Donderdag 24/10/2019

Lust & Liefde

Voor het eerst besefte ik dat ik niet langer van iemand ben, maar mét iemand

Beeld thinkstock

Therapeute Simone (53) viel keer op keer zelf in de val waar ze haar patiënten ­probeerde voor te behoeden: relaties met narcistische, labiele partners. Tot ze ­eindelijk een man tegenkwam die haar ­verzorgt in plaats van verziekt.  

“Zou er zoiets bestaan als een zorgverlenerssyndroom? Vrouwen die overdag therapeut zijn en in hun privéleven het zorgen voor anderen niet kunnen laten? Jawel. Ik ben immers een van hen. Behandelaar van border­liners en PTSS’ers, en tot twee keer toe heb ik wat mannen betreft verkeerde keuzes gemaakt, waar ik jarenlang in ben ­blijven hangen. In plaats van stabiele partners te ­zoeken die de kans op een succesvolle relatie zouden ­vergroten, koos ik labiele, narcistische en gekwetste mannen. Vermoedelijk in de hoop hen te redden.

“De eerste keer was in mijn huwelijk. Daar heb ik vier kinderen aan overgehouden. Er werd van mij maar één ding verwacht: dat ik in de pas liep naast hem, in een ­keurig gestreken pak en geen eigen mening had. De tweede keer was zes jaar geleden, met een man die zich door mij nooit deed kennen. Iets wat ik aanzag voor ­mysterieus. Ik wilde deze man doorgronden alsof hij een van mijn ­cliënten was. In plaats van hem na de eerste blijk van onbetrouwbaarheid voor altijd de rug toe te keren, bleef ik maar proberen. Ik wilde snappen waarom hij op onze afspraken ineens niet kwam opdagen. Het was ronduit beledigend hoe hij mij behandelde, jaren achtereen, maar ik bleef zijn gedrag maar vergoelijken. Stom. Want ik had na zes weken al kunnen weten dat hij fout was.

“Onze eerste ontmoeting – na maandenlang appen – heb ik uit geveinsd zelfrespect nog tamelijk lang kunnen uitstellen. We hadden elkaar leren kennen op internet, maar hij drong aan op een ontmoeting. Toen ik hem zag staan, in pak, leunend tegen een muur ergens in Antwerpen, met om zijn lippen een glimlach die deed ­vermoeden dat hij mij helemaal doorhad, was ik meteen verkocht. Ik had gerend over de kasseien, wiebelend op mijn hoge hakken om op tijd te zijn. Maar ik zag geen ergernis, hij keek geamuseerd of hij alles had voorzien en toen hij zijn hand uitstak, kuste ik hem vol op zijn mond.

“We begonnen elkaar eens in de twee maanden te zien en stuurden berichten. Dan schreef hij: ‘Ik wou dat ik naast je lag, dan zou ik je een kus geven op je voorhoofd en wachten tot je in slaap valt, zodat ik zelf ook rustig kon ­slapen.’ Maar toen ik eindelijk gescheiden was en vroeg: ‘Kom eens langs’, bedacht hij de ene uitvlucht na de andere. Intussen stuurde hij me filmfragmenten, gedichten, boeken die elk een deel van de sluier rond zijn persoonlijkheid weghaalden, maar nooit alles. Hij prikkelde me ermee. Het was of hij mij in directe verbinding bracht met mijn fantasie. Stuur me eens een film die vertelt wie jij bent, daagde ik hem uit. Hij stuurde 12 Angry Men, en toen wist ik nog niet welke van de boze mannen hij was.

“Ik kan nu van alles meer zeggen, over zijn verborgen leven en de vrouw die zich op een dag meldde en me vroeg haar gezin met rust te laten. Over kinderen van wie ik het bestaan niet wist. Ik geef onmiddellijk toe dat hij en ik geen gezonde verhouding hadden, maar het is de vraag of gezonde en brandende liefde wel bij elkaar horen. Mijn liefdes lijken vaak iets ongelijkwaardigs nodig te hebben om te kunnen blijven branden. Het frustreerde me dat ik hem met al mijn vaardigheden niet kon lezen. Ik wilde de eerste vrouw zijn die hem zijn geheim zou ontfutselen, en verwachtte daarmee dubbel beloond te worden: in de ­eerste plaats zou ik zijn eeuwige liefde krijgen en in de tweede plaats zou ik laten zien hoe bekwaam ik was in mijn vak.

“Natuurlijk dacht ik dat allemaal niet letterlijk, destijds wilde ik koortsachtig maar één ding: hem hebben. En intussen bleef ik in mijn therapiepraktijk een andere bril opzetten, en probeerde ik de borderliners te bewegen tot iets wat mijzelf niet lukte: een stabiel leven zonder al te veel uitschieters. Ik ben zeker niet de enige therapeut die er thuis een potje van maakt. Een collega heeft een ­verhouding met een getrouwde man. Hardop vraagt ze zich af: ‘Waar ben ik mee bezig?’ Maar net als haar patiënten op de sofa heeft ze niet de moed ermee te stoppen. Vreemd eigenlijk, en misschien zelfs gevaarlijk voor ons vak. Want zelfs ik, die dit gedrag snap en er zelf schuldig aan ben, betrap mezelf erop dat ik collega’s die er zelf een rotzooitje van maken minder raadpleeg.

“Na zo’n drieënhalf jaar wroeten en liefhebben, gekwetst worden, vergeven, opkrabbelen, roepen ‘Man rot toch op!’ en ‘Man kom terug!’, zag ik in dat er geen complexe persoonlijkheid school achter zijn tegenstrijdige gedrag, maar gewoon een man die in de war was en conflicten meed. Toen ik dat begreep, hield mijn ­verliefdheid op en kon die veranderen in de vriendschap die aanhoudt tot de dag van vandaag. Vreemd eigenlijk, dat ik me door zijn leugens niet liet ontnuchteren en door de ‘diagnose’ wel. Tegenwoordig is ons contact ook steeds meer dat van cliënt- therapeut. Ik help hem vooral met zijn problemen.

“Een tijdje geleden leerde ik een andere man kennen: een vrachtwagenchauffeur en slagerszoon, die films noch gedichten citeert, maar speciaal voor mij veganistische maaltijden kookt. Zo zorgzaam als hij heb ik een man nog nooit meegemaakt. Soms voel ik me schuldig omdat het is alsof ik zo weinig terugdoe. Maar misschien is dat juist een kenmerk van de gezonde liefde die ik zo lang ­veronachtzaamd heb: moeiteloosheid.

“Laatst ging hij solliciteren als administratief ­medewerker, mijn studerende zoon en ik hebben hem geholpen met zijn sollicitatiebrief en het oefenen op het gesprek. Toen hij de baan kreeg, gaf hij mij een enorme bos rozen. Ik was heel blij, want voor het eerst besefte ik dat ik niet langer van iemand ben, maar mét iemand.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234