Zondag 20/10/2019

De grote oversteek

Zeebonk Van Severen en de grote oversteek: ‘De mooiste momenten zijn de eenzaamste’

Fabiaan Vanseveren op zijn boot. Beeld Ringo Gomez-Jorge

Designer-zeeman Fabiaan Van Severen (62) stak met een zeilboot moederziel alleen de Atlantische Oceaan over en trotseerde vier stormen. Noem het een extreme vorm van outdoorreizen. ‘De mooiste momenten zijn de eenzaamste.’

Ik woon aan de zee. In principe kan ik gewoon een boot nemen en wegvaren naar waar ik maar wil: Amerika, Australië. Dat vind ik een geruststellende gedachte.” Ik zit naast Fabiaan in zijn Duitse stationwagen met vier boterkoeken op de schoot. Op de achterbank ligt een matras die we later op de dag in zijn nieuwe boot zullen leggen. Fabiaan is een telg van de bekende familie Van Severen. Als zoon van kunstenaar Dan en broer van wijlen Maarten staat Fabiaan in de eerste plaats te boek als designer.

Eerste boottocht

Maar Fabiaan is al minstens even lang gebeten door de zeilsport, als enige in de familie. Zijn eerste boottocht deed hij op zijn twaalfde in de haven van Brugge, toevallig, op uitnodiging van een vriend. Hij was meteen verkocht. Later stak hij meermaals de Golf van Biskaje over en voer hij samen met zijn toenmalige vrouw een jaar lang op de Middellandse Zee. “Ik was 26”, zegt hij, terwijl hij de juiste afrit zoekt. “We voeren van Zeebrugge over Lissabon naar het zuiden van Frankrijk en genoten echt van het mediterraanse leven. Na de reis besloot ik om me als ontwerper in België te vestigen.”

Net zoals de andere leden van de Van Severen-familie, streek Fabiaan neer in de buurt van Gent: eerst in Sint-Martens-Latem, later in de stad zelf. Een kleine tien jaar geleden ruilde hij de Arteveldestad in voor Oostende. “Ik ben er beland omdat ik er een prachtig pand had gevonden, een voormalige graanschuur met oude betonnen silo’s langs het Passendaelekanaal (smal kanaal dat Oostende en Nieuwpoort verbindt, RG). Mijn bedoeling was om er een meubel­atelier, een scheepsatelier en een loft in te richten. Ik wilde zelfvoorzienend zijn: zonnepanelen op het dak en regenwater opvangen in een van de silo’s. Uiteindelijk deed stedenbouw moeilijk en bleek dat mijn buur er een oudijzerhandel wilde starten. Mijn prachtig zicht en de rust zouden verdwijnen. Dus heb ik me laten uitkopen.”

Toch bleef Fabiaan in Oostende hangen en kocht hij een appartement op de 21ste verdieping van Residentie Europacentrum, de hoogste toren van de Belgische kust. Een gebouw waar de gemiddelde Oostendenaar zijn neus voor ophaalt, omdat het met enig gesjoemel werd neergeploft. “Tja, heel de kust is uiteindelijk met gesjoemel gebouwd en toch neemt niemand er aanstoot aan. Voor mij was het duidelijk: als ik in Oostende zou blijven, zou ik daar wonen en nergens anders.

“Aan de kust probeert men zoveel mogelijk kamers in een appartement te proppen want dat brengt op. Ik had hier vier kamers, maar heb er twee opengetrokken. Vanuit mijn slaapkamer heb ik zicht op zee en langs de andere kant op de stad.” Leuk detail: zijn badkuip staat vlak aan het raam. “Dat is pure luxe. Ik woon hier nu tien jaar en krijg nog steeds datzelfde heerlijke gevoel van het uitzicht.”

Na een uur rijden bereiken we onze bestemming: een kleine haven in Willemstad, Noord-Brabant, op slechts twee sluizen verwijderd van de zee. Met de boterkoeken in de hand enteren wij de Ashkelon, Fabiaans zeilschip. Voor de kenners: een 12 meter lange racer-cruiser van het merk Baltic, een Finse klassieker uit de jaren 80. “Een beauty als deze vind je niet meer”, stelt Fabiaan.

Met dit schip stak Fabiaan in 2011 de Atlantische Oceaan over, van New York naar Oostende. “Destijds was ik gek van dit model. Ik heb op het internet alle beschikbare Baltics opgezocht en zo ben ik in New York terechtgekomen. De dollar stond op een historisch laag punt en boten werden in de VS buitengewoon goedkoop verkocht. Tijdens de paasvakantie in 2011 ben ik naar New York gevlogen om er drie weken lang op het schip te verblijven en het op orde te brengen. Daarna liet ik mijn zoon en dochter overvliegen om enkele weken rond Manhattan te zeilen. Zo’n kans krijg je maar een keer in je leven. En toen was het opeens al eind juli.

Krachtige orkanen

“De beste periode voor de oversteek is in juni, als de winterstormen achter de rug zijn. In juli start het orkaanseizoen, dat loopt tot eind september. Aan land verschijnen enkel de echte krachtige orkanen, maar op zee komen er zeer veel voor. Met andere woorden: als je tijdens het orkaanseizoen vaart, dan mag je zeker zijn dat je een storm tegenkomt.”

Met de nodige overmoed en een beetje naïviteit besliste Fabiaan toch uit te varen. “Ik bekeek de weerberichten bewust niet, omdat ze me hadden kunnen ontmoedigen.” Normaal zou de vorige eigenaar van de Ashkelon hem vergezellen, maar die haakte uiteindelijk af. Hij wist wel beter dan tijdens het or­kaanseizoen uit te varen. En zo vertrok Fabiaan alleen, voor een tocht van dik twintig dagen op zee.

“Ik heb vier stormen gehad waarvan twee een naam hebben gekregen: Bret en Cindy”, lacht hij. Het was een druk stormjaar, las hij later, met maar liefst zeventien benoemde stormen, waarvan zeven orkanen. “Er zijn vier types van stormen. In stijgende orde: een tropische depressie, tropische storm, orkaan en zware orkaan. Bret en Cindy waren tropische ­stormen.”

Terwijl we in de eerste zomerzon boterkoeken eten, vertelt Fabiaan over de stormen op zee. Hij beschrijft ze als lange golven van zo’n acht meter hoog. Soms brak een golf en vormde die een schuimend dak. Dan werd het gevaarlijk. Maar Fabiaan kende geen angst. Niet omdat hij zo onverschrokken is, wel door een eigenaardig fenomeen. “Onlangs heb ik gelezen over zeelui die in benarde situaties ‘stormdronken’ worden”, zegt hij. “Zij worden euforisch in plaats van angstig.” Precies wat hij meemaakte. “Ik riep echt: ‘Hey, kom maar op!’ en zocht bewust de grootste golven op. Ik ben zelfs op die golven beginnen te surfen: zo creëer je een enorme snelheid. Die ervaring is werkelijk prachtig. Maar het is gevaarlijk.

“Achteraf sloeg er een zekere angst toe en dacht ik: gij domkop! Maar door mijn stormdronken-zijn ben ik het noodweer wel op een aangename manier doorgekomen.”

Fabiaan Vanseveren. Beeld Ringo Gomez-Jorge

Fabiaan zeilde van New York eerst naar de Azoren. Tijdens die tussenstop bleek zijn rolfok, de fok vooraan, vast te zitten. Die moest gerepareerd worden. Voor die eerste pauze zeilde hij zeventien dagen moederziel alleen op zee. “Na vijf uur varen zie je de kust al niet meer en besef je: het duurt twaalf dagen vooraleer ik terug dichter naar land toe vaar”, zegt hij. “Ook besef je dat een helikopter het enige toestel is dat je bij nood kan redden. Maar zo’n ding heeft een actieradius van 200 mijl. Na twee dagen zeilen ben je die al voorbij.” Dat besefte hij al vlug toen hij in het begin van zijn reis van het trapje in de kajuit donderde. “Daar lag ik dan, met één been in de keuken en het andere over de zitbank. In een fractie van een seconde ging er door mijn hoofd: o neen, ik heb mijn been gebroken, ik moet gered worden, alles is voorbij.” Hij sprong recht en voelde aan zijn nek, rug en benen. “Ik kon nog bewegen; niets aan de hand. Maar toen dacht ik: Fabiaan, je zal moeten opletten. Dat was een goeie wake-upcall.”

Maar hoe rooit een mens het in godsnaam om zo lang in zijn eentje op zee te zijn? “Ik belandde in een staat van extreme concentratie. Het is moeilijk te duiden, maar ik ervoer een soort van volledig bewustzijn van wat er rond mij gebeurde. Ik voelde de boot perfect aan en reageerde haast automatisch op de dingen. Ik was echt supergefocust.” Door de extreme situatie waarin hij zich bevond, sloeg zijn brein over in een staat van extreme alertheid. Naar de beschrijving die hij geeft, leek het een staat van bijna-zenmeditatie te zijn. Hij leefde volledig in het moment. Hij zeilde en dat was het; niets anders, punt. Geen gedachten, dromen of verlangens. Gewoon doen wat je doet. Niet meer dan ‘zijn’.

Eenzaamheid

Op momenten dat die extreme focus afnam, durfde de eenzaamheid weleens op te duiken. “De mooiste momenten zijn in feite de meest eenzame momenten. Een prachtige zonsondergang op een rustige avond, bijvoorbeeld. Dan ben je met niets bezig en moet je gewoon zitten en ‘genieten’. Maar er is niemand om dat moment mee te delen.”

“Er waren momenten dat ik half weg was van de wereld”, vertelt Fabiaan. Puur slaapgebrek, want de windvaanbesturing, het hulpsysteem om alleen te varen, werkte niet naar behoren. “Het grootste deel van de tijd heb ik achter het roer gelegen, op een luchtmatrasje met één hand aan het wiel. Ik bevond me vaak in een staat van halfslaap.”

Na de reis woog Fabiaan acht kilo lichter. Vier stormen, het hakte erin. Je zou je kunnen afvragen waarom iemand zo’n reis onderneemt. Net omwille van die eenzaamheid? “Op zich trekt het alleen-zijn me niet aan”, zegt Fabiaan. “Het is moeilijk te beschrijven waarom. Het zijn de meest intense momenten van mijn leven, maar niet door de eenzaamheid of de schoonheid van het water. Eigenlijk gaat het om de behoefte om op een zeer ‘oorspronkelijke’ manier van punt A naar punt B te reizen. Zeilen is in feite niets meer dan de wind die je ergens naartoe blaast. Dat laten gebeuren, is prachtig. Plus het feit dat je op een boot woont. Aan een tropische baai voor anker liggen: mooier kun je gewoonweg niet verblijven. Er is ook een nomadisch aspect aan verbonden: ik kan wonen en vertrekken waar en wanneer ik maar wil.”

Nieuwe plannen

Met de Ashkelon doen we een tochtje op de binnenwateren van Willemstad. Even wild als de zeemansverhalen van Fabiaan gaat het er niet bepaald aan toe, maar ik had erop aangedrongen, zodat ik de man op zijn minst achter het roer van zijn schip zou kunnen zien. Na het zeilen zien onze gezichten knalrood van de eerste zomerzon. Ach, ik heb de wind gevoeld, en het water. En ik heb een foto. Van een avonturier op een banaal stukje water. Het contrast kan haast niet groter.

Van Willemstad rijden we naar Nieuwpoort. Specifieker: we missen de afslag richting Antwerpen, rijden vervolgens nog eens vier keer verkeerd en boemelen de volgende drie uur doorheen Zeeuws-Vlaanderen tot in Nieuwpoort. “Als ik babbel, let ik niet op de weg.” Fabiaan blijft praten en hij blijft zich vergissen. Het begint me te dagen dat hij best een warhoofd kan zijn. Het contrast met de uiterste concentratie op zee is groot. Misschien draagt dat bij tot de schoonheid van het zeilen: de gedwongen alertheid maakt het hoofd leeg.

We rijden naar Nieuwpoort omdat Fabiaan een nieuwe liefde heeft. Onder het stalen dak van een hangar op een scheepswerf staat een 14 meter lange catamaran. Zo’n schip bestaat uit twee rompen die met elkaar verbonden zijn. Het oogt atypisch en is erg breed. “Catamarans zijn eigenlijk mijn eerste liefde”, zegt hij. “Het is een comfortabelere boot omdat die breed is en niet schuin in de wind hangt: je kunt er gemakkelijk een glas wijn op drinken. Voor anker ligt het schip ook veel stabieler. Er is dubbel zoveel ruimte en het heeft geen kiel, waardoor je ondiepe wateren kunt bezeilen en gewoon aan het strand voor anker kunt gaan.”

Fabiaan Vanseveren met zijn catamaran. Beeld Ringo Gomez-Jorge

De catamaran is nog zeer duidelijk een work in progress. Fabiaan heeft het schip gestript om het volledig te restaureren. Het is al de zesde keer dat hij een schip aanpakt: hij koopt nooit een kant-en-klaar exemplaar, maar zoekt altijd naar een koopje in erbarmelijke staat. Ook de Ashkelon restaureerde hij in 2011 helemaal zelf. Twee jaar kostte het hem.

“Het naar mijn hand zetten van de boot maakt deel uit van het verhaal”, zegt hij terwijl wij de matras die in de wagen ligt naar de kajuit sleuren. “Ieder vrij moment besteed ik aan de restauratie. 99 procent van het werk doe ik zelf. Ik heb het wat onderschat, intussen ben ik er twee jaar aan bezig. Zo’n catamaran neemt dubbel zoveel tijd in beslag.” In de catamaran is plaats voor acht personen. Ook zal er een douche zijn die gevoed wordt door een toestel dat zout water omtovert in zoet water. Kortom, het wordt een appartement op zee.

Het plan is om naar Zuidoost-Azië te varen en daar van eiland naar eiland te hoppen. “Indonesië alleen al telt 20.000 eilanden. Ook ligt het aan de evenaar. Tijdens de winter hoef je maar 400 mijl over de evenaar te varen om het goede weer op te zoeken.”

Deze zomer hoopt Fabiaan enkele testtochtjes te maken met zijn nieuwe aanwinst. Haast heeft hij niet: hij heeft geen zin in de toestanden van de vorige overtocht. Wat juist de bedoeling is, weet hij ook nog niet. Misschien blijft hij wel daar in Azië op zijn boot leven en keert hij niet meer terug. “Als je zeilt, dan neem je je huis mee. En je voelt je geen toerist. Zelfs de vissers, die jou in eerste instantie maar een rijkaard vinden, respecteren je. Want je bent wel een oceaan overgevaren om er te geraken. Als ik aanmeer in Azië, dan heb ik het verdiend om daar te zijn.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234