Donderdag 24/10/2019

Interview

VTM-nieuwsanker Elke Pattyn: "Als je als man 120 kilo weegt, dan zal je waarschijnlijk geen nieuwsanker worden"

Elke Pattyn. Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: VTM-journalist en nieuwsanker Elke Pattyn (38). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Summertime sadness, kent u dat gevoel?

“Goh, vreemde eerste vraag. Neen, ik ken het gevoel niet. Ik ken winterblues en daar kan ik me iets bij voorstellen, maar summertime sadness? Neen, echt niet. Leg het me uit. Een melancholisch gevoel door de drukkende warmte? Ah zo. Het is mij volledig vreemd. Voor mij is de zomer net het seizoen waarin je veel zonlicht krijgt en waar je vrolijk van wordt.

“De eerste helft van de zomer doe ik bijna alle nieuws­shiften, de tweede ga ik op vakantie. Ik vind het idee van ‘work hard, play hard’ leuk. Een maand intensiever werken dan anders en nadien een maand vrij zijn: heerlijk.”

Wie is Elke Pattyn?

* geboren op 21 maart 1980 in Lendelede
* studeerde Germaanse talen aan Universität zu Köln en KU Leuven
* in 2004 in dienst bij Vlaamse Media­maatschappij, waar ze begint bij Qmusic
* stapt over naar VTM-nieuwsdienst
* presenteert met Tim Verheyden Telefacts, wordt ook het gezicht van Telefacts zomer
* sinds 1 juli 2013 presentatrice van VTM Nieuws
* getrouwd met piloot André Berger, twee kinderen
   

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik zal eens kijken wat ik hiervoor had genoteerd. (scrolt door smartphone­notities)

“Ja, juist: ik vind mezelf empathisch. Ik kan in een gesprek snel lezen wat anderen voelen. Vaak weet ik ook welk gevoel ze op mij willen overbrengen. Ik pik dat snel op, zo kan ik erop inspelen. Maar ik kan ook beslissen om er niet op in te gaan, omdat ik die ­persoon niet goed ken of omdat het mij niet goed uitkomt. Ik laat me dus niet door mijn empathie meeslepen. Anders wordt het leven onleefbaar. Ik kan niet ieders psycholoog zijn. Dat heb ik geleerd door mijn beroep – je kunt je niet het leed van elke geïnterviewde aantrekken. Lange tijd wilde ik alle problemen van iedereen oplossen, en ging ik telkens met een slecht gevoel naar bed als het niet lukte, maar ik ben het me minder gaan aantrekken.

“Dat inlevingsvermogen levert mij voordeel op, onder andere in vergaderingen. Soms zie ik het de verkeerde kant opgaan en kan ik een conflict ontmijnen voor het zich aandient. Voor manipulaties en zwachtels rond woorden ben ik allergisch. Ik hou van een parler-vrai, ja. Ik probeer altijd mijn intentie heel duidelijk te maken. Mijn leidinggevenden weten dat en ik verwacht van hen eigenlijk hetzelfde. Dat vind ik veel aangenamer dan uit een vergadering komen en denken: wat was nu eigenlijk de boodschap?

“Ik heb ondervonden dat er in België wel ruimte is voor openheid, zeker in vergelijking met de Angel­saksische landen. Omgekeerd zijn de Amerikanen dan wel weer open over hun loon.

Beeld Stefaan Temmerman

“Of ik weet hoeveel mijn collega-ankers verdienen? Ongeveer. (lacht) Ik heb mijn eigen inschatting en soms peuter ik ook iets los bij mijn leidinggevenden, via een voorzet: ‘Ik vind dat ik evenveel zou mogen verdienen als…’ Dan blijkt meteen of je fout zit of niet. Ik denk dus dat ik het ongeveer wel weet. (lacht)

“En hoeveel ik verdien? Dat is taboe, hè. (lacht) Waar ik wel een probleem mee heb, is als vrouwen minder verdienen. Mocht blijken dat ik minder krijg, dan hebben ze een harde klant aan mij.”

3. Wat is uw passie?

“Reizen. Ik vind het ongelooflijk om iets nieuws te ontdekken. Om geen hotels te boeken, elke dag een andere plek te bezoeken en ’s avonds te denken: ik heb dat, dat en dat geleerd. Dat kan me intens gelukkig maken.

“Mijn man is piloot, dus we reizen heel vaak, ook voor korte trips. Ik was net expert luchtvaart en toerisme van VTM Nieuws en ik moest naar de Caraïben. Op het vliegtuig heb ik hem leren kennen.” (lacht)

4. Wat is uw zwakte?

“Euh, mijn zwakte is dat ik nogal afgunstig ben. Ik zou eigenlijk veel meer op eigen sterkte willen varen.

“Ik ben niet jaloers op materieel gebied, wel professioneel: op mensen die zeer goed zijn in hun job en heel dicht in de buurt komen van iets wat ik zelf ook wil bereiken. Ik voel dan een dreiging, ja. Maar die jaloezie is vaak ook een motor. Mijn turbo schiet dan in gang. Ik ga me nog meer inzetten om me te bewijzen tegenover de ander.

“Toen ik als journalist nog veldwerk deed, werd er gevochten voor de interessante trips, de tsunami’s bijvoorbeeld. Als een andere collega dan te vaak werd uitgestuurd, werd ik afgunstig en kon ik daar niet zo goed mee om. Dan ging ik op een wat kinderachtige manier de bazen vragen waarom ik niet mocht. ‘Omdat zij beter is’, kreeg ik in het ergste geval te horen.

“Ik schaam me echt om dit te zeggen, maar ik weet ook dat velen in meer of mindere mate hetzelfde denken. Iedereen blijft dan zwijgen, één iemand stapt naar de baas en dat ben ik.

“Natuurlijk wordt in de media afgunst gecultiveerd, maar die brandende ambitie heb ik altijd gehad. Ik wil altijd de eerste zijn, de beste. Op dit moment is het gevoel niet zo verschroeiend, maar ik weet wel wat anderen beter kunnen dan ik. Dat stuwt me om nog beter te worden. Ik herbekijk mijn uitzendingen ook: niet uit ijdelheid, maar om te zien wat beter kan. Versprekingen vind ik niet de essentie. Irritante tics wil ik wel meteen de kop indrukken.”

5. Wat is uw grootste angst?

“De existentiële angst om verlaten te worden door wie ik liefheb. Dat iemand in wie ik geïnvesteerd heb, van wie ik veel houd, sterft of mij in de steek laat. Dat is mijn grootste angst. Ik ben daar niet dagelijks mee bezig, het is een antwoord op jullie vraag. (tikt knokkels tegen houten tafel) Ik heb het geluk dat ik nog niet zoveel mensen heb verloren.

“Of de liefde mij al heeft teleurgesteld? Vroegere partners wel, maar de liefde nog niet. Mijn geloof erin is absoluut onaangetast.”

6. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Met het verhaal van een 24-jarige vrouw die niet wist dat ze zwanger was en plots bevallen is. Eerst dacht ze: ik wil dat kindje niet, ik breng het naar de vondelingenschuif. Maar op weg daarheen heeft ze rechtsomkeer gemaakt. Nu kan ze zich niet meer voorstellen dat ze het zou hebben afgestaan.

“Dat is zo herkenbaar. Die band met je kind na de geboorte is onmiddellijk en totaal. Daarvoor kon ik mij dat niet voorstellen. Mama zijn heeft mij zoveel emotioneler gemaakt. Als kinderen onrecht wordt aangedaan, huil ik daar nu veel gemakkelijker om.”

7. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben eigenlijk niet iemand die door het lint gaat. Ik kan dat niet, wil het niet. Meestal ben ik de sussende partij die vindt dat we de kalmte moeten bewaren en er al pratend uit moeten geraken. Ik zou ook niet kun­nen leven met iemand die dat wel doet. Ik zou niet willen dat mijn kinderen dat zien en ik zou nog veel minder willen dat mijn kinderen zich zo gedragen.”

8. Waar schaamt u zich soms voor?

“Ik vind mezelf soms zo nonchalant in de omgang. Ik vergeet standaard elke verjaardag, moederdag, vader­dag. Mijn eigen huwelijksverjaardag zelfs. Ik vergeet mensen te bedanken voor hun cadeautjes voor de geboorte van mijn kinderen. Mijn tweede kind is nu tien maanden, ik heb de bedankingskaartjes gedrukt, maar nog altijd niet verstuurd. Ik vind dat allemaal niet zo belangrijk. Als ik zelf een cadeautje geef, moet ik daar geen bedankje voor krijgen.

“Meestal zijn mensen in stilte beledigd, maar als ze het aandurven om een opmerking over mijn nonchalance te maken, schaam ik me te pletter. Ik vind dat zo lomp van mezelf.

“Ik vind mezelf ook geen goede vriendin. Dat heeft niets met de drukte van mijn gezin of carrière te maken. Als student was ik al slecht in het onderhouden van vriendschappen.

Beeld Stefaan Temmerman

“Het is niet dat ik vriendschap niet valoriseer. Ik vind ze noodzakelijk. Ik heb een paar heel goede vriendinnen met wie ik het contact wel probeer te onderhouden. Al komt het initiatief vaker van hen dan van mij. Ik denk er gewoon te weinig aan. Wanneer ik thuiskom, denk ik: o, ik moet dit of dat nog lezen. En niet: o, ik moet die vriend nog bellen.”

9. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Met de jaren word ik almaar milder voor mijn lichaam. Als ik er over tien jaar naar terug zal kijken, weet ik dat ik zal vinden dat het allemaal heel goed meeviel. Dat probeer ik constant voor ogen te houden. Ik ben er dus vooral blij mee en vind het een ongelooflijk goed functionerende machine die me tot nog toe niet in de steek heeft gelaten, hoewel het toch ook al twee zwangerschappen heeft meegemaakt.

“Ik ben nu ook veel minder gefocust op de
défauts, op alles wat te groot of te klein is. (lacht) Al is tv daar geen goede sector voor. Zeker als vrouw weet je dat er een houdbaarheidsdatum op je staat en ik vind dat oké.

“Of ik dat zelf zo ervaar? Ja zeker. En Martine Tanghe dan? Tja, zij is stilaan wel een van de uitzonderingen. Zelfs Claire Chazal, de grote topdame van TF1, is moeten opstappen. Haar leeftijd zat daar zeker voor iets tussen. Zowel Martine Tanghe als Claire Chazal waren mijn idolen toen ik een jaar of 13, 14 was, maar ik zie mezelf niet tot mijn 60ste nieuws­anker zijn. Ik ben daarin harder voor mezelf dan voor anderen. Ik zie ook al de volgende generatie ankers aankomen, in wie potentieel zit. Het kan dus best zijn dat zij over tien jaar zeggen: nu is het aan mij. Ik heb dat tenslotte ook gedaan.

“Goh, ik ga nu iets stouts zeggen, maar tv is een medium voor mensen die er enigszins aantrekkelijk uitzien. En ik denk dat veel mensen, hoezeer ze dat ook ontkennen, liever kijken naar iemand die aantrekkelijk is dan naar iemand die dat niet is. Dat is nu eenmaal eigen aan het medium. Voor mannen geldt dat evenzeer, de grenzen zijn alleen wat ruimer. Als je als man 120 kilo weegt, dan zal je waarschijnlijk geen nieuwsanker worden.

“Dus als ik morgen een ongeluk heb, dan stopt het, ja. Je kunt mensen toch niet verplichten om naar een verminkt gezicht te kijken. Ik vergelijk het met een pianist die drie vingers breekt. Het nieuws presenteren is echt je gezicht. Als daar iets aan mankeert, ga je achter de schermen werken.

“Ik geef mezelf nog een jaar of tien, al kan ik nog van mening veranderen. Waarom ik me daar zo makkelijk bij neerleg? Omdat ik denk dat anker zijn niet mijn eindbestemming is. Hoofdredacteur? Waarom niet. Er zijn nog zoveel interessante dingen te doen. Ik wil weer gaan studeren. Ik ben geïnteresseerd in internationale politiek, maar ook in economie, bedrijfsvoering, management. Ik heb het gevoel dat alles nog open ligt.”

10. Wat vindt u erotisch?

“Ik ga met een typisch vrouwelijk antwoord komen: niet porno, maar de blik die net iets te lang wordt aangehouden. Weten dat het zou kunnen, maar het hoeft niet. Dat vind ik leuk.

“Of ik nog flirt? Goh. Niet bewust, neen. Ik zou het ook niet zo tof vinden mocht mijn man dat doen. Mannen proberen trouwens niet meer met mij te flirten. Ik heb net twee kinderen gekregen, ik sta helemaal onderaan in de pikorde.” (lacht)

11. Wat is uw goorste fantasie?

“Dat is ook weer zo’n vrouwen­antwoord waarschijnlijk, maar ik heb die niet.

“Of ik met mijn piloot al seks heb gehad in de lucht? (hilariteit) Neen, nog niet. Ik ben geen lid van de Mile High Club. Dat zegt mij eigenlijk niets. Je doet het toch alleen maar om er op café eens over te kunnen stoefen.”

12. Wat betekent liefde voor u?

“Euh, alles. In Maslows piramide van de primaire behoef­ten staat liefde op drie en bij mij op één. Voor mij is liefde even belangrijk als eten en slapen. Als er geen liefde zou zijn, als ik niet zou liefhebben of niet meer zou worden geliefd, hoef ik eigenlijk niet meer te leven.

“Krijgen jullie niet altijd hetzelfde antwoord op deze vraag? Neen? Het meeste van wat ik zeg, vind ik zo cliché dat het mij eigenlijk al vermoeit om het te zeggen.”

13. Welk dier zou u willen zijn?

“Ik twijfel tussen een vogel en een kat. Hm. In eerste instantie zou ik toch een vogel zeggen, een grote die zich op de thermiek laat meevoeren. Ook weer een ­cliché, maar die ultieme vrijheid lijkt me wel wat. Je niet bewust zijn van je eigen sterfelijkheid ook.”

14. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Goed. Dat is altijd al zo geweest, ik heb geen moeilijke puberteit gehad of zo. Als 15-jarige had ik een fase waarin ik per se combat­boots en oversized hardrock-T-shirts wilde dragen, maar ze hadden daar niets op tegen. Zolang het maar geen tattoos of piercings waren.

“Iedereen tussen 15 en 25 neemt wat afstand van zijn ouders. Ik ben op kot gegaan en ben niet meer terug­gekeerd. Die zelfstandigheid had ik nodig.

“Maar sinds ik kinderen heb, zijn de banden weer aangehaald. Enig nadeel: zij wonen in Lendelede, bij Kortrijk, wij in Antwerpen. Honderd kilometer. Als we hen ­brengen, zijn ze daar vaak voor drie nachten. Mijn ouders zien het als een nieuwe levens­invulling om onze kinderen mee op te voeden.”

15. Hoe kijkt u naar religie?

“Religie is voor mij eigenlijk onbelangrijk. Het is er gekomen als antwoord op de grote levensvragen. Maar het voortschrijdend inzicht van de wetenschap maakt religie overbodig. Wetenschap is het grote verhaal.”

16. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische ­gevoelens?

“Zoals elke mens wellicht: ja. Maar zoals dat ook voor mijn lichaam het geval is, word ik toleranter en milder voor diversiteit dan vroeger. Ik sta er veel meer voor open en geloof nu dat het eerder een verrijking is dan een nadeel.

“Toen ik als student in Brussel vroeger een groepje zwarte mannen zag, voelde ik me soms bedreigd. Ik dacht: misschien steek ik beter de straat over, want de kans dat ze mij iets aandoen is reëel. Die gedachte is ingegeven door racistische overwegingen, ja.

“Maar zoals ik zeg, ben ik milder geworden. Misschien omdat ik het niet zie. Ik woon in Wilrijk, mijn buurt is overwegend blank.

“Ik ben al een paar keer in Marokko geweest. Ik ben een ongelooflijke fan van Marrakech. Goh, wat ben ik hier eigenlijk aan het bewijzen?
(lacht) Ik probeer te bewijzen dat ik er nu meer voor opensta, maar ik kan dat niet natuurlijk. Ik voel dat gewoon zo. Ik voel mij geen racist.”

17. Wat betekent geld voor u?

“Vrijheid. Ik vind ultieme rijkdom alles kunnen kopen zonder naar de prijs te moeten kijken, naar de Delhaize gaan om sushi en een fles champagne als je daar zin in hebt.

“Ik wil geen hopen geld. Natuurlijk wil ik een rationele spaarpot voor tegenslagen, maar meer niet. Ik wil niet oppotten.”

18. Wat is voor u de hel op aarde?

“Dat lijkt mij een belangrijk deel van je zijn moeten ­verstoppen omdat de samenlevingsvorm waarin je leeft het niet toestaat, zoals homo zijn in Oeganda.”

19. Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“In Zuid-Afrika hadden we het onzalige idee om niet in groep, maar alleen met ons tweetjes de Tafelberg te beklimmen, en niet via de toeristische route, maar langs de achterkant, met klimladders en zo. Vijf minuten nadat we uiteindelijk boven waren geraakt, kwam een groepje toeristen ontredderd aan: ze waren overvallen en bedreigd met machetes. Hadden al hun bezittingen moeten afgeven.

“Natuurlijk durfden we toen niet meer terug. Op een ­veilige manier afdalen kon enkel nog met de ­
téléphérique, maar die bevond zich aan de andere kant van de berg. Er zat niets anders op dan de oversteek te maken. Tot overmaat van ramp begon het weer te keren. Bij onweer zou de kabelbaan worden afgesloten en ­gingen we dus vastzitten op de Tafelberg, zonder eten en drinken.

“We zijn er met de schrik afgekomen, maar hebben beseft dat we de dingen misschien een beetje meer moeten doordenken.”

20. Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?

“Trump. En dan komt nu de disclaimer: sommige dingen doet hij oké, enigszins goed zelfs, en andere compleet verkeerd. Neem nu de moslimban. Dat is pure discriminatie. Dat kun je niet goedpraten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234