Zondag 21/07/2019

Voeding

Waarom steeds meer mensen vegetariër worden

Supermarktketens als Carrefour die overwegen om namaakvlees aan te bieden en de opkomst van kweekhamburgers: Sue Somers, zelf recent opnieuw vegetariër geworden, zoekt uit waarom steeds meer mensen zich nu afkeren van het vlees van dode dieren.

Beeld Nina Vandeweghe

Dingen die ik de afgelopen vier maanden heb gemist wanneer ik ze anderen zag eten: bitterballen, uitnodigende charcuterieplanken in Italiaanse berghutten en gestoofde varkens­wangetjes in een saus op basis van Loonse Stroop. Soms droom ik nog van varkenswangen die zo mals zijn dat ik ze tussen mijn tanden door mijn mond kan binnenzuigen.

Wat ik niet heb gemist: dat ik zwetend van het verteren moest gaan liggen nadat ik me had laten verleiden tot frieten met biefstuk (ik nam hem altijd bleu chaud), druipende festivalhamburgers en moeilijk in slaap kunnen geraken na een avondmaal met vlees. Voorts niet de minste moeite gehad met frituurbezoeken (sowieso amper), noch met barbecues (altijd genoeg voor- of bijgerechten).

Vier maanden geleden deden er afgrijselijke beelden de ronde van dierenmishandeling in een slachthuis in Tielt. Heb ik van horen zeggen, want ik heb de beelden niet willen zien. Dat ik ergens had gelezen dat dieren­rechten­organisatie Animal Rights had gefilmd hoe vee­transporteurs varkens sloegen, schopten, aan de oren trokken, met kettingen rond de poten voortsleepten en hoe de dieren soms, wanneer de gasbedwelming niet werkte, levend werden opgetakeld en de keel werden doorgesneden – dat was voor mij al too much information.

“Denk je echt dat dat een uitzondering is?”, vroeg een vriend van me, die meer dan twintig jaar in slagerijen heeft gewerkt. Hij verzekerde me dat zulke praktijken in vrijwel elk slachthuis voorkomen. Slachthuizen stellen nu eenmaal niet de meest fijnbesnaarde mensen te werk. En als de veearts er niets van zegt of even niet oplet, dan doet iedereen maar op.

Ik wilde niet dat deze beulen door mijn vleesconsumptie hun gang konden blijven gaan. Bovendien ben ik mede-eiser bij Klimaatzaak: waar het kan, probeer ik mijn ecologische voet­afdruk te beperken. Ja, ik vlieg naar IJsland en Japan, maar boodschappen doe ik zoveel mogelijk met de fiets. Ons dak is recent geïsoleerd – het dubbele van de gangbare norm. In onze tuin hebben we twee zomers geleden een regenwaterput laten installeren waarop een wc, een wasmachine en een buitenkraan zijn aangesloten en ondanks de deplorabele staat van onze spoorinfrastructuur – kapotte stations, vuile treinstellen, belachelijke trajecten – neem ik steeds vaker de trein.

Tegen al mijn esthetische bezwaren in beschik ik zelfs over een plooifiets. Veel gekker moet het niet worden.

CSA-vlees

Dat ik pesco-vegetariër (iemand die vlees en gevogelte vermijdt, maar wel vis en zuivel eet, red.) werd, gebeurde niet van de ene dag op de andere. De voorbije jaren kwam ons vlees hoofdzakelijk van de CSA-boerderij (community supported agriculture) vijf kilometer verderop, waar we ook onze groenten haalden. Het idee dat onze blinde vinken en chipolata’s afkomstig waren van koeien die gras­gevoederd en biologisch gekweekt waren, verzachtte het leed een beetje – al weet ik ook dat zelfs kleinschalige productie niet dierenleedvrij is.

Bovendien smaakte het vlees stukken beter dan wat we tot dan toe gewend waren. Als twintiger had ik vlees al eens zeven jaar afgezworen, maar anderhalve maand Argentinië, waar de sappigste biefstukken zomaar van de pampa je bord op wandelen, deed me inzien dat ook mijn vlees zwak is.

Het werd tijd voor een reset. En ik ben niet de enige, zo blijkt. Uit een iVox-peiling bij 1.000 Vla­mingen in opdracht van Eva vzw, een organisatie die plantaardige voeding promoot, bleek vorig jaar dat steeds meer Vlamingen vegetarisch eten: één op de tien laat minstens drie keer per week vlees of vis achterwege. In 2011 was dat nog één op de twintig. Het aantal Vlamingen dat elke dag vlees of vis eet, bedroeg vorig jaar 84 procent. In 2013 was dat nog 90 procent.

Hoeveel vlees er in ons land gegeten wordt, blijkt uit de Voedsel­consumptie­peiling van het Weten­schappelijk Instituut voor de Volksgezondheid. Een bevraging van 3.461 Belgen in 2014 en 2015 leert dat slechts 2 procent van de bevolking een dieet volgt met een beperkt aantal dierlijke producten. Met 111 gram per dag ligt de consumptie van vlees hoger dan de aanbevolen richtlijn van 100 gram – al zal die richtlijn dit najaar naar beneden bijgesteld worden door Vigez, het Vlaams expertisecentrum voor gezondheidsbevordering en ziektepreventie, dat de klassieke voedingsdriehoek promoot.

Plantaardige alternatieven voor vlees (peul­vruch­ten en vegetarische producten) worden volgens de Voedselconsumptiepeiling niet bepaald in groten getale geconsumeerd: gemiddeld 4 gram per dag. Bemoedigend is wel dat vergeleken met de vorige peiling in 2004 de consumptie van vlees, vis, eieren en vervangproducten licht is gedaald, van 159 naar 145 gram per dag – mogelijk komt dat omdat meer hoogopgeleide vrouwen vis en vegetarisch eten. Gedetailleerde analyses wijzen immers uit dat mannen meer vlees en vleesbereidingen, eieren en plantaardige producten eten dan vrouwen. Ook lager­opgeleiden eten meer vlees en vleesbereidingen, terwijl hoger­opgeleiden meer plantaardige vervangproducten consumeren.

Flexi-vegan

Eén op de twee Vlamingen geeft aan in de toekomst minder vlees te willen eten, zo leert de iVox-peiling in opdracht van Eva vzw nog, dat in de marge melding maakt van een stijging van het aantal websitebezoekers. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar bezochten de voorbije maanden 30 procent meer mensen de website van Eva vzw omdat ze op zoek waren naar vegetarische recepten, kookworkshops en andere info.

Beeld Nina Vandeweghe

Eén van die surfers is de West-Vlaamse Jelle, dertiger en zelfstandige. Sinds maart eet hij geen vlees of vis meer. Meer zelfs: hij noemt zichzelf flexi-vegan. “Ik kan zeggen dat ik voor 85 procent veganistisch eet – die 15 procent marge bewaar ik voor als ik op restaurant een koffie bestel en de melk die ze erbij geven geen sojamelk is. Voor mij hoeft het niet zo streng, ik probeer gewoon zoveel mogelijk dierlijke producten te vermijden.”

De reden: de beelden van het slachthuis in Tielt. “Ik was daar gedegouteerd van”, zegt Jelle, die na enige research besloot dat vlees voor hem niet meer hoefde. “Ik was sowieso geen grote vleeseter: kip, biefstuk en hamburger – meer lustte ik niet. Mijn vrouw is sinds haar elfde pesco-vegetariër, het afgelopen jaar stapte ze over naar veganisme (waarbij alle gebruik van dierlijke producten wordt vermeden, red.). Vegetarisme was voor mij dus niet de grote onbekende: in de loop van onze relatie ben ik vegetarisch eten steeds meer gaan accepteren.”

De fysieke openbaring die veel veganisten volgens Jelle meemaken na hun overstap, heeft hij niet gevoeld. “Maar ik ben wel vermagerd. Ik doe aan fitness, aan powertraining en ik bleef altijd last hebben van buikvet. Dat ben ik nu kwijt. En als ik ga sporten, voel ik dat ik meer energie heb. Mijn uithoudingsvermogen is erop vooruitgegaan.”

Behalve het dierenleed speelde voor Jelle nog een argument: de bezorgdheid om de toestand van de planeet. “Ik vind het een cultuur­shock dat wij in 2017 nog altijd leven zoals dertig jaar geleden: overconsumptie, industriële veeteelt en de wegwerpmaatschappij voeren de boventoon. Dieren worden gekweekt als een massaproduct. Dat is niet de toekomst. In Antwerpen mogen we niet meer met vuile auto’s rondrijden, maar de CO2 die onze koeien uitstoten, zijn een veel groter probleem.”

Onverdoofd slachten, nog zo’n thema. Jelle snapt niet dat daar nog een punt van wordt gemaakt – het zou wat hem betreft al lang verboden moeten zijn. “Er gaat bovenmatig veel aandacht naar­toe, maar de hypocrisie is stuitend. Weinig mensen beseffen namelijk wat eraan voorafgaat. De manier waarop dieren gefokt, vervoerd en geslacht worden – de hele voedselketen eigenlijk – is aan herziening toe.”

Zal daarvoor zorgen: een stuk vlees, meer bepaald in-vitro­vlees, dat gekweekt wordt op basis van dierlijke stamcellen. Dat zegt Tobias Leenaert, oprichter van Eva en auteur van het onlangs verschenen How to Create a Vegan World, waarin hij strategieën uiteenzet om de vleesvermindering te versnellen. Een veganistische wereld, beweert Leenaert, wordt niet bewerkstelligd door meer vegetariërs en veganisten. “Wat we nodig hebben, is een kritische massa die vleesvervangers eet, omdat zij een grotere impact hebben op vraag en aanbod.”

“Kijk naar de hype omtrent glutenvrij eten”, zegt Leenaert. “Die is er niet gekomen vanwege de één procent die op doktersvoorschrift glutenvrij moet eten, maar door de vele parttime-glutenvermijders, die gezonder willen eten. Natuurlijk is de morele argumentatie van dierenrechtenorganisaties belangrijk, maar mensen die een drempel over moeten om vegetarisch te eten, ga je niet meekrijgen met zielige filmpjes. Eerst moet de gedragsverandering komen, dan pas zullen ze openstaan om anders over dieren te denken.”

Het begin van het einde van de dierconsumptie kan daarom pas aanbreken wanneer gekweekt vlees gelijk is aan echt vlees. Pas dan zullen diehard-vleeseters geen argumenten meer hebben om te zeggen dat ze vlees willen van een dood dier. “Dat moment zal verrassend snel komen. Amerikaanse bedrijven zeggen dat ze tegen 2021 kweekvlees in de winkelrekken kunnen leggen. Het gaat om vlees op basis van één stamcel van een levend dier, dat op serum wordt gekweekt tot een spier zodat het de gewenste dikte en textuur krijgt.”

Vijf jaar geleden werd op basis van deze techniek de eerste kweekhamburger voorgesteld in Neder­land. Intussen is de technologie goedkoper geworden en de productie verfijnder. “De vraag is of we dat vlees gaan blijven eten, of dat dit slechts een tussenstap is”, aldus Leenaert. “Sowieso zal het een technologische revolutie zijn die een morele revolutie inluidt. Ik ben er zeker van dat we over dertig jaar verwonderd zullen terugkijken op 2017, toen we nog vlees aten van echte dieren.”

Sap van kikkererwten

Goede voornemens zijn niet bepaald een gewoonte van Sylvie De Groote, maar op 1 januari dit jaar besloot de Gentse dat het tijd werd om vegetariër te worden – sinds een tweetal maanden eet ze ook geen boter, melk of eieren meer.

As vegan as possible, zoals ze het zelf zegt.

“Met de vzw Kat Zoekt Thuis houd ik me sinds 2011 bezig met de opvang van gedumpte katten, waarvoor ik opvanggezinnen zoek. Door mijn werk bij de vzw en het contact met vrijwilligers, die vaak vegetariërs of veganisten zijn, begon ik me steeds vaker af te vragen waarom we geen honden en katten eten, maar wel andere dieren. Hoe meer ik daarover nadacht, hoe minder ik mijn vleesconsumptie voor mezelf kon verantwoorden. Het heeft me verwonderd hoe snel het is gegaan. In het begin prikkelde de geur van vlees me nog, maar na twee maanden kon ik er al niet meer tegen.”

Vegetariër worden vond Sylvie een minder grote stap dan veganistisch gaan eten, omdat de alternatieven moeilijker te vinden zijn. “Winkels hebben wel een groot aanbod vlees­vervangers, maar daarna houdt het op. Om veganistisch te kunnen eten, moet je anders denken. Maar eens je de klik hebt gemaakt, merk je snel dat je niets hoeft te laten. Ik maak nu desserten met het sap van kikker­erwten in plaats van met eiwit. Smaakt even goed.”

Wat Sylvie betreft, is er geen weg terug. “Niet iedereen hoeft vegetariër te worden, zelfs als meer mensen minder vlees gaan eten, is dat van groot belang. Niet de kleine groep veganisten maar de grote groep vleesverminderaars zal voor meer plantaardige producten in de winkel zorgen.”

Voortschrijdend inzicht

Volgens Michel Vandenbosch van Gaia komt de kentering dichterbij. “Een tijdje geleden was ik te gast bij Febev, de nationale federatie voor slachthuizen en uitsnijderijen, waar ik sprak over het vlees van de toekomst. Wat men in 1992, bij de start van Gaia, nooit voor mogelijk zou hebben gehouden, is een kwarteeuw later een feit: een lezing over in-vitro­vlees in het hol van de leeuw.”

Vlees, zegt Vandenbosch, wordt steeds meer geassocieerd met de dood. “Vroeger stond vlees voor sterkte en voor het leven, maar die symboliek is verdwenen. Vandaag doet vlees denken aan schandalen en rampen: het gesjoemel met paardenvlees, de dioxinecrisis, vogelgriep, varkenspest.”

Gevraagd naar het aandeel van Gaia in die shift, noemt Vandenbosch de beelden die ze in 2000 konden maken van de wreedheden op de veemarkten van Ciney en Anderlecht. “Die hebben toen zelfs CNN en de Chinese televisie gehaald. De impact was enorm. De consumptie van rundvlees daalde met 50 procent. Slagers zetten borden voor hun zaak met daarop de boodschap: ‘Wat eten we vandaag? Vegetarisch’, de paars-groene regering zag zich genoodzaakt maatregelen te nemen, mensen hingen huilend bij ons aan de lijn. De illusie dat in de veehouderij dieren met zorg worden behandeld, was aan diggelen geslagen.”

Het waren de weken waarin Vandenbosch van de rijkswacht vernam dat er een prijs op zijn hoofd was gezet. “We waren amper enkele jaren na de moord op veearts Karel Van Noppen. Het complot om mij uit de weg te ruimen werd niet lichtzinnig opgevat.”

Maar de grootste overwinning, zegt Vanden­bosch, is dat Gaia erin geslaagd is dierenwelzijn te onttrekken aan het departement Landbouw. “Dat was onze eerste politieke eis in 1992. In 2000 zijn daartoe de eerste stappen gezet, sinds 2014 is het in de wet verankerd dat de drie gewesten in ons land over een minister voor Dierenwelzijn moeten beschikken.” Ook het verbod op onverdoofd slachten, dat ingaat vanaf 2019, en het Europese handelsverbod op zeehondenproducten, zijn pluimen die Gaia graag op zijn hoed steekt.

Op langere termijn wil de dierenrechtenorganisatie het welzijn van dieren laten opnemen in de grondwet. Dieren zouden dan rechtspersoonlijkheid krijgen, waardoor ze hoger op de maatschappelijke ladder komen te staan. “Ik weet dat daar lacherig over wordt gedaan”, zegt Vandenbosch, “maar zelfs het Verdrag van Lissabon (een afgezwakte versie van wat een Europese grondwet had moeten worden, SS) stipuleert dat dieren welzijnsgevoelige wezens zijn.”

Vandenbosch noemt het een kwestie van voortschrijdend inzicht dat dieren straks een zekere mate van autonomie zullen genieten en keuzes zullen kunnen maken. “Als je rekening houdt met het denkvermogen van gewervelde dieren, dan kun je niet anders dan hen ook positieve rechten toekennen, naast de negatieve bescherming die ze al genieten. Dieren moeten een leuk leven kunnen leiden.”

Slachtrijp

Zo’n vaart zal het niet lopen, denkt Tobias Leenaert. “Als je dat echt ernstig neemt, zul je dieren ook niet meer mogen opsluiten. Al moet er op dat vlak wel iets veranderen: dieren worden behandeld als een product dat zo snel mogelijk slachtrijp moet worden gemaakt, omdat ze dan minder kosten aan huisvesting en voeding. De kippen die op ons bord komen, zijn amper zes weken oud – het zijn nog kuikens die zodanig zijn vetgemest dat ze door hun poten zakken omdat ze hun eigen gewicht niet meer kunnen dragen. 

"Alle dieren gaan jong naar het slachthuis: varkens op zes maanden, koeien op twee jaar, terwijl die beesten gemakkelijk twintig jaar kunnen worden.”

“Bij mij kwam de klik door geitenkaas”, zegt Sylvie De Groote. “Ik at al vegetarisch, maar toen ik hoorde dat geiten voor nageslacht moeten blijven zorgen om melk te blijven geven en dat pasgeboren bokjes, waar de boeren niets mee kunnen, onmiddellijk naar het slachthuis worden gebracht, kon ik het niet meer maken om nog geitenkaas te eten. Ik wist van dierenleed, maar de band tussen moeder en kind verbreken: dat is onmenselijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden