Donderdag 17/10/2019
 Riadh Bahri: ‘Je hebt veel geluk als ik je vriend ben.’

Interview Vragen van Proust

VRT-journalist Riadh Bahri: ‘Ik ontdekte dat hij mij al maanden bedroog met een vrouw’

Riadh Bahri: ‘Je hebt veel geluk als ik je vriend ben.’ Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: journalist Riadh Bahri (31).  Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben nu sinds drie weken 31. Ik vind dat een verschrikkelijk kutgetal. Toen ik vorig jaar 30 werd, vond iedereen mij een aansteller omdat ik daar zo veel problemen mee had. In mijn hoofd voel ik me nog altijd 16, 17. Ik kijk soms nog heel naïef naar het leven.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Hoewel velen mij een arrogante kwal vinden, omdat ik graag veel lawaai maak en mij als een haantje-de-voorste gedraag, ben ik fundamenteel verlegen. Ik mijd oogcontact met mensen die ik niet ken. Het ergste wat ze mij kunnen aandoen is een voxpop op de Grote Markt van Leuven.”

Wat is uw zwakte?

“Ik ben zeer passioneel, wat weleens kan omslaan in explosief. Vroeger vlogen de vazen en de borden weleens door de living. En als ik begin te schelden, is er geen houden meer aan.”

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Toen ik ontdekte dat een van mijn vorige lieven mij al maanden aan het bedriegen was, met een vrouw nota bene. Toen dacht ik: moet ik nu uit de kast gekropen zijn om met een man een relatie te beginnen die in het geheim met een vrouw naar bed gaat? Hoe fucked up is de wereld eigenlijk? (lacht)

“Ik kwam net thuis van de Delhaize en heb die twee zakken vol boodschappen vanuit de gang naar buiten gegooid. Ergens in de muur zit er nog altijd een kap van een glazen fles. Nog nooit had ik zo veel adrenaline in mijn lijf gevoeld.”

BIO

* 31 jaar, geboren in Keulen

* journalist en verslaggever voor Het journaal (VRT)

* Vlaamse moeder, Tunesische vader

* groeide op in Wetteren en Gent

* VRT-journalist sinds 2011

* schreef in 2015 het boek Depressief? Loser!

* woont in Molenbeek

Wat is uw passie?

“Ik heb een zeer mechanische passie, zijnde (gniffelt)... vliegtuigen. Ik doe niets liever dan vliegtuigen bekijken op luchthavens. Ik volg nu ook een vliegopleiding. In mijn kelder staat een vluchtsimulator. Vroeger stond hij in mijn bureau. Telkens als er mensen op bezoek kwamen, brak ik hem af en verstopte ik hem in mijn dressing. Hoe gênant. (lacht) Maar goed, intussen ben ik over die schaamte heen. Ik vind een vliegtuig zowat het zotste wat de mens ooit heeft uitgevonden.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Neen. (lacht) Mensen die het leven een cadeau vinden: amai chapeau, ze mogen mij hun geheim eens vertellen. Dat is ook de reden waarom ik geen kinderen wil. Het leven, dat is werken hè. Het vergt heel veel energie om er iets van te maken.

“Een paar jaar geleden heb ik een zware depressie gehad. Toen dacht ik de hele tijd: what’s the point, eigenlijk, van alles wat je doet? Over de zin van het leven kan ik soms wat defaitistisch zijn.”

Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Een gemiddelde van 7,5, met uitschieters van 8. Maar ik heb ook al op min 20 gestaan.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Naar de wolken kijken. Na het sporten een warme douche nemen en daarna overvallen worden door de koude buitenlucht. Naar een haardvuur kijken. Ik ben een van die marginalen die het haardvuur op Netflix opzetten bij gebrek aan beter. (lacht) De geur van ras el hanout opsnuiven bij de kruidenier. Dan word ik teruggekatapulteerd naar mijn kindertijd, toen we ’s zomers naar Tunesië gingen en twee maanden lang op het strand speelden, terwijl enorme pannen couscous op het vuur stonden te sudderen voor de hele familie. Mezoued horen (een soort doedelzak, red.), de muziek die je in Tunesië op trouwfeesten hoort. Dan denk ik terug aan de vele lange autoritten die ik met mijn vader door de woestijn maakte.”

‘Ik ben fundamenteel verlegen.’ Beeld Stefaan Temmerman

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Toen ik in de auto zat in Californië, in de maand juni, met mijn lief naast mij, net voor ik hem ten huwelijk zou vragen. Achter mijn zonnebril heb ik subtiel zitten janken.”

Welke film zou u absoluut aanraden?

“Call Me By Your Name. Aan iedereen die ooit verliefd is geweest. Aan elke jonge homoseksueel. Aan iedereen die een moeizame relatie met zijn vader heeft gehad.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee, maar ik ben wel zeer jaloers op mensen die oprecht geloven dat God bestaat, omdat zij iets hebben om op terug te vallen. Ik zou ook echt willen geloven dat er leven bestaat na de dood.

“Ik was 13 toen mijn jongste zus overleed. Haar dood is het verschrikkelijkste en tegelijk schoonste wat ik ooit heb meegemaakt. In de weken voor zij stierf zijn wij zo innig geconnecteerd geraakt, op een manier die ik niet kan beschrijven. Behalve aan mensen die zelf aan een bed hebben gezeten van iemand die ze doodgraag zagen en die ze voor hun ogen hebben zien... (zwijgt geëmotioneerd)

“Ook al ben ik niet gelovig, dat moment had iets sacraals, iets romantisch, in de literaire betekenis van het woord. Dat was zo intens, zo hartverscheurend mooi dat ik soms zou willen terugspoelen naar die 20ste december 2001, om opnieuw aan haar bed te zitten, hoe absurd dat ook klinkt.

“Ik heb nog altijd contact met mijn zus, maar niet in religieuze zin. Zij zit gewoon in mij. De tijd heelt alle wonden, zegt men, maar dat is pure onzin. Er wordt helemaal niets geheeld. Verdriet transformeert zich gewoon. In het begin is het rauw, wil je huilen en ben je heel ongelukkig. Nu, achttien jaar later, maakt zij deel uit van wie ik ben. En dat uit zich in de meest banale dingen. Bijvoorbeeld: in de frituur zal ik altijd bestellen wat zij at: frieten met stoofvlees en curryketchup, de meest gore combinatie ooit. (lacht) Op die manier kan ik mijn zus bij mij houden. Mensen vragen mij altijd: waarom kies je dát? Dan begin ik over mijn zus te praten. Als ik over haar kan vertellen, is ze immers niet volledig weg.

“Ik heb het gevoel dat er nog altijd een taboe over rouwen hangt. Je mag twee weken huilen en daarna moet je erover zwijgen. Er is niemand die op 20 december, de dag dat ze achttien jaar dood zal zijn, even lang als ze geleefd heeft, mij een sms zal sturen: ‘ça va vandaag?’ Behalve het personeel van het UZ in Gent. Zij sturen elk jaar een kaart.

“Naarmate de tijd verstrijkt, zijn er steeds minder mensen die aandacht aan de dode besteden. En ben je steeds meer aangewezen op jezelf om over hem of haar te vertellen. Volgend jaar op mijn huwelijk zal ik janken omdat mijn zus er niet bij is.”

Wat is uw grootste angst?

“Ik heb een fundamentele angst voor doodgaan. Zo sterk dat mijn hoofd er soms van blokkeert. De dood is voor mij een morbide obsessie geworden. Als ik op de middelbare school examens had, ging ik naast het graf van mijn zus studeren. Ik zoek te pas en te onpas teksten op over ontbinding omdat ik wil weten wat er met mijn lichaam zal gebeuren. Ik zit zelfs uit te rekenen hoeveel dagen ik theoretisch gezien nog kan genieten van de aanwezigheid van mijn moeder.”

‘De dood is een morbide obsessie geworden.’ Beeld Stefaan Temmerman

Hoe zou u willen sterven?

“Op mijn 99ste, in topconditie. ’s Avonds gaan slapen en niet meer wakker worden, lijkt me een prachtig scenario, daar teken ik direct voor.

“Mijn laatste avondmaal? Frieten met stoofvlees en curryketchup, een frikandel special, een cervela en een Bicky-burger. En aangezien ik homo ben, zal ik daarna wel naar de hel gaan, waar een goed bord spicy couscous op mij zal staan wachten. Ik ben bicultureel hè.” (lacht)

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik zeg altijd: mijn lichaam is een huis in verbouwing. Een beetje zoals de Sagrada Familia, het zal ook nooit afraken. (lacht) Ik ben intelligent genoeg om te weten dat ik me niets moet aantrekken van hoe mensen eruitzien op Instagram, Tinder of Grindr. Al die jongemannen die staan te pronken met hun sixpack en gespierde armen. Ik weet dat ik me daar niet aan moet spiegelen, maar toch doe ik het. Waardoor ‘jojo’ mijn middle name is.”

Wat vindt u erotisch?

“Opgewonden zijn en in de onmogelijkheid verkeren om ernaar te handelen. En dan fantaseren dat je het wel doet.”

Wat is uw goorste fantasie?

“Seksueel heb ik geen gigantische fantasieën meer, want toen ik jong, wulps en vrijgezel was, heb ik mijn deel wel gehad.” (lacht)

U belandt in de gevangenis. Wat zou de reden kunnen zijn?

“Moord. Of vluchtmisdrijf. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, wat zijn sociale status ook is, in staat is om iemand te doden of te vluchten.”

Bent u een goede vriend?

“Ja. Ik ben ook niet te arrogant om dat te zeggen. Ik denk dat je heel veel geluk hebt als ik je vriend ben. (lacht)

“Tijdens mijn depressie heb ik ervaren wat vriendschap betekent. Ik heb geen driehonderd vrienden zoals ik dacht, ik heb er maar vijf. Want er zijn niet veel mensen die je uit je bed komen halen als je al drie dagen niet gedoucht hebt, als je je tanden niet gepoetst hebt omdat je geen fut meer hebt, die soep voor je komen koken omdat je niet meer eet.

“In dat opzicht ben ik een zeer goede vriend. Als een van mijn vrienden ziek is, zal ik naar de apotheek gaan om medicijnen te halen; ik zal hun huis opkuisen, ik zal desnoods hun wc ontstoppen. Ook emotioneel investeer ik veel in mijn vrienden. Vroeger verwachtte ik evenveel terug, met dezelfde intensiteit, en als dat niet kwam, werd ik ongelukkig, terwijl ik nu geleerd heb dat iedereen op een andere manier omgaat met vriendschap. Vriendschap kun je niet afwegen.”

‘Onlangs heeft mijn vader mijn vriend Niels ontmoet, hij heeft hem zelfs een knuffel gegeven. Dus het kan hè, je kunt je verzoenen met het onverzoenbare.’ Beeld Stefaan Temmerman

Hoe definieert u liefde?

“Onrust. Met de (on) tussen haakjes. Een combinatie van beide, dus. Enerzijds dat broeierige, tintelende gevoel in je lichaam, anderzijds het gevoel thuis te komen. Ik geloof niet zomaar in de eeuwige liefde en ben ervan overtuigd dat positieve onrust je relatie in gang houdt.

“Ik heb mijn vriend ten huwelijk gevraagd, maar weet nu al dat er momenten zullen zijn waarop hij of ik zal willen stoppen. Ik ben mij er nu al van bewust dat hij ooit wel gevoelens zal hebben voor anderen. Ik weet dat ik moeite zal moeten doen om er iets moois van te maken. Ook om naar mijn ouders een figuurlijke middenvinger op te steken. Voilà, mij lukt het wel.” (lachje)

Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Verliefdheid heb ik pas ontdekt toen ik op de universiteit zat. Op een meisje dat altijd alleen zat, een paar rijen voor mij. Blond haar, zwarte leren jekker, zwarte jurk, cowboyboots. Op een dag heb ik haar benaderd via intranet. We begonnen elkaar te schrijven, te bellen en uiteindelijk spraken we af. Wat volgde was een geheime affaire, want zij had een vriend. Een van de meest passionele episodes uit mijn leven, wat raar is om te zeggen als homoseksueel. (lacht)

“Mensen vragen mij soms of ik biseksueel ben. Neen. Ik zou nu niet meer met een vrouw naar bed kunnen. Ik herinner me dat ik al op jongens viel toen ik een jaar of acht, negen was. Er was een jongen in mijn volleybalploeg die heel sportief gebouwd was. In de doucheruimte zat ik altijd stiekem naar hem te gluren. Als puber keek ik ook alleen naar porno met mannen.

“Mijn eerste fysieke contact met een man was in de vakantie na het humaniora, maar dat is hard tegengevallen. Ik voelde mij achteraf zo vies. Ik heb zelfs moeten overgeven van de spanning. Ik geloofde immers dat wat ik deed tegen de natuur was. Mijn hele jeugd lang had mijn vader mij ingeprent dat homoseksualiteit voor hem een absolute no-go was. Nog voor ik het zelf besefte, wist hij al dat ik homo was.”

Hoe was de band met uw ouders?

“Het huwelijk van mijn ouders was niet bepaald het meest vrolijke. Dat zorgde voor veel stress en conflict. Thuiskomen van school was niet echt aangenaam want je wist nooit wat er te gebeuren stond.

“Mijn vader was ontzettend veeleisend. Hij zei altijd: ‘Jij moet nummer één zijn van je klas want je hebt een naam die anders klinkt dan Jef en Jos en Stan, dus je zult je hele leven beter moeten zijn dan de rest om hetzelfde te bereiken.’ Ik was bang voor mijn vader. Je kon hem niets wijsmaken.

“Toen mijn ouders gescheiden zijn, heb ik beslist om niet meer bij hem langs te gaan. Ik had geen zin om nog langer toneel te spelen en te blijven verbergen wie ik was. We hebben elkaar niet meer gesproken tot vorig jaar december. Mijn vader heeft sinds een jaar of twee leverkanker. Vorig jaar heeft hij een levertransplantatie gehad, die grandioos mislukt is. Hij moest een nieuwe lever krijgen, zijn nieren waren uitgevallen, zijn leven hing aan een zijden draadje. Toen dacht ik: zou ik het mezelf ooit vergeven mocht hij nu sterven zonder dat we elkaar hebben teruggezien?

Vroeger vlogen de vazen en de borden wel soms door de living. En als ik begin te schelden, is er geen houden meer aan.’ Beeld Stefaan Temmerman

“Met Kerstmis ben ik bij hem op bezoek geweest. Hij lag in bed. Net als in een heel foute film zijn we elkaar in de armen gevallen. Er zijn heel veel tranen gevloeid. Hij zei dat het hem speet.

“Intussen heeft hij mijn vriend Niels ontmoet, wat ik nog altijd heel surrealistisch vind. Mijn vader heeft hem zelfs een knuffel gegeven. Dus het kan hè, je kunt je verzoenen met het onverzoenbare.

“Met mijn moeder heb ik altijd een goede band gehad. Toen ik destijds al mijn moed samenraapte en haar sms’te dat ik homo was, antwoordde ze: ‘oké’. (lacht) Ze wist ook als eerste dat ik ga trouwen.”

Waar hebt u spijt van?

“Hm, dat vind ik moeilijk. Als we aan die lijst moeten beginnen zitten we hier morgenochtend nog. Sommigen zeggen: je moet geen spijt hebben. Ik vind van wel. Ik ben geen perfect persoon. Ik heb stommiteiten begaan. Ik heb mensen op het hart getrapt. Vrienden en vroegere partners. En ik heb heel veel moeite om sorry te zeggen, omdat het zo’n uitgehold begrip is. Er zijn dus mensen uit mijn verleden aan wie ik mijn spijt nog niet heb geuit. En dat blijft hier (wijst naar hoofd) in een achterkamertje hangen. Vandaar dat ik zo blij ben dat ik mijn vader heb teruggezien. Nu kan ik dat loslaten.”

Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Ik heb niet het gevoel dat ik nog een of andere brandende ambitie moet inlossen. Het enige wat ik ooit zou willen, is op hetzelfde moment met het hele gezin aan dezelfde tafel zitten. Wat ik precies bedoel? Ik ben nog nooit met mijn ouders, zussen, halfzussen en halfbroer samen in dezelfde ruimte geweest. En het is ook, vrees ik, onmogelijk.”

Waarover bent u de laatste tijd radicaal anders gaan nadenken?

“Over de zin en de noodzaak van de Gay Pride. Ooit vond ik dat vreselijk, al die mannen met pluimen in hun gat. Tot ik begon te beseffen hoe onverdraagzaam ik was. Wie was ik om andere mensen te beoordelen, terwijl ik zelf continu aan het klagen was omdat ik als homo niet geaccepteerd werd. Hoe hypocriet was dat! Ik kan toch niet klagen over het feit dat ze in Molenbeek op m’n bakkes willen slaan omdat ik Niels wil zoenen en tegelijk afkeuring voelen als ik twee mannen tegenkom in een lederen outfit. We moeten die diversiteit omarmen. 

“Ik heb altijd gedacht dat ik er zo normaal mogelijk moest uitzien om toch maar aanvaard te worden door de familie van mijn vader. Nu zie ik in hoe dom die gedachte wel was.”

Is de mensheid op de goede of de slechte weg?

“Hm. Ik weet het niet. Ik heb bijvoorbeeld besloten dat ik me niet ga voortplanten. Ten eerste omdat ik geen kinderen wil, en ten tweede is dat dan ook mijn bijdrage aan het klimaat, want ik reis bijvoorbeeld te graag, zo compenseer ik toch wat mijn gedrag.

“Mensen lossen problemen op wanneer ze zich stellen, misschien is het dit keer te laat, dat weet ik niet. Hoe dan ook: de planeet is niet van ons, en de aarde zal blijven draaien. Ik zou het trouwens niet erg vinden mochten we ooit massaal uitsterven. De dinootjes zijn ook verdwenen, geen haan die ernaar kraait.”

‘In de frituur zal ik altijd bestellen wat mijn overleden zus at: frieten met stoofvlees en curryketchup, de goorste combinatie ooit.’ Beeld Stefaan Temmerman

Welke episode uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Mijn kindertijd is al verfilmd, hè. Ooit The Sopranos gezien? Toen ik die reeks een jaar of vijf, zes geleden ontdekte, was mijn eerste reactie: what the fock is dees? Dit is gewoon mijn gezin! Ik heb die serie gebingewatcht in twee weken tijd. Heel die dynamiek in dat gezin; dat huwelijk dat niet snor zit; de vader die vreemdgaat en autoritair doet tegen de kinderen, die keihard moeten studeren, want hij wil niet dat ze in hetzelfde milieu terechtkomen als hij; de moeder die weet dat de vader van alles op zijn kerfstok heeft maar het zich niet echt aantrekt omdat ze ter compensatie een Mercedes heeft...

“Natuurlijk was onze situatie helemaal anders, maar daar zal ik nog een boek over schrijven.”

Wat is de titel van uw biografie?

(denkt lang na) “Op mijn Instagram staat er ‘sociaal en passioneel dier’, maar dat kan ik er moeilijk op zetten. Hm. (denkt na) Ik haat het dat ik hem altijd moet spellen, maar ik vind wel dat ik een mooie naam heb. Riadh Bahri: ‘paradijs aan zee’ betekent dat, niet slecht hè? Beter dan Jef Martens of zo.

“Schrijf maar ‘Fundamenteel passioneel. Een handleiding’, dat verkoopt goed in de Standaard Boekhandel.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234