Woensdag 20/11/2019

The Dreamers

We vroegen 5 mensen: "Wat is jouw droom?" Dit zijn hun antwoorden

Beeld Gijs Kast

Er is haast geen vraag te verzinnen die een interessanter verhaal oplevert dan: "Wat is jouw droom?" Gewapend met een minimum aan voorbereiding (de journaliste) en een Hasselblad (de fotografe) trekt het duo achter de nieuwe verhalenwebsite The Dreamers op pad. 

The Dreamers is een online ­interview- en fotomagazine over mensen en hun dromen. Journaliste Thalisa Devos stelde de vraag ‘Wat is jouw droom?’ aan bekende en ­onbekende mensen, in binnen- en buitenland, in de kunsten, de ­politiek, het onderwijs of de zorg. Aan de 15- of de 80-jarige. De bedoeling is trage journalistiek te creëren. In tekst en beeld. Fotografe Greetje Van Buggenhout gebruikte haar Hasselblad om een nog ­puurder portret vast te ­leggen. Resultaat: inspirerende, persoonlijke verhalen en analoog gemaakte foto’s. Met die ene rode draad: dromen.

Vanaf nu wordt er om de twee weken een nieuwe droom gelost, op de The Dreamers-website en via sociale media. Dankzij een estafettesysteem komen de makers bij de meest uiteenlopende mensen terecht. Iedereen die opgenomen wordt in The Dreamers mag zelf een nieuwe kandidaat voorstellen.

Het idee voor dit project ­overviel Thalisa Devos tijdens een lange vliegreis. Vandaag, één jaar later, gaat de website online. Het duo is nog lang niet klaar met ­dromen, en hoort graag die van jou. Stuur een mailtje met je verhaal en wie weet ben jij de volgende.

Ann-Julie Vervaeke (30) wil een goeie film maken

Ze is regisseur. Van het type dat erg grondig en gestaag verder werkt. Ze heeft al een ­kortfilm, Le pli dans l’espace, op haar naam staan en werkt intussen al enkele jaren aan haar eerste lang­speler: Waterwolf. We ­interviewen haar op haar ­appartement in Gent.

Over haar droom moet ze niet lang nadenken. “Op dit moment? Een goede film maken. Ik ben hier al zo lang mee bezig.”

Lang, dat is sinds de zomer van 2015. Draaien in de zomer van 2019, dat is de bedoeling. De film in kwestie wordt een eigen adaptatie van
De kinderen van Calais, naar het debuut van Lara Taveirne. “Ik ben erg dankbaar dat ik deze film mag maken, dat ik hier elke dag mee bezig mag zijn. Maar het is vaak ook lastig. Om constant in diepe emoties af te dalen, om jezelf de hele tijd in vraag te stellen. Alles wordt psychologie. Het is soms moeilijk een onderscheid te maken tussen mezelf en mijn werk. Op de achtergrond zijn er altijd de vragen ‘waarom maak ik dit?’ en ‘zal iemand ooit willen gaan kijken?’.

Beeld Greetje Buggenhout

Ann-Julie is gevoelig en weet perfect wat ze wil zeggen. Maar ze wikt en weegt haar woorden. “Een coming-of-ageprent over twee meisjes is toch al gemaakt, denk ik dan. Hoe langer ik met dit project bezig ben, hoe meer ik besef dat er heel weinig variatie is in hoe vrouwen en meisjes geportretteerd worden in film en fotografie. Zeker in het main­stream­materiaal. Waarom mag een mannentepel wel en een vrouwentepel niet? Waarom wordt een bloedvlek op een trainingsbroek op Instagram als degoutant uitgespuwd? Tenzij het extremiteiten betreft, kan het niet. Terwijl het gewoon deel is van ons dagelijks leven. Ik wil normale lichamen tonen, met of zonder borsten, zonder dat ze geseksualiseerd worden. Dat geeft me een goed gevoel.

“Ik ben iets aan het doen dat een beetje belangrijk is. Dat betekenis heeft én voor mezelf verrijkend is.” Voor en achter de camera, bedoelt ze dan. “Sofia Coppola was de tweede vrouw ooit die de Gouden Palm in Cannes won. Ik was verontwaardigd toen ik dat las. Er moet nog veel veranderen. Ik ben een vrouw en mag dat ook zijn. Ik ben 30 en wil én mama zijn én films maken. Ik geloof dat beide kunnen, maar het gevoel zal knagen: ‘Laat ik mijn kind dan niet in de steek?’. Is dat inherent aan ons geslacht of wordt dat schuldgevoel ons aangepraat? Je moet daarover nadenken, maar het mag je niet gijzelen.

"We zijn allen zo hard bezig met wat anderen over ons denken. Dat is zo vermoeiend. Ik heb geleerd me daar minder van aan te trekken. Daar wordt niemand gelukkig van. Op mijn 18de dacht ik dat feminisme niet meer nodig was. Ik ben vrij en kan alles doen. Beetje bij beetje besef je dat dat niet zo is. Er is een onevenwicht tussen de sekses. Maar het gaat de goede kant op. Ik ben hoopvol.”

Joris Hessels (37) verlangt naar innerlijke rust

Hij schippert tussen licht en donker. Hij ­toucheert en zalft. In sneltempo. We inter­viewen hem op een winteravond bij hem thuis in Gent. Daar laat Joris in zijn ziel kijken. En niet zo’n beetje. Die ziel is ­kwetsbaar. Maar zo schoon. Het is het geheim ­achter zijn succes. Dat werd bevestigd na drie ­seizoenen Radio Gaga, het tv-programma waarin hij mensen moeiteloos hun levensverhaal liet vertellen, alsof ze een brood bestelden. In zowat elk eindejaarslijstje ­werden het programma en zijn presentators gelauwerd met een top-drieplaats.

“Ik ben een goede luisteraar. En maïzena. Een middel dat mensen verbindt.” De man heeft zelf­kennis. Het resultaat van een diepgaande en constante zelfreflectie.

Beeld Greetje Buggenhout

Zijn droom formuleert hij schijnbaar ­achteloos. “Samen met mijn therapeut wil ik, binnen afzienbare tijd, naar een innerlijke rust toewerken. Een rust die ik mezelf wil gunnen om positiviteit uit te stralen. Ik zou graag zo dicht mogelijk bij mezelf komen. Ik heb last van de onrust, terwijl het ook net dat is wat mij in beweging zet. Is dat klef? Dromen van content zijn met jezelf? Het is een zoektocht. Eentje waar velen mee ­worstelen, maar ik kan ervan genieten ­wanneer ik dat zoekende waarneem bij ­anderen. We zouden allemaal wat vaker moeten durven zeggen: ‘Ik weet het niet’.”

Momenteel werkt hij aan een programma waarin mensen een jaar lang gevolgd ­worden. “Traagheid is het kernwoord. Iets wat we vandaag missen. Net zoals oprechtheid, in fictie en non-fictie. Op televisie en in het leven daarbuiten. Eigenlijk zou ik de wereld – en daarmee het televisielandschap – graag een beetje op z’n kop zetten. Een beetje zottigheid injecteren.”

Hij begint nu pas te beseffen wat hij met Radio Gaga gemaakt heeft en wat het heeft losgemaakt. “Ik ga nooit meer iets meemaken van die orde. Ik moet mezelf bijna verplichten daarvan te genieten.” In zijn Gaga-caravan kruipen, is iets anders dan op de bühne. “Ik hoef niets te pretenderen bij Radio Gaga, dat is makkelijker. Dompi (Dominique Van Malder, met wie hij ‘Radio Gaga’ maakte, red.) is mijn beste vriend. Hij geeft me zekerheid. Zonder hem schijt ik in mijn broek.

“Ik hou heel erg van fictie maken, maar het lukt me niet zo goed. Ik vrees dat ik niet zo’n goede acteur ben. Fictie gaat voor mij gepaard met veel teleurstelling en onzekerheid. Ik heb last van het voldoen aan ­verwachtingen, van perfectionisme, alle ­balletjes in de lucht te willen houden en iedereen te willen behagen.”

Maar zoals het een maker, een acteur en een dromer betaamt, zijn fictie en non-fictie onlosmakelijk met elkaar verweven. Dus werkt hij momenteel, samen met actrice Charlotte Vandermeersch, aan een theaterversie van Johan Harstads Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?, een ode aan de kwetsbaarheid van de mens. Geen toeval.

Lees verder onder de video

Victoria Ateluna (32) hoopt op een wereld waarin meisjes evenwaardig opgroeien

“Toen ik jong was, hoorde ik de vreselijkste verhalen. Vrouwen die in elkaar geslagen werden door hun man. Die verminkt ­werden. Of in de slavernij belandden. Op het nieuws hoorde ik het verhaal van een meisje van amper drie maanden dat seksueel misbruikt was. Op dat moment heb ik beslist om advocaat te worden. En heel specifiek om op te komen voor meisjes en vrouwen. Voor diegenen die zichzelf niet kunnen beschermen.”

De studies om advocaat te worden heeft ze niet kunnen betalen, toch voelt het alsof ze haar droom leeft, zegt ze. “Ik strijd voor vrouwenemancipatie in Oeganda. Ik sta vrouwen bij wanneer ze problemen hebben, zoek met hen naar oplossingen. Ik maak een verschil. Ik voel dat ik op mijn plek zit. Daarom hoef ik een droom van vroeger niet na te jagen.

Beeld Greetje Buggenhout

“Toch hoop ik in de toekomst nog meer verschil te kunnen maken. Ik ben net terug van een bezoek aan mijn geboortedorp in het oosten van Oeganda. Mijn leeftijds­genoten zijn getrouwd op hun dertiende, hebben intussen zes of zeven kinderen. Dat is niet fijn om te zien. Maar wanneer ik daarheen ga, weet ik dat die vrouwen naar mij opkijken. Ze vertellen me verhalen over naar school gaan. En hoe ze hun best doen dat te blijven doen. Ook al is het niet gemakkelijk. Ze zien dat ik werk. En wat voor werk ik doe. Door hen dat te laten zien, kan ik helpen hun dromen waar te maken. Die dromen gaan over kunnen gaan werken. Worden wat ze willen. Buiten de keuken. Ik kan hen laten zien dat het niet bij dromen moet blijven, maar dat het ook realistisch is. Ongeacht hun achtergrond of lage afkomst. Ik kom uit hetzelfde dorp. Dat maakt het behapbaar.

“Vrouwen en meisjes worden in deze maatschappij nog steeds bekeken als ­minderwaardig. Ze worden gezien als niets. Als minder dan niets. Ze kunnen niets en zullen nooit iets worden. Ik wil dat de nieuwe ­generatie meisjes gelijkwaardig kan opgroeien. Dat ze wel een uniform krijgen om naar school te gaan, dat hun vader vindt dat ze dat waard zijn. Dat ze iets kunnen. En dat ze deel uitmaken van een maatschappij die in hen gelooft.”

Glenn wil niet begrepen worden

Zijn atelier is een plek waar inspiratie op een schilderspalet gemengd wordt met een vleugje frustratie. “Mag ik deze kans ­aangrijpen om een beetje te zagen? Doe ik dat in mijn werk, dan lijkt het al snel op maatschappijkritiek.”

Het vat de jonge kunstenaar meteen samen. Hij is een denker, meer nog dan een dromer. Eentje met engagement, humor én een mening. “Op de vraag waarover ik droom, heb ik geen antwoord. Ik mijmer wel. Mijn kunst is abstract en dient als een kader om mijn mening te vormen over heel veel dingen in de wereld. Mensen willen de ­dingen altijd begrijpen. Dat hoeft niet.

Beeld Greetje Buggenhout

“Ik hou niet van vooraf bepaalde begrippenkaders. Neem nu de zogenaamd ethisch verantwoorde kunst. Een voorbeeld is de expo Verlust der Mitte van kunstenaar Christoph Büchel in het Gentse S.M.A.K. Twaalf gescreende vluchtelingen sliepen in één zaal, in een andere zaal werd gefaket dat ze ook tussen de kunstwerken logeerden en in nog een andere zaal werd gerefereerd aan Congo. Deze tentoonstelling proberen te begrijpen, is net hetzelfde als de negerdorpen destijds. Het is decadente politieke kunst om het geweten te sussen. Sluit het S.M.A.K. af en leg dan honderd mensen te slapen of deel honderd exemplaren uit van David Van Reybroucks Congo.

“Dat is geen verwijt naar kunstenaars die het doen of niet doen, maar dergelijke maatschappelijke kunst houdt – én versterkt – het wij-zijgevoel.”

Het irriteert hem, maar frustreert hem niet. Niet meer. “Die tweedeling geldt ook voor de manier waarop we naar kunst kijken. Zij die ‘het’ begrijpen en zij die ‘het’ niet begrijpen. Kunst mag moeilijk zijn, of laagdrempelig. Maar vaak gaat het over herkenbaarheid. Daarom maken veel kunstenaars reeksen. Daarmee creëren ze een signatuur. Met verzamelaars is het ook zo. Het begrijpen of bezitten van een kunstwerk geeft al snel het gevoel dat het tot je eigen intellectuele eigendom hoort, en dat is tot op zekere hoogte ook zo, maar het is geen bewijsstuk van je superioriteit. Het gaat constant over bevestiging. Over het wederzijdse pleasen. Op die manier wordt het beeld van de westerse, blanke ­collectioneur – ook veelal een man – die al geslaagd is in het leven, nogmaals bevestigd.

“Daniel Buren, Renzo Martens en Erik van Lieshout gaan op een andere manier met dat wij-zijgevoel rammelen. Bij een expo die Daniel Buren maakte en cureerde, hing een lijst met werken. Maar niet alle werken op dat blad hingen effectief in de zaal. Een oudere, mooi geklede vrouw had thuis een werk van een deelnemende kunstenaar ­hangen en zocht naar gelijkaardigheid in de werken op de lijst, maar vond ze niet. Met de minuut werd ze nijdiger. Haar enige doel was herkenning en bevestiging, om daar een goed gevoel uit te kunnen putten. Buren had haar serieus bij de kloten.” Hij gniffelt.

“De kwaadheid die ik vroeger voelde, is over. In de plaats daarvan probeer ik een gematigde manier te vinden om ermee te spelen. Dat maakt mijn werk niet naïef of slim. Alleen abstract. Op het moment dat er niets meer te begrijpen valt, ben ik geslaagd.”

Danielle droomt van een carrière als clown

Ze ontvangt ons in haar huis in Bazel, bij Kruibeke. Die uitvalsbasis past bij haar. Vrolijk, een beetje chaotisch en zoveel meer dan je op het eerste gezicht zou verwachten.

Daniëlle is verlegen en tegelijkertijd speels. Haar droom kan ze wel uitspreken, maar eigenlijk moet ze je die laten zien. Ze is een mooie, donkerharige vrouw van 47, tot ze haar neus opzet. Dan verandert er iets. En zit er plots een clown voor je neus. “Mijn droom is om zo veel mogelijk authentiek contact te hebben met mensen. Mensen die in het rusthuis de hele dag alleen op hun kamer liggen, of aan een rolstoel gekluisterd zijn, vereenzaamd zijn. Ik haal hen uit hun isolement.” Dat doet ze door haar uitrusting aan te trekken. Een clownspak en die rode, lederen neus. “De neus opzetten, is een heilig moment. Er eentje uitzoeken die bij je past ook. Die van mij is een dikke platte. Wat dat zegt over mij? Ik weet het niet.” Ze giechelt.

Beeld Greetje Buggenhout

“In het begin voelt het vreemd. Je denkt: hoe moet ik dit nu doen? Daar sta je dan in die outfit. Ik doe het intussen een jaartje. Heb ik mijn neus op, dan ben ik clown. In elke vezel. Het is zoveel meer dan een spel. Je leert het te zijn, het te spreken. Het is een andere versie van jezelf. De altijd verwonderde, enthousiaste, aandachtige en ja-zeggende versie. Elke clown heeft een eigen identiteit en is authentiek. Er zijn sportieve en ­muzikale clowns. Ik ben eerder het verlegen, muzikale en lieve type. Ik vind het heel ­jammer dat die griezelige IT-clowns ons een lugubere zweem hebben bezorgd. Clowns in circussen staan ook ver van wat wij doen. Zij moeten groot zijn, heel hard geschminkt. Wij zijn klein, subtieler. Een rood puntje op de neus, het juiste rokje en we zijn clown. Wat wij doen, gaat over intimiteit. Een ­troostende aanraking, een luisterend oor.”

Daniëlle is aangesloten bij Contactclowns in de Zorg, een organisatie die clowns inzet, tegen betaling. Maar ze verdiende niet genoeg. Dus stak ze autoalarmonder­delen in elkaar, in de fabriek. Ze ging er bijna aan onderdoor. “Ik heb er drie jaar gewerkt. Tot ik me er fysiek zelfs niet meer toe kon bewegen naar het werk te wandelen. Ik voelde me compleet afgestompt. Ik wilde tekenen, muziek maken, creatief zijn. Dat kon niet. Tijdens het werk zag ik de blauwe lucht door een koepel, maar ik kon er niet bij. Toen ben ik gecrasht. Uiteindelijk heb ik enkele maanden thuisgezeten met een bore-out. Nu geef ik vorming om verhalen tot leven te brengen. Iets wat wel helemaal bij me past. Er is in onze maatschappij zo weinig geld voor ­dergelijke dingen. Omdat het leuk is? Omdat het mensen gelukkig maakt?”

Ondertussen heeft ze net nieuw werk gevonden als animatrice in een rusthuis, en dat past perfect bij haar.

“Ik ben een alleenstaande mama met twee kinderen. Ik ben bang om zelfstandige te zijn. Tegelijkertijd deed het me goed even thuis te kunnen blijven en met de kern van alles bezig te zijn.” Ze leunt op haar gevouwen handen, en lacht zoals een schoolmeisje. “Ik besef nu hoe belangrijk vrijheid is. Mag ik nog een droom formuleren? Zou het niet mooi zijn als iedereen kon leven van zijn of haar ding? Van iets wat je gelukkig maakt?”

Mailen naar thalisa@thedreamers.be, meer info en verhalen via thedreamers.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234