Woensdag 17/07/2019

Seks & relaties

Zijn we het verleiden verleerd?

Beeld © Eline van Strien

De rij viespeuken is met filmproducent Harvey Weinstein alweer langer geworden. Maar wat met al die mensen die wél goedbedoeld avances willen maken? ‘Er zijn mannen die het nooit meer proberen, ze hebben het helemaal gehad.’

Komt een man bij de seksuoloog, met een knoert van een pornoverslaving. Godganse dagen kijkt hij online verlekkerd toe hoe die naakte lijven tekeergaan. Maar in het echte leven op een vrouw afstappen? Geen denken aan, durft hij niet. Hij gaat in therapie en leert flirten. Op YouTube vindt hij de juiste openingszinnen. Vandaag slaagt hij erin om af en toe die eerste stap te zetten, al is het met een bonzend hart in de keel.

Toch wel straf, hoe de ene kerel al de bib­ber krijgt als hij nog maar naar interesse hengelt, terwijl een ander – genre Harvey Weinstein – als een haai toehapt. Rond de Hollywood-producent ontspon zich deze week een seksschandaal dat alleen maar lijkt uit te dijen. In sneltempo volgden getuigenissen over intimidatie en aanranding el­kaar op. Zo liet de man zich graag masseren en in het kruis tasten. Liefst in badjas, in een fancy hotel. Ging een actrice op zijn avances in, dan zou haar car­rière een boost krijgen. Zo niet werd ze ge­kraakt. “Beloofd.” En hop, zo is het rijtje ‘onwelvoeglijke mannen’ alweer een naam rijker. Wat een armoe.

Vraag is maar: wordt het tegenwoordig, met al die uitwassen van seksueel geweld, niet erg lastig om nog een gezonde relatie aan te knopen? Naïef gezegd: om het ‘aan te vragen’. Lopen we niet massaal op kousenvoeten, bang om de grens van die ander – op wie we stiekem smoor zijn – te overschrijden?

“Dat is de keerzijde van de medaille”, betreurt seksuoloog Wim Slabbinck. “We hebben de jongste tijd veel aandacht voor seksueel misbruik, en terecht. Maar soms slaat de slinger door en belandt er een jongeman in de hulpverlening die daar eigenlijk niet thuishoort. Ook in mijn praktijk heb ik het al eens voorgehad. Een jongen die beticht was van seksueel misbruik, maar bij wie ik de grootste twijfels had: is daar nu wel echt iets grensoverschrijdends gebeurd? Sommigen worden te snel beschuldigd. Dat is die dubbele laag waarmee we worstelen: wanneer zijn we alert, wanneer achterdochtig?”

Dat scenario gaat dan als volgt: een jongen kust een meisje, ze experimenteren wat. Achteraf licht het meisje haar ouders hierover in, en die sleuren meteen de politie erbij. Voor de jongeman het goed en wel beseft, staat hij het uit te leggen voor de jeugdrechter. Als dader van een zedenfeit. Uitzonderlijk, maar toch.

“Voor zo’n jongere is het vaak erg choquerend om te horen dat hij een grens over is gegaan”, vertelt Sonja Van Deynse, directrice bij HCA Oost-Vlaanderen, dat hulp biedt aan minderjarige daders. “Soms was de grens onduidelijk. Of er was drank of drugs in het spel. Alleszins, volwassenen hebben vaak nogal de neiging om de feiten uit te vergroten, terwijl het soms puur om experimenteergedrag van pubers gaat. Wel beluisteren wij altijd de twee kanten van het verhaal: dader en slachtoffer. We willen niemand tekortdoen.

“De jongen werpt soms op dat hij een goede relatie had met dat meisje. ‘Wat kan ik mogelijks verkeerd hebben gedaan?’ Tja, je kunt toch geen wederzijdse schriftelijke toestemming vragen voor seksueel contact? Weet dat dit voor zo’n jongen erg moeilijk te verwerken is. Niet zelden heeft de hele zaak ook een effect op zijn toekomstige relaties, op zijn toekomst tout court.”

Emoticon als eerste kus

Jongeren zijn sowieso meer op hun hoede, stellen experts. Uit angst om het verkeerde te doen. “Bang om beschuldigd te worden.” Gevolg: die eerste toenadering, dat eerste aftasten, is resoluut verschoven. Van de echte wereld naar het virtuele web. Wim Slabbinck: “Je ziet dat jongeren nu eerst online flirten alvorens dat in het dagelijkse leven uit te proberen. Misschien is dat niet eens zo slecht. Vroeger stonden jongens wellicht te weinig stil bij de remmingen van meisjes. Dan is het goed dat ze nu eerst virtueel proefdraaien. De eerste kus is vandaag vaak een emoticon, pas daarna komt de analoge kus. Zoals wij vroeger eerst eens moesten dansen onder de kerktoren, om pas op de tweede date te mogen zoenen.”

Ze kennen elkaar van zien, van op school, of van een pleintje enkele straten verderop. Maar ze hebben nog nooit een woord gewisseld. Toch voegen tieners elkaar toe op Facebook, om pas daar toenadering te zoeken. En daar die eerste move te maken. “Een onmiskenbaar teken van interesse is wanneer iemand je oude Facebook-foto’s, posts van twee jaar geleden, begint te liken”, verklapt Evelien Luts, beleidsmedewerkster en onderzoekster seksualiteit en relaties bij Jong & Van Zin. “Die jongere neemt duidelijk de moeite om terug te scrollen in je tijdlijn. Dat is evenveel als online flirten.”

Daar, in die veilige virtuele cocon, breken jongeren het ijs. De eerste onwennigheid smelt weg. Toch anders dan hoe het er vroeger aan toeging: jezelf in de aandacht van je liefdesprooi moeten werken, steeds dichterbij schuifelen, een korte aanraking. En dan nog een. Die spanning op je maag, als een blok beton. Wordt er straks nog gekust of niet? Evelien Luts: “Ook dat wordt tegenwoordig op voorhand online besproken: ‘Zeg, ik zou je weleens willen zoenen. Vind je dat oké?’

Precies omdat jongeren bang zijn om offline het deksel op de neus te krijgen. Is die eerste kus er gekomen, dan gaan ze er online verder op door. ‘Vond jij het ook zo fijn? Doen we dat de volgende keer nog eens?’ Of: ‘Wil jij al verder gaan?’ Best wel handig voor de tegenpartij. Die krijgt iets meer tijd om erover na te denken dan vroeger. Die hoeft niet meteen te antwoorden.”

Beeld Eline Van Strien

Het is onvermijdelijk. Wil je ‘toeslaan’ – hetzij voor één nacht, hetzij voor eeuwig en altijd – dan komt ooit dat moment waarop het moet gebeuren. Een van de twee moet zijn teen in het water steken. Om te voelen: is het warm of koud? En dus leun je wat dichter tegen die ander aan, verras je met een aanraking of overval je met een zoen.

Maar is zo’n eerste zet dan niet altijd een beetje intimidatie? “Zeker niet”, sust misbruik-experte Liesbeth Kennes, verbonden aan het CAW Oost-Brabant. “Je stelt jezelf net heel kwetsbaar op. Want jij zet jezelf op het spel. Jij bent degene die afgewezen kan worden. Dat is juist heel authentiek. Tenminste, als je het degelijk aanpakt. Ik bedoel maar: je moet je hengel in het water gooien, met een wormpje eraan. Niet zomaar dat wormpje door de ander zijn strot rammen.”

Persoonlijke nederlaag

Toch zijn hoe langer hoe meer mannen verlamd door een angst om het verkeerd te doen, merken experts. “Die angst wijst er net op dat zij geen misbruikers zijn”, stelt Kennes. “Dat ze de realiteit van seksueel geweld niet persoonlijk kennen.

Want een verkrachter merkt wel degelijk dat de ander niet wil. Alleen, hij kiest ervoor om die ‘nee’ naast zich neer te leggen, om er toch mee door te zetten.”

Of is het de angst voor afwijzing die ons zo lam­legt, vraagt Kennes zich nog af. “Daar lijken we meer dan ooit gevoelig voor. Nochtans, het is máár een blauwtje lopen. Het gaat máár over interesse. Dat is geen huwelijk dat na tien jaar op de klippen loopt. Vroeger had je meer een no-nonsense­mentaliteit: een ‘nee’ heb je, een ‘ja’ kun je krijgen. Nu is een ‘nee’ haast een persoonlijke nederlaag, iets om een psycholoog voor in te schakelen. Terwijl die ander alleen maar aangeeft: ‘Ik heb geen goesting in dat wormpje aan jouw hengel.’ Maar dat zegt nog niks over jouw toekomst, toch?”

Overgave gevraagd

Steekt iemand zijn nek uit, dan meestal de man – tot op vandaag in de jagersrol geduwd. “Maar die eerste stap gebeurt met zoveel terug­houdendheid”, verzucht Rika Ponnet, seksuologe van relatiebemiddelingsbureau Duet. “Waar blijft die overgave toch? We liggen massaal op de loer, maar zijn zo inert. Hemeltergend is het. Vergeet het maar dat dit een intelligente manier is om het aan te pakken. Dan denk ik: welaan dan, kijk misschien eens naar een onnozele romantische film, waar ze nog een serenade onder het balkon zingen. Dat is tenminste durven. Dat is in je blootje gaan staan. Waar is onze durf naartoe? Je sterft echt niet van een afwijzing.”

Op de bals, in de jaren stillekes, was het vrij simpel. De jongeman vroeg een meisje ten dans, en zij ging hierop in. Tenminste één keer, al was het maar uit beleefdheid. Had ze interesse, dan kwam er een tweede dans, anders niet. Maar dan alleen als hij haar nog eens vroeg. Hoe dan ook, niemand ging af als een gieter. En het bleef hoffelijk. Mijlenver van hoe het er nu aan toegaat, als je de verhalen van datingexperts hoort.

Rika Ponnet: “Ik hoor veel mannen verzuchten dat ze het gewoon niet meer weten. ‘Wat willen vrouwen eigenlijk vandaag?’ Telkens als die mannen op café hun moed bijeengeraapt hebben om alsnog een vrouw aan te spreken, dan botsen ze op een muur. De vrouw als onneembare vesting. Met een lichaamstaal even afstandelijk als hautain. Het paradoxale is: vrouwen zeggen me dan weer dat ze het liefst nog altijd op de klassieke manier worden benaderd. Dus ze krijgen wél graag complimenten en hebben wél graag dat een man zich galant toont. Maar als die man dan ineens opduikt, zetten velen hun klauwen op en komen erg kattig uit de hoek.”

Dat we zo hard streven naar gendergelijkheid – hoe nobel ook – maakt onze amoureuze zaakjes er niet altijd eenvoudiger op, stellen experts vast. Wat willen we, wat niet? Daar zitten we met vechtende verlangens. Ponnet: “Vrouwen willen steevast een krachtige man, een zelfverzekerde ook. Maar hij mag ook niet té veel seksuele signalen uitsturen. Of toch alleen op de momenten waarop zij het zien zitten. (lacht) Tja!”

Tinder

Hoe je het ook draait of keert, beide geslachten hebben het tegenwoordig erg lastig om “het gepaste gedrag te vinden om het ‘aan te vragen’”, gaat Ponnet verder. “Alsof de oude gedragsregels verloren zijn gegaan en er geen nieuwe codex gekomen is.”

Het doet filosoof en publicist Ludo Abicht terugdenken aan de late jaren 70, begin jaren 80. Hij doceerde toen als jonge dertiger aan de Antioch University in Ohio, een van de vooruitstrevende campussen in de Verenigde Staten.

Abicht: “De ‘vrijheid-blijheid’ van de seksuele revolutie in de jaren 60 had vooral de jongemannen blij gemaakt, niet zozeer de meisjes. Heel wat vrouwen zagen hun grenzen overschreden. En dus kwam er in die jaren 80 aan onze campus een tegenreactie, ingegeven door een radicaal feministische groep. Voortaan moest een jongen expliciet de toestemming vragen aan het meisje voor de eerste kus. En niet alleen voor die eerste zoen, maar ook voor elke volgende stap in het vrijen: een hand op haar dij, haar bloesje openmaken. Hij moest het haast knoopje per knoopje vragen. ‘Mag ik ook deze losmaken?’ Klinkt een beetje karikaturaal, die stringente regels. Maar het had wel goede bedoelingen: het wederzijdse respect bewaken.”

Respect, basic beleefdheid. Precies daar wringt vandaag het schoentje, zien relatiedeskundigen. Ponnet: “Grote boosdoener is de kloof tussen het online en echte leven. Dat zorgt voor zo’n schizofrene situatie. Op Tinder durven we alles op tafel te gooien, tot onze favoriete standjes. Daar mogen we gerust wat dimmen. Maar zet ons face to face en we klappen dicht. Niet verwonderlijk ook. Mannen die toenadering durven te zoeken, worden soms met de grond gelijkgemaakt, met een kogelschot van een blik.

“Er zijn mannen die nooit meer proberen, ze hebben het gehad. Het idee alleen al om nog op een wildvreemde vrouw af te stappen, geeft hen de daver op het lijf. Sommige vrouwen kunnen er dan ook wat van. En het is de onlinewereld die dat volledig in de hand werkt. Vrouwen worden het gewoon om mannen emotioneel weg te swipen, en dus doen ze dat ook in het echt. ‘Bol het af, jong.’ Nochtans, het is niet omdat je vriendelijk bent dat je een trouwgelofte aflegt.”

Arm rond de middel

Dan kunnen volwassenen blijkbaar nog een puntje zuigen aan het onlinegedrag en -geflirt van jongeren. “Met respect voor de ander en diens grenzen”, stelt Evelien Luts (Jong & Van Zin). “Casual sex, friends with benefits, daar denken ze naar eigen zeggen nog niet aan. Dat is hooguit iets voor later, of nooit. Zij zijn zeker nog niet zo promiscue als twintigers. Maar misschien komt die losbandigheid nog wel. Voor jongeren is het ook zo klaar als een klontje: de eerste keer komt er pas als beiden er klaar voor zijn. Moeten ze echt te lang wachten, dan zullen ze de relatie nog eerder stopzetten dan hun liefje te forceren. Ook dat getuigt van respect voor elkaars grenzen.”

Volwassenen zullen die grens al vaker eens passeren, al is dat niet altijd “slecht bedoeld”, weet Rika Ponnet. “Denk aan mannen die hun interesse voor een vrouw moeilijk onder woorden kunnen brengen. Zij zullen al sneller eens een hand strelen, een arm rond haar middel slaan, of iets te vlug beginnen zoenen. Terwijl dat totaal niet afgestemd is op de context of op haar verwachtingen. Overschrijd je dan een grens? Ergens wel. Maar dat is nog geen grote ramp. Alleen loopt die man dan wellicht een blauwtje.”

Al heb je dus ook wel die andere categorie, vult ze nog aan. “Volwassenen die er al in slagen om zelfs per sms grensoverschrijdend gedrag te stellen.” Zoals die ene man op Tinder. In zijn tweede bericht, nog vóór de date, schreef hij het al: “O, by the way, ik word het liefst oraal bevredigd.” Benieuwd of hij een blauwtje liep. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden