Zaterdag 20/07/2019

Interview

"We hadden vier kinderen en werkten allebei hard. En soms bekroop mij het gevoel: is het dat nu?"

Wouter Torfs. Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: Wouter Torfs, grote baas van de gelijknamige schoenenketen. Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel mij eigenlijk mijn leeftijd. Dat wil zeggen: precies 60. Wat niet betekent dat ik mij oud voel. Ik voel me 60, omdat ik al 60 jaar geleefd heb, al 60 jaar ervaringen heb meegemaakt, maar mijn passie en levenslust zijn onveranderd gebleven.

“Fysiek ben ik natuurlijk minder sterk dan dertig jaar geleden. Ik heb minder uithouding, ben 20 kilo zwaarder. Dat bepaalt je ook, maar ik heb nog altijd dezelfde drive.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Mijn wil om levenslang te leren, mezelf te ontwikkelen om mezelf beter te leren kennen, om dichter bij mijn kern te komen. Ik ben ervan overtuigd dat elke mens onontgonnen potentieel heeft. Daarom lees ik heel veel non-fictie, over ­psychologie, filosofie, persoonlijke ontwikkeling. Ik ben ook schatplichtig aan het boeddhisme. Het brengt me dichter bij mezelf, maakt me gelukkiger ook.

“Ik heb me nu ingeschreven voor een online meditatiecursus van Craig Hamilton: ‘Awakened Consciousness’, het bewustzijn dat ontwaakt. Twaalf weken lang geeft die man een talk van anderhalf uur en een meditatiesessie van een halfuur. Zalig.

“Die interesse voor spiritualiteit heb ik van mijn moeder. Beïnvloed door de Hare Krishna-beweging reisde zij in de jaren 60, 70 al naar India. Toen al was zij bezig met mindfulness. Zelf ben ik ermee begonnen toen ik halverwege de dertig was. We hadden vier kinderen en werkten allebei hard. En soms bekroop mij het gevoel: de dingen ontglippen mij. Is het dat nu? Ik heb eigenlijk alles: ik ben gezond, heb flinke kinderen, een goede relatie, een goede job die ik graag doe, en toch mankeert er iets. Daar vind ik nu wel echt antwoorden op, hoor. Dat gevoel van ‘het is niet perfect’ komt uit ons brein. We streven altijd naar meer of beter. Eigenlijk denken we voortdurend dat het hier en nu niet perfect is. Zo stellen we het geluk alsmaar uit en blijven we maar wachten op iets wat niet komt. Dat is natuurlijk ons brein dat een spel met ons speelt. Dat spel doorzien, dat is voor mij de essentie van meditatie.

“De vlag meditatie of mindfulness dekt zoveel ladingen. Een vorm ervan is gericht op het kalmeren van de geest. Veel ­mensen hebben er baat bij omdat ze er gewoon rustiger van worden. Ik noem dat wellness-mindfulness. Je kunt het ­vergelijken met naar de sauna gaan, of in een bos gaan ­wandelen. Maar voor mij zijn inzichtsmeditaties – die inzicht geven in het functioneren van je geest, die je dichter bij je ware natuur brengen – veel fundamenteler.

“Het brein wil alles controleren en voorspellen, het ziet ook overal bedreigingen, terwijl de ziel daar niet mee bezig is. Zo heb ik mij erop betrapt dat ik jullie vragenlijst heb afgedrukt. Ik had ze zelfs mee op wintersport. Toen ik ze voorlas aan mijn vrouw zei ze: ‘Maar dát ga jij toch niet doen, of wat?’” (lacht)

3. Wat is uw passie?

“We zijn vorige week voor de negende keer verkozen tot beste werkgever. Leiding geven vanuit het hart is mijn passie. De ­organisatie leiden en ondersteunen en bezielen met de ­boodschap: laten we er hier een fijne werkplek van maken voor iedereen. Ik ben ervan overtuigd dat dat de meest solide basis is voor duurzaam economisch resultaat. Je kunt nog de beste strategie ontwikkelen, als de sokkel, als dat fundament niet ­stevig is, zal het niet lukken. Die boodschap de wereld insturen, dat is mijn missie.

“Als baas vind ik het belangrijk om mensen de ruimte te geven om hun talenten te laten schitteren. Talenten die ik zelf niet heb. Geef ik veel feedback? (denkt na) Ja, maar vooral positieve feedback. Een van de absolute basisprincipes van een Great Place to Work is dat je als werknemer waardering krijgt. Het is zo’n open deur, het lijkt wel een Bond Zonder Naam-spreuk, maar een schouderklopje geeft je vleugels. Dat is zo waar, maar er wordt zo tegen gezondigd.

“De basis van goed leiderschap is eigenlijk: ken jezelf. Ken je sterktes en je talenten, maar ook je valkuilen. Ontwikkel en toon je eigen authenticiteit. Voor mij zijn leiderschap en authenticiteit heel nauw met elkaar verweven. Als je een goede baas wilt ­worden, begin dan met je persoonlijke ontwikkeling en toon wie je bent. Een leider die zich verstopt achter een masker of een ­rolletje speelt of de wise guy uithangt, geeft een medewerker geen veilig gevoel om zich zelf open te stellen. Essentieel aan een fijne werkplek is dat je jezelf mag zijn. Dat je er mag zijn als mens in je totaliteit met je goede en minder goede kanten.

“95 procent van onze werknemers zijn vrouwen. Het bedrijf straalt dus heel veel vrouwelijke energie uit. Ik noem dat yin-energie, die gebaseerd is op draagkracht, ondersteuning, ­verbondenheid, tegenover yang-energie, die staat voor ­daadkracht, overnames en winst, mensen ontslaan en telkens nieuwe aantrekken. Wij zijn heel yin, maar dat is wel de basis geweest voor een mooie groei, zonder schulden.”

4. Waarvoor wilt u vechten?

“Voor ons bedrijf wil ik wel vechten. Dat is een verantwoordelijkheid die ik draag tegenover 700 werknemers, en die mijn familie mij gegeven heeft, ik wil het dus wel op een mooie manier doorgeven.

“Wie het zal overnemen, is nog niet duidelijk. We hebben een familiecharter dat bepaalt hoe je in het bedrijf kunt komen ­werken, zodat er van nepotisme geen sprake kan zijn. Ik hoop dat er nog kinderen van de vierde generatie bij zullen komen, maar als dat niet zo is, zijn er intern ook een paar heel goede mensen die zullen doorgroeien. We moeten het bedrijf niet per se in de familie houden. Het verdient gewoon het best ­mogelijke leiderschap. Van belang is dat het in handen komt van mensen die de waarden en filosofie van het bedrijf ­respecteren. Wie dat zijn, zal minder belangrijk zijn.”

Wouter Torfs: "Ik vind het lastig om moeilijke boodschappen te communiceren of negatieve feedback te geven." Beeld Stefaan Temmerman

5. Wat vindt u uw grootste prestatie?

“Naast het hebben van vier gezonde, gelukkige kinderen, ja toch wel het bedrijf. Niet in termen van omzet of winst, maar waar het voor staat. En de plek die het in de samenleving inneemt qua maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het feit ook dat we bewijzen dat die zogenaamd softe aanpak gewoon the way to go is. In tien jaar tijd zijn we verviervoudigd. En dat heeft alles te maken met onze solide basis van mensen.”

6. Wat wilde u worden als kind?

“Ik herinner me dat ik in het zesde studiejaar schreef: ‘Ofwel het beroep van mijn papa, ofwel advocaat’. Ik keek heel graag naar de pleidooien in de tv-serie Beschuldigde, sta op. Ik heb dan ook rechten gedaan en drie jaar aan de balie gewerkt. Maar toen mijn vader en zijn broer eind vijftig waren, wilden ze weten wat mijn plannen waren. Want als ik niet in het bedrijf kwam, moesten ze beginnen rondkijken. Mijn grootmoeder liep op haar laatste benen en ze gaf me te verstaan dat ze toch graag zou hebben gehad dat ik het overnam. Dat heeft een rol gespeeld, ja. Ik zag mijn grootouders heel graag.”

7. Wat was voor u een moment van groot geluk?

“De geboorten van mijn kinderen.

“Maar evengoed toen we hoorden dat we de eerste plaats ­hadden. Toen was ik toch ook wel wreed content. Dan durf ik weleens een goed glas drinken en ervoor zorgen dat er een chauffeur in de buurt is. (lacht) Ja, ik heb iets bourgondisch. En dat is ook eigen aan het bedrijf: als het goed is geweest, vieren we.”

8. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Gisteravond zijn twee van mijn vier kinderen komen eten met hun lief. Samen rustig eten en ­bijpraten, dat maakt me blij. Ik kook ook vaak zelf. Eten klaar maken, is voor mij mindfulness.”

9. Wat is uw zwakte?

“Ik heb er natuurlijk verschillende, maar een zwakte is dat ik het lastig vind om moeilijke boodschappen te communiceren of negatieve feedback te geven, zeker aan mensen die ik graag mag. Dat is toch een gevolg van Mr. Nice Guy te willen zijn. Ik heb er in de loop van de jaren wel hard aan gewerkt en het is verbeterd, maar ik blijf het moeilijk vinden. Toch laat ik het niet over aan anderen, neen. Dat zou ik laf vinden.

“Ik ben ook vreselijk zwak in IT. Pathologisch zelfs. Ik kan het niet, ik word er ambetant van. Ik kan niet eens internetbankieren. (hilariteit) Pas op, we lachen daar nu mee, maar ik schaam mij toch ook wel, hoor. Ik toeter vanop alle heuvels en door berg en dal dat we goed mee zijn met internet en e-commerce. Erover babbelen, dat kan ik wel. Maar ik ga dat nooit leren. Levenslang leren, ja, maar dát niet.” (lacht)

10. Waar hebt u spijt van?

(denkt na) “Van niets eigenlijk. Fundamenteel spijt heb ik niet.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Dat een van mijn kinderen of mijn vrouw iets zou overkomen.

“Voor mezelf vrees ik dat eigenlijk niet, want ik heb twee jaar geleden nierkanker gehad en ik ben daar eigenlijk heel rustig bij gebleven. Ik leef dus niet met die angst, maar wel met het besef dat ik graag leef en dat het leven me dierbaar is. Dat besef is duidelijker en scherper dan voordien. Ik noem dat dus eigenlijk een cadeau. Ze hadden me wel gezegd dat ik met een operatie 95 procent kans had op genezing. Dat is natuurlijk een heel andere boodschap dan te horen krijgen dat je moet starten met chemokuren. Twee weken later lag ik op de operatietafel en was mijn zieke nier weggenomen. Maar toch, toen ik de diagnose kreeg, ben ik gaan wandelen in het bos. Het was een avond in december, het bos was nat en donker en ik hoorde in de verte een vogel fluiten. En toen dacht ik: verdikke, ik zou het toch graag weer lente zien worden, en herfst. Die geur van dat bos toen, ik had dat nog nooit zo fel, zo intens geroken.

“Ik ben geopereerd rond 15 december en ben terug gaan ­werken op 8 januari. Ik viel gewoon in slaap achter mijn bureau. Dat was echt dom.

“Van onze 700 mensen zijn er vandaag 20 à 30 thuis met ­kanker. Ik heb wel geleerd om de telefoon te nemen en hen te bellen. Vroeger had ik schroom: wat moet ik zeggen? Maar je moet helemaal niets zeggen, gewoon laten blijken dat je er bent en luisteren. Hoe je met zieke werknemers omgaat, is een heel belangrijk aspect.”

12. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild?

“Op de begrafenis van een broer van een goede vriend van mij, een paar weken geleden. Dat verdriet van die familie, dat raakte mij. Ik huil wel vaker en vind dat ook niet erg. Mijn hart opent zich dan.”

13. Wat kan u plots uit uw humeur halen?

“Iemand die humeurig is of agressief. Ik weet niet altijd hoe daarmee om te gaan.”

14. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben eens heel kwaad geworden toen ik geconfronteerd werd met pestgedrag op het werk, waarbij een zwakkere ­geviseerd werd door een sterkere, een vakbondsafgevaardigde nota bene. Dat was zo lelijk, zo strijdig met onze waarden. Het kon mij niet schelen dat hij beschermd werd, maar hij ging eruit. Hij ging eruit!

“Ook in een Great Place to Work komt dat voor. Natuurlijk. Net zoals voorkeuren en favorietjes. Dat is allemaal des mensen. Ik denk dat een Great Place to Work zich onderscheidt door de bereidheid om het probleem te willen zien. Maar het blijft ­mensenwerk. Het is niet perfect. Gelukkig.”

15. Wat is het decadentste wat u ooit hebt meegemaakt?

“In Madrid ben ik eens terechtgekomen op een plek met veel vrouwen. Héél veel. Precies ook een Great Place to Work, ze zagen er alleszins content uit. (lacht) Maar mijn nicht was mee en zei: ‘Blijf maar dicht bij mij’. En toen stapte een van die vrouwen op ons af en zei: ‘Ik wil het wel met jullie tweeën doen’. En toen antwoordde mijn nicht: ‘Nee, dank u. Het is zo goed als dat we het hebben gehad.’ (lacht)

16. Welke kunstvorm beroert u het meest?

“Muziek. Pop, klassiek. Ik zing zelf ook een beetje, hè, in een amateur-coverbandje. We spelen nu en dan eens op verjaardagsfeestjes.”

17. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Mediteren is voor mij een moment van verlichting, van streven naar een liefdevol bewustzijn. Want bewust leven zonder liefde is arm.

“Er zijn veel toegangspoorten om tot een staat van verlichting te komen. Religie is er een van. Mijn spiritualiteit is niet zozeer religieus geïnspireerd, maar de drijfveer die erachter steekt, is wel universeel, denk ik.”

18. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed. Er zou wel een kilo of zes, zeven af mogen. Maar dat zeg ik eigenlijk meer omdat het zo hoort, want in feite is het oké zoals het is en ik sport weer meer.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Ja. (zucht, lacht) Het vrouwenlichaam met zijn ronde vormen vind ik heel erotisch.

“En schoenen? Een vrouw met mooie schoenen, ja natuurlijk!”

20. Wat is uw goorste fantasie?

(lacht) “Ik heb geen gore fantasieën en mocht ik ze hebben, ik zou ze niet vertellen.”

21. Welk dier zou u willen zijn?

“O. Een van onze poezen, die als koninginnen de hele dag hun goesting doen.”

22. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik halverwege de dertig was. Dat was een moeilijke periode voor mij. Ze hebben intussen allebei hun leven weer goed in handen genomen en onze ­relatie is absoluut verbeterd naarmate ik leerde om hen te ­aanvaarden zoals ze zijn, met hun goede en minder goede ­kanten. Ze vormen niet het ideaalbeeld, maar het zijn ook goede ouders op hun manier.

“Ik ben ook dankbaar voor wat ik van hen heb gekregen. De ­spiritualiteit van mijn mama en het zakelijke, het bourgondische van mijn vader. Eigenlijk belichaam ik de twee. Mijn ouders zijn zo totaal verschillend. Ze vonden elkaar niet meer. Ze zien elkaar nog altijd graag, maar ze konden niet met elkaar leven.

“Het loslaten van de fouten of onvolkomenheden van je ouders vormt ook een spiegel voor je eigen ouderschap: doen wij het perfect? Nee, dus. We denken allemaal dat we het anders gaan doen dan onze ouders. Belangrijk is dat de liefde de boventoon voert, dan kun je wel wat vergissingen vergeven.

“Zelf ga ik al twintig jaar met elk van mijn kinderen één keer per jaar uit eten. Een op een. Ik heb dan maar één agendapunt en dat is zeggen dat ik hen graag zie. In het begin reageerden ze geambeteerd, maar nu laten ze dat helemaal toe. Het is niet makkelijk om als vader in een druk bestaan echt contact te houden. En voor je het beseft, zijn ze groot: oei.”

23. Hoe definieert u liefde?

“Het beste voorhebben met iemand. Voor mij is liefde toch een van de drijfveren van het leven, waarom we hier zijn, wat ons leven echt vorm en betekenis geeft.”

24. Hoe wilt u bemind worden?

(denkt na) Goh, ik wil bemind worden om wie ik ben – inclusief mijn gebreken –, niet om economisch succes.”

25. Hoe zou u willen sterven?

“Omringd door mijn vrouw en kinderen en een paar goede vrienden. En laten we dan nog een glas champagne drinken. Ik ben niet bang voor de dood, maar zou niet graag alleen ­sterven.”

26. Welk maatschappelijk probleem raakt u?

“Mondiaal gezien, de vreselijke situatie in Syrië en Irak. En hoe het Westen omgaat met de vluchtelingenstromen, dat gaat alle begrip te boven. Van de miljoenen mensen die op de vlucht zijn, laten we er 2 à 3.000 binnen en dan denken we dat we overspoeld worden. Zo gaan wij met het grote leed van de wereld om. Ik heb het antwoord niet, maar het raakt me wel. Hoe hoger je de muren van Fort Europa maakt, hoe beter je scoort. Dat geeft mij een gevoel van stille machteloosheid.”

Wouter Torfs: "Ik ben niet bang voor de dood, maar zou niet graag alleen ­sterven." Beeld Stefaan Temmerman

27. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Als ik heel eerlijk ben: ja. Uit angst voor het onbekende. Ik ben helemaal niet racistisch. Mijn standpunten over de hoofddoek zijn bekend, wij voeren een inclusieve politiek (de vrouw aan de balie van het Torfs-kantoor draagt een hoofddoek, nvdr.). Dat is het punt niet. Maar toch, we kennen elkaar niet goed. Als je in een situatie belandt met bijna exclusief allochtonen, voel je je toch geïntimideerd. Eigenlijk is dat racistisch, want je gaat enkel af op de huidskleur. Er is nog veel werk aan de winkel.”

28. Wat betekent geld voor u?

“Verantwoordelijkheid. Naar mijn mensen toe, maar ook naar de aandeelhouders. Dat heb ik met de paplepel meegekregen. Mijn grootmoeder zei telkens: ‘Het eerste miljoen is altijd het moeilijkste’. In Belgische frank, hè. (lacht) Ik kom uit een familie van harde werkers, typisch Kempisch. Maar ze bleven ­bescheiden.”

29. Wat zoekt u op reis?

“Ik zoek op reis eigenlijk niets. Wat we de laatste jaren doen, is met de camper drie weken zwerven door Portugal, Italië of Frankrijk. We blijven waar het goed is en gaan dan weer verder.

“Mijn vrouw kiest waar we naartoe gaan. Ze is dan ook minister van Toerisme en van Binnenlandse Zaken. En als man heb ik ook twee ministeries: Financiën en Seks.” (lacht)

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld?

“Ik vind het niet zo moeilijk om een goed mens te zijn. Want door een goed mens te zijn, ben je ook een gelukkig mens. Eerlijk, consequent en op een menselijke manier met elkaar omgaan geeft mij een goed gevoel. Het is niet zo moeilijk hoor, het kan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden