te hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234