Zondag 21/04/2019

Ecotoerisme

Zonder het vliegtuig op reis: "Op de trein krijg je de tijd om de stress te vergeten"

Ecotoerist Stefaan Ternier, zijn vrouw Tine en hun kinderen gaan op reis naar Zwitserland, met de trein. De koffers zijn ingepakt. Beeld Eric de Mildt

Als de overheid Ryanair niet aan banden legt, dan doen we het zelf wel. Steeds meer mensen kiezen er bewust voor niet meer te vliegen in Europa – of toch niet op korte trajecten met prijsbrekers. Vier portretten van fervente treinreizigers. "Je benen strekken en door het raam naar buiten kijken en wegdromen, wie doet dat nog?"

Stefaan Ternier, Dilsen-Stokkem

Kroostrijke gezinnen: zoek niet verder. Stefaan Ternier en zijn vrouw Tine ­bewijzen dat op treinvakantie gaan met vier kinderen van respectievelijk 1, 3, 5 en 7 jaar niet moeilijk hoeft te zijn. “Reizen met kinderen is een hele onderneming als je er maar één hebt. Met vier valt dat wel mee.”

Enig voorbehoud is nodig – de reis moet nog plaatsvinden. De laatste twee weken van ­augustus trekt Stefaan met zijn gezin met de Deutsche Bahn op Intersoc-vakantie naar Zwitserland. Voor een gezin uit het Limburgse Maasland zijn de Duitse spoorwegen dichterbij dan Brussel – gevoelsmatig toch. Via Keulen gaat het met overstappen in Basel en Interlaken naar Wengen, een bergdorp in de schaduw van bekende toppen zoals de Eiger en de Jungfrau.

Het wordt de eerste gezinsreis met de trein, maar Stefaan wil de onderneming niet afdoen als een probeersel. Hij nam al de trein naar Frankrijk en Oostenrijk om met vrienden te gaan skiën. Dat kostte toen 250 euro voor één persoon, nu betaalt Stefaan 270 euro voor zes personen. Heen én terug. Toch gaf de prijs alleen niet de doorslag.

“De reden waarom we met de trein gaan, is een combinatie van prijs, comfort en ecologische overwegingen. Ik heb tien jaar in Leuven gewoond, bewust zonder auto – ik was héél ecologisch. Pas toen ik naar Limburg verhuisde en kinderen kreeg, hebben zowel mijn vrouw als ik een wagen aangeschaft. De kinderen gaan met de fiets naar school, maar de Maasvallei waarin wij wonen, is enorm uitgestrekt. Je hebt hier echt wel een auto nodig. Bovendien werk ik in Heerlen, net over de grens in Nederland. Tine en ik rijden allebei zo’n 20.000 kilometer per jaar.”

Maar met de auto op reis gaan, dat hoeft niet per se voor Stefaan. “Je bent een paar 100 euro kwijt aan benzine, wegenvignetten en onderhoud. En het dorp waar we naartoe gaan, is niet bereikbaar met de auto. Die zouden we hebben moeten achterlaten op een parking in Lauterbrunnen die 100 euro per week kost. Dan kijk ik liever eens naar de treinprijzen.”

Maar hoe denkt hij dat te doen met bagage voor twee volwassenen en vier kinderen? Een ­overschat probleem, vindt Stefaan. “Toen wij ons eerste kind hadden, sleepten wij voortdurend een hoop spullen mee. Met vier kinderen doe je dat niet meer. De oudste krijgt een rugzak en loopt voorop, het jongste kind gaat in de buggy en de twee middelste lopen ertussenin en ­dragen een paar spullen. De rest gaat in mijn ­trekrugzak en in de bagage van Tine. Luiers zijn trouwens overal te koop.”

Stefaan kijkt uit naar het comfort – op de trein zullen de kinderen meer bewegingsvrijheid hebben dan in de auto en gemakkelijker bezig te houden zijn. “De kinderen kunnen niet meer wachten. Ze vinden het idee om met de trein op reis te gaan enorm spannend. Ik ben redelijk zeker dat de reis kwalitatief beter zal verlopen dan met de auto. De enige stress die ik voorzie, zit in de overstappen. In Basel hebben we acht minuten om de aansluitende trein te halen, in Interlaken twaalf minuten Dat heeft me bij het boeken een paar hoofdbrekens opgeleverd.”

In eigen land met de trein reizen doen Stefaan en zijn gezin veel minder. “Ik ben afkomstig van Oostende, waar mijn ouders nog altijd wonen. Door naar Limburg te verhuizen, dachten wij vaker met de trein naar de kust te gaan, maar dat komt er bijna nooit van. We zijn dan vier, vijf uur onderweg: eerst een half uur met de auto naar het station van Genk, drie uur op de trein en dan nog de kusttram, terwijl we er met de auto twee uur en een kwartier over doen.”

Seppe Lenders, Gent

Ecotoerist Seppe Lenders combineert het liefst de trein en de fiets op vakantie. Beeld Eric de Mildt

In juni ging Seppe Lenders drie weken met de trein op vakantie naar Portugal, de voorbije jaren stonden Italië, Griekenland, Denemarken en Roemenië op het programma, vaak in combinatie met de fiets. “Het enige vervelende is dat je op Duitse hogesnelheidstreinen je fiets niet kan meenemen. Maar regionale treinen zijn een prima alternatief.”

Portugal met de trein, dat is goed te doen, vindt Seppe. “Vanuit Brussel moesten mijn vriendin en ik twee keer overstappen: in Parijs en in Hendaye, op de grens tussen Frankrijk en Spanje. Je bent er in 24 uur, sneller dan met de auto of met de Flixbus. Je moet wel de nachttrein nemen: het stuk tussen Hendaye en Lissabon hebben we in een couchette doorgebracht.”

Reizen met de nachttrein vindt Seppe aangenaam. Als student deed hij het al en nu hij werkt, is er weinig veranderd. Al zorgt hij er wel voor dat hij een coupé boekt met twee, hoogstens vier personen. “Met zes bedden is de kans groter dat je bij een snurker of een gezin met kinderen komt te liggen. Niet bevorderlijk voor de nachtrust.”

Hoewel zijn treinreizen niet zo begonnen zijn, maken ze voor Seppe nu deel uit van een bewuste reisfilosofie. “Afstand ervaren is een deel van de reis. Zeker bij lang reizen moet je dat incalculeren. Als je maar een week verlof hebt, moet je niet een dag op de trein zitten. Maar toen mijn vriendin en ik onderweg waren naar Portugal, hebben we 24 uur de tijd gehad om de stress van het dagelijkse leven achter ons te laten. We zijn in alle rust ‘in’ de reis gekomen.”

Op de trein gaat de tijd snel voorbij, vindt Seppe. “Omdat je naar buiten kan kijken. Je ziet het landschap veranderen. Om de tijd te doden, spelen we spelletjes of lezen we – zaken die je je eerste vakantiedag aan het zwembad doet. De trein is misschien een minder idyllische omgeving, maar niet minder ontspannend.”

Als tiener was Seppe lid van JNM, de Jeugdbond voor Natuur en Milieu. “Als je zei dat je met het vliegtuig op vakantie ging, werd je scheef bekeken. Je ziet er andere voorbeelden, dus doe je dat ook.” Zijn eerste treinreis maakte Seppe na een drie weken durende fietstocht naar Kopenhagen. “Ik ben met de nachttrein teruggekomen, maar die is intussen afgeschaft.”

Daarna volgden fiets- en treinreizen naar Venetië (“met de fiets vertrokken en met de trein teruggekomen”), Rome (“met de trein naar Basel, gefietst tot Rome en met de trein terug”), Sicilië (“met de trein naar München, de nachttrein naar Rome, de ferry naar Napels en Sicilië, daar rondgefietst”) en Roemenië (“55 uur op de trein gezeten, gefietst tot in Hongarije en met de trein teruggekomen”).

Het Europese treinnet heeft weinig geheimen voor Seppe. Zijn tips: deel je reis op in stukken, vermijd Duitse ICE-treinen als je je fiets wilt meenemen – regionale Duitse treinen hebben plaats en verlaagde instapplatformen – en reserveer je treintickets drie maanden vooraf. “Maar lees vooral The Man in Seat Sixty-One, de site van expert Mark Smith, met de beste routes en reistijden voor treinreizen in Europa en de rest van de wereld.” Inclusief Rusland en India. Voor wie echt op avontuur wil.

Fien Gilleir, Antwerpen

Ecotoerist Fien Gilleir gaat met familie naar Italië met de autotrein. Beeld Eric de Mildt

De jaarlijkse camping in Zuid-Frankrijk beu en geen fan van vliegvakanties omdat je je ecologische voetafdruk wilt beperken: wat moet je dan? Op vakantie met de autotrein, bedacht Fien Gilleir afgelopen voorjaar. “Uit het raam kijken: wie doet dat nog?”

Vier jaar geleden ging de auto van Fien stuk. Er kwam niet onmiddellijk een nieuwe, ze had hem alleen maar nodig om boodschappen te doen. Toen haar twee zussen hetzelfde dachten, schaften ze met zijn drieën een deelauto aan, waarvan ze het gebruik regelen met een online agenda.

“Mijn partner Igor en ik wilden naar een zonnige bestemming, ik droomde al langer van Italië. Maar met twee kinderen van 4 en 2,5 jaar op de achterbank hadden we geen zin om lang te rijden of een tussenstop te maken.”

Een zoektocht op het internet bracht Fien bij de autotrein. “Raar, ik dacht dat die niet meer bestond. Maar vanuit Düsseldorf vertrekt elke vrijdag een Urlaubs-Express (ook de Oostenrijkse spoorwegmaatschappij ÖBB biedt nachttreinen aan vanuit Düsseldorf en Keulen, red.). Je rijdt ’s avonds met de auto de trein op en ’s morgens ben je in het Italiaanse Verona. Van daar was het een paar honderd kilometer rijden naar de agriturismo in Umbrië. Een behapbare afstand.”

Geen file, geen lange, hete autorit, een wc in de buurt en een boek bij de hand: Fien zag de treinreis zo voor zich. “Ik was ook gecharmeerd door het traject. Vanuit Antwerpen is het niet ver rijden naar Düsseldorf. Via het zuiden van Duitsland, een stukje Zwitserland en het binnenland van Oostenrijk maak je een fantastische reis door de bergen en langs rivieren. ’s Nachts zie je daar niet veel van, maar tot ’s avonds tien uur en vanaf ’s morgens zes uur heb je een prachtig uitzicht. Daar had ik naar uitgekeken: tijdens de treinreis door het raam naar buiten kijken en wegdromen, wie doet dat nog?”

De heenreis verliep probleemloos, de terugreis viel wegens een onderbemande trein tegen. Toch zou Fien het opnieuw doen, verzekert ze. “Je benen kunnen strekken, de rust die je ervaart als je ­aankomt op je bestemming: ik raad het iedereen aan. Maar er kleeft wel een ferm prijskaartje aan: wij hebben 1.500 euro betaald voor vier personen, inclusief maaltijden en couchettes. Geen idee wat ons een vliegreis in het hoogseizoen, een huurauto, péage en een overnachting zouden hebben gekost – wij vliegen liever niet meer in Europa.”

Nog een pluspunt: er zaten nogal wat jonge gezinnen op de trein, de kinderen hadden het er geweldig naar hun zin. “Ouders lieten de deuren van hun couchettes openstaan, zodat de kinderen met elkaar in de gang konden spelen. Ondertussen leerden wij nieuwe mensen kennen. Er heerste een aparte sfeer – een soort van voorvakantie. En toen moest het eigenlijk nog beginnen.”

Ruth Deprez, Leuven

Ruth Deprez (l.) reist met een collega en tien jongeren naar Olot. Beeld RV

Ruth Deprez vertoeft op dit moment met een collega en tien jongeren op een uitwisselingsproject in het Noord-Spaanse Olot, waar het gezelschap met de trein naartoe reisde. ’s Ochtends vroeg in Brussel de Thalys naar Parijs genomen, met de metro naar Gare de Lyon en overgestapt op de tgv naar Perpignan. Dan met de bus naar Spanje.

“In totaal waren we twaalf uur onderweg”, zegt Ruth, die de reis in het voorjaar maakte met twee jongerenambassadeurs, als voorbereiding. Toen konden ze in Perpignan overstappen op een trein richting Barcelona, al was dat geen sinecure. “Ik zag op het reisschema dat we vijf minuten tijd hadden voor de overstap. Ik wilde weten of dat haalbaar was, maar noch de Franse, noch de Spaanse spoorwegen konden mij helpen. We zijn met de nodige stress vertrokken. Als je je aansluiting mist, loopt de rest van je reis mis.”

De ongerustheid bleek nergens voor nodig: de Franse trein werd aan de grensovergang een Spaanse, iedereen kon blijven zitten.

“Wellicht is dat het moeilijkste aan op reis gaan met de trein in het buitenland”, zegt Ruth. “Je moet op voorhand goed uitzoeken of je reisschema wel klopt, waar je je tickets kan afhalen en hoelang een overstap duurt als je je nog tussen twee stations moet verplaatsen. Je kiest ook niet zelf je traject – dat doet het online reservatiesysteem voor jou. Voor deze reis wilden we als groep reserveren, maar de website van de SNCF (de Franse spoorwegen, red.) aanvaardde tijdens de boeking geen gezelschap van twaalf personen, waardoor we niet samen konden zitten. We hebben de groep opgesplitst in twee keer zes personen, dat maakte het samen reizen mogelijk.”

Ruth is op reis met Globelink, een landelijke jeugdorganisatie die samen met jongeren in hun vrije tijd projecten op poten zet rond thema’s als mondialisering en duurzaamheid. Voor het Erasmusproject in Spanje kon Globelink rekenen op Europese subsidies, al dekken die bijlange niet de reiskosten. “Voor een verplaatsing tussen 500 en 2.000 kilometer krijg je 275 euro subsidie per persoon, voor de heen- en terugreis”, zegt Ruth. “Maar een enkele treinrit, geboekt in april, kost al 250 euro. Als Globelink niet had bijgepast, waren onze jongeren moeten thuisblijven.”

Vliegen was voor een vereniging die ecologie en duurzaamheid hoog in het vaandel draagt immers geen optie, en ook in haar vrije tijd probeert Ruth zo ecologisch mogelijk te reizen. Ze is pas terug van een zes maanden durende trip in Zuid-Amerika, waar ze geregeld het vliegtuig nam. “Voor mij dus geen vliegtuig meer de komende jaren. Wat overigens niet wil zeggen dat ik voor vakanties blind de trein neem – een vriend stelde voor om deze zomer naar Kroatië te gaan, maar we hadden maar een week de tijd. Dan ga ik heus geen trein nemen – het werd een fietsvakantie in het zuiden van België, ook mooi. En binnenkort ga ik op dansweekend. Een van de mogelijke bestemmingen was Zuid-Europa, maar omdat het maar een weekend is, heb ik voor Amsterdam gekozen.”

Op vakantie gaan met de trein betekent voor Ruth bewuster en geruster reizen. “Je reist toch anders. Toen we in het voorjaar terugkwamen van Spanje, moesten we tijdens een overstap zes uur wachten. Van die tijd hebben we gebruikgemaakt om een museum te bezoeken. Typisch voor deze tijden is dat er zoveel mogelijkheden zijn – je hebt altijd de keuze. Dus kies ik ervoor om te compenseren: ik houd rekening met mijn vorige reizen en pas mij aan voor de volgende.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.