Dinsdag 16/07/2019
Xavier Taveirne: ‘Ik zie mijn moeder nog wegrijden: huilend, overwerkt, kapot’

Interview Vragen van Proust

Xavier Taveirne (38): ‘Spijt is wat de kat schijt’

Xavier Taveirne: ‘Ik zie mijn moeder nog wegrijden: huilend, overwerkt, kapot’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: presentator Xavier Taveirne (38). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik sta nooit stil bij mijn leeftijd. Ik ben 38 en voel me ook 38. Ouder worden schrikt me niet af, zolang je maar gezond bent, om het met een cliché te zeggen, maar ik vind niet dat het leven er makkelijker op wordt. Hoe ouder je wordt, hoe hoger de druk wordt. Hoe groter je netwerk, hoe verder je tentakels reiken, hoe meer mensen van alles van je verwachten en beslag op je leggen. Soms heb ik zin om te zeggen: ‘Zou je het erg vinden mochten we geen contact meer hebben?’ Want ik hou niet van losse eindjes. Ik wil altijd op alle vragen ingaan, wil alle mails en sms’en beantwoorden, maar voel stilaan dat het verzadigingspunt bereikt is. Bovendien heb ik ADD (Attention Deficit Disorder, een subtype van de bekendere aandoening ADHD, die gekenmerkt wordt door hyperactiviteit, red.), wat ervoor zorgt dat ik heel snel geprikkeld raak. Ik vind het bijvoorbeeld steeds moeilijker om op café te zitten of naar een concert te gaan of mij in grote groepen te bewegen. Terwijl ik het als twintiger plezant vond om een sociaal leven uit te bouwen, heb ik nu steeds meer behoefte om me terug te trekken. Ik begin stilaan te voelen dat de balans uit evenwicht raakt.”

2. Hoe was de band met uw ouders?

“Ik was een allenig kind. Mijn ouders hadden een restaurant midden in een bos in Beernem, in West-Vlaanderen, en werkten zeven dagen op zeven. Buren hadden we niet. Van maandagochtend tot vrijdagavond verbleef ik op internaat. En in het weekend zat ik boven alleen, terwijl mijn zus beneden mee in de zaak werkte. Wat ik op zich niet zo erg vond. Niemand verbood mij om laat tv te kijken of zei mij dat ik mijn huiswerk moest maken. (lacht) Mijn ouders legden ons uit dat ze moesten werken en dat we daar op termijn ook wel de vruchten van zouden plukken. Ze waren heel direct in hun communicatie en maakten ons snel duidelijk dat we zelf iets van ons leven moesten maken. Van jongs af aan leerden we om achter onze keuzes te staan. Wilden we studeren, goed, wilden we op ons 18de gaan werken, ook goed. We droegen zelf de verantwoordelijkheid voor onze daden en beslissingen. Ik vond dat een faire deal.

“Het voordeel van zo’n open communicatie, ondanks het weinige contact dat er was, is dat ik geen grote rugzak meedraag. Wel heb ik voor veel vragen alleen gestaan, wat ik niet als een verwijt bedoel. Als ik met iets zat, kon ik wel bij hen terecht, maar ik moest hen duidelijk uitleggen wat er scheelde. Ik moest niet de balorige, nukkige puber uithangen, daar hadden ze gewoon geen tijd voor. Wat boos of verdrietig zitten wezen hielp niet. Ze waren ontzettend pragmatisch.

BIO

• geboren op 3 juni 1981 in Beernem

• is presentator en nieuwslezer

• werkte jarenlang voor Radio 2

• 2013-2015: presenteerde De ochtend op Radio 1

• 2015-2017: De wereld vandaag (Radio 1)

• 2017-2018: De zevende dag (Eén) met Phara de Aguirre

• 2018-heden: combineert De ochtend en Het journaal (VRT)

• won in 2017 De slimste mens ter wereld (VIER)

“Eigenlijk hadden we een min of meer zakelijke band. Op zaterdag, na het middageten met het personeel, bleven mijn ouders een uurtje langer aan tafel zitten om te bespreken wat er zoal speelde. Zo ben ik op mijn twaalfde koffie beginnen drinken. (lacht) Als er iets op tafel moest worden gegooid, was dat het moment.

“Het restaurant was een beetje mijn School of Life. Bij het personeel zaten mensen die om allerlei redenen kwamen bijklussen, vaak uit grote noodzaak. Door naar hun verhalen te luisteren denk ik dat ik heel vroeg veel mensenkennis ontwikkeld heb.

“Op mijn dertiende heb ik mijn mama zien uitvallen, helemaal overwerkt, kapot. Ik zie haar nog wegrijden met de auto, huilend. Naar Cadzand, om daar twee weken aan een stuk in een hotel te gaan slapen. Zo’n tien jaar later was het de beurt aan mijn vader. De dokter zei: ‘Als je nog een week werkt, val je dood.’ Toen besefte ik dat ze wel een hoge prijs betaalden voor wat ze deden. Dat zal mij nooit overkomen, denk je dan als kind. (lacht)

3. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Naar het schijnt ben ik iemand die heel zorgend is, heel attent ook. Wanneer ik merk dat mensen iets nodig hebben, probeer ik daarop in te spelen. Maar wanneer ik zelf met een probleem worstel, zal ik het eerst proberen op te lossen voor ik er met vrienden over praat. Ik zal niet snel mijn hart uitstorten. Dat nemen ze mij soms kwalijk.”

4. Wat is uw passie?

“Ik heb daar lang over nagedacht en vond het heel triest dat ik op niets kwam. Ja, wat is mijn passie? Mensen. Maar dat klinkt zo Bond Zonder Naamachtig. Waar word ik blij van? Van mijn job. Ik sta graag vroeg op, ik vind het ook geen probleem om op zaterdag of zondag te werken. Ik vind het geen opgave, geen offer, ik doe het altijd met heel veel goesting. Dus ja, mijn werk is mijn passie, en ik ga me daar niet voor schamen. Ik besef natuurlijk wel hoe geprivilegieerd ik ben, wat voor een ongelofelijk cadeau mijn job is.

“Op mijn tiende begon ik naar Het journaal te kijken. Het was de periode van de Eerste Golfoorlog. Toen ik die verslaggevers daar zag staan, wist ik meteen wat ik later wilde worden. Bleek uiteindelijk dat ik daar niet koelbloedig genoeg voor was, maar het was wel de richting die ik uit wilde. Gaandeweg is het een droom geworden om radio te maken.”

Taveirne: ‘Ik zou alles net hetzelfde doen. Spijt heeft geen zin. Spijt is wat de kat schijt, zoals ze in Brabant zeggen.’ Beeld Stefaan Temmerman

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Het is geen cadeau, maar ook geen verschrikking. Het is mij overkomen, het is mij gegeven en ik probeer eruit te halen wat ik belangrijk vind. Plannen maak ik niet, dat leidt alleen maar tot grote teleurstellingen. Je to-dolijst wordt alleen maar langer, en je kunt haar toch niet realiseren, want life happens. Door te plannen vergeet je in het nu te leven. Ik probeer wel goed rond te kijken terwijl ik leef. Ik probeer alle opties te bekijken en vooral bewuste keuzes te maken.”

6. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“De kleine momentjes die ik voor mezelf heb om even tot rust te komen. Mijn playlist opzetten in de auto, gsm stil, en luisteren naar klassieke muziek. Ik leef best heftig en kan zelf ook best heftig zijn, daarom voel ik, zowel fysiek als mentaal, dat ik die rust meer moet opzoeken. Dan ben ik een fijner iemand, voor mijn omgeving en voor mijzelf.”

7. Wat is uw zwakte?

“Ik ben een pleaser en soms is dat een probleem omdat ik mezelf wegcijfer. Ik ben een kameleon. Waar ik ook kom, probeer ik me aan te passen. Ik ga elke confrontatie uit de weg, soms ten koste van mezelf. Maar ook ten koste van relaties die ik opgebouwd heb omdat ik niet eerlijk ben. Vorig jaar heb ik met een vriendin een heel zware aanvaring gehad. Een van haar argumenten was dat ze soms het gevoel had dat ik niet echt was. En ja, ze had daar wel een punt. Ik moet leren zeggen waar het op staat.”

8. Waar hebt u spijt van?

“Ik kan van veel dingen spijt hebben maar mocht ik een tijdreis kunnen maken naar het verleden, ik zou alles net hetzelfde doen. Dus spijt heeft geen zin. Spijt is wat de kat schijt, zoals ze in Brabant zeggen.”

9. Bent u een goede vriend?

“Ik heb een tiental mensen rond mij die ik blind vertrouw. Ik vind het belangrijk om voor mijn vrienden te zorgen, om hen te troosten, om hen het gevoel te geven dat ze altijd op mij kunnen rekenen. Maar soms ga ik daar te ver in. Mensen willen niet altijd geholpen worden.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Ik ben redelijk angstvrij opgevoed. Ik herinner me nog een spelletje met vrienden waarbij we elkaar met één woord moesten typeren. Zonder uitzondering noteerden ze allemaal: ‘realist’, wat ik nu niet echt een romantische beschrijving vond. (lacht) Iemand schreef zelfs ‘hyperrealist’. En inderdaad: ik ben erg oplossingsgericht. Ik kan niet in een probleem blijven hangen. Ik word daar heel ambetant van. Ik ga er immers van uit dat je altijd een keuze hebt, ook al is die soms hard. Dus, angsten, neen. Behalve hoogtevrees, maar ik neem aan dat de vraag daar niet echt over gaat.”

‘Ik heb nog altijd van die momenten dat ik snel geïrriteerd raak. Zo heb ik onlangs de vuilnisbak kapot geklopt.’ Beeld Stefaan Temmerman

11. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Daar moet ik even over nadenken want ik huil niet snel. De laatste keer moet vorig jaar in november geweest zijn, toen ik de diagnose van mijn mama te horen kreeg. Ze belde me, maar ik voelde dat ze loog. Ik zei: mama, I’m a big boy, vertel me wat er aan de hand is. Ze had borstkanker. Toen heb ik eventjes gehuild, maar dat was snel weer over omdat ik dacht: chemo, bestraling, immuuntherapie, de dokters gaan voor 100 procent genezing, er is dus hoop.”

12. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Toen ik als kind Super Mario Bros wilde uitspelen op mijn Nintendo en net voor de finish een gat in mijn slaapkamerdeur stampte. Mijn moeder was er echt niet goed van. Ze heeft het gat laten zitten zodat ik elke dag opnieuw kon zien wat ik aangericht had. (lacht) Als kind was ik wel een driftkikkertje. Uit onmacht, omdat ik de gave van het woord nog niet echt had ontdekt, kon ik weleens uitschieten.

“Ik heb trouwens nog altijd van die momenten dat ik snel geïrriteerd raak, zeker als ik moe ben. Zo wilde ik onlangs wat etensresten in de vuilnisbak kieperen, maar de helft belandde ernaast. Ik heb hem gewoon kapot geklopt. (lacht) Dat trekje heb ik van mijn papa, vrees ik. Hoewel we beseffen dat we iets gaan doen dat sociaal compleet onaanvaardbaar is, moet het eruit. Nu, het treft alleen onszelf en onze portemonnee, en het lucht geweldig op.”

13. Welk kunstwerk heeft u gevormd of een blijvende indruk nagelaten?

“Euh, geen enkel. Ik kan dingen heel mooi vinden. Ik kan muziek prachtig vinden, ik kan ook vol ontzag kijken naar hoe mensen een instrument bespelen. Een stem kan mij heel erg raken. Maar er is eigenlijk niet echt iets wat mij zolang is bijgebleven.

“De kunst die mij het meest raakt, is portretfotografie. Omdat je in een foto onbewaakte momenten kunt vastleggen. De puurheid daarvan kan mij sterk ontroeren.”

14. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Dat zou niet stroken met de realist. (lacht) Ik geloof niet in geesten, maar ik geloof wel in de mensen rondom mij.”

15. Hoe zou u willen sterven?

“Alleen. Zonder mensen om mij heen. Het ergste aan sterven vind ik het verdriet dat je anderen bezorgt. Ik zou dat heel moeilijk vinden. Ik zou denken: ja, dat is nu eenmaal het leven, laat mij gaan. Al die emoties, daar heb ik echt geen zin in.

“Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Alles wat puur is. Ik wil kunnen proeven wat ik eet. Geen aardbei die plots naar chocolade smaakt. Zuiver eten.”

‘Ik heb soms last van een dwanggedachte. Tijdens een gesprek kan ik mij verbeelden wat er zou gebeuren mocht ik nu eens in de ander zijn gezicht fluimen.’ Beeld Stefaan Temmerman

16. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik voel dat ik er niet genoeg zorg voor draag. Ik moet dringend beter gaan eten en meer bewegen. Met het excuus dat ik er geen tijd voor heb ben ik nu wel klaar. Ik heb mijn lichaam cadeau gekregen en ben het niet zo proper aan het behandelen. De rek die op mijn lichaam zit, is echt wel op. Ik zal nog één seizoen De ochtend én Het journaal combineren, maar dan zal ik een keuze moeten maken. Of stoppen met allebei en op naar iets anders.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Zachte aanrakingen. Ik vind seks niet noodzakelijk de grootste vorm van intimiteit. Ik vind knuffelen, strelen en in elkaars armen liggen veel erotischer, echter, inniger. Seks is niet erotisch, dat is het dier in ons.”

18. Wat is uw goorste fantasie?

“Het is niet dat ik met twintig mensen tegelijk seks wil hebben op een vuilnisbelt of zo, dat soort fantasieën heb ik niet. Ik heb recent Bonding gezien op Netflix. Heel fascinerend, maar het doet mij niks. Uit pijn plezier halen heeft voor mij niets opwindends.

“Wel heb ik soms last van een dwanggedachte. Tijdens een gesprek kan ik mij verbeelden wat er zou gebeuren mocht ik nu eens in de ander zijn gezicht fluimen. Nee, bij jullie heb ik dat niet. (lacht)

19. Welk dier zou u willen zijn?

“Ik ben een grote fan van pinguïns. Ik vind ze zo schattig lomp. Hun onbeholpen manier van lopen kan mij echt ontroeren. Maar hele dagen in de koude rondlopen lijkt me nu ook niet zo romantisch, dus toch liever een giraf dan. Die torent boven de rest uit en wordt met rust gelaten.”

‘De hel op aarde? Mocht Twitter tot leven komen. Ik vind dat geen fijne plek meer om te zijn.’ Beeld Stefaan Temmerman

20. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is voor mij een dieselmotor die heel traag op gang komt. Op een gegeven moment raak je op kruissnelheid en rijd je heel soepel. Maar als je een slechte roetfilter hebt, kan liefde ook heel vervuilend zijn.

“Liefde is het belangrijkste in het leven. Het is een van de weinige dingen waar je geen controle over hebt. Ik geloof niet dat je beslist op wie je verliefd wordt, van wie je houdt. Liefde overkomt je. Daarna kun je natuurlijk wel zelf gaan bepalen wat je ermee doet.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Mocht Twitter tot leven komen. Ik vind dat geen fijne plek meer om te zijn. Terwijl je daar vroeger nog op een beschaafde manier van mening kon verschillen, is de geest nu uit de fles. Vroeger werden daar nog vaak grapjes gemaakt, maar nu roept iedereen maar wat, niemand luistert nog. En wie het hardst en het langst roept, heeft gelijk. Je leest er heel veel zurigheid. Mensen deponeren hun kak daar en vertrekken. Ik heb Twitter professioneel nodig, maar vind het een opgave om er te vertoeven.”

22. Hebt u zichzelf al betrapt op racistische gevoelens?

“Niet meer. Ik kom uit een all white privileged dorp in West-Vlaanderen waar alles wat ook maar een beetje anders was, vreemd was. De norm was de heteroseksuele 45-jarige blanke man. Ik herinner me nog dat toen ik in Brussel ging studeren ik bijna verstijfd in de metro stond. Al die gekleurde mensen! Aanvankelijk voelde dat bedreigend, maar de klik was vlug gemaakt. Mijn school, mijn klas: alles en iedereen was divers. Ik ben blij dat ik dat heb mogen ervaren. Mijn beste vriendinnen zijn trouwens van Marokkaanse en Turkse origine. Mocht ik nog altijd van die vooroordelen hebben, zou dat een complete ontkenning betekenen van wie zij zijn.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Vrijheid. Absoluut. Ik geloof wel dat geld tot op zekere hoogte gelukkig maakt. Ik ben blij dat ik op het einde van de maand niet moet schrapen om de elektriciteitsrekening te kunnen betalen. Het lijkt me echt verschrikkelijk om ’s winters de verwarming op 14 °C te moeten zetten om rond te komen. Hoe kun je dan beweren dat geld niet gelukkig maakt? Genoeg geld over hebben aan het einde van de maand, brengt een vorm van geluk omdat het bepaalde zorgen wegneemt. Door geld te verdienen kan ik op reis gaan. Heb ik de luxe om eens zes maanden niet te werken, bijvoorbeeld. Geld maakt je leven een stuk aangenamer.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Ik heb maar één vakantie gehad die echt is tegengevallen. Tien jaar geleden ben ik met twee vriendinnen naar Amerika geweest, maar vanaf het begin waren er heel veel spanningen en was de sfeer te snijden. Ik heb heel hard geprobeerd om het voor iedereen zo aangenaam mogelijk te maken, maar dat is grandioos mislukt. Ik had het gewoon vanaf dag één moeten loslaten en niet tevergeefs proberen er nog iets van te maken. Dan had ieder zijn weg kunnen gaan.”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Niemand. Ik moet me altijd behoorlijk opladen voor een confrontatie. Zeker als iemand begint te roepen, doet dat voor mij de deur dicht. Dat vind ik een ultiem teken van zwakte. Als je iets te zeggen hebt, doe het dan gewoon, dat mag geanimeerd zijn, maar stel je toch niet aan! Ik heb wel geleerd om de dingen niet blauwblauw te laten. Vroeger kon ik alles wegredeneren maar de mensen die ik echt belangrijk vind zal ik nu wel mijn mening geven. Maar eenzijdig iemand mijn gedacht zeggen, mijn god neen, wie zit daarop te wachten? (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden