Zondag 29/03/2020

Bijzondere bijstand

Waarom ‘flexitariër’ een van grootste onzinwoorden is die er bestaan

DMM1502Beeld Sven Franzen

Flexitariër is toch echt een van de grootste onzinwoorden die er bestaan. Waarom durven mensen niet gewoon te zeggen dat ze ‘bewust vleeseter’ zijn? Is het om hun eigen morele kompas af te stellen?

Hamza, Twitter

O Hamza, man, bedankt!

Meestal ben ik diegene die verhelderend te werk moet gaan, maar tot voor jouw tweet wist ik eigenlijk niet wat flexitariër wilde zeggen. Ik had het woord ­natuurlijk al wel gehoord, maar er was in mijn hoofd geen consensus over de invulling of het precieze takenpakket van de term. Een beetje zoals ­‘parlementariër’, quoi.

Ik dacht altijd dat flexitariër stond voor iemand die oké is met alles dat hij voorgeschoteld krijgt. Het type dat een smos kaas zónder tomaat vraagt, een smos kaas mét tomaat krijgt, en vervolgens het ding met smaak verorbert. Iemand die lasagne bestelt maar niet moeilijk gaat doen wanneer er stoofvlees voor zijn neus gezet wordt.

De flexitariër is mentaal flexibel, weet je wel, een verademing in een tijdperk waarin ­mensen naast hun partner ook een powerpointpresentatie over hun mogelijke ­intoleranties meenemen op restaurant. Sinds jouw tweet, beste Hamza, weet ik nu dat een flexitariër iemand is die wel vlees eet, maar dat slechts sporadisch doet. Niet ­helemaal vegetariër dus, maar ook niet iemand die met een brede grijns ‘carnivoor’ brult en de tatoeage van een slagersmes op de onderarm laat zien.

Ik lees dat je je voornamelijk druk maakt om het woord zelf, en ik geef je gelijk. Het is een lullige term. Zo eentje die ontstaan is op een felgekleurde post-it van een door ons belastinggeld gespijsd marketing­bureau. Ik had het bijvoorbeeld veel cooler gevonden mocht een flexitariër zichzelf verplicht voelen om ­tijdens het eten de 26 Bikram-poses af te werken om de spijsvertering op gang te houden. Je zou denken dat onze maatschappij baat heeft bij wat vaker ­letterlijk met zichzelf in de knoop te liggen, maar ­blijkbaar snakken we allemaal naar lekker bekkende woorden om onze levensstijl te vergoelijken.

Want wie niet echt zin heeft om te investeren in een Le Creuset-pan (eerlijk, voor dat geld kun je een weekend naar Praag), zegt dat ie het rawfooddieet volgt, en wie koolhydraten wil schrappen maar dat nogal 2014 vindt, is keto. Als Donald Trump snackt op de vertrouwelijke notities van zijn voormalige advocaat Michael Cohen is hij een shredder, en wanneer ik te lui ben om een kwartier vroeger op te staan voor een burgerlijk concept als ontbijt doe ik aan intermittent fasting.

Ik zou dus durven schrijven dat het doel de middelen ­heiligt. Je vleesconsumptie in de gaten houden is sowieso een nobel streven, maar het lijkt vaak alsof er geen ruimte is om dit op je eigen manier te ontdekken. Zeggen dat je geen vlees eet, soms vlees eet, alles behalve paard eet omdat je een paard kent, uitsluitend paard eet omdat je een paard kent of gewoon vollenbak vegan bent: je voedselvoorkeuren worden steevast overgoten met een sausje van kritiek, gedresseerd met vage internetstudies. Een marketingterm als flexitariër mag dan wel zum Kotzen zijn, de flexibiliteit van de invulling zorgt ervoor dat niemand zich erin verslikt. 

Gekwelde lezer, blijf niet langer zitten met dat probleem maar mail naar katrin.swartenbroux@demorgen.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234