Donderdag 21/11/2019

Interview

“Volgens mij had een groot deel van de financiële crisis te maken met de arrogantie en de overmoed van coke snuivende bankiers”

Oorlogsfotograaf Teun Voeten. Beeld ID/Ivan Put

Oorlogsfotograaf Teun Voeten trekt al dertig jaar onverschrokken van brandhaard naar slagveld. Nu heeft hij zijn wedervaren met de drugsoorlog in Mexico in een doctoraal proefschrift gegoten: de ontembare fotograaf is een eerbiedwaardige doctor in de antropologie geworden. “Ik doe nu ook onderzoek in België en ik ben verontrust: voor drugscriminelen zijn België en Nederland één economische zone.”

Teun Voeten: “Zo’n promotie tot doctor heeft een hoog Harry Potter-gehalte: je wordt gegrild door zes volwassen lui in zwarte jurken en met gekke petten op. En jij moet jezelf aankleden als een soort James Bond en rustig antwoorden. Maar goed, als antropoloog hou ik van rituelen en tradities, dat kon er ook nog wel bij.”

Je volgt de Mexicaanse drugsoorlog, met bijna tweehonderdduizend doden in twaalf jaar tijd, op de voet. Wat fascineert je?

“Oorlogsverslaggeving heeft verschillende drijfveren: sensatiezucht aan de ene kant, engagement aan de andere kant. Ciudad Juárez had de reputatie de gevaarlijkste stad ter wereld te zijn. Dat wil ik wel eens zien, dacht ik. En ik moet zeggen: ik heb mijn ogen uitgekeken. Dat zoiets kon in een modern land.

“Op de meeste plekken waar een oorlog woedt, is het land om zeep. Er werkt niks meer. Maar Mexico was géén failed state toen ik daar aankwam. Transport, banksector, onderwijs, cultuur, gezondheid: alles werkte perfect, behalve de veiligheid. De ondergrondse drugseconomie, de extreme vormen van geweld en de enorme winstmarges hadden de staat helemaal ontwricht. Ik snapte niet hoe dat kon. En hoe de Mexicaanse burgers daarmee omgingen als was het vanzelfsprekend. De straffeloosheid was fascinerend.”

Beeld rv

In je boek, een toegankelijke versie van je proefschrift, beweer je dat 98,5 procent van de drugsgerelateerde misdaad onbestraft blijft.

“Je kunt ‘s avonds in een café zitten waar een commando binnenvalt en iedereen afknalt: de daders zullen niet gevonden worden. Ongetwijfeld zitten daar ook niet-drugsgerelateerde misdaden tussen, maar op een bepaald moment dacht ik: misschien is dit wel het voorland en zullen wij er in Europa later ook mee te maken krijgen. En toen ben ik er dieper in gedoken.”

Je noemt het een nieuw soort oorlog, ‘een hybride conflict’.

“In Europa denken we nog altijd in een achterhaald stramien over oorlog, als een conflict tussen natiestaten. Het ene leger vecht tegen het andere - diplomatie maar met andere middelen. Intussen heb je de zogenoemde nieuwe oorlogen, die zich in Sierra Leone en Liberia hebben afgespeeld: gangsteroorlogen, die niet meer om ideologie of religie gaan, maar uitsluitend om winst. En nog een stap verder is de hybride oorlog, waar een cyberdimensie bij is gekomen, met propaganda op de sociale media, en het gebruik van de meest primitieve én de meest geavanceerde wapens.

“Het zijn vele oorlogen tegelijk: kartels tegen kartels, kartels tegen opstandige leden van hun eigen kartel, kartels tegen burgers, kartels tegen politie, politiemachten tegen elkaar. Bij IS heb je die verscheidenheid ook: je hebt de strijders aan het front, maar je hebt ook de einzelgängers die in de hele wereld schade aanrichten. Hybride oorlogen zijn niet te winnen. Het zijn voortdurend etterende gezwellen.

“Als Guy Verhofstadt zegt dat we in Europa geen oorlog meer hebben dankzij de Europese Unie, verkoopt hij pertinente onzin. Oorlog tussen natiestaten is passé. We hebben een nieuw soort oorlog, die niet wordt erkend.”

Ik dacht dat we IS verslagen hadden?

“IS heeft territorium verloren, maar is zich nu aan het hergroeperen. IS komt ongetwijfeld terug in andere streken. Het is een concept. Een idee. Er zijn grote gelijkenissen tussen IS en de Mexicaanse kartels: ze maken allebei gruwelvideo’s, bijvoorbeeld. Alleen heeft IS een religieuze component, en die hebben de kartels niet.”

De kartels worden gedreven door winst. In dat opzicht zijn ze niet te onderscheiden van gewone ondernemingen, beweer je. Is het business as usual?

“De grens tussen legale en illegale business is willekeurig. Je hebt uitersten: de bakker die broodjes bakt en de huurmoordenaar die mensen omlegt, wit en zwart. Maar tussen wit en zwart heb je véél grijs: een bank die crimineel geld witwast en dood en verderf vergemakkelijkt, is die crimineel of legaal?

“Criminele organisaties maken niet deel uit van een apart universum. Het zijn gewone bedrijven, ze hebben dezelfde structuur. Maar in geval van een zakelijk geschil kunnen ze niet naar de overheid stappen voor arbitrage. Als iemand 200 kilogram coke van je jat, kun je niet even naar de rechter gaan.”

Hoe los je het dan op? Met een kalasjnikov?

“Slimme criminele groepen gebruiken geweld op een erg selectieve manier. Erop los knallen, zoals de drugsbendes in Nederland en België doen, is dom. Je trekt de aandacht van de politie. Bovendien kost geweld veel geld en mankracht. Als een prima smokkelaar voor het eerst in de fout gaat, kun je hem afschieten. Maar dan ben je wel een goed personeelslid kwijt. Je kunt ook onderhandelen: ‘Jij betaalt alles terug: wij weten waar je familie woont.’”

Je hebt je als antropoloog ook verdiept in de logica van de wreedheid. Waarom doen mensen elkaar dat aan?

“De gemiddelde mens is niet goed of slecht. Hij heeft een gezonde weerstand om te doden. Maar die weerstand is makkelijk te omzeilen met drie strategieën die telkens terugkeren: je creëert een grote afstand met je slachtoffer, je moordt voor een beloning of het ontlopen van een straf, of je laat je geest benevelen door drugs, religie of ideologie.

“Oorlog is aantrekkelijk. Het geeft mensen de kans een held te zijn. In de oorlog zie je het leven in zijn rauwe essentie, zonder het melige grijze kutsausje van de bureaucratie en de middelmatigheid. Never a dull moment. Ikzelf heb nooit iemand gedood, maar sicarios, Mexicaanse huurmoordenaars, zeiden me dat moorden je een gevoel van macht geeft. Een soort elixir. In de documentaire First Kill van Coco Schrijber zegt iemand: ‘Wanneer je voor het eerst moordt, is het alsof je voor het eerst seks hebt.’”

Het gaat blijkbaar vooral om die eerste dode. Die drempel moet je over.

“Vaak valt de eerste dode per ongeluk: je slaat iemand dood om jezelf te verdedigen of zo. Maar daarna ontwikkelen sommige mensen de lust om te doden, ze raken er zelfs verslaafd aan - sadisme dus. Maar sadisme is nooit de eerste beweegreden.”

Heb je zo’n regelrechte psychopaat ontmoet?

“Eentje.”

Voelde je dat als je tegenover hem zat?

“Nee. Men noemt zo’n type wel eens ‘onmenselijk’, maar daar ben ik het niet mee eens: het behoort ook tot het repertoire van het menselijk gedrag.

“Wat veel wetenschappers over het hoofd zien, is het emotionele aspect van het moorden. Veel moorden gebeuren door mensen met een laag zelfbeeld. Ze voelen te weinig respect. Als we het over de motieven van jihadi’s hebben, gaat het doorgaans over hun sociale uitsluiting. Maar dat is niet de belangrijkste reden waarom ze tot geweld overgaan.

“Het kapitalisme legt de nadruk op succes: je moet het maken in het leven. Als je het niet maakt, heb je het niet goed gedaan. Je voelt geen respect. Je probeert je op een manier te bewijzen. In een samenleving waarin de ongelijkheid almaar toeneemt, zijn zulke mensen een makkelijke prooi voor kartels en terroristische groepen, ook omdat ze met één tik op hun smartphone zien wat voor voordelen de gangstercultuur oplevert: limo’s, vrouwen en coke. In de gangstarap zie je niets anders.”

Jij hebt je ook verdiept in de narco cultura, de Mexicaanse variant van de gangstercultuur. Is het een bron van veel kwaad?

“De narco cultura is een reflectie van wat er gebeurt, maar tegelijk is ze ook een kwalijk verschijnsel: ze stelt de gangsters voor als normale lui. Ze rekruteert jongeren. Zou ik gewelddadige liedjes verbieden? Ik weet het niet. Maar drugsbaron El Chapo, een meedogenloze schurk die duizenden mensen heeft vermoord, is door de narco cultura wel uitgegroeid tot een volksheld: een arm keuterboertje dat zich heeft opgewerkt tot de eigenaar van een groot imperium. Vergeet niet: hij geeft veel mensen werk. Hij legt voetbalvelden aan. Hij neemt zijn sociale verantwoordelijkheid op. Toen El Chapo werd gearresteerd, trokken duizenden Mexicanen de straat op: ‘Free El Chapo!’

“Nu zit hij vast in de VS. Ik hoop dat hij gaat zingen als een kanarie. We zullen nog schrikken als we vernemen wie tot zijn netwerk behoort. In Mexico zijn onder- en bovenwereld in elkaar overgevloeid.”

Dat gevaar bestaat ook in Nederland, schrijf je. Nederland dreigt een narcostaat te worden.

“Nederland ís een narcostaat. Nederland heeft een enórme narco-economie. Die is gegroeid door een grote tolerantie tegenover wiet, dat heeft de Antwerpse burgemeester Bart De Wever juist gezien. Je hebt een grote productie van wiet, maar ook van XTC, MDMA en crystal meth. De onderzoeker Pieter Tops en de journalist Jan Tromp hebben berekend dat de jaarlijkse omzet van synthetische drugs in Nederland 19 miljard euro bedraagt. Dat is evenveel als de omzet van Albert Heijn.

“In Nederland heb je bendes die opereren met kalasjnikovs. Er is zelfs iemand onthoofd: zijn hoofd werd voor een shishabar in Amsterdam gelegd, een werkwijze die letterlijk uit het draaiboek van de Zetas (de gewapende tak van het Golfkartel, red.) komt. Burgemeesters worden geïntimideerd en moeten onderduiken.

“De meeste criminelen komen er ook mee weg. Oud-officier van Justitie Greetje Bos heeft verklaard dat slechts één op de honderd drugszaken tot een veroordeling leidt - het gevolg van de sabotage-technieken en de afleidingsmanoeuvres van advocaten. Kortom, de graad van straffeloosheid is in Nederland even hoog als in Mexico.

“In België is het nog niet zo erg als in Nederland. Maar ook hier duiken de kalasjnikovs en de granaten in het straatbeeld op, in die mate dat je kunt stellen: ‘We have a problem.’”

Zelfs in je eigen Antwerpse straat heb je dat kunnen vaststellen.

“Twee granaatontploffingen en een afrekening onder boeven: nooit opgehelderd. Nogmaals, het is nog niet zo erg als in Mexico, maar ook hier wordt de ongelijkheid groter, neemt de controle van de overheid af en wint de drugshandel aan belang.

“Ik doe nu ook onderzoek in België. Ik kan nog niets zeggen, want ik beschik nog niet over alle resultaten, maar ik raak verontrust. Drugscriminelen zien Nederland en België niet als twee aparte landen, voor hen is het één economische zone.”

Ook in ons land lopen onder- en bovenwereld in elkaar over, verklaarde Bart De Wever. Hij stak zijn hand niet in het vuur voor de onkreukbaarheid van de Antwerpse gemeenteraadsleden.

“Die discussie is ontzettend gepolitiseerd, daar ga ik me niet in mengen. Natuurlijk heb je een vermenging van onder- en bovenwereld: drugsgeld wordt overal geïnvesteerd, waarom niet hier? Ik zie geen reden waarom Belgen onkreukbare helden zouden zijn en latino’s corrupte viespeuken.”

Wat vind jij van mensen die hier, in het Westen, coke gebruiken?

“Coke is iets voor mensen die spanning en doelen in het leven missen, en die dat compenseren met een chemische substantie. Ik verkeer weleens in een gezelschap van cokesnuivers: ik word gek van hun praatjes. Het gaat nergens over, als je daar als nuchtere waarnemer tussen zit. Opgeblazen ego’s, allemaal. En zolang coke niet legaal is, subsidiëren ze een crimineel-terroristisch complex.”

Hebben cokegebruikers bloed aan hun handen?

“Ja. Zoals je bloeddiamant hebt, heb je ook bloedcoke. (Zwijgt) In Hilversum gebruikt iederéén coke. Hetzelfde zie ik in de hippe kringen in Antwerpen, ook onder advocaten. Ik kan het niet hard maken, maar volgens mij had een groot deel van de financiële crisis te maken met de arrogantie en de overmoed van coke snuivende bankiers. Het is tijd dat we ons bewust worden dat coke meer kapotmaakt dan ons lief is.”

Onthoofding

Heb jij nooit wat gebruikt voor je naar het front ging?

“Nooit, ik kan niet tegen marihuana, en evenmin tegen coke.”

Jij ging in koelen bloede?

“In Joegoslavië dronk ik ‘s ochtends weleens twee espresso’s en enkele glaasjes slivovitsj, maar daar ben ik snel mee opgehouden: het is een recept om voor je kop geknald te worden.

“In oorlogsgebieden drink ik ‘s avonds één glas wijn om te relaxen. Niet meer, je kunt je niet veroorloven een kater te hebben als ‘s anderdaags de granaten in je hotel ontploffen. Je moet met je volle verstand handelen.”

Wat trekt je aan in al die vreselijke oorlogen?

(lacht) “Mensen noemen me weleens een freak omdat ik naar al die oorlogsgebieden trek. Ik vind het niet zo gek. Als je geïnteresseerd bent in het menselijk bestaan, ga je op zoek naar de grens. Het is een diepgewortelde nieuwsgierigheid.

“Ik heb een gezonde jeugd gehad. Ik hoef mezelf niet te bewijzen, ik ben niet verslaafd aan adrenaline, maar ik ben blij dat ik al dertig jaar lang dit vak uitoefen: het is een privilege om op de eerste rij te zitten van het toneel van de mensheid. Mensen in hun beste en slechtste gedaante, die krijg ik te zien.”

Word je geregeld badend in het zweet wakker?

“Hooguit twee keer heb ik gedroomd dat ik in een beschieting zat. Ik ben ook weleens bang, maar bovenal ben ik een onvermoeibare optimist boordevol zelfvertrouwen: ‘Iedereen vindt me een leuke en charmante Brabander, mij overkomt niets (lacht).’

“Het enige waar ik echt bang voor ben, is een onthoofding door islamitische extremisten. Alle oorlogsjournalisten zeggen dat: kogels en granaten zijn niet erg, dat is gewoon even platliggen. Maar ontvoerd worden door mensen met wie je niet kunt praten? Mensen die je beschouwen als hun vijand? Ik ben een paar keer in Syrië geweest. IS zat vijf kilometer verderop. Dan weet je: één corrupte chauffeur, en je bent aan de overkant.”

Je bent ooit gekidnapt door kindsoldaten in Sierra Leone.

“Dat was het, dacht ik.”

Foutje gemaakt?

“Je neemt risico’s. En toen was ik naar een gebied gegaan dat aan het ontploffen was. (Zwijgt) Ik praat er niet meer over. In mijn boek How de Body heb ik er genoeg over verteld: ik ben bijna geëxecuteerd door gedrogeerde kindsoldaten, en ik heb me twee weken lang moeten schuilhouden. Het hoort bij het vak dat er af en toe iets kut gaat.

“In 1992 heb ik een kogel in mijn been gekregen. Als dat nu gebeurt, maak je een selfie en zet je het op Twitter. En daarna ga je in een talkshow uitleggen hoe het voelt, zo’n kogel in je been. Toen heb ik het gewoon aan een paar collega’s verteld. Shit happens.

“Als oorlogscorrespondent moet je een groot ego hebben, maar je moet ook je plaats kennen. Voor ons is het makkelijk: we komen aan, we fotograferen twee weken en we zijn weer weg. De mensen ter plaatse blijven achter in de shit.”

Wat wil je in de oorlog ontdekken?

“De bron van het kwaad. Ik wil erachter komen welke redelijke, begrijpelijke en logische mechanismen er spelen. Ik wil het als wetenschapper weten. Maar ik vind ook de rol van kunst en religie belangrijk.”

Ben jij, als wetenschapper, religieus?

“Ik ben katholiek, maar ik noem mezelf een verlichte katholiek. Mensen mogen van mij uitgebreid grapjes maken over God. Ik denk altijd: hij pakt ze later wel terug (lacht).

“Religie is voor mij een manier om me staande te houden in dat woelige werk van me.”

Doe je een schietgebedje als je in nauwe schoentjes zit?

“Dat heb ik één keer gedaan: toen ik beschoten werd in een kapel in Kroatië. Plat opportunisme, ik ben er niet trots op. Je moet niet alleen bidden als je in de stront zit. Doe het naderhand, als het goed is gegaan. God neemt het toch niet serieus.”

Teun Voeten, Het Mexicaanse drugsgeweld, Uitgeverij De Blauwe Tijger

Copyright Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234