Dinsdag 28/01/2020

Kust

Waarom Belgen in Nederland stranden

De fotogenieke vuurtoren van Westkapelle was eigenlijk een kerktoren. Toen die afbrandde, werd hij verbouwd tot vuurtoren. Beeld Tine Schoemaker

Ze praten met een gek accent, lunchen met boterhammen en karnemelk en zijn luider dan ons lief is. Maar de Hollanders hebben ook prachtige stranden. En daar zetten wij Belgen onze vooroordelen graag voor opzij. "De Nederlandse zee is echter."

Met 220.000 dagjestoeristen was het enkele weken geleden de drukste dag ooit aan de Belgische kust. Tijdens het volledige hemelvaartweekend kreeg onze 60 kilometer strand maar liefst een half miljoen zonnekloppers te slikken. Lange files en extra treinen torsten iedereen richting verkoeling. Ook wij zaten daartussen. Maar bij de eerste blik op het propvolle Knokse strand, de pompende beats en de peperdure ligbedden, hadden we op slag spijt. Not our idea of fun.

Gelukkig bleek de oplossing nabij. We sprongen in onze – weliswaar loeihete – auto en zetten koers in omgekeerde richting. Bestemming: Cadzand, aan de andere kant van het Zwin. In april opende Sergio er zijn nieuwste zaak: de bistro AIRrepublic aan de al even nieuwe jachthaven.

Fietsen op de dijk

Pal naast de bistro ligt er een handvol mensen op handdoeken. Aan de vloedlijn rennen een paar enthousiaste kinderen spelend in en uit de zee. Een paar van hen planten een Belgische vlag in hun zelf gegraven slotgracht. “We komen altijd naar de Neder­landse kust,” zeggen de ouders. “Met duinen in plaats van boulevards vinden we het hier veel mooier. Boven­dien is het rustiger.”

Daar hebben ze een punt. De Neder­landse kust telt 532 kilometer strand en is haast volledig omzoomd met een breed duinengebied. Wij moeten het in België stellen met 67 kilometer, bovendien omringd door wandelboulevards en hoge appartementsblokken. Beter bekend als The Atlantic Wall. Op verschillende plekken, zoals in Knokke, staan er ook nog strandcabines: vaak rijen dik zodat je vanuit je duurbetaalde hokje – de prijzen lopen op tot 3.000 euro per seizoen – de zee niet eens ziet. En vaak is ook het achterland ‘versteend’. Met andere woorden: naar de zee gaan in België is een stadse ervaring. Zo anders is dat in Nederland waar de natuur dominant is. Al is Cadzand een beetje een uitzondering. Enkele Belgische projectontwikkelaars pootten hier de afgelopen jaren op en achter de duinen hotels en appartementsgebouwen neer. Voor de écht authentieke Nederlandse kust moeten we nog iets verder wegrijden van de grens.

Hét geknipte vervoersmiddel hiervoor is de fiets. Vanaf het Zwin tot in Breskens (zo’n 15 kilometer verderop) loopt een fantastisch aangelegd fietspad over en door de duinen. Eigenlijk begint het pad al vanaf de Zeedijk in Knokke. Met een omweg rond het Zwin kom je uit in Cadzand – wel even de route opzoeken want er zijn hier momenteel werken aan de gang.

Kempens en Limburgs

Het op en top Hollandse fietspad is populair. Ook bij Belgen. Onderweg horen we, naast Duits en Noord-Nederlands, ook hier opvallend veel Vlaams, in alle mogelijke dialecten. Van West-Vlaams en Antwerps tot Kempens en zelfs Limburgs. Onderweg komen we hier Cath Luyten tegen. In de winter is het pad trouwens ook populair voor wie een lange strandwandeling wil maken zonder zanderige schoenen. Met de auto moet je onderaan de duinen rijden door de polders. De dorpjes liggen meer landinwaarts.

Wij houden halt in Groede, op zo’n 10 kilometer van Cadzand. Zoals overal aan de kust kom je op het strand via een duinovergang: een dubbele trap aan weerszijden van de duin. Op deze plaatsen vind je ook parkeerplaatsen – vaak vol Belgische kentekens – en strandpaviljoens: uit de kluiten gewassen houten cabanes waar je iets kunt eten en drinken, vaak met een groot terras. Bij de duinovergang ligt het strand het volst. Soms schalt er muziek van het terras. Een tip voor wie meer rust zoekt: wandel één of twee stranden verder, dus voorbij de paalhoofden. Daar zit vaak nog geen derde van het volk.

Terwijl we door het zand ploeteren op weg naar een kalm plekje, horen we dezelfde argumenten als in Cadzand: rustiger en ­ruimer. Je zit minder opeengepakt. Wie wil, kan hier op zijn gemak ‘paletten’. Daar is lang niet op elk Belgisch strand plek voor. Velen vinden het door de natuurlijke duinen ook mooier en echter. Anderen opperen dat het properder is. Voor wie ons niet gelooft: voeg op Instagram @lovezeeland maar eens toe. Daarop repost de Zeeuwse hobbyfotograaf Quintian Buteijn elke dag prachtige beelden.

Het nieuwe Ibiza

Maar het is niet alleen rust en weidsheid wat de klok slaat. Het is er ook een levendige boel. Op de strandpaviljoens bijvoorbeeld zijn er ’s avonds regelmatig feestjes. Dansen bij zonsondergang en skinnydippen bij volle maan met op de achtergrond stevige beats. Ook dat is de Nederlandse kust. Niet voor niets bombardeerde Cécile Narinx – hoofdredactrice van de Nederlandse Harper’s Bazaar – Zeeland vorig jaar tot het nieuwe Ibiza. Ze roemt de no-nonsense­sfeer in de strandpaviljoens en de dito prijzen. Een verademing in vergelijking met mondaine strandplekken zoals Bloemendaal, een plek zo’n 30 kilometer van Amsterdam. Zeeland heeft bovendien de meeste zonuren van Nederland en is ­daarmee ook meteen de warmste plek.

Spelende kinderen tussen de paalhoofden op het strand in Zoutelande. Beeld Tine Schoemaker

Maar ook ontzettend veel Belgen vinden de weg naar de Nederlandse kust. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) waren we in 2016 goed voor 437.000 dagjestoeristen en bijna 1,3 miljoen overnachtingen. Om voorspelbare redenen – dichtbij – is de Zeeuwse kust het populairst. Maar liefst 85 procent van de Belgen gaat hier naar de kust.

Elk jaar vinden meer Bel­gen de weg naar de Nederlandse stranden. In de afgelopen vijf jaar steeg het aantal overnachtingen van Belgen aan de Zeeuwse kust met 72 procent. En in deze cijfers zijn nog niet de tweede verblijven meegerekend. Een groeiend aantal Belgen koopt hier een vakan­tie­huis of appartement. Logisch: de prijzen zijn bescheiden – zeker in vergelijking met onze kustprijzen – en het is dichtbij. Vooral Zeeuws-Vlaan­deren, het stukje Neder­land tussen Knokke en Hulst, is populair.

Surfspot

Maar Zeeland is groter dan Zeeuws-Vlaan­deren. Het telt een hele reeks schiereilanden, elk met een eigen naam: Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland, Schouwen-Duiveland, Tholen en Sint-Philipsland. Het ene eiland heeft al meer strand dan het ander. Een vriendin rijdt regelmatig voor een dagje ­vanuit Antwerpen naar Burgh-Haamstede op Schouwen-Duiveland. “Het is net zo ver rijden als naar de Belgische kust, een uur en een kwartier, maar veel minder afgeladen vol. We worden heel blij en ontspannen van de weidsheid en de natuur in Zeeland”, ­vertelt ze. Een bevriende windsurfer trekt dan weer vaak naar Brouwersdam op de grens tussen Zeeland en Zuid-Holland. “Daar kun je surfen op de zee én op het Greve­lingen­meer. En in fantastische omstandig­heden.”

Kitesurfers vind je vooral in Vrouwen­polder. Golfsurfers verkiezen Domburg. Vraag maar aan John Roan: de helft van Arsenal, mede-eigenaar van de Antwerpse surfshop Haven én een fervent boarder. Nog een ander voordeel van Zeeland is dat je weinig risico loopt om onderweg in de file belanden, ook niet als het een verlengd weekend is en 25 graden. “Vanuit Gent rijd ik een uur en een kwartier. Even ver als naar de Belgische kust, maar het is een veel fijnere rit. Eenmaal bij Zelzate over de grens, beland je een andere wereld”, zegt Roan die meestal met zijn camper gaat. “Zo’n hotel op wielen geeft je een onvoorstelbare vrijheid. Iets ten zuiden van Domburg, net voorbij het golfterrein, kun je de dijk oprijden. Daar troepen alle mogelijke nationaliteiten samen om te surfen. Er hangt een ontspannen sfeertje. Op de meest zuidelijke punt van de dijk staat één gebouw, een restaurant, waar je heerlijk en simpel vis kunt eten. Daarna blijven we er slapen met onze neus naar de zee.”

Afbreken maar

Zo’n tien jaar geleden trok Roan voor het eerst naar de Nederlandse kust. “De onze is compleet overwoekerd door lelijke architectuur. Hier en daar vind je nog een mooi gebouw dat doet denken aan de grandeur van weleer. Maar over het algemeen valt dat dik tegen. In Nederland hebben ze dat heel anders aangepakt, met ongelooflijk veel ­respect voor hun strand en duinen. Ze hebben natuurlijk ook een veel langere kustlijn, maar toch. Er is over nagedacht, terwijl bij ons vooral het kapitaal geprimeerd heeft”, analyseert John.

Strandcabines op het strand van Dishoek op het eiland Walcheren. Beeld Tine Schoemaker

In Nederland is de bescherming van de kust bij wet geregeld. Aan de kust bouwen, mag in principe niet. Wie er toch iets wil neerpoten, zoals een strandpaviljoen, mag enkel iets zetten wat je ook weer kunt afbreken. De strandhokjes worden, net als aan onze kust, in september afgebroken en in april weer opgezet. Vroeger was dat ook zo met de strandpaviljoens. Toen was het eerder een frietkot dat ook ijsjes verkocht. Maar sinds 2015 mogen strandtenten het hele jaar open blijven. Ze moeten nu dus wel stevig genoeg zijn om de najaarsstormen te doorstaan. Maar in theorie moeten ze ook nog altijd demonteerbaar zijn.

Dat geldt ook voor de kleine slaapcabanes die je steeds vaker ziet opduiken. Die zijn trouwens een echte aanrader. Wij hebben er al eentje getest, een paar jaar geleden, en het is even mooi als het klinkt: wakker worden en in slaap vallen met niet anders dan de ­ruisende zee en wat meeuwen als soundtrack. Even heb je het strand voor je alleen.

Golf van protest

In december 2015 lanceerde de Neder­landse milieu- en infrastructuurminister Melanie Schultz (van de liberale partij VVD) het plan om het bouwverbod aan de Neder­landse kust af te schaffen. Er kwam een golf van protest. “Als we de kust nu kapotmaken, zijn we ze voor altijd kwijt”, opperde de vereniging Natuur­monumenten. Samen met de kustprovincies zette ze de actie ‘Laat onze kust met rust’ op poten. Ze haalden meer dan honderdduizend handtekeningen op en overhandigden die aan de minister.

Dat de kust zijn open en ongerepte karakter behoudt, is ook van economisch belang. Het is immers de grootste troef voor (buitenlandse) toeristen. De actie had effect. Het bouwverbod bleef gehandhaafd. Maar ­wellicht komt de kwestie ooit opnieuw op tafel. Dus onze tip: ga naar de ongerepte Nederlandse zee voor het te laat is. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234