lifestyle

Y-chromosoom in ere hersteld: man sterft dan toch niet uit

1 © THINKSTOCK

Het aftakelende Y-chromosoom is in ere hersteld. Elf jaar nadat genetici het uitsterven van de ultieme mannelijke bouwsteen voorspelden, tonen twee nieuwe analyses aan dat 'Y' in topvorm is. Een toekomst zonder mannen? Voorlopig niet.

125.000 jaar. Zo lang had de man nog voor hij verdween. Verschrompeld door genetische aftakeling. Met die boodschap kwam geneticus Bryan Sykes (Oxford University) in 2003. Hij baseerde zich op de bevinding dat het Y-chromosoom, het mannelijke geslachtschromosoom, nog maar 3 procent van zijn oorspronkelijke genen bevat. Genen regelen en bepalen tal van onze eigenschappen. Die op het Y-chromosoom bepalen mannelijkheid en mannen hebben een XY-chromosomenpaar in al hun cellen. Bij vrouwen is dat XX.

Maar als het mannelijke Y-chromosoom al zoveel genen kwijtspeelde, dan staat het op de rand van algehele verdwijning, zo redeneerde Sykes. Zijn conclusie kreeg navolging en de theorie dat de man genetisch wegkwijnt, raakte wijdverspreid. En leidde tot schampere analyses over de teloorgang van de man met zijn zwakke geslachtschromosoom.

Huzarenstukje
Twee aparte analyses in het toptijdschrift Nature slaan die onrustwekkende berichten nu aan diggelen. Onder andere dankzij betere technieken hebben twee teams de volledige geschiedenis van 'Y' in kaart gebracht. Dat is een huzarenstukje. Het Y-chromosoom is namelijk erg moeilijk te decoderen. Daniel Bellott en David Page van het Amerikaanse Whitehead Institute slaagden erin.

Hun collega-genetici Diego Cortez en Henrik Kaessmann van de Universiteit van Lausanne ontrafelden op basis van vergelijkingen tussen X-chromosoom en Y-chromosoom bij talloze soorten zoogdieren dat 'Y' ongeveer 181 miljoen jaar geleden is ontstaan, toen het vogelbekdier zich van andere zoogdieren afsplitste.

Belangrijker voor de man van vandaag dan het verband met het vogelbekdier, is echter dat de meest fundamentele bouwsteen van mannelijkheid nu al 25 miljoen jaar stabiel blijkt. Het blijft kloppen dat het veel langer geleden onderhevig was aan zware aftakeling. Maar in de afgelopen 25 miljoen jaar is het Y-chromosoom slechts één van zijn genen kwijtgespeeld.

Bovendien blijkt nu dat specifieke genen op het Y-chromosoom vitale functies in het lichaam regelen die niet enkel te maken hebben met de geslachtsorganen waaraan 'Y' vooral is gelinkt. "Die inzichten vertellen ons dat het Y-chromosoom wel degelijk een blijvertje is en dat we het wel ernstig moeten nemen", vat professor Page samen.

Twaalf elitegenen
Twaalf van de resterende genen op het Y-chromosoom zijn doorslaggevend voor de controle van andere genen die in het hele lichaam van de man actief zijn en die iedere mannelijke cel doen verschillen van vrouwelijke cellen, zo ontdekten de Amerikanen en Zwitsers.

Het gaat om genen die verschillen van de andere genen op het Y-chromosoom: ze zijn niet alleen geactiveerd in de testikels maar in weefsel over het hele lichaam en oefenen controle uit op de hele combinatie van onze genen.

Tot nu toe zijn verschillen in mannelijke en vrouwelijke weefsels toegeschreven aan hormonen. Maar de rol van die twaalf genen op het Y-chromosoom, die ook hun eigen variant op het X-chromosoom hebben, doet de onderzoekers concluderen dat verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke cellen al vastliggen voor hormonen eraan te pas komen. Net daarom stellen ze dat medicijnen meer afgestemd moeten worden op die dieper liggende verschillen tussen mannen en vrouwen.

Op de vraag hoe het komt dat het zwaar ontmantelde Y-chromosoom wel nog aan die twaalf genen vasthoudt, zegt onderzoeker Bellott: "Y is een gestroomlijnde, minimale variant van een geslachtschromosoom. Die twaalf krachtige genen die onder andere overblijven, zijn elite-genen. Ze zijn betrokken bij het decoderen en interpreteren van het hele genoom op een mannelijke manier. En daarom is het zo belangrijk dat het Y-chromosoom ze bewaart om het overleven van de man te garanderen."

nieuws

cult

zine