Woensdag 26/06/2019

polyamorie

Waarom steeds meer koppels buiten de monogame lijntjes kleuren

Beeld Levi Jacobs

Steeds meer koppels breken hun relatie open voor een extra romance erbovenop. Monogamie als norm is voorbijgestreefd, vinden ze. ‘Een bestaande liefde brandt niet op als er een nieuwe bijkomt.’

Een avond op café, zo’n half jaar geleden. “Fuck, wat een lekker dier is dat.” Nima (37), wild van een vrouw aan de bar, port zijn vriend in zijn zij. “Mij moet je het niet vertellen”, lacht zijn compagnon. Hij en de schone aan de toog hebben een relatie, al dertien jaar lang. Alleen: dat weet Nima nog niet. “Achteraf bekeken was dat hilarisch. Zelfs toen ik haar die nacht vroeg om met me mee te gaan, maar ze – half tegen hem aangevlijd – weigerde, had ik het nog niet door. (lacht)”

De toon was gezet en niet veel later sloeg de vlam in de pan. De vriend – ‘het lief’ – vond het allemaal best. Voor Nima werd het zijn entree in “een polyamoreuze formule”. Ook híj is nu ‘het lief’.

Nima: “Ook in mijn vorige, monogame relaties had ik die nood om nog met anderen te connecteren. Niet dat ik puur uit was op meer seks. Ik wilde eerder op zoek naar een affectieve, romantische verbinding. Maar ik zat zelf nog hard vast in die traditionele liefdesethiek. Ik ging ervan uit: een koppel is met twee, en je moet het maar doen zoals je ouders en grootouders het hebben voorgetoond. Om dan eerder heimelijk je goesting te doen. Zo heb ik meer dan eens een scheve schaats gereden. Al hoefde dat voor mij niet het einde van mijn bestaande relatie te betekenen. Nu ja, krijg dat maar eens uitgelegd.”

Polyamorie, een draak van een woord uit het Grieks en het Latijn, betekent zoveel als: ‘houden van velen’. Polyamoristen geloven dat liefde zich niet tot één partner moet beperken, en gaan, in alle openheid, meerdere diepzinnige relaties ­tegelijk aan.

Opvallend: seksuologen begeleiden de jongste tijd steeds meer monogame koppels en singles die de meerminnende toer op willen. “Het taboe is verminderd”, merkt Wim Slabbinck op. “Polyamorie is niet langer de olifant in de kamer bij seksuele zorgen.”

Ook seksuologe Nina Callens, verbonden aan de UGent, ziet in haar praktijk meer koppels met hoofdbrekens hierover. “Het zijn mensen die het silhouet van de liefde aan het hertekenen zijn. Ze stellen zich vragen als: ‘Hoe kunnen we tot een nieuwe relatievorm komen die ons niet afsluit van anderen, of van onszelf?’ ‘Hoe kunnen we elkaar toch ‘trouw’ blijven, zelfs als seksuele exclusiviteit niet langer hét criterium is?’ ‘En hoe vaak kunnen we die anderen dan zien?’”

Buiten de monogame lijntjes kleuren, is ­aanlokkelijk, bevestigen de cijfers. Een rondvraag van Charlie Magazine en Het Nieuwsblad toonde vorig jaar nog aan dat 35 procent van de Vlamingen weleens nadenkt over alternatieve relatievormen. Zo’n 8 procent heeft ervaring met een open relatie – dus met instemming van alle partners –, onder wie 3 procent met polyamorie.

Ook bij Polyamory Belgium, vijf jaar geleden opgericht, spreekt coördinator Bo Standaert van een “exponentiële groei”. De groep telt intussen 980 leden en ruim 1.300 likes. “Stellen buitenstaanders er vragen over, dan kijken ze tegenwoordig ook vaker nieuwsgierig dan veroordelend”, ondervindt Standaert.

‘Gedoemd om te falen’

Al bots je soms nog tegen een muur van ­clichés, vertelt Nima. “‘Dat is vragen om ­problemen’, zeggen ze dan. Of: ‘Het is een recept gedoemd om te falen.’ Tja, alsof de klassieke monogamie nooit bewezen heeft dat ze faalt.” (lachje)

Waarheid, beamen experts. Kijk naar het torenhoge aantal echtscheidingen: een op de drie huwelijken in ons land loopt op de klippen. En kijk naar alle schuinsmarcheerders: een op de vier Vlamingen gaat vreemd, zo legde de Seksenquête van Telefacts bloot.

“Anno 2018 kunnen we niet zeggen dat ­monogamie de enige plausibele relatievorm is”, stelt seksuologe Goedele Liekens. “Het is geen universeel model dat voor iedereen werkt. Vergeet ook niet dat de meervoudige liefde in heel wat culturen ingebakken zit. Maar dan in de vorm van polygamie of polyandrie, waarbij je met verschillende vrouwen of mannen huwt.”

Polyamoristen zijn immatuur, zo spuwen ­kwatongen. Het zijn eeuwige twijfelaars, ze ­hebben bindingsangst en gaan het liefst zo veel mogelijk van bil. Nogal wat kwalijke misvattingen doen de ronde, betreurt Nina Callens. “En dat ­terwijl polyamoristen er helemaal niet lichtzinnig mee omspringen. Hun communicatie getuigt van een openheid en eerlijkheid die vaak groter is dan bij monogame koppels. Bij die laatsten moet het dikwijls eerst tot een crisis komen vooraleer je tot een eerlijke discussie kunt overgaan: ‘Wat zijn jouw grenzen, wat betekent exclusiviteit voor jou?’ Polyamoristen klaren dat allemaal van ­tevoren uit. Bij hen staat communicatie voorop. Zelf maken ze daar weleens het grapje over: ‘Swingers hebben seks, wij hebben gesprekken.’”

Maar hoe doe je dat, verspreid beminnen? Voorgekauwde scenario’s zijn er niet, klinkt het. Ieder stel schrijft zijn script. Zo vind je koppels waarvan elke partner nog één liefje heeft – ­seksueel of platonisch. Je hebt er die een driehoek maken, of een vierkant. Bij sommigen geldt: ‘Alleen als je elders bent, kan het. Op congres, maar niet hier.’ Anderen kiezen een liefje uit voor elkaar: ‘Alleen met haar mag het.’

Nina Callens: “You name it, en het bestaat. Maar er zijn wel degelijk afspraken. Je slaapt niet zomaar met Jan en alleman, zoals weleens  verkeerdelijk wordt gedacht. Het gaat altijd over een gedeelde ‘constructie’, een gedeeld ­zeggenschap. Dat staat haaks op overspel, waar het om een eenzijdige beslissing gaat. Op dat vlak zou je kunnen zeggen: polyamorie is de nieuwe ­monogamie.”

Ethisch slettebakken

Consensuele non-monogamie, zo wordt het ook wel genoemd. De term dook voor het eerst op in het Amerikaanse boek The Ethical Slut uit 1997, de Bijbel voor al wie polyamoreus in het leven staat. Schrijfsters Dossie Easton en Janet W. Hardy gebruikten het woord ‘slet’ als een ­geuzennaam. Volgens hen was het voor vrouwen perfect mogelijk om meerdere liefdesrelaties tegelijk te onderhouden, zonder dat we dat per se als ‘hoerig’ moeten afschilderen. Kortom: ­verantwoord ‘slettebakken’ kan, zolang je het doet met instemming van alle partners.

Is het heet in de VS, dan lopen wij warm. Zo kwam de polyamorie eind jaren 90 ook naar onze contreien overgewaaid. Dat de voortrekkers van verspreide vrijerijen vaak vrouwen zijn, mag niet verbazen, stelt schrijfster Heleen Debruyne, die onder meer in Vuile lakens over het onderwerp publiceerde. “Voor vrouwen kan polyamorie absoluut een bevrijding zijn. Oké, ze hebben de emancipatie gehad, de anticonceptie, ze kunnen buitenshuis werken. Maar als je kijkt hoe de zorg wordt verdeeld – de kinderen, het huishouden –, dan ligt het grootste deel van het werk nog altijd bij hen. Zij ondervinden nog altijd het meeste nadeel van het strikt monogame kerngezin. Veel polyamoristen richten hun leven zodanig in dat ook hun zorgnetwerk groter wordt. Een ziek kind, een emotionele dip: ze hebben dan niet alleen hun partner om op terug te vallen.”

Op dat vlak kunnen we als samenleving nog wat opsteken van de polyamorie, meent Debruyne. “Het is een manier om niet al je ­verwachtingen bij die ene andere te leggen. Nu is je geliefde én beste vriend(in), én vader/moeder van je kroost én moet hij/zij je ook nog eens in hogere sferen brengen in bed. Op die enorme ­verwachtingen lopen veel huwelijken stuk. Zonder daarom zelf polyamorist te worden, kan het wel ons besef doen groeien: wow, misschien moet ik die eisen toch wat bijstellen.”

Polyamorie is een dagtaak, hoor je weleens. Meer zelfs: een carrière. Want iedereen wil ­aandacht, en elke bijkomende relatie vergt tijd en energie. Daarin staat het meerminnen mijlenver af van de vrije liefde in de jaren 60, waar ­wildwippen zonder meer was toegestaan, en ­vrijheid-blijheid het hoogste goed. “Polyamorie is geen hof van Eden”, vertelt Isabelle* (43), die er als twintiger een tijdlang mee experimenteerde. “Het is een kunst die nogal wat mentale ­veerkracht en een aardige dosis emotionele ­intelligentie vereist.”

Aanvulrelaties

Isabelle was nog jong en onbeschreven toen ze haar man leerde kennen. “Ik wist: hij is het. Maar ik dacht ook: ‘Shit, mag ik nu de komende zestig jaar met geen enkele andere man een verbintenis aangaan?’ Erg beklemmend vond ik dat. Toen hebben we allebei een tijdlang een aanvulrelatie gehad – of hoe noem je zoiets? Tussen ons als koppel ging dat prima. Maar na verloop van tijd konden onze liefjes niet meer aanvaarden dat zij niet op de eerste plaats kwamen. Voor ons was dat best lollig, wij hadden onze pleziertjes. Maar in de liefde draait het niet alleen om plezier, wij deden hen op die manier ook wel pijn. Daarop zijn die relaties dan gestrand. Al bij al zijn er maar weinigen die het lang volhouden, denk ik.”

Heel wat polyamoristen worstelen daarmee, erkent Goedele Liekens. “Velen haken af. Niet per se vanuit een teleurstelling, vaak zijn de uitdagingen gewoon te groot. Eerlijk gezegd, het lijkt mij ook ontzettend vermoeiend. My god! (slaakt een speelse zucht) Ik vind het al zo moeilijk om met één iemand een relatie te hebben. Nochtans, ­ polyamoristen vertellen me net dat ze er zoveel energie van krijgen, omdat ze bij elk van hun ­partners een ander deel van hun behoeftes ­ingevuld krijgen. Maar dan maak ik me de ­bedenking: hoe veeleisend kunnen we zijn? Moeten al onze verlangens beantwoord worden? Dat is ook weer de tijdsgeest. We nemen geen genoegen meer met één keer per jaar naar de zee te rijden, zoals vroeger. We willen ook op citytrip én op skiverlof. Dat uit zich ook in de liefde.”

Verandering van spijs doet eten? Daar is ­helemaal niks gulzig aan, vindt de Nederlandse schrijfster-filosofe Simon(e) van Saarloos (28). Als “eeuwige single in verbinding” onderhoudt ze meerdere open relaties met mannen en vrouwen. “Denk aan het bekende gezegde: ‘It takes a village to raise a child’. In onze kindertijd worden de liefde en de lessen van verschillende mensen als een noodzakelijke verrijking gezien. Waarom zou dat belang op latere leeftijd zomaar wegvallen? Waarom staat daar de onuitgesproken overtuiging tegenover dat er maar één partner nodig is om ons als volwassene compleet te maken?”

In haar boek Het monogame drama pende Van Saarloos een pleidooi neer voor meer multi-intimiteit. “Kijk naar Facebook, waar je drie opties hebt”, vertelt ze. “Je bent single, je hebt een relatie of ‘it’s complicated’. Ik zou willen zeggen: het is altijd ingewikkeld. Niet dat we de romantiek ­moeten verwerpen, we moeten haar alleen meer delen. De gehamsterde vorm ervan zoals we die nu zien – exclusief beleefd en geuit tussen twee mensen – moet verdwijnen.”

Maar toch: een relatie openstellen, het gebeurt niet zelden met een klein hartje. ‘Hoe groot is het risico dat mijn partner het met die ander zal afbollen?’ Het is een vraag die seksuologen wel vaker voorgeschoteld krijgen van wie het ­polyamoreuze pad op wil. “Open grenzen zullen de intimiteit binnen het koppel niet noodzakelijk uithollen”, stelt Nina Callens gerust. “Integendeel, het kan versterkend werken. Ga het maar eens na bij jezelf: wanneer voel jij je het meest aangetrokken tot je partner? Het antwoord is dikwijls: ‘Wanneer een ander zich tot mijn lief aangetrokken voelt.’ De triangulaire blik heet dat. Niks zo erotisch als je partner door de ogen van een derde te zien.”

Maar als die ander zo leuk is, ben ik dan ­minder tof? Krijg ik dan minder liefde? Het idee alleen al jaagt ons makkelijk de daver op het lijf. ‘We leven in een starvation economy’, schrijven Dossie Easton en Janet W. Hardy in The Ethical Slut. ‘We zijn bang om uit te hongeren: hoe meer liefde mijn partner voor een ander voelt, hoe ­minder er voor mij overblijft.’ Maar, zo sussen ze, kijk naar ouders met twee kinderen: zij houden toch niet minder van hun tweede kind dan van hun eerstgeborene?

Klopt, zo maakt Simon(e) van Saarloos zich sterk: “Als niet-monogaam persoon ervaar je waarschijnlijk net méér liefde. Want een bestaande liefde brandt niet per se op wanneer er een nieuwe bij komt.”

Veel buitenstaanders zien de liefde als een taart, vertelt Peter* (37), bijna een jaar ingewijd in de polyamorie. “Verdeel je die taart in tweeën, dan heeft iedereen minder. Zo zit er altijd verlies op. Terwijl wij net het gevoel hebben dat de taart alleen maar groter wordt.”

De vrouw met wie Peter lief, lijf en leed deelt, is al acht jaar getrouwd. Een huwelijk bezegeld met twee jonge kinderen. Als we Peter spreken, heeft hij net de oudste zwemles gegeven. “De kinderen vragen me soms ook om een verhaaltje voor te lezen. Eerst had ik dat niet verwacht, maar die band is geleidelijk gegroeid.”

Dat Peter met mama de lakens deelt, weten ze niet. Nog niet. “We wachten op het juiste moment. Mijn lief heeft wel al in bedekte termen gepolst. Of het oké zou zijn als mama met andere mensen zou kussen? ‘Nee’, antwoordden ze ­stellig. (lacht) Maar zodra ze eraan toevoegde: ‘En wat als papa ermee akkoord zou gaan?’ ‘Ha ja, dán wel.’”

Jaloezie

Opgroeien in een polyamoreuze setting is “onschadelijk” voor kinderen, zo gaf de Amerikaanse expert Elisabeth Sheff al aan. Ja, ze botsen soms op niet-begrijpende blikken van ­buitenaf. Maar ze hebben wel meer figuren rondom zich voor een veilige hechting. “Ook wij zien het als een win-win-winsituatie”, zegt Peter. “De man van mijn lief werkt vaak in het ­buitenland. Voor hem is dat een pluspunt: weten dat ik thuis kan bijspringen, zonder een extra papa te zijn.”

Zowat een jaar geleden gebeurde het, op ­teamweekend met het werk: zij was ziek, Peter bezorgd. Op het terras van het hotel spraken ze ook hun gevoelens uit. “Daar hebben we meteen beslist: hier gebeurt niks, zonder dat haar man er oké mee is. Daar zit het grote verschil met wat we in onze omgeving weleens zien: wij wilden niet in een situatie terechtkomen van leugens en bedrog. Vrienden hebben me al gezegd: ‘Maak je geen ­illusies, ze zal nooit met haar man breken voor jou.’ Maar dat is ook helemaal mijn bedoeling niet. Meer nog: het zou voor mij bijna een falen zijn mocht hun relatie niet standhouden.”

Tuurlijk is polyamorie geen hoeraverhaal. Ja, er is verdriet. En ja, de jaloezie sluipt er weleens in als een gif. “Maar terwijl die jaloezie bij monogame koppels vaak tot een afschuwelijke crisis leidt, zal ze bij polyamoristen eerder de basis vormen voor een goed gesprek”, vergelijkt Heleen Debruyne fijntjes.

Isabelle, ondertussen weer jaren monogaam, moet er smakelijk om lachen: “Eerlijk waar, nu is er veel meer jaloezie tussen ons dan toen. (lacht) De context was helemaal anders. Als mijn man nu nog maar met een andere vrouw afspreekt, denk ik al: hela, wat krijgen we nu? Omgekeerd ook: je zou zijn blik moeten zien als een andere man mij nog maar een compliment geeft. ­(schatert)”

Maar hoe groen lach je dan als je, zoals Nima, te slikken krijgt hoe fijn die stomende seks met de ander was? “Er kan zeker jaloezie opspelen”, bekent hij. “Maar ik voelde het nog nooit ­tegenover haar lief. In het begin van onze relatie had ik het wel lastig, toen ze me op een keer ­doodleuk vertelde dat ze met nog een ander naar bed was geweest. Dat maakte me erg onzeker: zal híj mijn plaats nu innemen?”

Veel belangrijker dan jaloezie, zo benadrukken kenners, is het haast tegenovergestelde gevoel: dat van compersie. Ook bekend als het ‘jalief-gevoel’. Je bent oprecht blij voor je partner omdat die het naar zijn zin heeft met die ander, hoe ­hitsig het er ook aan toegaat.

Peter: “Voor sommigen is dat moeilijk te ­vatten. Een vriend van mijn lief gaf ooit aan dat hij zijn vrouw dat nooit zou kunnen toelaten. Hij moet haar enige provider van liefde zijn. Maar hoe bezitterig is dat? Hoe romantisch is die ­exclusiviteit?”

Niet voor binnenvetters

Volgens een recent grootschalig onderzoek in de VS, afgedrukt in The Journal of Sex & Marital Therapy, had een op de vijf Amerikanen al ­ervaring met non-monogamie. Niet zo’n ­zeldzaam fenomeen meer dus. Zullen ook wij hier meer naar evolueren? “Graag”, hoopt Heleen Debruyne. “Nu zijn we vooral naar seriële ­monogamie geëvolueerd. Zijn we klaar met de ene, dan gaan we – hop – naar de volgende partner. Nogal deprimerend, niet? Polyamorie kan daar een uitweg uit zijn. Je zou dan met die ene partner een huis en diepe vriendschap kunnen delen, om daarnaast andere romances aan te gaan. In plaats van, zoals nu vaak gebeurt, ­meteen alles overboord te gooien.”

Al is de polyamorie niet voor iedereen ­weggelegd, benadrukt Goedele Liekens. Al zeker niet voor de binnenvetters onder ons. “Het kan alleen maar slagen als je bijzonder goed met je partner kunt praten, ook over de moeilijke ­gevoelens. Je moet toch sterk in je schoenen staan. Als je ziet dat je partner de hele tijd loopt te whatsappen met zijn lief, om dan een romantisch weekendje Parijs te boeken. Dan denk je: ­verdorie, dat heeft hij met mij de voorbije vijf jaar niet gedaan. Maar laten we wel wezen: dat gebeurt in monogame relaties ook, maar dan achter het gat.”

Ontrouw

Al zal de meervoudige liefde het overspel nog niet uit de wereld helpen, voegt Nina Callens eraan toe. “Ook binnen de polyamorie kan ontrouw bestaan. Cru gezegd: er zullen er altijd over het hek klimmen, zelfs al staan de deuren wagenwijd open.”

Afgelopen zaterdagavond, op café. Op Nima’s telefoon flitst een foto binnen. Zijn lief. Een luide lach: “Heeft ze die nu vanuit een toilet verstuurd?” (verliefde grijns) “We lijken wel pubers die berichten sturen.” Dat hij haar best wel vaker zou willen zien, vertelt hij. Maar ook: dat hij die ruimte nodig heeft, het kúnnen missen. Het kúnnen opgaan in vrijerijen met anderen. Nima: “Al heb ik daar niet veel nood aan nu. Ik ben zo hard aan het flashen op haar, niet normaal. Weet je, mijn hele leven al heb ik het gevoel dat er niet zoiets bestaat als dé juiste. Tot nu.”

(*) Omwille van de privacy zijn de namen van sommige getuigen veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden