Maandag 30/03/2020

Reportage

We gingen een nacht mee met de gouddelvers van de Noordzee

Jan Kegels wil met foodtrucks en zijn boek iedereen even zot krijgen van de Noordzee en haar weelde.Beeld ©jef boes @ initials la

Vooreerst: alle clichés over vissers zijn waar. Ten tweede: vergeet die clichés. Elk leven heeft zijn getijden. Net zo bij garnaalvissers. Jan Kegels ofte Jean Sur Mer, die net een boek uit heeft vol Noordzee-recepten, neemt ons een nacht mee op sleeptouw.

Worden zijn ogen nu vochtig? Visser Alain Bogaert (53) tuurt recht in de ondergaande zon. Een rode bol die de zee in haar volle ­glorie streelt. Het is een prachtig zicht, maar Alain kijkt niet. Bijna veertig jaar zit deze ­visser op zee en alles went. Behalve dan een weggelopen vrouw. “Ze is ervandoor.” Dit gesprek komt uit het niets; net ervoor werd niets gezegd. Er werd alleen geleund tegen de deur van de kajuit. Half binnen, half buiten. “Ze was te jong voor mij. Ik heb een fout gemaakt.” Alain en zijn sigaret laten een pauze vallen. “En ze is zwanger.”

De kennismaking gebeurde twee uur eerder, aan de Vistrap in Oostende. Een stevige handdruk, donkere, prettig plagerige ogen en weg was hij. De boot moest los. Kapitein Danny Deramoudt (46) wil op tijd vertrekken en een kapitein laat je niet wachten.

Het is Jan Kegels (38) die kapitein Danny en visser Alain introduceert. Voor de Antwerpenaar is het zijn tweede keer mee op de boot. Jan is zot van de Noordzee, al van kinds af aan, en sinds acht jaar probeert hij onze zee en alle ­producten die daaruit voortkomen op de kaart te zetten. Jan: “Ik wil vis weer sexy maken. Weet je dat er 220 vissoorten in de Noordzee zitten?” Intussen heeft hij met Jean Sur Mer drie foodtrucks en een boek en nog veel meer kennis over vis en zee.

Vrouwen lopen weg, dochters zijn voor altijd

Het leven van garnaalvissers is hard. Ze werken altijd ’s nachts, kloppen shiften van 14 uur op zee, en bevroren handen of niet: om het anderhalf uur moeten de netten gelicht worden. Aan boord van Dini, een boot uit het jaar 1963 en een van de elf kustvissers die ons land nog telt, ­kijken kapitein Danny en visser Alain uit naar de komst van een toilet én een douche. In afwachting volstaan reling en emmer.

De tijd dat schippers boten de naam van hun vrouw gaven, is voorbij. Vrouwen lopen weg; dochters daarentegen blijven bestaan. Dini dus, naar de dochter van Luc Bogaert, de reder van de boot. Luc vaart niet meer, maar straks als Dini de Oostendse haven weer binnenvaart, als de buit ­binnen is en het naar ochtend ruikt, staat hij samen met zijn dochter Dini aan de kade klaar om de garnalen aan de Vistrap te verpakken en te verkopen. De visserij blijft een familiezaak.

Beeld ©jef boes @ initials la

Soms is het weer barbaars, scheuren de netten of valt de vangst tegen. Danny haalt zijn brede, getatoeëerde ­schouders op: “Veel stress ja, maar de eenzaamheid is het ergste.” Hij laat een stilte vallen. Hij zal vele stiltes laten ­vallen deze nacht. Als je twaalf jaar met dezelfde kompaan elke nacht op garnalen vist, wordt er vaak niets gezegd. Danny en Alain voelen elkaar perfect aan en áls ze praten is dat in een West-Vlaams dat de niet-vissers op afstand houdt.

In de donkerste en koudste uren zal hij vertellen, maar nu nog niet. Er moet gewerkt worden. De motor van Dini slaat aan. Stipt om vijf uur in de namiddag. Het gebrom van de mazoutketel op volle toeren zal ons tot zeven uur in de ochtend niet meer loslaten. Niks romantisch zeewatergeklots. De enige die de brullende motor kunnen overstemmen, zijn de meeuwen. Telkens als de netten opgehaald worden, smijten de vogels zich met honderden tegelijkertijd op de boot en in het water. Gieren zonder manieren zijn het, op zoek naar een gratis meeneemmaaltijd.

Visser en kapitein zien er opvallend jong uit voor hun leeftijd. Het zes op zeven werken in weer en wind heeft hen niet aangevreten. Enkel op zondag wordt er niet gevaren. Dan wordt er geslapen. Dat is ook nodig want in de week op de boot wordt er geen oog dichtgedaan. Even indommelen, zo snel een kwartiertje, meer niet.

September, oktober en november zijn goede maanden voor de garnaalvangst. Gisteren haalden ze 600 kilo op. Ze hopen vannacht nog beter te doen. Jan: “Dicht bij het strand zit het nu vol garnalen.” In de wintermaanden moeten ze ­verder de zee in. Een week lang komen ze dan niet aan wal: binnenvaren, lossen en onmiddellijk weer uitvaren.

De kustlijn zal ons heel de nacht gezelschap houden. Van Oostende naar Blankenberge, keren, naar Oostduinkerke en terug. “Daar, het naaktstrand van Bredene”, lacht Danny. “We zouden beter op de foor zitten”, zegt Alain als we het grote rad in Oostende voorbijvaren. Danny wijst naar een plek in de duinen: “Daarachter woon ik.” Het land is nooit veraf en toch onbereikbaar. Een zeeman kijkt ernaar maar maakt er geen deel van uit.

Danny begon op zijn zestiende, zoals zijn vader, zoals zijn grootvader. Midden in de nacht toont hij foto’s van die twee mannen. “Zelfs de pa van mijn pa leeft nog. Hij is vierennegentig. En hij fietst nog.” Op een zwart-witbeeld staat zijn vader: jong, krachtig, stoer en haast James Dean. Het blauwe licht van het iPad-scherm straalt af op Danny’s gezicht. Nog later in de nacht zal hij weer en meer foto’s tonen. Van dode vrienden.

Beeld ©jef boes @ initials la

Het leven aan boord is routineus. Danny kijkt van op de brug, het heiligdom van een kapitein, uit over de zee, stuurt bij wanneer een van de vele zandbanken dreigt, verzorgt de communicatie met de kustwacht, drinkt cola en houdt bij wanneer het tijd is om de netten op te halen. En dat de hele nacht lang gezeten in een hoge bureaustoel, het ene been rustend op wat je nog best kunt omschrijven als het dashboard, het andere been bengelend. Een kruising tussen pantoffel en klompen aan zijn voeten.

Put your head on my shoulder

In het begin van de avond is er nog druk radioverkeer. Mannen hebben lange gesprekken in een onverstaanbare taal. Waar hebben ze het toch over? “Ja, over de visserij hé”, zegt Danny. Over wat anders, lijkt hij te denken. Hot topic dezer dagen blijken de elektropulsnetten van de Neder­landse collega’s te zijn. Aanvankelijk leek deze nieuwe techniek profijtig te zijn: netten moeten niet meer over de bodem slepen waardoor er minder wrijving is en dus minder energie verbruikt wordt. Ze maken het mogelijk om overdag te varen: de elektroshock drijft de garnalen de netten in. Geen garnaal die zich nog kan verstoppen. Maar hier vinden ze dat het de garnaal kapotmaakt en dat het vissen doodt.

Alles wat je moet weten over Danny kun je van zijn lichaam aflezen. Beeld ©jef boes @ initials la

In de donkerste uren van de nacht maakt het radio­verkeer plaats voor muziek. Alain: “Ge hebt maar één cd zeker? Dat is hier altijd dezelfde muziek.” Alain heeft op de brug ook zijn vaste plek: aan de deur die op het dek uitgeeft, daar staat of hangt hij, meestal rokend. Danny lijkt niet te zullen reageren. Paul Anka zingt: Put your head on my shoulder. Hold me in your arms, baby. Squeeze me oh-so-tight. Show me that you love me too. Danny antwoordt dan toch nog, tien minuten later: “Dat is heel oude muziek.”

Alain vindt de saaiheid van het werk het lastigste. “Wachten, wachten, wachten.” De tijd doden ze met Facebook en schoonmaken. Altijd volgens dezelfde ­verdeling: Alain de kleine zitplaats achteraan; de brug afstoffen is voor Danny.

In die lange uren kan de eenzaamheid toeslaan. Danny: “Sociale contacten onderhouden is moeilijk. Ik zie mijn vrouw ook niet veel. Je moet er een hebben die erachter staat, anders lukt het niet.” Op de vraag waarom ze visser zijn, geven ze beiden, los van elkaar, hetzelfde antwoord: de schouders worden opgetrokken. Alain: “Ik lust eigenlijk geen vis. Ik eet liever steak.”

Een achttal keer per nacht is er actie. Het ophalen van de ­netten gaat gepaard met lichte opwinding. Danny geeft het startschot: alleen al door energiek recht te staan, weet Alain hoe laat het is. Het licht op het dek gaat aan. De mannen ­stappen in hun laarzen en ­daarmee ook in hun gele vissersbroek want die blijft bij het ­uitdoen rond het schoeisel ­hangen. Efficiëntie heet dat.

Vroeger waren oorringen de garantie op een begrafenis, maar voor kapitein Danny was het gewoon ‘een zottigheid’.Beeld ©jef boes @ initials la

De motoren brullen de ­netten omhoog. Aan weers­zijden komt een bal vol vangst te voorschijn. Het speculeren begint. Alain kan ondertussen perfect het aantal kilo inschatten, gewoon op zicht. Als dat getal laag ligt, gaat Alains mond wat hangen en trekt Danny een grimas.

Wat volgt, is een minutieus schouwspel. Op automatische piloot loodst Alain de netten richting dek, laat ze leeglopen in een groot bassin, om ze onmiddellijk gebruiksklaar te maken voor een volgende lichting. Zijn handelingen zijn snel en efficiënt. De vangst wordt nu echt zichtbaar. Een berg. Allerlei soorten vissen spartelen over en onder elkaar. Ook gevangen: een stuk blauw plastic, een blikje Ice Tea, en nog iets onbestemd, ook van plastic. De buit aan rommel is miniem; dat is ooit anders geweest. Het gaat blijkbaar ­redelijk goed met de Noordzee.

Ziek of kater? Dan is wijting je vis

In de bak krioelt het van wijting, ook wel eens ‘ziekemansvis’ genoemd. Danny: “Als je ziek bent of een kater hebt, is ­wijting het beste te verdragen. Wijting wordt nog steeds onderschat.” Het is duidelijk hun seizoen. Krabben zijn er ook genoeg, massa’s van die kleintjes. Ze gebruiken de andere vissen als springplank om zich af te duwen in een poging om aan hun lot te ontsnappen. Vinnige scharren, rode poon, nog wat pladijs en haring. De meeste vissen ­worden, wegens te klein, terug in zee gegooid. Ook de vele dikke, felblauwe kwallen ondergaan dezelfde reis. Een ­verdwaalde hondshaai probeert van zich af te bijten, letterlijk. Alain is niet onder de indruk.

Alain Bogaert tijdens een van de acht keren dat de netten opgehaald worden. Intussen kan hij perfect het aantal kilo inschatten, gewoon op zicht.Beeld ©jef boes @ initials la

En dan zijn daar de garnalen. Ze worden afgeleid, een machine in, waar ze onmiddellijk gekookt worden. De stoom van het koken geeft het schip iets apocalyptisch mee. “Het goud van de Noordzee!”, roept Jan enthousiast als een jongen. “Weet je dat een garnaal maar twee jaar leeft en tweeslachtig is? En dat hun hart in de kop zit?”

Alle gekookte en nogmaals gespoelde garnalen gaan door de vingers van Alain en Danny. Ze controleren een laatste keer of er niets meer tussen de garnalen zit. De machine mist al eens een klein stukje krabbenpoot; de vissers niet. Zwijgend staan ze daar tegenover elkaar, met tussen hen de te controleren garnalen, leunend tegen het blad van de machine. Als het niet zo koud was, zou je denken dat ze op een receptie stonden. Drank is er ook niet, hapjes des te meer.

Alain vindt de saaiheid van het werk het lastigste. ‘Wachten, wachten, wachten.'Beeld ©jef boes @ initials la

Geproefd wordt er zeker. Elke keer weer. Haast ­verslavend. En ongelooflijk lekker. “Lekkerder dan kreeft”, zegt Alain die nochtans daarnet beweerde niet van vis te houden. Alain: “Wat is er beter dan een garnaal?” Nog eens Alain: “Twee garnalen.”

En even plots als het gekomen is, is het gedaan. De ­laarzen gaan uit, de broek blijft erin hangen; Danny gaat naar de brug. Alain steekt een sigaret op.

Put your hand on my shoulder, bis

Op het land gaan één voor één de lichten in de appartementen uit. Op de boot komen de tongen los. Danny heeft zijn leven op zijn lichaam staan. Die reis naar Cuba, zijn eerste boot, die vuurtoren, een grote garnaal, de dood van zijn goede vriend Jimmy, verongelukt met zijn moto, in die bocht daar – hij wijst naar een specifiek stukje dijk, het zijn allemaal tattoos. En de twee oorbellen? Vroeger droegen alle zeemannen er twee. Het was hun verzekering: de garantie op een begrafenis. Danny laat de verhalen en oude rituelen voor wat ze zijn, de reden voor zijn oorbellen is simpel: “Een zottigheid van toen ik jong was.”

Fier praat hij over zijn zoon die bijna even groot als hij is. Soms denkt de jongen eraan visser te worden, soms ook niet. Voor Danny is het gelijk, als hij maar gelukkig wordt. Zijn dochter wordt zeker geen visser. Dat staat vast. Zijn twee andere kinderen, uit een vorige relatie, ziet hij bijna niet meer.

Hij scrolt door zijn foto’s en wijst mensen aan: “dood aan kanker”, scrolt, “verdronken”, scrolt, “verdronken net voor zijn pensioen. Op een van zijn laatste reizen. Ge maakt geen kans als er iets gebeurt. In één seconde draait het schip om en ge weet niet meer waar ge bent. Goed kunnen zwemmen maakt niets uit.”

Beeld ©jef boes @ initials la

En Alain? “Dat is gespuis. Voor niks goed”, lacht Danny. Ook bij Alain zit vissen in de genen. Vader was zeeman en altijd misselijk omdat hij niet tegen de geur kon. Danny: “Ja, ja.” Alain: “We moeten werken in het leven hé. Wat zouden we anders doen?” Danny: “Ja, ja.” Op de brug, hangt een houten plankje aan de muur met daarop: hij is de gelukkigste man die leeft, die tevreden is met wat hij heeft.

460 kilo garnalen brengen ze vandaag terug mee naar de kade. Ze zijn content en de baas Luc ook. Het is zeven uur in de ochtend en de bakken garnalen hebben de vaste grond nog maar net geraakt, of de eerste klanten staan al aan te schuiven aan de Vistrap. Veelal oude mensen. Meestal bekenden. “Hoeveel gaan ze vandaag?”, vraagt één van hen. Dini, de dochter: “10 euro voor een kilo, Guido.”

Danny en Alain helpen nog mee zakjes van een kilo te maken. Of twee kilo. Of vijf. Naargelang. De zon komt op en Alain springt op zijn fiets. Alain: “Het mooiste moment in dit werk is ’s ochtends. Dan is ’t gedaan!”

Ook gebeten door de Noordzee? Je vindt in het boek Zot van de Noordzee van Jean Sur Mer (Jan Kegels) nog meer vissersverhalen, gerechten en visserijweetjes in. Nu verkrijgbaar, ook aan de Vistrap in Oostende. Genomineerd voor Kookboek van het jaar 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234