Maandag 13/07/2020
Beeld Damon De Backer

Column

Wie heeft het eigenlijk bepaald, dat auto’s meer recht hebben op de openbare ruimte dan fietsers en voetgangers

Auteur Lize Spit vertelt over haar leven.

Dat ik mezelf wel fietsactivist zie worden, zeg ik tegen R, wanneer we per fiets naar het Kerremansbos vertrekken.

R. ergert zich minder aan het autoverkeer in Brussel, omdat hij hier nog geen jaren woont misschien, of omdat hij aanhanger is van het boeddhisme en stoïcisme (“Je moet ervan uitgaan dat alle bootjes die recht op je af varen en waarvoor je moet uitwijken, lege stuurloze bootjes zijn”). 

Ik lees geen boeken over boeddhisme, alle bootjes die op me af komen zijn vol, elke keer als we samen in Brussel fietsen moet R. mijn gefoeter aanhoren – ook nu. Dat we het niet normaal mogen vinden, al dat ­geparkeerde logge staal op elk vrij plekje in de stad, ­landschapsvervuiling is het, ja, en de zwarte roetaanslag op alles wat een tijdje in de buitenlucht heeft gestaan, je proeft tijdens het spitsuur de uitlaatgassen op je tong, mensen die puur uit gemakzucht voor de auto kiezen zouden voorafgaand aan hun verplaatsing een foto te zien moeten krijgen van andermans longen die ze ­verpesten, en al dat getoeter – ze staan niet in een file, ze zíjn de file. Het woonerf in de vijfhoek: één grote klucht, zolang ze rekenen op de goodwill van chauffeurs.

We draaien de Jubelfeestlaan in. Ik ga naast R. fietsen want er is een fietssuggestiestrookje. De suggestie, het geopperde voorstel: wie wil, kan hier zijn leven wagen.

Ik wil stuur aan stuur fietsen met R., elkaar mooie ­huizen aanwijzen, tegelijk dezelfde dingen waarnemen, communiceren zonder te moeten brullen.

Wie heeft het eigenlijk bepaald, dat auto’s meer recht hebben op de openbare ruimte dan fietsers en voetgangers, dat bestuurders en passagiers wél gezellig naast elkaar mogen zitten, terwijl fietsers geacht worden plaats te maken en braaf achter elkaar aan te ­bewegen? Dat is wat me boos maakt: de ­vanzelfsprekendheid waarmee chauffeurs de ruimte claimen die evengoed van jou en van mij is, alleen maar omdat hun wagens onwrikbare capsules zijn met een niet ­inklapbare wielas van twee meter breed.

“Weet je wat ik zou willen? Een tandem, maar dan met twee zadels die naast elkaar vast gelast zijn, dan ­kúnnen we geen plaats meer maken voor auto’s.”

“Dat bestaat toch al: een gocart?”

“Ja, maar dan een gocart op hele grote wielen, zodat je niet op zo’n kwetsbare hoogte zit.”

Er klinkt gebrom van een motor achter ons, een wagen nadert. We onderbreken ons gesprek, gaan iets dichter tegen elkaar aan fietsen, maar de auto haalt ons niet in, hij volgt ons op opdringerige afstand. De brede wielen naast mijn dunne banden, het staal naast mijn ontblote ellebogen – zolang er geen afgescheiden fietspad is, zolang ik zo conflictvermijdend ben, kan ik niet anders dan het gezag van deze auto erkennen.

Ik rem en minder mijn snelheid. Snelheid die me moeite heeft gekost, die ik zelf heb aangemaakt met spierkracht, niet met benzine en lichte druk op een pedaal. Ik ga achter R. rijden. De wagen passeert.

Een leeg bootje, een leeg bootje. 

Een donkerblauwe Mercedes. De bestuurder vervoert vier lege zitjes.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234