Woensdag 23/10/2019

De verzoening

Zij hebben vrede met het litteken

De knieën van Mathieu van der Poel hebben de Ronde van de Toekomst ternauwernood overleefd. Beeld Karoly Effenberger

Een litteken draag je je hele leven mee. Gelukkig kunnen de meeste mensen zich er na verloop van tijd wel mee verzoenen.

Mathieu van der Poel

“Ik was de hele etappe redelijk zenuwachtig”, vertelt Mathieu van der Poel over die noodlottige Ronde van de Toekomst in de zomer van 2015. “Ongeveer 20 kilometer voor de finish gaat de renner voor mij van de rechterkant van de weg helemaal naar links. Ik blijf in zijn achterwiel haken en kom ten val.”

Ook al zal Van der Poel door die ene val de helft van het volgende seizoen missen, toch lijkt er op het moment zelf niet veel aan de hand. Hij laat de wonden ’s avonds in het ziekenhuis hechten, kruipt de volgende dag weer zijn fiets op en wordt in die rit nog tweede. “Ik had niet verwacht dat het zo erg was,” zegt Van der Poel, “maar het probleem was dat de Franse artsen de wond te strak gehecht hadden. De dag waarop de draadjes verwijderd werden, liep ik de trap op en toen is de wonde weer opengescheurd.”

Mathieu van der Poel: "Ik besef dat ik echt van geluk mag spreken." Beeld Karoly Effenberger

Nadien kost het nog enkele operaties en moet hij enige tijd revalideren. Maar al ziet het er misschien erg uit, Van der Poel heeft van zijn knieën nu geen last meer, zegt hij. “Het is natuurlijk mooier om knieën zonder littekens te hebben, maar ik lig er eigenlijk niet wakker van.”

Mathieu van der Poel praat opvallend gelaten over zijn blessures, alsof die er voor renners gewoon bij horen. Ook dat hij na de val enige tijd out was, lijkt hem nu niet meer te deren. “Ik ben al een paar keer hard gevallen, heb ook mijn sleutelbeen eens gebroken tijdens een trainingsrit, maar ik kom er uiteindelijk altijd goed van af”, zegt hij. “Maar ik besef ook dat ik echt van geluk mag spreken.”  

Sara Bastiaensens

“Ik vind het een mooi litteken”, zegt Sara Bastiaensens, kers­verse mama, over het rode lijntje aan haar bikini­lijn. “Het klinkt een beetje cliché, maar ik heb er iets moois voor in de plaats gekregen. Mijn zoon Lukas is op 31 oktober geboren, zo’n tien dagen vroeger dan voorzien was. Omdat hij in een stuitligging lag, stelde de gynaecoloog voor om een keizer­snede uit te voeren, uit voorzorg. Ik wilde liever een gewone bevalling, maar stemde toch in.”

Sara Bastiaensens had liever een normale bevalling gehad, maar het werd een keizersnede. Beeld Karoly Effenberger

Een spoed­keizer­snede indien een stuitbevalling slecht was verlopen, was veel moeilijker geweest, zegt Sara. Daarom was ze met een preventieve keizer­snede gerustgesteld. “Door die ingreep moet ik wel langer revalideren. Je hebt in feite een buik­operatie ondergaan, waarbij je buik­spieren ook uit elkaar getrokken zijn. Maar in het ziekenhuis stellen ze alles in het werk om ervoor te zorgen dat het litteken mooi geneest. Ze hebben nietjes gebruikt om de wond dicht te naaien, zodat de huid beter kan herstellen.

Sara Bastiaensens met zoontje Lukas: "Ik heb er iets moois voor in de plaats gekregen." Beeld Karoly Effenberger

Vriendinnen vragen mij wel­eens of ze het litteken mogen zien, omdat ze graag willen weten hoe groot het is”, vertelt Sara nog. “Het is eigenlijk niet super­spectaculair, ik zit er ook niet mee in en je kunt dit nog heel goed bedekken. Daarom wil ik het hier graag tonen. Om aan andere vrouwen te laten zien dat ze niet alleen zijn, misschien. Maar ook om te bewijzen dat mijn litteken echt niet zo erg is. Het heeft voor mij ook zo’n prachtige betekenis.”

Tomas Verduyn

In Hoevene praat bijna niemand over wat er met Tomas Verduyn gebeurd is. Enkel zijn vrienden beginnen er af en toe nog eens over. “Toen ik in het jeugdhuis boven in een bed lag te slapen, hebben twee leden van de scouts lampolie over me gegoten en me in brand gestoken”, zegt hij. Vertellen wie dat waren, gaat niet, omdat er momenteel – het is nu twee jaar geleden – nog een proces tegen hen loopt. “Op het moment van de feiten waren zij ook mijn vrienden, dus dit is absoluut niet makkelijk.”

Tomas Verduyn werd slachtoffer van een danig uit de hand gelopen grap. Beeld Karoly Effenberger

Dat maakt het proces ook uiterst ­slopend, zegt Tomas, omdat bij elke zitting het hele verhaal voor hem terugkomt. Tomas heeft vier ­operaties moeten ondergaan in het brandwondencentrum van het Stuivenberg-ziekenhuis, en moest nadien zwaar revalideren om weer te kunnen lopen. Elke dag trekt hij nu drukbroeken aan om te voorkomen dat zijn littekens nog zouden ­uitbreiden.

“Fietsen of naar toilet gaan, dat blijft moeilijk”, zegt Tomas. “En ik heb die drukbroeken aanvankelijk echt ­vervloekt: ze zijn warm en ze jeuken. Gelukkig ben ik niet in mijn gezicht verbrand. Maar de onderbroekzone is wel een heel gevoelige en intieme plaats.”

Aanvankelijk wilde hij niet dat zijn vriendin hem zo zou zien. Enkel voor zijn ouders voelde hij geen schroom om zijn wonden te tonen.

“In het begin heb ik mij er echt voor geschaamd”, vertelt Tomas. “Maar nu niet meer. Dat mijn vriendin, die me in het ziekenhuis ook elke dag is komen bezoeken, geen punt maakt van de ­littekens, is voor mij een bevestiging dat ze mij echt graag ziet.”

Tomas Verduyn: "Mijn vriendin maakt er geen punt van." Beeld Karoly Effenberger

Lotte Beckers

Bijna vier jaar geleden hadden mijn vriend en ik op reis een zwaar ­ verkeersongeluk. Hij overleed en ik brak mijn arm en zowat elk bot in mijn gezicht. Ik heb de scans nog: mijn oogkassen waren verbrijzeld, mijn jukbeenderen zaten vol barsten en breuken, mijn boventanden stonden plots op een andere plek. Mijn oog scheurde en mijn lip ook.

Een van de littekens die Lotte Beckers overhield aan een fataal verkeersongeluk op vakantie. Beeld Karoly Effenberger

Rouwen is – naast veel verdriet hebben – ook een slopende warboel van woe­de, onmacht, ­frustratie, angst. Het bezorgde me tegelijk een identiteitscrisis. Het leven zoals ik het kende, was niet meer. Ook ikzelf ben niet meer wie ik vroeger was.

Maar de wereld draait door en ik moest leren leven met een grootse afwezigheid. Omringd maar alleen, met een ander leven en een andere toekomst dan gehoopt. Ik moest uitzoeken wat rouw en trauma met mij doen en hoe ze mij veranderen. Wat ik nu belangrijk vind en nodig heb en wat niet.

Tegelijk heb ik moeten leren leven met een nieuw gezicht. Mijn oog is wat gek gevormd, alsof het te ver is dichtgenaaid, een dun litteken er­onder lijkt op een eeuwige wal. Aan die scheur staat mijn lip wat dik. Mijn gezicht heeft een andere structuur: asymmetrisch, smaller en met meer geprononceerde jukbeenderen.

Heel soms denk ik erover na: wat is eigenlijk het ergst? Mijn benen verliezen, of dit, een ander gezicht hebben? Ik weet het wel, natuurlijk weet ik het wel en de vraag is zelfs wat pervers. Want het is niet zo erg, het valt wellicht niet eens zo erg op. Maar af en toe komt het toch aangewaaid.

Lotte Beckers: "Ik heb moeten leren leven met een nieuw gezicht." Beeld Karoly Effenberger

Wat is dat eigenlijk voor iets raars, een gezicht? Zo publiek, zo bepalend en toch zo intiem. Van mij, of toch niet. Want het gezicht dat bijna dertig jaar zo vertrouwd was, was er opeens ook niet meer. Vier jaar later voelt het nog altijd niet echt als mijn gezicht. En weet ik nog niet goed wie ik nu ben, en wie niet meer. Soms is dat goed. Maar ik heb iets ­verloren.

Als iemand rechts van me zit, denk ik altijd even aan mijn rare oog. Als ik iemand voor het eerst ontmoet, vraag ik me af of hij/zij het ziet. Bij mensen die ik ken, stel ik me de vraag: zien ze het nog? Herinner ik hen nog altijd aan wat er misliep? En hoe zal dat zijn over tien of twintig jaar? Toch doe ik er niets aan. Ik heb geen zin om mijn oog nog maar eens te laten corrigeren of mijn lip, en de ­fillers waar een chirurg ooit over sprak, heb ik zelfs niet overwogen. Omdat het zo’n gedoe is, omdat het me soms echt niks kan schelen. Omdat toch niets meer wordt zoals het was.  

Kyell Depestel

“Mijn littekens vertellen mijn verhaal. Ik heb heel mijn leven borsten gehad, maar ze zijn nu eindelijk weg.” Kyell Depestel heeft de afgelopen zomer een belangrijke stap gezet om ­zichzelf te worden. “In maart wordt de operatie besproken om mijn baarmoeder te verwijderen. Volgende zomer zal ik die waarschijnlijk ondergaan. Over vijf jaar zou ik dan nog een operatie laten doen om een penis te krijgen.”

Hij heeft er lang over nagedacht, zegt Kyell. Het kost veel geld, je wilt er je ouders niet mee belasten, zijn de gedachten die sinds zijn 15de door zijn hoofd zijn gegaan. Maar hij wilde geen vrouw blijven. “Ik wou mijn regels niet meer krijgen, of later niet zwanger worden.
Ik heb het gevoel dat dit gewoon klopt. Ik kan nu gaan zwemmen wanneer ik wil, of mijn T-shirt uittrekken als ik het warm heb. Mensen keken vroeger naar mij. Nu nog, maar ik heb liever dat ze mijn littekens zien dan mijn borsten.”

"Ik heb heel mijn leven borsten gehad," vertelt Kyell Depestel, "maar nu zijn ze gelukkig weg." Beeld Karoly Effenberger

Op de hogeschool VIVES, waar Kyell studeert om leerkracht aardrijks­kunde en PAV (project algemene vakken) te worden, weet bijna ­niemand dat hij trans­gender is. “Je kunt het aan mijn stem niet meer horen en ik vertel het ook niet meer als ik iemand leer kennen”, zegt Kyell. “Ik denk ook niet dat het zoveel ­uitmaakt.”

Zijn borsten stopte Kyell vroeger weg onder een windel, waardoor hij er ook voor de operatie al ‘plat’ uitzag. “Trans­gender zijn is in België toch nog steeds een taboe, vandaar dat ik mijn littekens nu graag wil laten fotograferen”, zegt Kyell. “Ik wil ze zeker niet verbergen. Ik verborg mezelf vroeger al meer dan genoeg.” 

Kyell Depestel: "Trans­gender zijn is in België toch nog steeds een taboe." Beeld Karoly Effenberger
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234