Vrijdag 10/04/2020

Interview

"We staren ons steeds meer blind op status"

Beeld Levi Jacobs

Moeten we daar nu zo groot voor zijn geworden? Zelfs decennia nadat we de schoolbanken vaarwel hebben gezegd, blijven we piekeren over hoe populair we zijn. 

Misschien was het de jongen met piekfijn haar, of die met de gevaarlijkste scooter en de grootste mond. Of het meisje aan wie je een hekel had (al dan niet door haar aanstellerige fanclub), maar je voelde je toch gevleid als zij jouw hulp vroeg bij een taak. Wie de populairste kids op je school ook waren, ongetwijfeld kun je hen nog haarscherp voor de geest halen. En ben je blij dat je je in je volwassen leven geen zorgen meer hoeft te maken over zoiets puberaals. Toch?

Echter: het tegengestelde zou wel eens waar kunnen zijn. Hoe populair je als kind bent, laat wel degelijk zijn sporen na in je verder leven. Populaire kinderen hebben later meer kans op een goede job, zijn vaak beter in persoonlijke relaties en verdienen niet zelden meer. De resultaten aan de andere kant van het spectrum zijn minder rooskleurig: wie impopulair was en afwijzing ervaarde, loopt meer kans op onder meer verslaving, depressies, angstproblemen en ziektes.

Je blijft je ook bewust – zij het wat meer op de achtergrond – van wie populair is en hoe populair je zelf bent wanneer je opgroeit. Want uiteindelijk draait het allemaal om je geapprecieerd voelen en aandacht van anderen krijgen.

Mitch Prinstein is hoogleraar klinische psychologie aan de UCL Chapel Hill-universiteit in North Carolina en voert al decennialang onderzoek naar populariteit en hoe dat gegeven onze levens beïnvloedt. Zijn bevindingen, samen met resultaten uit heel wat andere onderzoeken, bundelde hij in een boek dat onlangs een Nederlandse vertaling kreeg. Populair is doorspekt met herkenbare anekdotes – wedden dat je ook iemand kent die altijd makkelijker een idee verkocht krijgt, of bij wie anderen bijna smeken om hulp te mogen bieden? – die Prinsteins wetenschappelijk werk behapbaar, zelfs grappig maken. En daar is een reden voor: volgens Prinstein kijken we op een verkeerde manier naar populariteit, en om dat recht te trekken, moet iedereen het eerst en vooral begrepen hebben.

Grondige hekel

Het probleem is dat je op twee manieren populair kunt worden, en dat mensen zich vaak door de verkeerde manier laten verleiden.

De kans is groot dat je, terwijl je herinneringen ophaalde aan de populairste uit je klas, misschien besefte dat je een grondige hekel had aan die persoon. Geen toeval: niet zelden zijn de populairsten ook de meest gehate. En zeker tijdens de adolescentie heeft dat te maken met het verwerven van de verkeerde soort populariteit. Wie bekend is, kan zijn wil opleggen aan anderen en wiens gedrag feilloos door anderen gekopieerd wordt, geniet van veel aandacht en van ‘status-gedreven’ populariteit. En dat is waar tieners op kicken.

Maar je kunt ook populair zijn omdat je vriendelijk bent, ondersteunend, iemand bent die anderen een goed gevoel geeft. Kortom: je bent populair omdat je innemend bent. De beloning? Het gevoel van bij de groep te horen.

Alleen zitten we de laatste twintig jaar met een probleem, volgens Prinstein: “Vroeger gingen volwassenen op een bepaald moment focussen op innemend zijn, maar nu staren we ons steeds meer blind op status.” We blijven met andere woorden steeds langer die om aandacht vragende tieners. En om dat te verhelpen, schreef de professor – naar eigen zeggen overigens laag in status en “hopelijk toch minstens gemiddeld” in innemendheid – dus een boek.

Tijdens de eerste les die je jaren geleden over populariteit doceerde aan Yale, daagden meer dan 500 studenten op, en dat voor een keuzevak. Waarom fascineert populariteit zo? En waarom denken we in de eerste plaats aan die tienerjaren?

Mitch Prinstein: “Er is iets met de ervaringen die we opdoen tijdens de belangrijke formatieve periode van de adolescentie, waarin onze hersenen stilaan volwassen worden. We herinneren ons vooral wat op dat moment het belangrijkst voor ons was en dat heeft voor veel mensen met populariteit te maken. Het bouwt verder op een menselijk instinct om je included en graag gezien te voelen.

“Het zit in ons DNA: onderzoek suggereert dat we, op neurologisch vlak, dramatisch reageren op het moment dat we ons onpopulair voelen. Ons brein en lichaam lijken zodanig geprogrammeerd dat ze zich ervan willen vergewissen dat je graag gezien bent, bij de horde hoort. In vroegere tijden zouden we anders verwondingen of zelfs de dood geriskeerd hebben.”

Waarom geven we vandaag meer om status, die slechte vorm van populariteit, dan vroeger?

“Voor het merendeel van de mensen was het vroeger gewoonweg niet mogelijk om een hoge status te krijgen. Maar nu, vooral sinds de jaren tachtig, blijkt uit verschillende onderzoeken dat we het gevoel hebben dat we die status kunnen verwerven: of het nu is op sociale media, of door verbonden te zijn met anderen die een hoge status bezitten.

“In de westerse maatschappij worden we elke dag aangemaand om te focussen op status, meer volgers en meer vind-ik-leuks, celebrity’s en reality-tv. We zijn steeds minder geïnteresseerd in hoe we functioneren als gemeenschap, we focussen meer en meer op onszelf. Daarvan zijn sociale media trouwens geen oorzaak, maar een gevolg.”

Wat is er mis met streven naar status? Waarom is dat nadelig?

“Een hoge status brengt een grotere kans op heel wat obstakels met zich mee: het hangt samen met moeilijkheden in relaties, verslavingen, depressie en angst. Wie zo’n status heeft, zal anderen eerder gebruiken of neerhalen met het doel zelf machtiger of agressiever te lijken. En dat is een probleem, omdat we weten dat het belangrijker is om connecties te ontwikkelen die leiden tot betere relaties, waarin je het gevoel hebt dat je samenwerkt met mensen.

“Daarom is van belang dat je, wanneer je er instinctief naar verlangt om populair te zijn, op zoek gaat naar innemendheid in plaats van naar status en likes die ons op lange termijn schaden.”

Hoezo?

“Vind-ik-leuks draaien helemaal niet om hoe leuk iemand je vindt, maar om aandacht en zichtbaarheid. En over er zoveel mogelijk van krijgen. Denk maar 
aan alle artikels die tips geven over wat je moet posten om meer likes of volgers te krijgen, of het nu oprecht is of niet.

Beeld Levi Jacobs

“Er is onderzoek waaruit blijkt dat het vermelden van het aantal shares of retweets bij een post een invloed heeft op hoe ons brein reageert. Je bent minder geremd over iets immoreels of illegaals als het, begeleid door veel likes, online verschijnt. Dan ga je zelf denken dat het misschien niet zo erg is dan je aanvankelijk dacht.”

Het verraderlijk moeilijke aan populair zijn, is dat het moet lijken alsof het vanzelf gaat, anders werkt het niet. De vraag van één miljoen: hoe word je dan oprecht, innemend, populair?

“Populariteit is erg complex: je moet niet alleen om mensen geven en de normen begrijpen, maar ook hoe gedrag om je heen wordt ervaren. Maar het mag niet lijken alsof je er te hard je best voor moet doen. Dat gaat averechts werken omdat anderen denken dat je in iets oppervlakkigs geïnteresseerd bent en niet oprecht bent. Hoe je het dan wel doet? De voornaamste reden waarom mensen niet graag gezien worden, is omdat ze agressief reageren. Een eerste stap is dus uitzoeken of je soms agressief reageert. Een tweede is door na te denken over hoe andere mensen zich gewaardeerd, betrokken en blij kunnen voelen.”

Sommige mensen doen niet liever dan met hun status in je gezicht wapperen.

“Zeker en vast. De Amerikaanse president bijvoorbeeld. (schamper) Da’s een afknapper. De meesten houden echt niet van statuszoekers, omdat het suggereert dat zij niet geïnteresseerd zijn in het beter leren kennen van iemand anders, maar vooral op zoek zijn naar manieren om zelf groter, hoger en beter te lijken.”

Mijnheer Trump is bij heel wat mensen toch wel populair.

“Wie vatbaar is voor dat soort van status, is vaak iemand die van zichzelf vindt dat hij ten onrechte in de onderlaag van de piramide zit. Iemand die wenst dat hij ook wat meer status had. Dan ben je ontvankelijker voor de verhalen van andere statuszoekers.”

Mannen en vrouwen blijken populariteit helemaal anders te ervaren.

“Daar zijn inderdaad grote verschillen: zeker in de adolescentie is het voor jongens veel vaker mogelijk om én een hoge status te hebben, én beschouwd te worden als een innemend iemand. Meisjes met een hoge status zijn vaak het meest gehaat, wat de onfortuinlijke boodschap uitdraagt dat het voor vrouwen niet mogelijk is om én graag gezien te zijn, én een hoge status te hebben, en dat je dat laatste enkel op een ‘mannelijke’ manier kunt bereiken.

“Dat is spijtig,” zegt Prinstein, de ongemakkelijke realiteit kaderend, “want heel wat eigenschappen die je innemend en graag gezien maken, zoals empathie, zijn karaktertrekken die vaker gelijkenissen vertonen met hoe vrouwen gesocialiseerd zijn. Het zorgt voor een paradoxale ongelijkheid in leiderschap, waarbij vrouwen de juiste aanleg hebben om de beste leiders te zijn (want ze zijn vaak empathischer, innemender, red.). Anderzijds vangen ze signalen uit de maatschappij op die dat tegenwerken.”

Waarom is het zo ongemakkelijk voor volwassenen om toe te geven dat populariteit, ver weg van de schoolbanken, nog altijd nazindert?

“Ik denk dat het komt omdat de meerderheid niet populair was, waardoor het een ietwat moeilijk onderwerp kan zijn. Vaak denken mensen ze dat ze veranderd zijn en gaan ze het onderwerp mijden, misschien omdat ze zich beschaamd voelen of denken dat het niet belangrijk meer is. Niet dus, en dat moeten we onder ogen zien, want we gaan instinctief op zoek naar populariteit. We moeten gewoon de juiste vorm zoeken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234