Maandag 23/09/2019

Interview

"We willen de extremen van het interieur opzoeken"

Kersten Geers (links) en David Van Severen. Beeld Stefaan Temmerman

Of het nu een bosgebied, een woning of een expohal is: 'Alles is een kamer', zeggen Kersten Geers (41) en David Van Severen (38) van architectenbureau OFFICE. De Biënnale Interieur kon zich dus geen betere curatoren wensen.

Er zijn twee categorieën van beroepsmensen die je als journalist moeilijk te pakken krijgt: koks en architecten. Ze hebben namelijk nooit tijd. Die notie schiet door mijn hoofd wanneer ik aan een felgele tafel in een sober kantoorgebouw zit te wachten op de architecten Kersten Geers en David Van Severen van OFFICE KGDVS. Vanuit mijn positie kan ik nog nét schuin door het raam van de vergaderzaal kijken en zie ik de in zwarte blazerstof gehulde, rechte schouder van David. Achter die schouder: een man met achterover gekamd grijs haar en een wit hemd, vermoedelijk een klant.

Ons interview zit gepropt tussen een meeting en een vlucht. Over enkele uren stapt David het vliegtuig op richting de VS. "Ik geef les aan Harvard", zal hij op het einde van ons interview vertellen nadat het uur op zijn iPhone hem heeft opgeschrikt. "Per semester moet ik acht keer opdraven." Kersten geeft nog vaker les, zowel aan Harvard als aan de hoog aangeschreven École Polytechnique Fédérale de Lausanne in Zwitserland.

We wachten een klein halfuur en bekijken ondertussen de langwerpige kantoorruimte. Grijze gietvloer, vier reeksen van exact dezelfde industriële stellingkasten, afgeladen vol met fardes en documenten die dwars staan op de lengte-as van de ruimte. Tussen die rekken: parallelle werktafels met zo'n twaalf jonge werkmieren onder een hemel van witgekalkt beton. Dat is allemaal rechts van mij. Links zijn de vergaderruimtes. En dan die opvallende gele tafel met roestig, minimalistisch onderstel waaraan ik zit: een collectiestuk van designduo Muller Van Severen dat net zoals deze OFFICE voor de helft bestaat uit een lid van de designfamilie Van Severen: Hannes, de broer van David.

Tegen de kale muur hangt een foto van hun project 'After the Party' op de Biënnale van Venetië anno 2008. Het is het project waarmee de gemiddelde designliefhebber hen leerde kennen: een blinkende metalen muur van zeven meter hoog die het eerder klassieke, Belgische paviljoengebouw ontsloot. Zo werd het gebouw onzichtbaar van buitenaf en ontstond er een binnentuin om te verpozen. De bodem van de tuin en de vloer van het paviljoen werd volledig belegd met een dikke laag confetti.

De kunst van het ommuren

Gebieden afbakenen waardoor ze 'interieurs' op zich worden, is een kenmerk van OFFICE. Zo ommuurden zij op bijna dezelfde manier een huis met tuin in Buggenhout en in Merchtem. Door die omheining transformeert de woning opeens in een binnenkant, een kamer binnenin een groter geheel. Tuin, living, slaapkamer: ze worden allemaal kamers naast elkaar.

In 2009 trok het duo dat concept nog verder door, door bij de uitbreiding van Kortrijk Xpo - jawel, de expohal waar INTERIEUR 2016 plaatsvindt - de hal te ommuren met een open constructie, een soort gaanderij rond het gebouw. Opeens vormden de muren van de expohal niet langer de grens tussen binnen en buiten. Heel die hal werd opeens 'binnen'. Wat is binnen en wat is buiten? Wat is een kamer? Wat is een ruimte? David en Kersten werpen die vragen op door de kamer, of eerder door 'de binnenkant' steeds als uitgangspunt te nemen, of zij nu een binnenplein ontwerpen in Muharraq (Bahrein) of een crematorium in Oostende. Het interieur is het vertrekpunt.

Ook voor het curatorschap van Biënnale Interieur zal dat niet anders zijn: ze vertrekken vanuit het interieur van de expohal, wat uitzonderlijk is. Normaal vertrekt een curator vanuit een of ander groots concept. Onder de titel Silver Lining - INTERIORS willen Kersten en David vooral een nieuwe (tijdelijke) structuur aanbrengen in de hal.

"Niemand lijkt nog te kijken naar de inhoud van dat woord 'interieur', terwijl het in de naam van de beurs vervat zit", zegt Kersten even later achteroverleunend in zijn stoel in een van de vergaderkamers. "Om die reden hebben wij ervoor gekozen om het woord 'Interiors' - heel eenvoudig het meervoud van het woord in het Engels - in de titel te plaatsen. Daardoor krijg je terug die betekenis van het woord: 'inrichtingen, kamers'. We zullen namelijk de hallen opdelen in een set van kamers."

"Tijdens de uitbreiding van Kortrijk Xpo in 2009 ontdekten wij dat het hele complex opgebouwd is uit een raster van 5,70 op 5,70 meter", vult David aan. "Alleen is dat raster niet meer zo duidelijk. Wij zullen dat raster heel rigoureus toepassen zoals in een Amerikaanse stad, waarin streets en avenues elkaar haaks kruisen. Het raster zal de logica van de hallen trouwens niet volgen, maar er eigenlijk dwars op staan. De grote lanen zullen geduid worden door grote zilveren banners die erboven hangen. Op de kruispunten van de straten plaatsen we 'publieke gebouwen'. Dat zijn grotere ruimtes waarin enkele door ons gekozen ontwerpers hun visie op interieur weergeven."

Beeld Stefaan Temmerman

Non-stop city

Dat Kersten en David een strak raster zullen opleggen, is geen toeval. De architecten hebben er een boontje voor. In hun portfolio staan woonhuizen die bestaan uit een sequentie van dezelfde kamers. Ook tekenden zij in 2005 een plan uit voor een nieuwe, Zuid-Koreaanse stad van een half miljoen inwoners, die zuiver bestond uit een raster van loodrechte kruisen. "We geloven sterk in de idee van de 'non-stop city'", verklaart Kersten. "Door de huidige verstedelijking bevind je je nagenoeg altijd in de stad. Nu, als alles een stad is, dan is alles ook een interieur. Dat willen wij in veel van onze projecten zichtbaar maken. Ook in deze."

De expohal als 'non-stop city', als een mathematische opeenvolging van interieurs waarbinnen zich dan de beursstanden bevinden? "Zo'n beurs is eigenlijk zoals een veld vol verkavelde stukjes", zegt Kersten. "De contouren kerven is zeer belangrijk voor ons. Maar na het paviljoen in Venetië hebben we begrepen dat het niet voldoende is om de rand van een ruimte te creëren. Ook de objecten binnenin bepalen de ruimte.

"Zo hebben wij gekozen om voor de zes grote ruimtes samen te werken met kunstenaars en ontwerpers die de extremen van het interieur opzoeken. Zoals Philippe Rahm, die meteorologisch design ontwerpt en speelt met warmte en vochtigheid. Of Jonathan Muecke, die een heel laag dak op poten bouwt van iets meer dan twee meter hoogte, waardoor je je de vraag stelt: is dit een paviljoen met een laag plafond of een uitvergrote tafel?"

Terwijl Kersten met zijn handen een grote tafel uitbeeldt en David zijn gebaren onbewogen volgt, vraag ik hen wat zij een goed meubel vinden. "Goede meubels zijn ambigu in hun performance", stelt Kersten. "Zoals de Superbox (een kleurrijke, zuilvormige module, red.) van Ettore Sottsass: is dat een kast of is dat een totempaal? Is het voor binnen of voor buiten? De nieuwste meubels van Muller Van Severen werpen gelijkaardige vragen op (stalen rasters in de vorm van zitmodules, red.). Wat zijn het: sculpturen of meubels? Dat is boeiend."

Meubels als mode

"We zijn geïnteresseerd in ontwerpers die de evidenties van design opzijzetten. Ontwerpers die design niet zo nauw nemen als 'objecten die makkelijk industrieel geproduceerd kunnen worden' - hoewel dat ook een valide uitgangspunt is, daar niet van. Wij hebben er daarom voor gekozen om ontwerpers uit te nodigen die een reactie bieden op de designwereld van vandaag. Meubels zijn echt mode geworden."

De designwereld draait inderdaad op trends. Soms vraag ik me af wat kopers in de nabije toekomst zullen doen met hun marmeren bijzettafeltjes, koperen schalen en Scandinavische kasten. Over enkele jaren zijn die designstukken gedateerd, niet meer trendy en dus irrelevant. Nu, Biënnale Kortrijk is wel het epicentrum van die business. David: "Interieur 2016 is zeker een commerciële beurs, dat zullen wij ook nooit proberen weg te steken. Wij willen alleen aanreiken dat er een designcircuit bestaat dat naast de commercie kan leven.

"Ik vind het indrukwekkend dat zo'n commerciële beurs dit soort kritiek toelaat. Aan de andere kant willen wij niet met het vingertje omhoog vertellen wat goed is en wat slecht is. We brengen gewoon inspiratie aan." "Onze gecureerde ruimtes staan ook verspreid over de beurs", vult David aan. "We willen niet een soort high-culture uitstralen die op de Rambla (centrale as tussen de hallen) zou plaatsvinden, gescheiden van de commerciële beursstanden. We willen niet belerend zijn."

Niet belerend maar evenmin opvallend: ook dat is een constante in het werk van OFFICE. Hun architectuur eist nooit de volledige aandacht op en zit mooi ingebed in de omgeving. Kortom, geen pocherige starchitect-projecten à la Frank Gehry, Zaha Hadid of Santiago Calatrava. En zij zijn niet de enigen hierin. Stilaan gaan er meer stemmen op om de ostentatieve sculptuur te laten voor wat ze is. De starchitect lijkt begraven. "Dat heeft te maken met generatie", verklaart Kersten. "Wij hebben voor een groot stuk gebouwd na 2008: in een periode waar politieke en maatschappelijke vraagstukken prangend zijn. Dat betekent dat je architectuur moet loskoppelen van spektakel.

"In de architectuurgeschiedenis zie je golven van beweging en tegenbeweging. Ik wil daarom ook duidelijk stellen dat sculpturale architectuur niet fout is. Die dingen zijn ontworpen in een periode gekenmerkt door een grote drang naar extreme expressie en veel beschikbaar geld. Nu is het aan onze generatie om de performance van architectuur weer scherp te stellen. Wat doet een raam, wat doet een deur?"

"Voor ons is architectuur geen sculptuur op zich", zegt David, terwijl hij met zijn ellebogen op tafel naar voren leunt. "Het feit dat er allerhande activiteiten binnenin de architecturale ruimte gebeuren, vinden wij cruciaal voor het bestaan ervan. Architectuur is het frame en binnen dat frame is er 'content', activiteit. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat, of je nu iets van architectuur begrijpt of niet, de ruimte op zijn minst aangenaam aanvoelt. Neem ons Belgisch paviljoen: je zou het kunnen hebben over het conceptuele discours van de metalen muur en de metafoor van de confetti (symbool voor 'na het feest') maar je kunt evengoed in die tuin op je gemak in het zonnetje zitten."

Het mijden van sculpturale architectuur impliceert niet het mijden van esthetiek tout court. Verre van. Kersten en David zijn estheten, laat dat duidelijk zijn. Hun esthetiek vertrekt echter vanuit de omgeving en niet vanuit de bouwsteen. Iedere plaats vraagt om een bepaald verhaal, redeneert Kersten. En de bouwdoos die de architect op die plaats zal openen, moet in dat verhaal passen: "Als je moet bouwen in een prachtig natuurgebied van 45 hectare bijvoorbeeld, wat wij met Solo House gedaan hebben in Spanje, dan moet je misschien geen egomanische constructie neerzetten, want het mooiste wat er daar is, is de natuur zelf", zegt Kersten. Voor alle duidelijkheid: Solo House is een woning in de vorm van een glazen cirkel. De binnenkant van die cirkel bestaat net zoals de buitenkant uit de natuur. Kersten: "We wilden dat het huis vanaf een afstand in de natuur zou verdwijnen."

Architectuur als hindernis

Kersten en David stellen steevast dat architectuur een hindernis is. De architect bouwt dus hindernissen maar tegelijkertijd is dat de kracht van architectuur: een hindernis zijn. Door te hinderen, kan architectuur de schoonheid van de omgeving net meer uitspelen. Zoals bij het Solo House. Zo'n glazen hindernis midden in de natuur predikt net een ongelooflijke liefde voor die omgeving. De natuur wordt - in ons hoofdje - mooier doorheen het glas.

Maar architecturale hindernissen kunnen ook omgekeerd werken: lelijke omgevingsfactoren verdoezelen. David: "Soms is de omgeving helemaal niet zo aantrekkelijk, zoals bij ons weekendhuis dat wij in Merchtem gebouwd hebben, enkele jaren geleden. We kozen er daarom voor om het huis, een sequentie van vier ruimtes met zicht op een tropische tuin en zwembad, te ommuren, zodat het gescheiden zou blijven van de omgeving. De witte muren vormen daar dan het achterplan van de esthetiek."

"Esthetiek is een vorm van hedonisme", stelt David met zijn blik schijnbaar op oneindig - alleszins niet op mij gericht. "Het schilderij A Bigger Splash van David Hockney illustreert dat goed (schilderij van een villa met zwembad in het zonnige L.A., met op de voorgrond een grote plons in het water, RGJ). Het schilderij is een bijna romantisch streven naar de perfecte zinsbegoocheling. Dat is eveneens ons streefdoel als het op esthetiek aankomt. Ook al ontwerpen we een simpele kamer met ramen en een deur: we hopen en verwachten een soort van explosie van leven erin."

Kersten staat ondertussen al even recht en sorteert wat boeken op tafel. De tijd dringt voor de architecten. Ik vraag nog of zij consequent blijven vasthouden aan hun concepten bij hun eigen privéwoning. Kersten kijkt me aan met een blik van: waar doel je op? "Als je gelooft in architectuur die een frame moet bieden voor 'content', dan is alles wat je erin plaatst op zich oké", zegt hij. "Dan mag er zelfs zo'n stoel in staan." Hij wijst naar een stoel met rieten zitvlak. "Uiteindelijk is mijn interieur gelijkaardig aan dat van dit kantoor", zegt David. "Er staat van alles, dingen die inspireren en dingen die ik gewoon mooi vind. Uiteindelijk heerst er in een ruimte altijd een zekere orde en een zekere wanorde. Ik denk dat dat bij alle mensen zo is."

"Eigenlijk zijn we heel normaal", zegt Kersten. David schiet in de lach. "Misschien is dat de essentie: dat we heel normaal zijn. Maar dat soort mensen is vandaag toch erg gegeerd, niet? Op Instagram willen mensen toch een kijk achter de schermen van het normale leven van anderen?" Vervolgens poseren de architecten voor onze fotograaf. Net zoals 'normale' mensen lijken zij het ongemakkelijk te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234