Dinsdag 14/07/2020
Ouder .

InterviewLust en liefde

‘Voor hij ziek werd, verweet ik hem zijn roekeloze levensstijl met veel roken en rode wijn’

Ouder .Beeld Pexels

Tamara (68) is meer dan 45 jaar gelukkig getrouwd geweest. Met weemoed, maar vooral met veel liefde en dankbaarheid, blikt ze terug op dat mooie leven met haar man, die vijf jaar geleden overleed. En ze heeft wel wat trucjes te delen over hoe je een relatie springlevend houdt.

“Soms overvalt zijn afwezigheid me. Zoals vorige week, toen ik in de stromende regen ’s avonds van het station naar huis liep. Maar meestal voelen de ruim 45 jaar die we deelden nog steeds aan als weldaad. Ook nu hij er niet meer is. In 1972 trouwden we. De eerste paar jaar vochten we. Uitsluitend ­verbaal weliswaar, het was alsof we beiden ons territorium met lange palen wilden markeren: dit is van mij, dat is van jou. Na anderhalf jaar waren de grenzen zo’n beetje afgebakend. Daarna waren de knallende ruzies voorbij.

“Je grote liefde tegenkomen is vooral een kwestie van geluk hebben. Maar hem vervolgens behouden, daar moet je je best voor doen. Ons hielp het nogal dat we geen van beiden ooit hebben geprobeerd de ander te veranderen. Er waren lastige periodes, vooral toen mijn man op zijn 61ste van het ene op het andere moment werd ontslagen. Hij verwachtte een gesprek over een nieuwe leaseauto, maar kreeg te horen dat ze hem niet meer nodig hadden. Op mijn werk ging het in die tijd juist geweldig. Ik was inmiddels jurist geworden en voelde me in die toga en tussen al die leuke collega’s als een vis in het water. Maar ineens gingen hij en ik niet meer gelijk op. Mijn man werd steeds kregeliger. Als ik thuiskwam en vroeg hoe zijn dag geweest was, beet hij me toe: ‘O, ga je je daar nu ook al mee bemoeien?’

“Zulke momenten van verwijdering hebben zich in ons huwelijk vaker voorgedaan. Meestal ging ik dan, niet veel later, naast hem zitten. Zijn favoriete plek aan tafel was aan het hoofd, de mijne rechts van hem. Ik schonk hem een glas wijn in zodat hij niet weg kon en zei iets als: ik weet dat ik leuk ben, je moet niet denken dat ik uit gewoonte de rest van mijn leven met een chagrijn ga wonen, laten we er iets aan doen. Het ging niet om wat ik precies zei, maar om het feit dat ik iets opmerkte. Ik wilde hem niet laten wegdrijven en ging net zo lang door met benoemen wat er aan de hand was tot er een opening was, tot ik hem opnieuw voelde, tot ik hem weer begreep en hij mij.

“Voor hij ziek werd, verweet ik hem een tijdje zijn roekeloze levensstijl met veel roken en rode wijn. Ik dacht: kennelijk is het hem niks waard om samen oud te worden. Hij houdt niet echt van me. Tot ik begreep dat zijn gedrag niets met mij te maken had, en alles met zijn rookverslaving. Vanaf dat moment zei ik er niks meer van. Ik liet hem zijn keuzen. En na dat ontslag, toen hij zo mopperig werd en iemand opperde dat hij misschien jaloers op me was, besloot ik hem ernaar te vragen. Hij keek me verbaasd aan en zei: nee, ik ben juist heel trots op je, ik heb er gewoon de pest in dat het mij tegenzit. Toen was er weer een startpunt en konden we verder.

“Geen idee wanneer, maar op een goed moment aan het begin van onze relatie hebben we afgesproken dat ruzies alleen mochten gaan over de aanleiding zelf. Niet over allerlei eerdere, onverwerkte wrok en pijn. Dat hielp om de conflicten binnen de perken te houden. Maar het allermeest hebben we geprofiteerd van de stille overtuiging dat we allebei in dezelfde mate geluk hadden met elkaar. Gelijkwaardigheid en respect, het zijn open deuren, maar wel de deuren naar duurzaam huwelijksgeluk. We waren al lang en breed getrouwd, hadden al kinderen, toen ik nog steeds met veel plezier keek naar die stoere kop en strakke billen van hem. Blijvende aantrekkingskracht zou weleens te maken kunnen hebben met niet bang zijn om twee verschillende individuen te blijven. Ik heb geleerd om hem zijn slobberende pakken te gunnen, die hem niet stonden maar kennelijk lekker zaten.

“Toen hij hoorde dat hij uitzaaiingen had en enorme zin had in een sigaret, zei ik: wel schat, de supermarkt is om de hoek, koop een pakje, je gaat toch dood. Een opmerking die anderen misschien cynisch in de oren klinkt. Maar het mooie van zo lang samen zijn, is dat je precies weet wat je aan elkaar hebt, welke onderwerpen je met rust moet laten en waar je juist wel aan mag komen. Andersom zag ook hij als geen ander wie ik was, hij zorgde voor mij. Op mijn 30ste wilde ik rechten studeren en daarvoor moest ik mijn baan opzeggen; hij moedigde me zonder aarzelen aan. En toen ik tegen alle verwachtingen in toch zwanger werd en aan het einde van het eerste semester beviel van ons eerste kind was hij er ook voor me. Bevriende mannen zeiden: dit zouden wij nooit doen. De mijne wel.

“Grenzen stelde hij ook. Als ik ’s avonds na het werk eindeloos stoom wilde afblazen, zei hij na een uur: zo, nu is het wel goed geweest hè. Heerlijk. Je zal maar een man hebben die alles leuk aan je vindt. We noemden ze ‘herijkingseten­tjes’, de diners waarin we al onze achterstallige kwesties weer even bespraken, zodat blijvend chagrijn geen kans kreeg. Dan kwamen we thuis en ­zeiden tegen de kinderen: goed nieuws, we ­hebben nog een jaartje bijgetekend.

“Een leven lang gelukkig met één man, je zou verwachten dat vijf jaar na zijn dood het gemis ondraaglijk is. En toch is dat niet helemaal waar. Ik kan alleen maar zeggen dat ik me ­bevoorrecht voel. Ik heb het zo goed gehad. En gesteund door mooie herinneringen en leuke vrienden en kinderen, heb ik het nog steeds erg goed. Daarnaast verwarm ik dagelijks ons bed met een elektrische deken, ook dat helpt ­verrassend goed.” 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234