Zondag 08/12/2019

Opvoeding

Weg met die luiers: zo maak je je kind zindelijk

Tegenwoordig zijn kinderen zo’n 3 à 18 maanden later zindelijk dan 40 jaar geleden. Beeld Thinkstock

Toen ik laatst door de foto’s op mijn telefoon scrolde, stuitte ik op een opmerkelijk stilleven: een drol drijvend in een gelig plasje. De inhoud van het potje was van verschillende hoeken gefotografeerd, alsof het een kunstwerk betrof. En zo voelt het voor veel ouders ook; dat eerste succes van je kind zonder luier. Maar de weg ernaartoe kan nogal frustrerend zijn. Hoe krijg je je kind zindelijk zonder al te veel strijd? Meer interessante opvoedkwesties kan je vinden in onze Opvoedgids.

Dit zeggen de deskundigen

Gemiddeld zijn kinderen tussen de 2,5 tot 3 jaar overdag zindelijk. Het duurt vaak langer voordat kinderen het ook ’s nachts drooghouden: tussen de 3 en 4 jaar. Jongens zijn over het algemeen minder snel zindelijk dan meisjes.

Kinderen lopen langer met luiers rond dan vroeger. Onderzoek toont aan dat kleuters vandaag 3 tot 18 maanden later zindelijk zijn dan 40 jaar geleden. Volgens deskundigen heeft dit te maken met het gemak van de moderne luier: kinderen voelen de plas niet en ouders vinden het ook wel prima omdat ze geen katoenen luiers schoon hoeven te schrobben. Het Vlaamse agentschap Kind en Gezin wil ouders, grootouders, kinderopvang en kleuterschool aanmoedigen tot dezelfde aanpak om een kind zindelijk te maken. 

“Zindelijkheid is één van de drie punten waar kinderen zelf controle over kunnen uitoefenen, naast slapen en eten”, zegt Thera Kolkman, jeugdverpleegkundige bij GGD IJsselland. “Houd het ontspannen. Als jij als ouder voortvarend denkt: en nu gaan we even met zindelijkheid aan de slag, dan is het gedoemd om te mislukken.”

Hoe pak je wél het aan?

De adviezen over wanneer je moet beginnen met zindelijkheidstraining verschillen. Bij het consultatiebureau adviseren ze te beginnen wanneer het kind interesse toont, meestal vanaf 2 jaar. “Het is handig om een periode te kiezen dat er rust is in het gezin is”, zegt Kolkman. “Eind november, begin december is vaak een te drukke tijd met de feestdagen. Maar ook een verhuizing of nieuwe baby zijn geen handige momenten.”

Psycholoog Debby Mendelsohn raadt ouders aan om het potje te introduceren zodra een kind kan lopen, omdat de kans op strijd dan minder groot is. In haar boekje Zindelijk maken is kinderspel beschrijft ze dat je als ouder vooral niet moet zeggen: “Kom, we gaan nu plassen.” Of: “Even op het potje.” Mendelsohn: “Dat is wel wat je wilt, maar dat interesseert de meeste peuters niet zo.’ Probeer het leuker te verpakken: ‘Kom, we gaan het verhaaltje van de beren lezen’, of: ‘Zullen we samen een toren bouwen?’”

Blijft het lastig om je kind te verleiden om te gaan zitten? Dan tipt de psycholoog, zelf moeder van zes kinderen, om een rozijnendoosje te geven (bonus: het peuteren van die laatste rozijntjes uit het doosje kost tijd), of ‘verboden speelgoed’, zoals de handtas van mama.

Geef het potje een vaste plek in het huis en houd ook gezette tijden aan – na het slaapje en het eten, bijvoorbeeld. De nadruk moet niet liggen op iets doen in het potje, maar op het hebben van een leuke tijd samen. “Je kunt er een kopje koffie of thee bij nemen om er een ontspannen moment van te maken”, aldus Mendelsohn. 

Dan zal waarschijnlijk snel die eerste poepfoto volgen.

Meer vragen en antwoorden over opvoeden kan je terugvinden in onze Opvoedgids.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234