Donderdag 02/04/2020

Reizen

Waarom we beter in Wenen zouden wonen: een zomer in ‘de beste stad ter wereld’

Beeld Alamy Stock Photo

Wenen werd in 2019 verkozen als beste stad ter wereld om te wonen. En dat voor de tiende keer op rij! Wat heeft Wenen wel wat je in New York of Rome niet vindt? Om dat uit te pluizen, verbleef onze reporter een zomer in de Oostenrijkse hoofdstad, waar je nu ook comfortabel met de nachttrein naartoe kan.

Nooit gedacht dat een stad zo stil kon zijn. Als ik ’s avonds thuiskom, hoor ik de krekels tekeergaan in het struikgewas rondom het flatgebouw. Vermoedelijk zijn zij een aftakking van het chiquere krekelvolk dat om de hoek in de uitgestrekte tuinen van Schloss Belvedere woont. Vanuit mijn raam op de zevende verdieping zie ik het uurwerk op de klokkentoren van de St. Elisabeth-kerk gelig oplichten in het duister, als een aardse versie van de volle maan. In de verte de skyline van verlichte bouwkranen en flatgebouwen rond het centraal station. Maar verkeerslawaai is er hier amper. In deze grootstad, waar toch twee miljoen mensen wonen, kan het zo kalm zijn als een dorp.

In een vreemde stad verzin je nieuwe rituelen. Ontbijten in Café Goldegg, geboortejaar 1910, een jugendstilkoffiehuis met spiegels en donkerhouten lambrizeringen. Achtereenvolgens het stamlokaal van het treinpersoneel en ontmoetingsplek van revolutionairen. Het interieur werd gerestaureerd en tot erfgoed verklaard. De hele Weense Kaffeehauskultur is trouwens Unesco Werelderfgoed, zo belangrijk zijn de koffiehuizen voor het weefsel van de stad. Marmeren tafeltjes en groene fluwelen zetels. Een internationaal krantenassortiment en ontbijt met een Melange of Schwarzer, koffie met of zonder melk.

De bar van Cafe Goldegg, vaste waarde sinds 1910. Beeld rv

Mijn favoriete plek is een tafeltje aan het opengeschoven raam, waar je de voorbijgangers op de stoep een hand zou kunnen geven. De oude dame met haar winkelkarretje, de jongeman op zijn elektrische step. Of ’s avonds uiteten bij Gasthaus Ubl, dat er met zijn donker, houten interieur uitziet alsof je voor de prijs van een wienerschnitzel en een glas Gemischter Satz (wijn gemaakt van verschillende druivenrassen) recht naar het Wenen van de 19de eeuw bent geflitst.

Daarna naar de film in Kino im Kammergarten aan het Unteres Belvedere, de stoelen opgesteld tussen de bloemenperken in het park. Aan de andere kant het Belvedere-paleis, waar Gustav Klimt en Egon Schiele en al die wonderlijke kunstenaars huizen. Of zondagslunch in Zum Schwarzen Kameel, dat al bestaat sinds 1618. Zwemmen in een van de openluchtbaden, bij voorkeur het Krapfenwaldbad in het Wienerwald of het Schönbrunner Bad in het park van het gelijknamige paleis. En daarna naar een van de rijke musea van de stad: het Kunsthistorisches of het MuseumsQuartier.

“Vroeger was Wenen grijs en grauw”, zegt professor Johannes Meissl, violist en docent aan de muziekuniversiteit. We hebben afgesproken in het oergezellige ­koffiehuis Tirolerhof aan het Albertinamuseum. “Wenen was mijn droomstad, maar toen ik hier bijna veertig jaar geleden als student aankwam, was het totaal anders dan nu. Nauwelijks voetgangers, vuil op straat, de gebouwen zwart van het roet. Er heerste een sterk traditioneel conservatisme.”

Zum Schwarzen Kameel, dat al bestaat sinds 1618. Beeld rv

“De doorsnee Wener is nog altijd knorrig, maar toen was dat de grondhouding. De omgeving van het studentenhuis was doods, geen cafés of winkels. De laatste vijftien jaar is Wenen veel veranderd. Ik heb geleerd om graag terug naar huis te komen in het groen en de kalmte van mijn stad.”

Dat van die Weense knorrigheid kan wel kloppen. In de krant beweert een bekende komiek: “Het grootste compliment dat ik ooit kreeg was: voor een Wener ben je wel sympathiek.” En dat de stad een ingrijpende make-over heeft gehad, is goed te zien. Aan de 19de-eeuwse monumentale gebouwen van de Ringstrasse bijvoorbeeld. Die kwamen er ter meerdere eer en glorie van het Habsburgse Keizerrijk. De Staatsoper, het Raadhuis. Versteende traditie.

Toen de ring na vijftig jaar bouwen af was, beschouwden architecten Otto Wagner en Adolf Loos het als een grandioze mislukking. De stad lijkt te drijven op die elektrische spanning van conservatief tegenover radicaal vernieuwend.

De Vlaamse tenor Tore Tom Denys, die al ruim twintig jaar in Wenen woont, waardeert de ouderwetse hoffelijkheid die je hier nog vindt, maar kent ook de andere kant van de medaille: “Een klassieke uitspraak is: als de wereld vergaat, moet je naar Wenen komen, want hier gebeurt alles vijftig jaar later.”

En tegelijk woonden hier de meest radicale kunstenaars en denkers: Freud, die een bourgeois­leven leidde en toch revolutionaire ideeën ontwikkelde over wat er woekerde onder dat burgerlijke oppervlak. Kunstenaars als Schiele, of recenter schilderes Maria Lassnig (1919-2014), die haar eigen ouder wordende lichaam ongenadig inzette in haar werk.

Verschillende tram- en metrolijnen lopen als zenuwbanen door de stad. Het openbaar vervoer is opvallend efficiënt en aangenaam. Een tram is in het Weens die Bim, naar het ‘bim bim!’-geluid van een aankomende tram. Tomaten zijn hier Paradeiser, en bloemkool heet dan weer Karfiol. Een echo van de talenmix in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie.

Wenen is een stad van immigranten. Iedereen die ik spreek heeft verschillende roots, die voor een stuk nog dat koninklijk-keizerlijke rijk weerspiegelen, of ‘Kakanië’, zoals auteur Robert Musil het ironisch doopte. Grootouders uit Hongarije, Istrië, Italië, Slovenië... Bij de 91-jarige muzikant en componist René Clemencic thuis werd er Italiaans gesproken door vader en Duits door moeder. Zelfs als ze met elkaar praatten.

En als je de namen op de graven van het Zentralfriedhof bekijkt, wordt de smeltkroes zichtbaar: van Castelli en Czerny via Von Preradovic tot Wetaschek. Bij een antiquair vind ik oude portretfoto’s. Twee zussen staan hand in hand op een lichtjes opgekruld tapijt. Ze dragen zwarte jurken en knopenlaarsjes, en kijken nieuwsgierig de lens in, naar ons. Een jonge vrouw met breedgerande hoed staat voor een decor met winterlandschap. Achteraan is in potlood geschreven: Linda W, november 1909.

In 1919, toen het rijk uit elkaar viel en enkel een kleiner Oostenrijk overbleef, uitte een journalist zijn treurnis in de krant: “Mag elk in stilte de droefheid voelen over de verpauperde en kreupele staat die achterblijft na de Vredesconfe­rentie.” Misschien leeft de oudere generatie nog in een soort Retrotopia, achteromkijkend naar wat nooit was. Maar voor de anderen is Wenen gewoon hun stad, waar galerijen, arthousebioscopen en concertzalen bloeien als madelieven in een veld.

Dat Wenen zoveel meer is dan het cliché van Strauss en Sachertorte, weet journalist Tanja Paar als geen ander. Ze neemt me mee naar de nieuwe campus van de Wirtschaftsuniversität bij het Praterpark. Na de traditie van de binnenstad is het bijna een schok om tussen de modernste architectuur te vertoeven, ontworpen door enkele gerenommeerde architecten.

Het centrale gebouw van de Wirtschafstuniversität, door Zaha Hadid.Beeld Alamy Stock Photo

Het centrale gebouw van Zaha Hadid trekt onmiddellijk de aandacht, een gigantisch luchtschip dat beweging en energie uitstraalt. Het doet me denken aan een ander radicaal gebouw in de Parkgasse, de modernistische villa die filosoof Ludwig Wittgenstein ontwierp voor zijn zus Margarethe. In het begin met de hulp van een architect, maar Wittgenstein nam het snel helemaal over. Een prachtig ding, waarvan de details uiterst verfijnd zijn en mathematisch van verhoudingen. Van de deurklinken tot de grote ramen.

Op een heuvel achter het hospitaal blinkt de gouden koepel van de Kirche am Steinhof, van architect Otto Wagner. De eerste steen werd in 1904 gelegd door ‘Majestät Franz Joseph I Kaisers von Österreich, Königs von Ungarn etc.’ Die ‘etc.’ staat er echt. En dat het een kliniek voor geestes- en zenuwzieken moest worden. De kerk is een schitterende roomtaart in wit en goud, in de stijl van de sezession, de Weense versie van jugendstil. Alles in symmetrische verhou­­­­din­gen, van de zij-altaren tot de zwart-witte patronen op de vloer en de prachtige strenge engelen op de brandglasramen. Uit de goudkleurige lusters lijken blinkende sneeuwvlokken te druppen net voor het grote smelten.

Maar wat er zich tijdens WO II afspeelde in de kliniek is totaal tegengesteld aan de onaardse schoonheid van de kerk. Hier werden mensen verzameld die volgens het naziregime ‘onbruikbaar’ of ‘Ballastexistenzen’ waren. De meesten van hen stierven door verhongering, experimenten en infecties. Een klein museum en een gedenkteken herinneren aan dit drama, dat veel te lang onbesproken bleef.

Kirche am Steinhof.Beeld Alamy Stock Photo

Aan de kerk van het Zentral­friedhof staat de bestelwagen van begrafenisondernemer Himmel­blau, de letters in het groot op een achtergrond van lichtblauwe wolken. Alsof het een bedrijfje is voor avontuurlijke trips. De dienst is net voorbij. Helpers in zwart kostuum laden tientallen grote kransen in, dat is “ganz normal” zeggen ze, soms zijn het er nog meer.

In Wenen is ook de dood van levensbelang. Tenor Tore Tom Denys zong in het begin van zijn carrière bij het koor van de Staatsoper, en op een keer moest hij een collega vervangen die begrafenisdiensten zong. Je kan hier namelijk een verzekering nemen voor een gezongen dienst op je eigen begrafenis, uitgevoerd door één of meer zangers van het koor van de opera, al naargelang de bijdrage die je betaalt. Soms stond Tore helemaal alleen met de orgelist en de priester rond de lijkkist. “Ik was daar zo van onder de indruk, dat ik het niet lang heb volgehouden. Maar de Friedhof Sänger zijn hier big business.” Denys reist nu met zijn groep Cinquecento de wereld rond, en zingt regelmatig ’s zondags de mis in de Weense Rochuskerk. Polyfonie en Gregoriaans, “wat in de stad van Beethoven en Schubert uitzon­derlijk is”.

Wat maakt Wenen zo geliefd? Een onweerstaanbare mix van oude gewoontes en moderniteit; het bloeiende culturele leven, dat heel toegankelijk is. Volgens Johannes Meissl is “Wenen als muziekstad dé centrale plek in Europa. Twee grote concerthuizen, vele kleinere zalen en amateur­koren.” Voor Tore is ook het water van belang, want uit de kraan van bijna alle Weners stroomt bronwater uit de bergen, en dat proef je.

Dan is er het vele groen in en rond de stad, of zelfs een heel natuurgebied, zoals het uitgestrekte Nationalpark Donau, dat achter het Praterpark begint. En Wenen moet zowat de enige grootstad zijn met zoveel wijngaarden binnen de stadsgrenzen. Tramlijn D rijdt in drie kwartier van het centraal station naar Nussdorf, een wijnbouwgebied aan de zuidelijkste kant van Wenen. Dit is het seizoen van de Heuriger, tijdelijke proeflokalen in de wijngaarden.

Een halfuur wandelen de heuvels in en daar zie ik de wijngaarden van Mayer, Wieninger en wat ­verderop een wegwijzer naar de Heuriger van wijnhuis Windisch­bauer. Enkele tafels aan de rand van de wijngaard op de heuvel, met zicht op de stad beneden en op de Donau. Je kan er kiezen tussen jonge kwaliteitswijnen, Gemischter Satz of Grüner Veltliner, en kleine hapjes. Families zitten op picknickdekens met een glas wijn in de hand. Vrolijk gezelschap.

Als het donker wordt, wandelen we terug naar het dorp. Tram D komt aanrijden, de koplampen werpen geelwitte stralen op het spoor. Wij zijn een tunnel van licht in de donkere stad. 

Tekst: Greet Van Thienen

PRAKTISCH

De Oostenrijkse spoormaatschappij ÖBB begon met een nachttrein tussen Brussel en Wenen. De ÖBB NightJet rijdt twee keer per week rechtstreeks naar ­Wenen vanuit Brussel en Luik, b-europe.com

Brussels Airlines heeft verschillende vluchten per dag naar Wenen: brussels­airlines.com

Urbanauts heeft kamers en appartementen te huur in verschillende wijken (Graetzl) van Wenen.

Een goeie gids: The 500 Hidden Secrets of Vienna van Tanja Paar, uitgeverij Luster, 256 p., 14,99 euro.

Via vienna.info vind je o.a. alle informatie over events voor het Beethoven-jaar 2020.

Oostenrijkse dienst toerisme: austria.info

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234