Maandag 20/05/2019

Lust & Liefde

“Waar ik seks nog steeds associeerde met passie en herrie, was het nu ineens ingetogen en traag”

Beeld ter illustratie. Beeld ThinkStock

Al zestien jaar had Freya (66) geen relatie meer gehad, en ze voelde zich daar prima bij. Tot er ineens een vreemde man in het dorp kwam wonen die haar lichaam deed stralen.

Toen ik hem deze zomer voor het eerst met een gezamenlijke vriend zag, begreep ik meteen dat hij de man moest zijn die tijdelijk in ons dorp was komen wonen: grijs krullend haar, een mooie mond en een goed gebit, een type dat je hier niet vaak ziet. Ik had die dag niet veel tijd, we gaven elkaar een hand en ik fietste weg, maar die korte ontmoeting was genoeg om iets onveranderlijks teweeg te brengen. 

Een vriendin die ik die avond sprak, lachte: volgens mij lig je nog voor het einde van de week met die man in bed. Maar ik was al ­zestien jaar gelukkig in mijn eentje en het gekke, het zegenrijke, is, als je zolang alleen bent als ik, dooft alle zinnelijkheid. Ik zag het wel, die mond, die slanke gestalte, maar had er niet per se zin in. Ik ga op in mijn werk en qua seks kon ik het ook heel goed in mijn eentje af. Ik ben sowieso niet zo sociaal, langer dan anderhalf uur achter elkaar verdraag ik geen gezelschap.

“Maar deze man bleef in mijn hoofd spoken en een dag later nodigde onze gemeenschappelijke vriend ons beiden uit te komen eten. Na afloop, bij mijn vertrek – de anderen zaten nog – trok hij mij even naar zich toe en hield me vast en zei: ‘Wat fijn dat je er was.’ Toen gebeurde het, plots liet mijn natuurlijke beveiligingsmechanisme het afweten en werd ik slap. Het leek of er iets werd aangetikt, of er iets tot leven kwam wat lang had liggen sluimeren en toen ik thuiskwam was er iets raars aan de hand: het leek of ik meer ruimte innam dan voorheen. Mijn lichaam straalde.

“De volgende dag stond ik ­bellend in de huiskamer toen hij ineens voor de deur stond. Ik zei tegen de beller: er staat een man die ik moet binnenlaten. Intussen gebaarde ik dat hij achterom moest lopen en in de paar seconden die hij nodig had, dacht ik koortsachtig na waar ik met hem zou gaan ­zitten. Zelf zat ik meestal aan tafel, maar dat had iets kils. Met z’n tweeën op de bank leek me voor de eerste keer ook een beetje raar.

“Het werd ik op de bank en hij ervoor op een stoel die hij dichterbij trok om de afstand tussen ons kleiner te maken. Mijn zenuwen losten snel op, ik huiverde, zo verbaasd was ik dat ik een man had ontmoet die iets bij mij voelde en bij wie ik iets voelde. Maar na een tijdje was het genoeg. Dit was zoveel al, ik moest dit eerst verwerken, ik kon onmogelijk de ene sensatie op de andere stapelen. Nu moet je gaan, zei ik dus.

“Maar een dag later al fietste ik, voordat ik mijn 99-jarige moeder zou bezoeken, even bij hem langs. Ik wilde weten of wat ik gevoeld had zo echt was dat het zich op een willekeurig moment zou laten herhalen. Ik keek door zijn raam, hij was er niet en even voelde ik dat oude solitaire gevoel terugkomen, dat gevoel van opluchting, van ‘ik heb het geprobeerd, en nu kan ik weer weg’. Tot hij toch verscheen en me binnenliet. Die ochtend begon onze verhouding. Na 24 uur zei hij al: ik laat je nooit meer gaan. En ik zei na twee weken: je moet maar meegaan naar de verjaardag van mijn moeder, straks is ze er niet meer en dit is toch voor altijd.

“Dat besef, hij gaat toch nooit meer weg en de overtuiging dat ik kan zijn wie ik wil zijn: twee aannames die wat mij betreft altijd haaks op elkaar stonden, zijn op mijn 66ste verenigd. Het is de grootste verrassing van mijn leven. Ik ben nog steeds graag alleen, we wonen elk in ons eigen huis, we slapen niet eens samen. Maar, en nu komt het, dat blijkt helemaal niet nodig om het hele palet aan intimiteit te ­ervaren. Als ik zin heb hem te zien, fiets ik naar hem toe, en andersom. Soms plopt dat oude duiveltje op, die behoefte alles te controleren, dan vraag ik: wanneer zie ik je weer? Of ik denk: ik ga voor hem koken en dan blijkt hij al gegeten te hebben. Maar dat soort onzekerheden en ­toeval is op een bepaalde manier ook plezierig en aantrekkelijk.

“Sinds ik hem ken, ben ik nauwelijks uit het lood te slaan. Laatst zei ik tegen mijn zus: ik voel me zo fucking volwassen. Het is of ik de jaren in mijn eentje heb gebruikt om te rijpen. Ik ben genereuzer, verstandiger in de liefde. Vroeger vond ik dat anderen mij maar vanzelf moesten begrijpen, nu zeg ik het als mij iets dwarszit. Seks bijvoorbeeld, is zo anders dan ik me ­herinnerde van voor mijn 50ste. Dat tintelende gevoel in mijn borsten als ze werden aangeraakt, is er niet meer. En toen hij vertelde dat hij 70 was, schrok ik wel even, maar ik had nog geen idee dat dit betekende dat hij vaak geen erecties heeft tijdens het vrijen. De tijd had me belazerd. Waar ik seks nog steeds associeerde met passie en herrie, was het nu ineens ingetogen en traag. Opwindend en bevredigend nog steeds, maar anders. In het begin voelde dat ongemakkelijk, wat moest ik met dat slappe ­dingetje? En wellicht ter compensatie, richtte hij zich heel erg op mijn genot en hoe fijn dat ook was, op den duur werd dat serviele een beetje irritant. Maar ook daarover hebben we gewoon gesproken.

“Het fijne is, op onze leeftijd hoef je niks meer op te houden, niks meer te bewijzen. Al heeft zoveel rijpheid ook een keerzijde. Soms, als hij weggaat, kijk ik in de spiegel om te zien wat zijn ogen een moment eerder zagen. Mijn haar alle kanten op, de huid om mijn kaken geplooid. Ik duw alles recht, alsof dat ook maar enig verschil maakt. Een seconde, veel langer duurt het niet, de spijtscheut die ik dan voel.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.